Naar eigen smaak en inzicht
EEN TYPISCH HERVORMD VERSCHIJNSEL [5]
Loslaten geografische eenheid
In de nieuwe kerkorde is de idee van de ene geografische gemeente opgegeven. Wat is het geval? In lid 2 van art. II van de conceptkerkorde staat dat de kerk bestaat uit al de gemeenten, te weten de verenigde gemeenten, de hervormde gemeenten, de gereformeerde kerken en de lutherse gemeenten. Wie dit leest, vermoedt al dat er dus straks binnen de grenzen van een bepaald gebied meer dan één gemeente kan zijn. Dat vermoeden blijkt juist te zijn, als we de ordinanties bekijken. Ik wijs in het bijzonder op hoofdstuk III van het ontwerp van ord. 2. Art. 13; lid 6, van die ordinantie zegt het onomwonden: naast de bestaande gemeente kan er een (of zelfs meer dan één) andere gemeente zijn op hetzelfde grondgebied.
Gekozen is voor hetgeen de gereformeerde prof. H. B. Weijland in 1984 al bepleitte, te weten dat er ruimte moet zijn voor een meer open wijze van gemeenteorganisatie, waarbij men de gemeenteleden niet tot het uiterste zal dwingen om op grond van de geografische grenzen bij deze of gene gemeente te behoren (aangehaald uit het boek van dr. P. van den Heuvel). In het voorgestelde art. 5 van ord. 2 van de nieuwe kerkorde is in lijn hiermee bepaald: 'Indien er op een bepaald grondgebied meer dan één tot de kerk behorende gemeente is, kunnen de leden die in het register van een van deze gemeenten zijn ingeschreven zich op hun verzoek laten overschrijven naar het register van een van de andere in hetzelfde gebied gelegen gemeenten.'
Niet gedwongen
De consequentie is dat er voor u straks misschien meer mogelijkheden zijn om een wettige plaats te krijgen binnen de kerk.
Maar onze kerk zal er dus heel anders uit gaan zien. In één plaats zullen dikwijls meerdere gemeenten van de kerk zijn. Wie overkomt uit een andere plaats, zal dus meestal moeten kiezen. Men wordt niet meer automatisch lid van dé plaatselijke gemeente, maar men moet goed uitkijken bij welke plaatselijke gemeente men zich aansluit.
De achtergrond hiervan is dat de synode indertijd toegezegd heeft dat geen gemeente gedwongen zal worden tot een fusie. Dat elke gemeente desgewenst zichzelf kan blijven en niet behoeft samen te gaan met de plaatselijke gemeente van de verenigingspartner. Elke hervormde gemeente of gereformeerde kerk kan dus, als men dat wenst, blijven die zij is. Om aan deze toezegging gestand te doen, is in art. 12 van ord. 2 bepaald dat er pas een verenigde gemeente wordt gevormd, indien de kerkenraden van de plaatselijke gemeenten daartoe uitdrukkelijk besluiten.
In lid 6 schuilt wel een addertje onder het gras: indien een van de beide gemeenten wil blijven die zij is, kan de ander er wél voor kiezen voortaan als verenigde gemeente verder te gaan. Door een dergelijke 'coup' manoeuvreert die gemeente dus de andere gemeente^) in een speciale positie en wordt men zelf de 'normale' gemeente van de verenigde kerk. Als dus plaatselijk de hervormde gemeente ervoor kiest te blijven die men is, kan niettemin de gereformeerde kerk de positie krijgen van verenigde gemeente. Ook wijkgemeenten kunnen ervoor kiezen als hervormd of gereformeerd door te gaan dan wel te verenigen.
Modaliteiten
Het uitgangspunt is dus dat er meer dan één gemeente kan zijn in één plaats, binnen dezelfde grenzen. Als er straks ergens een verenigde gemeente is, kan een groep gemeenteleden het verzoek indienen om in hetzelfde gebied een andere gemeente te stichten. Een gemeente die meer aan hun wensen en principes voldoet dan de bestaande. Die nieuwe gemeente kan een verenigde gemeente zijn van een andere ligging of modalitt v maar ook een hervormde gemeente of een gereformeerde kerk of een evange- Iisch-lutherse gemeente. Er is zelfs geen belemmering om een nieuwe hervormde gemeente te stichten in plaatsen waar nog steeds een hervormde gemeente is.
U begrijpt, de huidige deelgemeente wordt opgewaardeerd naar een 'echte' gemeente op hetzelfde grondgebied. In art. 13 van ord. 2 staat de procedure beschreven. Uiteraard moeten hogere kerkelijke organen - in het bijzonder ook de generale synode - toestemming geven en zullen die onderzoeken of
die nieuwe gemeente levensvatbaar is. Maar verder staan er geen voorwaarden in de kerkorde. In beginsel kan elke groep gemeenteleden dus opteren voor een eigen gemeente met ambtsdragers. De kerkorde vermeldt niet expliciet de ruimte aan de hogere kerkelijke organen om bijvoorbeeld te toetsen of de groepering die de aanvraag heeft gedaan, qua modaliteit voldoende is onderscheiden van de bestaande gemeente. Mijns inziens kan dat dan ook niet en kan alleen getoetst worden aan zaken als financiële draagkracht, orde binnen de kerk (dat gemeenten niet al te versplinterd worden) en dergelijke uitwendige factoren.
Natuurlijk blijft: de mogelijkheid om de eigenheid van een modaliteit te handhaven binnen de wijkgemeente van een verenigde (of hervormde) gemeente. Daartoe is onder meer geregeld dat de algemene kerkenraad wijkgemeenten van bijzondere aard kan stichten (ontwerp ord. 2-16-8; deze vervangt dus de huidige buitengewone wijkgemeente) ook dat gemeenteleden die in andere wijken wonen, zich kunnen laten registreren in die wijkgemeente (ord. 2-16-9, c )-
Sectieteams
De huidige kerkenraadscommissie zal blijven bestaan, zij het onder een andere benaming. Zoals we zagen is het uitgangspunt van de kerkorde dat alle hervormden op één grondgebied één gemeente vormen. De kerkenraad van de gemeente is verantwoordelijk voor alle leden van de gemeente, ook voor hen die zich moeilijk kunnen herkennen of thuis voelen in het kerkelijk leven ter plaatse. Als zich in de gemeente een minderheidsgroep van gemeenteleden heeft gevormd, is een belangrijk instrument om uitdrukking te geven aan de verantwoordelijkheid die de kerkenraad voor hen draagt, het instellen van een kerkenraadscommissie. Deze commissie is - als orgaan van bijstand van de kerkenraad in opdracht van en onder leiding van de kerkenraad - 'dienstbaar aan de zorg der Kerk' voor dit deel van de gemeente (huidige ord. 1-23-1). De commissie werkt onder verantwoordelijkheid van de kerkenraad en er heeft in elk geval één lid van de kerkenraad zitting in de commissie (ord. 1-23-2). Het is in dit verband mogelijk ambtsdragers met een bepaalde opdracht aan te stellen, die gewoon lid zijn van de kerkenraad maar als speciale opdracht ontvangen de zorg voor deze groepering van gemeenteleden. Er kunnen kerkdiensten belegd worden onder verantwoordelijkheid van de kerkenraad, in het bij- • zonder ten behoeve van deze gemeenteleden. In een centrale gemeente heeft de centrale kerkenraad de mogelijkheid kerkdiensten te beleggen, die 'van hem uitgaan ten behoeve van de gemeente in haar geheel' (ord. 2-15-1) om daarin aan een minderheid binnen de (centrale) gemeente tegemoet te komen. Ik ontleen deze beschrijving aan het al genoemde boek van dr. Van den Heuvel (eerste druk, blz. 66).
De kerkenraadscommissie is dus een gewoon orgaan van bijstand van de kerkenraad. Het zal u niet verbazen dat deze manier om leden van de gemeente op een bijzondere wijze 'ter wille te zijn', ook onder de nieuwe kerkorde mogelijk is. Daartoe kent die kerkorde zogeheten sectieteams. Deze bestaan uit ambtsdragers die werkzaam zijn in een bepaalde gebied van de gemeente dan wel onder een bepaalde groep gemeenteleden (ontwerp ord. 4-10-5).
Tot slot
Het is uiteraard nog niet zeker dat de nieuwe kerkorde in werking treedt. Het verzet ertegen is groot. Bij de eindstemming in de hervormde synode op 12 december moet ten minste twee derde van het aantal synodeleden vóór zijn. Anders gaat het - althans in de voorgestane vorm - niet door. Hoe dat afloopt, weten we niet, wel dat er niets - ook die stemming niet - buiten God omgaat. Als het allemaal doorgaat, is er voor ons nog steeds een plaats en een taak. We moeten ons er dan rekenschap van geven dat er verschillen zijn met de huidige situatie. In het bijzonder heb ik in het voorgaande erop gewezen dat verlaten wordt het oude hervormde, en reeds voor-reformatorische, principe dat er (slechts) één gemeente is binnen een grondgebied. Op de eerste dag van de verenigde kerk bestaan er in elke plaats meerdere gemeenten.
In eerste instantie is als datum van vereniging 1 januari 2004 voorgesteld. Juridisch gezien is de periode tussen het nemen van het verenigingsbesluit en 1 januari 2004 echter te kort. Allerlei voorbereidende maatregelen die nodig zijn om de nieuwe kerkorde te laten functioneren, kunnen dan nog niet genomen zijn. Daarom beoogt men om de nieuwe kerkorde en dus ook de vereniging zelf op 1 mei 2004 te doen ingaan.
Gemeenten kunnen daarna met toepassing van de hierboven vermelde ordinantiebepaling tot vereniging overgaan. Maar dat hoeft dus niet. Men kan ervoor kiezen apart te blijven, zelfs onder de benaming hervormde gemeente of gereformeerde kerk of lutherse gemeente.
Het loslaten van het principe van de geografische eenheid zal mijns inziens ingrijpende gevolgen hebben voor ons kerk-zijn. Meer en meer zal men zich een gemeente vormen naar eigen smaak en inzicht. Is dit wenselijk? Het antwoord op deze vraag hangt natuurlijk ook af van de eigen situatie. In plaatsen waar nu een moeizame relatie bestaat tussen minderheidsgroepen en de plaatselijke gemeente, zijn er in elk geval straks meer mogelijkheden om een volwaardiger plaats te krijgen.
D. G. VAN VLIET, WILNIS
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 november 2003
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 november 2003
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's