De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de pers

12 minuten leestijd

Mag dat wel: genieten?

In 1961 verscheen de roman Het leuen is vurruklculluk van Remco Campert. Daar moest ik aan denken toen ik de discussie in Kontekstueel (Tijdschrift voor gereformeerd belijden nu) probeerde te volgen over, kort samengevat, het 'vreemdelingschap' van een christen. Hoe waarderen we dit aardse leven met het oog op de eeuwige toekomst.

Ds. A. J. Zoutendijk (Utrecht) publiceerde in het maartnummer eerder dit jaar zijn lezing die hij hield op een Impuls-dag van de IZB over 'Calvijn en de vreemdelingschap'. De inhoud komt kort gezegd hierop neer: zijn wij als christenen vandaag niet veel te veel de hemel uit het oog verloren? En is het pleidooi van Calvijn niet hoognodig aan een stevige herwaardering toe als hij ooit pleitte voor 'de overdenking van het toekomende leven in combinatie met een geringschatting van dit aardse leven'?

De roman van Campert blijkt bij nader inzien niet te bieden wat de titel zou doen vermoeden. De in 1929 geboren schrijver hoort tot de generatie die de Tweede Wereldoorlog verwerkt vooral in zijn eerder verschenen werk. Juist in het hier genoemde boek ironiseert hij de vergeefse pogingen om van het als bitter ervaren leven één grote grap te maken.

Het viel me in de discussie die binnen Kontekstueel gevoerd wordt op hoe ook ds. Zoutendijk Calvijns inbreng wil honoreren in wat genoemd wordt de 'belevingscultuur' van vandaag: de moeiten en zorgen van het aardse bestaan dienen om ons gedurig aan onze grenzen te herinneren. We zijn mensen onderweg. Een christen weet toch waarheen? Mezelf confronterend met deze stellingname voelde ik enerzijds een lichte tegenzin, moet ik eerlijk bekennen. Want ook in mij woont 'een beestachtige liefde' (Calvijn) tot dit bestaan hier en nu. Anderzijds leer je bij de voortgang van het leven inclusief de ervaringen die je daarbij opdoet dat Mozes' conclusie in Psalm 90 nog steeds van toepassing: het beste van dit leven is vol moeite en verdriet.

Hoe daarin je weg te vinden, een weg die bijbels lijkt te worden gewezen? Terwijl ik deze rubriek samenstel, vind ik bij de post een uitnodiging om mee te doen aan het evenement in de RAI: Eten & genieten. Met het aanbieden van een stevige korting op de entreeprijs wordt geprobeerd me over te halen toch vooral te komen. In diezelfde week verschijnt er van Vrij Nederland (1' nov. 2003 nr. 44) een extra dik nummer over het thema Dit is Nederland. Wat me daarin het meest trof was een gefingeerd interview met de 'Familie Doorsnee' met als hoofdpersoon ene Henk Jansen (37). Hij wordt neergezet als 'dé gemiddelde Nederlander'. Hij heeft het als zodanig met zichzelf getroffen. Ik citeer een fragment uit dit interview waarin ook de relatie met kerk en geloof aan de orde komt:

'Als ik om me heen kijk, zie ik in Apeldoorn tientallen dingen die de gemeente zou kunnen aanpakken. Hondenpoep bijvoorbeeld. We wonen in een mooi huis in een prettige buurt, maar het aantal speelvoorzieningen voor de jeugd houdt niet over. Kijk, dat zijn thema's waar ik me meer over opwind dan over wat een zekere meneer Bush vindt. Normen en waarden staan hoog in zijn vaandel, zegt Henk Jansen. Daarbij denkt hij aan simpele gedragscodes als beleefdheid ("die glimlach kost niets extra"), zorg voor de medemens, respect voor de natuur, geen geld over de balk smijten. Als fervente televisiekijker ("dat ding staat al gauw drie en een half uur op een avond aan") komt hij vooral bij het favoriete RTL4 aan zijn trekken. Barend & Van Dorp zal hij niet gauw overslaan. "Geweldig programma, maar het stoort me als Jan Mulder weer eens overduidelijk in de Jout gaat. Hij valt zelfs ministers in de rede en stelt vragen die op de rand van onbeschojt zijn. Laat mensen in hun waarde, denk ik dan. Van schuine moppen ben ik ook niet gediend, want die gaan al gauw over de schreef. Dat besefis mij met de paplepel ingegoten. Bij ons thuis waren we van de NCRV. Mijn ouders dweepten met dominee Okke jager, mijn broer en ik waren verslaafd aan Swiebertje. De NCRV deed iets voor het hele gezin, maar de tijden zijn veranderd. Het clubgevoel dat de omroepverenigingen opwekten, is weggeëbd. Dat hebben we met z'n allen laten gebeuren. Wie is tegenwoordig nog ergens lid van? Ja, ik ben lid van de ANWB, maar dan heb je het gehad.

Ik ga al twintig jaar niet meer naar de kerk, maar die christelijke achtergrond loopt als een rode draad door mijn bestaan. Ik heb in m'n leven van alles gestemd. PvdA toen ik jong was, want als je op je twintigste niet links bent, heb je geen hart. Het verstand kwam met de jaren, dus zo kwam ik via de WD uit bij het CDA. Ik ben geen partijlid. Onze kinderen worden opgevoed in dezelfde calvinistische traditie waarin Bianca en ikzelf werden grootgebracht. We maken daarbij een vertaalslag naar de moderne tijd, maar het is nog steeds zo datje geen dingen weggooit die niet kapot zijn. Kijk uitje doppen als je iets nieuws koopt, let goed op het prijskaartje dat eraan hangt. Ik ga echt geen vijfhonderd euro neertellen voor een pak dat me bij C& A minder dan de helft kost. Dan krijg ik nog degelijker kwaliteit ook. Kleding vind ik niet echt belangrijk.'"

Waarom dit citaat? Wel, omdat het laat zien in welke context wij zo'n discussie met elkaar voeren over het 'vreemdelingschap' in de wereld van een christen. Zo is de praktijk in het leven van de doorsnee-Nederlander, dus óók in dat van de doorsneekerkganger.

Want de hier ten tonele gevoerde 'Henk Jansen' moge dan afscheid hebben genomen van de kerk, zij die nog altijd de band aan kerk en geloof hebben weten vast te houden zijn in hun denken en beleven niet echt veel anders. Wie op een kring of tijdens een bezoek de 'overdenking van het toekomende leven' aan de orde stelt, stuit op een bijna totale vervreemding, is mijn ervaring van de afgelopen jaren in toenemende mate geworden. Maar juist daarom is het nodig deze discussie opnieuw aan te zwengelen, zal iemand zeggen, en daar is veel van waar. Laten we het wel met de nodige nuchterheid doen. Met oog voor de realiteit van de huidige cultuur, zoals ds. Zoutendijk dat ook bedoelt.

In Kontekstueel (oktober 2003) wordt het gesprek voortgezet, voor de liefhebbers aanbevolen (drs. Wim Dekker: Pleidooi voor een oudtestamentische vroomheid, prof. dr. G. C. den Hertog: 'Kaal en grijs? ' Over soberheid, levensvreugde en de 'calvinistische'ziel). Ook staat er een gesprek in te lezen gevoerd door drs. P. L. de Jong en drs. A. J. Zoutendijk met ds. A. A. Spijkerboer over deze thematiek. Daaruit enkele citaten.

Ds. Spijkerboer straalt iets van nuchterheid uit als hij over deze thematiek spreekt. Ook als aan hem gevraagd wordt of de komende PKN dat accent niet hard nodig heeft 'om zoiets als een vreemde club te worden in de samenleving, een tegenbeweging'. Verdient Calvijns sterke relativering van dit aardse leven en zijn gerichtheid op de toekomst van God niet ons support?

'Calvijn heeft een moeilijk leuen gehad. Hij leefde in een andere tijd dan ik. De man heeft veel gezworven. Hij heeft zich letterlijk kapot gewerkt. Hij was vaak ziek hij had in allerlei opzichten vaak heel zwaar, wel getrouwd, maar het huwelijk van Luther lijkt mij ook een stuk leuker dan dat van Caluijn. Maar prachtig, zoals Calvijn zich op het kerkhof van de arme n liet begraven, zijn goederen wegschenkt, maar anoniem. Schitterend! Maar ik leef in een andere tijd. Ik heb een heel mooi leven. Ik heb ook hele aardige ouders gehad. Ik ben bijna nooit ziek geweest. Ik beleef de dingen ook heel anders dan Calvijn. Maar waarom mag dat niet allebei tegelijk? Maar ook onze ervaring leert, datje God het beste leert kennen aan de grenzen van het leven. Daar, waar je iets ontdekt van de vaak ontstellende armoe van jezelf. Veel mensen doen niet anders dan God danken en prijzen. Voor hun mooie leventje waarvan ze maar niet genoeg genieten kunnen. Maar vele anderen hebben weinig om voor te danken. Zij worstelen met God en dat is meestal een zwaar gevecht. Zitten die laatsten niet veel dichter bij Calvijn?

Je komt pas aan de grens wanneer je luistert naat de bijbel en ontdekt datje geneigd bent God en je naaste te haten. Ja, dat wordt je wel aan je verstand gebracht in de gang van je leven. Bij "haten" moetje dan wel denken aan het bijbelse woord natuurlijk. Daar betekent het: achteruitzetten, links laten liggen. Maar het zit er inderdaad dik in, datje God niet God laat zijn, maar Hem de rug toekeert. Ja, dat wordt je dan wel duidelijk. Die worstelaars, waarover je spreekt, die zitten inderdaad dichter bij Calvijn. Maar j daarmee nog niet dichter bij de bijbel. In de ' jaren zeventig was er in mijn gemeente een > man die Auschwitz had overleefd. Toen ik met emeritaat ging, schreef hij me: "Nu mag u onder uw wijnstok en uw vijgenboom zit- : ten: Blijkbaar gunde hij me dat.

Genieten

Wordt er niet veel te veel genoten? Veel i mensen hebben nog nauwelijks iets j gedaan en ze zitten al onder hun vijge- ! boom. En ze hebben er ook een staan in Frankrijk en Zwitserland... Barnabas was een "goed man" en "vol van de heilige Geest", maar juist hij leerde met Paulus, dat we "door veel verdrukkingen het Koninkrijk Gods moeten

binnen gaan". Hebben we het hier niet gewoon veel te goed? Christus volgen betekent toch kruis dragen, zelfverloochening, strijd en vijanden hebben? Bij dat genieten mogen alle mensen zich we 1 eens afvragen op wiens kosten zij dat doen.

Daar zit wel een punt. Ik hou ook niet van dat woord genieten. Het boek Prediker heeft mij echter veel te zeggen. God heeft alles op Zijn tijd gemaakt. Ook de "kwade dag" heeft God gemaakt. Maar op alle sombere vragen die Prediker opwerpt, is de vreugde toch steeds zijn eerste en voorlopige antwoord. Maar moetje voor de vreugde waarover Prediker het heeft, niet eerst zelf door al de vragen van de man heen gegaan zijn? Stappen de mensen vandaag aan de dag, ook in de kerk, niet erg snel in die vreugde zonder ook maar een moment aan de vragen van Prediker te tillen?

Het is zo moeilijk om mensen goed te taxeren. Ik geloof niet in het bestaan van oppervlakkige mensen. Zij zijn ook veel meer met God bezig, dan je erg in hebt. Ze lijden veelal aan het leuen, hoewel ze heel de dag bezig zijn met leuke dingen doen. Het zou ongetwijfeld in hun voordeel werken, als ze eerlijk met zichzelf omgingen. En ook met God. Want wat kun je nu echt? "De mensen, ze kunnen nog geen madeliefje maken, zei eens een gemeentelid.

U citeerde met instemming Predikers opmerking, dat God ook de kwade dag heeft gemaakt. Ligt dat in de lijn van Calvijns overdenking van het toekomende leven? Volgens Calvijn hebben wij allemaal een beestachtige liefde tot deze wereld. En daarom moet God ons op allerlei manier los weken.

En dat doet. Hij door veel "kwade dag", op allerlei manier. Past dat ook bij de wijsheid van Prediker, denkt u? Als het gaat over het graaien van de mensen, - daartegen gaat de bijbel al in vanaf het begin. "Wat hebt gij, dat gij niet ontvangen hebt!" Denk daar eens ouer na. En als ik onder mijn wijnstok en mijn vijgenboom zit, dan geneer ik me daar geen ogenblik voor. Maar als ik om me heen kijk naar onze moderne samenleving, dat lijkt wel één grote samenzwering tegen de dankbaarheid. Laat voor ieder duidelijk zijn, dat niemand recht heeft op geluk. Dat wordt je gegeven.'

Hoe moeilijk het is voor christenen in onze tijd om de juiste houding te vinden, bleek me ook weer uit de mediadiscussie in het Reformatorisch Dagblad van enkele weken geleden. Een meerderheid van jongeren uit de RDachterban dus waarschijnlijk allen bezoekers van reformatorische scholen, doet volop mee met de huidige media. Ze weten in elk geval uitstekend wat er allemaal te vinden is en te genieten valt. Alleen maar uiterlijk verbieden inclusief sancties haalt kennelijk niet veel uit. De benadering zal van binnenuit moeten komen. Stoere woorden en harde uitdrukkingen maken misschien jongeren tijdelijk wat timide of drijven hen in stiekem gedrag, maar bieden geen werkelijke oplossing. Hoe zei Paulus het ook alweer in i Korinthe 7 toen hem lastige vragen werden gesteld over het huwelijk met het oog op de toekomst? 'En die deze wereld gebruiken als niet misbruikende, want de gedaante van deze wereld gaat voorbij'. Of om het de voorlopige vertaling van de NBV te laten zeggen:

'Laat daarom ieder die een vrouw heeft zo leven dat het hem niet in beslag neemt, ieder die verdriet heeft zo dat hij er niet door wordt beheerst, ieder die vreugde voelt zo dat hij er niet in opgaat, ieder die bezit verwerft alsof het niet zijn eigendom is, ieder die in deze wereld leeft alsof ze voor hem niet langer van belang is. Want de wereld die wij kennen gaat ten onder'. Zo klinken de bijbelse criteria om genietend in dit leven te staan en tegelijk te beseffen dat we naar Gods belofte een Koninkrijk verwachten waarin God alles zal zijn en in allen. Dat wordt pas echt genieten.

J. MAASLAND

P.S. Een abonnement (€ 18, - p.jr.) of een los nummer (€ 4, - incl. porto) is aan te vragen bij: J. Bette, Arend Brinkmanrede 21, 2901TD Capelle aan den IJssel, tel. 010-4580599. Het hier geciteerde nummer is: jaargang- - 18 nummer 1. " -

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 november 2003

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Uit de pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 november 2003

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's