De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De Geref. Bond en SoW

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Geref. Bond en SoW

CONTINUÏTEIT EN CONSISTENTIE [L]

9 minuten leestijd

CONTINUÏTEIT EN CONSISTENTIE [1]

Steeds keert de vraag terug: 'Is het beleid van de Gereformeerde Bond rond Samen op Weg betrouwbaar? Is het consistent? ' Kijk eens naar de uitspraken die in het verleden zijn gedaan. Drie voorbeelden van die uitspraken: 1. 'De Gereformeerde Bond heeft er - het zij nog eens nadrukkelijk gezegd - nimmer onduidelijkheid over laten bestaan in de beweging 'Samen op Weg' te willen blijven ijveren voor het voortbestaan van de Vaderlandse Kerk, genormeerd aan de Schrift en de gereformeerde belijdenis'. (Waarheidsvriend 1984, nr. 4)

2. 'Wij vragen u: frustreer met het proces die minderheid niet, die altijd in grote liefde tot de kerk der vaderen wars was van afscheiding maar vandaag even wars is van een samengaan van kerken zonder deugdelijk fundament, waardoor iri feite de nieuw te vormen kerk zich afscheidt van de Hervormde Kerk in dit land'. (Waarheidsvriend 1986, nr. 45)

3. 'De grondslag van de Verenigde Protestantse Kerk in Nederland is de facto en de iure niet langer meer die van de gereformeerde kerk der Reformatie, waaraan wij ons gebonden weten... Wij kunnen en willen niet mede verantwoordelijk zijn voor het prijsgeven van de historische Hervormde Kerk aan een kerk, die niet meer geworteld is in de traditie van de Reformatie'. (Waarheidsvriend 1996, nr. 3) In die fase werden duidelijke grenzen getrokken, zo horen we. Maar, die duidelijkheid is ondertussen flink vervaagd. Er hangt nu dikke mist. Of nog erger, misschien is er na de mist wel opnieuw duidelijkheid. Maar, dan wijst die een andere kant op dan eind jaren tachtig en begin jaren negentig. Waarom erkent de GB niet gewoon dat ze een ander beleid voert dan toen? Waarom erkent hij niet een slippendrager van de synode te zijn? Soms worden deze dingen in vragende vorm gezegd. Soms zijn het ernstige verwijten. Andere keren is het een vraag uit een gekweld hart. Maar hoe dan ook, keer op keer klinkt het. Het zijn broeders die ons onze gebreken en feilen tonen. Die vragen en zoeken naar antwoord.

Dilemma

De twaalfde december nadert met rasse schreden. De emoties lopen hoog op. Alle hervormd-gereformeerden lijden aan dit proces. De stroom van brochures en brieven is daar het bewijs van. We zaten en zitten op dit proces niet te wachten. In ieder geval niet op de wijze waarop het zich nu voltrekt. Onophoudelijk werd en wordt dat duidelijk gemaakt aan de synode. Hoewel de impasse diep is, hoewel vele, vele bezwaren via kerkenraden en classes naar voren zijn gebracht, heeft de synode steeds weer besloten vervolgstappen op weg naar eenwording te zetten.

Nu tekent het dilemma zich scherp af: blijven binnen de kerk of breken. Zich laten meenemen met de weg van de kerk of de kerk loslaten en de weg die de kerk gaat, verlaten. Met pijn, verdriet, teleurstelling, zorg ons laten meevoeren. Ook deze nederlaag verwerken of ons laten uitschrijven en de kerk opgeven en loslaten.

Hoe consistent of zelfs hoe betrouwbaar is de lijn van de Gereformeerde Bond als het om dit dilemma gaat? Dat is een aangelegen vraag. Beleid voeren vraagt om consistentie, om continuïteit, om helderheid. Mag men dan niet tot een verandering van inzicht komen? Natuurlijk kan dat wel. Waarom zou dat niet kunnen? Onze meningsvorming hoeft nooit gevangen te zijn in ons beleid, moet steeds weer getoetst worden aan Gods Woord, aan Gods geboden.

Dat vraagt wel om eerlijke verantwoording. Daarover moeten we open en doorzichtig zijn. Bovendien is het evenzeer mogelijk dat we in een fase van aanvechting, van kerkelijke strijd, tot verdieping van inzicht komen. We worden immers samen teruggeworpen op de vragen waar het echt op aankomt. Vooral nu allerlei kerkelijke zekerheden die we hadden aan het wankelen zijn. Nu vele vormen van hervormd kerkelijk leven op de tocht komen, nu worden we teruggeworpen op de diepste, de laatste vragen van het kerk-zijn, van ons hervormd-zijn. En ook al is geen enkele tijd zo maar vergelijkbaar met de situatie van nu, we zoeken wel naar momenten van vergelijk.

Vooral worden we teruggeworpen op de Heilige Schrift, 'enige bron en norm' van kerk-zijn. We worden op Christus alleen teruggeworpen. Zijn lijden en sterven is het fundament. Op Hem is en wordt de kerk gebouwd.

Uitgangspunten

Om tot een zinvolle reactie te komen op bovenstaande vragen, zoek ik eerst naar een drietal hoofdlijnen. De volgende patronen kenmerkten het beleid van de Gereformeerde Bond in de bijna honderd jaar van zijn bestaan.

1. De Bond wist zich gebonden aan de gereformeerde belijdenis. Verbreiding en verdediging van de waarheid binnen de kerk was zijn roeping: dat is getuigen van Christus en opkomen voor gehoorzaamheid aan Hem. Dat betekende voortdurend oproeien tegen de stroom. Voortdurend opkomen voor het recht van de Schrift, voor het recht van de gereformeerde belijdenis. Daar lag ook de oorzaak van het ontstaan. Het ging om heling van de kerk en niet om deling. Binnen de kerk waren vele, vele tendensen aanwezig om de plaats en de betekenis van de inhoud van de belijdenis te minimaliseren. Tegen deze tendensen heeft de GB zich in woord en geschrift verzet. Onophoudelijk. Want hij wilde en wil de Hervormde Kerk oprichten uit haar diepe val. Deze formulering uit de statuten geeft de ernstige situatie van de kerk aan: diepe val. Ze geeft ook de vurige betrokkenheid op de kerk aan. Was die er niet, dan waren onze hervormd-gereformeerde vaderen allang uit de kerk vertrokken. Al is de val diep, toch blijven zij voor de Waarheid opkomen in het midden van de Nederlandse Hervormde Kerk.

2. Een tweede hoofdlijn was dat de GB zich steeds heeft gekeerd tegen het breken met de kerk, het loslaten van de kerk. Zelfs toen door anderen werd betoogd dat de sleutel voor het kerkelijk vraagstuk bij de Gereformeerde Bond lag. Ondanks alle druk uit afgescheiden en dolerende kring om toch met deze ontrouwe en diep gevallen kerk te breken, hebben hervormd-gereformeerden zich daardoor niet op sleeptouw laten nemen. Zij wisten en weten zich verbonden aan de kerk der vaderen. In haar midden en niet daar buiten wilden zij hun plaats innemen. Want zij geloofden in de God van het verbond en zij pleitten op de verbondstrouw van God. Al was het soms met bevende handen en knikkende knieën.

3. Een derde lijn was het verzet tegeif een modus uiuendi. Daarmee wordj-bedoeld een manier van leven binnen del kerk waarbij ieder de ander volkomen vrij laat. Waarbij de ene kerk eigenlijk is opgedeeld in diverse kerkjes: een vrijzinnige, een confessionele en een gereformeerde-bondskerk. En verder laten we elkaar met rust. Nee, onze vaderen wilden in het midden van heel de Kerk de Waarheid verbreiden en verdedigen. Het ging hen niet in de eerste plaats om de eigen beweging maar om de kerk.

Keer op keer bleek het ontzaggelijk moeilijk te zijn deze uitgangspunten in evenwicht te houden. De ene keer zat men meer op het ene spoor, de andere keer op het andere spoor. Anders gezegd: de één zat meer op het ene spoor, de ander meer op het andere spoor. Maar, er werd evenwicht gevonden. Er werd een begaanbare weg gevonden. Onder deze uitgangspunten lag en ligt een diep geworteld geloof. Wij wisten en weten ons door God geroepen in deze vervallen kerk.

Dat kan heel ver gaan. Ds. W. L. Tukker, een van de oud-voorzitters, formuleerde het op 't scherpst van de snede: Aan de belijdenis van de kerk willen wij onszelf en de kerk houden, 'hoezeer zij daarvan afweek, daar willen wij haar naar terugbrengen, zelfs al zou zij daar geheel van afwijken,

zelfs al zou zij al de belijdenissen schrappen, zelfs al zou zij de gehele belijdenis terzijde stellen...'. En dat terwijl hij het artikel begon met: 'Met de reformatorische belijdenis toch staat of valt de Bond' (W. L. Tukker, De weg van het Woord, p. 278-291). In deze uitspraken is de spanning volop voelbaar. Staan voor de belijdenis? Ja! De kerk loslaten? Nee!

SoW

En toen diende Samen op Weg zich aan. En de vragen kwamen in alle heftigheid op. Hoe nu verder? Wat is de weg die begaanbaar is? De vragen drongen zich op: 'Hoe kunnen we in deze situatie de bovenstaande drie uitgangspunten gestalte en vorm geven.

Het kan toch niet waar zijn dat de Hervormde Kerk wordt opgeheven? Het kan toch niet zo zijn dat ze van haar wortels losraakt.' In alle heftigheid voltrok zich de strijd om de belijdenis. Waar ging het over in de koers van de Bond, in het protest van de Bond?

1. Om de kerk en al de gemeenten te bewaren bij haar belijdenis. 2. Om ons niet te isoleren in de kerk, laat staan de kerk over te laten aan de vrijheid van leer. 3. Om voor het geheel van de kerk tot zegen te zijn.

In hartstochtelijke brieven, lezingen, smeekschriften, brochures en gesprekken zijn woorden gezocht voor bovenstaande lijnen. Fundamenteel was het verzet, de bezwaren tegen, de kritiek op dat wat zich niet verdraagt met de belijdenis van de kerk. Dat betekent niet dat juist in de kerkelijke strijd, waarin volop hartstocht en liefde meeklonk, alles op de juiste wijze werd gezegd. De woorden werden niet op een goudschaaltje gewogen. Ze werden ingegeven door teleurgestelde kerkelijke liefde, door passie voor de kerk der vaderen. Wie zijn tong en zijn pen bewaart, is een volmaakt mens. In een kerkelijk geding komt veel mee wat onzuiver, onheilig en vleselijk is. Ook het bestuur van de Gereformeerde Bond past over onjuiste bewoordingen, een onjuiste toon, woorden die misverstand opgeroepen hebben, schuldbelijdenis en ootmoed. Daar zijn we ons goed van bewust. In de verwoording van de bezwaren kwam vaak zoveel hartstocht mee vanwege de liefde voor de kerk der vaderen, voor de belijdenis waarop zij (zij het verzwakt) aanspreekbaar is.

Bovendien, gaandeweg kwam het bestuur voor nieuwe vragen. Immers steeds meer werd duidelijk dat het proces wel eens door zou kunnen gaan. Er bleek onder ons verschillend te worden gedacht. De vragen hoe het verder moet werden steeds meer pregnant en brandend. In de Nadere Verantwoording (Waarheidsvriend 2000, nr. 21) was sprake van 'verdieping inzake de inzichten... ten aanzien van onze roeping in de kerk en van onze kerkelijke positie'.

G. D. KAMPHUIS, AMSTELVEEN

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 november 2003

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

De Geref. Bond en SoW

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 november 2003

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's