Groninger kerk was van de boer
GEBED VOOR DE PROVINCIE [3]
Dat de provincie Groningen wat anders is dan andere, kon je als kind al merken. Wie in de kerk onder de preek zich verveelde, pakte het psalmboekje dat voor je op de bank lag, en begon erin te bladeren. Voorin vind je in dat boekje uit 1773: 'Verklaring gevoegd bij het authentiek afschrift der Psalmen', en daaronder staat dan uit iedere provincie de naam van een predikant, die verklaart dat de inhoud van de berijming van de Psalmen niet is strijd is met Schrift en belijdenis. Zoek je dan naar Groningen, dan zul je die provincienaam daar missen, want er staat: 'Uit Stad en Lande, Theodorus Lubbers, predikant te Groningen.' De provincie heette dus: Stad en Lande. Een Groninger noemt trouwens tot op de dag van vandaag de hoofdstad van de provincie kortweg 'Stad'.
Achter die naam Stad en Lande gaat meer (kerkgeschiedenis schuil dan je zou denken. Er heeft namelijk altijd een soort spanning bestaan tussen de grote handelsstad en het agrarische Ommeland.
Reformatie
In de tachtigjarige oorlog stonden de Ommelanden pal achter de Unie van Utrecht en de Oranjes. De eerste slag in die oorlog was niet zomaar in Heiligerlee, maar op terrein van hen die achter de opstand tegen Spanje stonden. De adel van de provincie was de Republiek en de Reformatie welgezind. In de stad lag dat anders. Daar leeft de Reformatie wel onder de burgers en eisen zij, na de eerste hagepreek van ds. Menso Alting, een kerkgebouw voor de gereformeerde eredienst. De overheid blijft echter roomsgezind en bij het verraad van de stadhouder, Rennenberg, maakt de stad zich zelfs los van de Unie van Utrecht. Prins Maurits neemt in 1594 de stad in, zo ontstaat die ene provincie, waarvan Willem Lodewijk, naast Friesland, nu de stadhouder wordt. Hij neemt de Reformatie van de gehele provincie krachtig ter hand door Doede van Amtsweer aan te stellen om verantwoordelijk te zijn voor de daadwerkelijke verandering van het kerkelijke leven. In Onstwedde, om maar een voorbeeld te noemen, wordt de pastoor na enige studie en classicaal examen, de eerste predikant. Hij zal als ds. Mensingius in 1606 in de oude dorpskerk ter aarde worden besteld. Bij die Reformatie kreeg Stad en Lande uiteindelijk een kerkorde, die in de Ommelanden al heel vroeg was aanvaard. Daarin hadden de landeigenaren, de bewoners van de borgen, een heel grote stem. Dat zal het latere kerkelijke leven in die provincie duidelijk stempelen: het feodale stelsel.
Groninger richting en Afscheiding
In het begin van de negentiende eeuw veranderde het geestelijk klimaat in de theologische faculteit van Groningen. Prof. Petrus Hofstede de Groot en zijn collega's vonden een, in hun ogen, 'evangelischer' weg tot het belijden van de waarheid dan de klassieke belijdenis. De Groninger richting was in Nederland de eerste theologische stroming binnen de Hervormde Kerk die zich bewust wilde losmaken van de besluiten zoals die verwoord waren in de synode van Dordrecht. De Dordtsche Leerregels waren in de ogen van de Groningers aanstotelijk. Hendrik de Cock, een van de in de Stad pas-afgestudeerden, begon in het dorp Ulrum als predikant van de 'Groninger richting'. Bestudering van de belijdenis en van Calvijns geschriften bracht radicale veranderingen in zijn leven teweeg. Dat liet hij in geschriften en kerkelijk handelen duidelijk merken.
Hier hoefik niet de geschiedenis van de Afscheiding te beschrijven, maar het is waar dat de eerste grote scheur in het gereformeerd protestantisme dwars door de meest noordelijke provincie is heengegaan. Ook de volgende kerkelijke scheuringen hebben in de provincie zeer diepe sporen getrokken. De meeste gemeenten uit de Afscheiding gingen in de vereniging van de Gereformeerde kerk A en B, met Abraham Kuyper mee en werden Gereformeerde kerken. Een klein deel ging verder als Christelijke Gereformeerde kerken. Ook de Vrijmaking van dr. K. Schilder trok diepe sporen in het Noorden. Met name in de stad Groningen zelf. Geen enkele stad in Nederland telde zovelen die het synodale juk wilden afwerpen. Daar ontstonden grote (wijk)gemeenten van de Gereformeerde Kerken (Vrijgemaakt).
Hervormde Kerk
In de Hervormde Kerk heeft het systeem dat de landeigenaren invloed hebben bij de keuze van de ambtsdragers, trieste gevolgen gehad voor het geestelijk leven van de gemeenten. Natuurlijk is daar ook iets heel positiefs aan verbonden als de welgestelden zich op de kerk betrokken weten. Om een voorbeeld te noemen: waar in Nederland staan zoveel prachtige kerkgebouwen met zulke indrukwekkende orgels? De kleinste dorpen hebben kerken met hoog oprijzende torens en eeuwenoude orgels. Op vrijwel al die gebouwen en instrumenten staat wel een bord dat vermeldt dat 'de heer die en die, in het jaar zoveel, de kerk heeft laten vergroten en het orgel nog meer verfraaien'. Onze provincie is zeer rijk aan monumenten en cultuurschatten.
Maar helaas zijn die grote kerken vaak leeg en spelen de orgels meer voor concerten dan voor het begeleiden van het psalmgezang van de gemeente. Er wordt wel gezegd dat de rijkdom en de welvaart het geestelijk leven in de Hervormde Kerk van Groningen verstikt heeft, zoals de Heere Jezus het in de gelijkenis zegt: 'En dat in de doornen valt, zijn dezen die gehoord hebben en heengaande verstikt worden door de zorgvuldigheden en de rijkdom en de wellusten des levens en voldragen geen vrucht.' (Lukas 8 : 14)
De Groninger richting wordt in de loop van de negentiende en in het begin van de twintigste eeuw opgevolgd door de vrijzinnigheid. Heel veel bewoners van de borgen (kasteelachtige landgoederen) in het Hogeland en adel in de andere streken van de provincie kiezen voor deze nieuwe richting en zorgen dat smaakmakende predikanten op 'hun' kansels hun redevoeringen komen houden. Niet alle adel is overigens de vrijzinnigheid toegedaan. Sommige ambachtsheren lokken met goede traktementen begaafde sprekers van andere modaliteiten, ook van streng gereformeerde signatuur, naar het Noorden. Zoals met orgels destijds, komt er in de negentiende eeuw een soort concurentiestrijd met predikanten! En dat gaat alles ten koste van het pastoraat aan de gemeente. De dominee hoort bij de bovenlaag van de samenleving en er ontstaat een grote afstand tussen hem en de gemeente. Natuurlijk, uitzonderingen zijn er geweest, maar de prediking ging doorgaans ver over de hoofden van de hoorders heen.
Als uiteindelijk, na de Franse tijd, het gedaan is met het gezag van de landadel en het collatierecht is afgeschaft, gaat hun invloed over op de boeren op het platteland en op de notabelen in de stad. In die dagen is de welvaart in de landbouw op zijn hoogtepunt. Rijke boeren bouwen schitterende villa-boederijen, die het landschap gaan beheersen. Tragisch genoeg wordt de afstand tot het personeel steeds groter. Nergens in Nederland is de kloof tussen de boeren en de arbeiders groter dan in de provincie, waar nergens iets boven gaat. Dat doet aan het kerkelijk leven grote schade. De kerk is van de boer, en zijn dominee, en de arbeider mag hooguit van verre staan. Logisch dat er in die tijd talloze rechtzinnige evangelisaties ontstaan, waarin het Woord voor de gewone man klinkt.
Danken en bidden
Als ik zo de geschiedenis overzie van de provincie waarvan vrijwel iedere wat oudere Nederlander de plaatsnamen kan opdreunen, dan is het een grootwonder van Gods genade dat er ook in deze provincie nog mensen en gemeenten zijn die het Woord Gods ook in deze tijd zien mogen als Zijn openbaring. Die zijn er, Goddank, binnen en buiten de Hervormde Kerk, door de kracht van de Geest. Laten wij God om eenheid in het geloof vragen van allen die God liefhebben. En laten wij God danken dat Hij doorgaat mensen te roepen door de prediking van het Evangelie. Ook in de Stad zelf, waar h)et kerkelijk leven gebloeid heeft, maar waar de secularisatie ongekend veel mensen van het Evangelie vervreemd heeft. De Heere geeft dat op meerdere plaatsen waar het Wc ~ ! lange tijd niet of nauwelijks klonk, weer vraag is naar prediking naar Schrift en belijdenis.
De meeste zegen is daar waar men in gemeente of evangelisatie zich niet heeft laten meezuigen door de modes in kerk en theologie, maar waakte bij het Woord. 'Zij, die bleven' werden niet beschaamd. Laten wij bidden om moed om te blijven belijden dat de Heere Zijn kerk bouwt en doorgaat ook in deze tijd jong en oud te leren 'buiten mijzelf, alleen in Jezus Christus, mijn heil te zoeken en te vinden.'
H. HARKEMA, ONSTWEDDE
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 november 2003
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 november 2003
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's