De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Schuilen bij de Almachtige

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Schuilen bij de Almachtige

CONTINUÏTEIT EN CONSISTENTIE [3]

11 minuten leestijd

Na het jaar 1992 hield in de kring van de Gereformeerde Bond het verzet tegen de fusie van kerken niet op. Ze vallen niet meer onder 'belijden in gemeenschap met...'. Tijdens bijeenkomsten van ambtsdragers (april 1994) wordt herhaald wat in Putten is gezegd, '...afscheiding hebben we altijd principieel verworpen... Hier ligt onze roeping om te ijveren voor kerkherstel... Op grond van het verbond Gods... De weg van de afscheiding is steeds een doodlopende gebleken'. Geen verzet meer? Jawel. 'Maar we kunnen ook... niet mee naar een nieuwe plurale kerk onder deze kerkorde'.

De voorliggende kerkorde wordt ernstig onder kritiek gesteld. Daar kunnen we niet in mee: 'Het wordt een nieuwe kerk'. Ondanks het feit dat de Konkordie van Leuenberg 'in een te waarderen poging om aan de bezwaren tegemoet te komen, apart gezet (is) van de klassieke belijdenissen'. In heftige en duidelijke woorden wordt de fusie afgewezen. Kerkenraden worden opgeroepen 'nee' te zeggen tegen de fusie van de kerken. De basis voor vereniging moet ondeugdelijk worden geacht:

a. vanwege de kerkorde als zodanig; b. vanwege onduidelijkheid over de historische continuïteit van de Nederlandse Hervormde Kerk; c. vanwege onvoldoende draagvlak in de gemeenten.

Een heldere oproep. Wat dan? Zullen we breken? Zullen we de kerk opgeven en loslaten? Nee.' Onze roeping ligt in kerkherstel en niet in het breken met de (weg van de) kerk. En als fusie doorgaat, dan is het 'juridisch uitgesloten' dat één deel verder gaat onder de naam 'Nederlandse Hervormde Kerk'. Er wordt geen weg gewezen buiten de kerk om.

Open brief

Vol passie, maar tegelijk zakelijk scherp, werd in de Open Brief van januari 1996 (de 'Waarheidsvriend 1996 nr. 3) de fusie van kerken opnieuw afgewezen. Want '...de beoogde Verenigde Protestantse Kerk in Nederland (kunnen wij) niet de rechtmatige voortzetting (...) achten van de Hervormde Kerk, hier geplant in de tijd van Reformatie... Maar vooral de grondslag is de facto (feitelijk) en de iure (rechtens) niet langer meer die van de gereformeerde kerk der Reformatie, waaraan wij ons gebonden weten'. Er klinkt een scherp verwijt aan de synode 'die zelf overigens regelmatig haar belijden weersprak', want nu stelt zij zich 'schuldig aan een breuk met de kerk der vaderen...'. En de brief eindigt met: 'Wij spreken... uit, dat wij op de weg naar een Verenigde Protestantse Kerk in Nederland zoals wordt beoogd, niet mee kunnen gaan. Wij kunnen en willen niet verantwoordelijk zijn voor het prijsgeven van de historische Hervormde Kerk aan een kerk die niet meer geworteld is in de traditie van de Reformatie'. Opnieuw een intense klop op de deur van de kerk. Een appèl dat voortkwam uit kerkelijke liefde. Daarom werden de dingen zakelijk voluit op scherp gezet. Het protest neemt hier ernstige vormen aan, omwille van de kerk, omwille van de gemeente, omwille van de geschiedenis, omwille van het Koninkrijk Gods. Een week later wordt in de Waarheidsvriend geschreven: 'Er is intussen binnen de kerk sprake van een kerk in weduwegestalte. Haar wordt onrecht aangedaan door een onrechtvaardige rechter'. En wat zal ze dan doen? Zal ze een andere woning zoeken? Nee, 'ze zal namelijk treuren op de puinhopen van Sion'. En 'we hebben steeds gezegd geen program te hebben. Het geestelijke blijve de boventoon voeren. Duidelijker kunnen we het niet zeggen... Het ergste zou intussen zijn, wanneer geesten uit de fles komen die niet meer te beteugelen zijn. Dat zou rampzalig zijn voor vele gemeenten'.

Keer op keer werd met twee woorden gesproken. Dat is geen zig-zag-beleid.

Het is het gaan van een smal spoor. Aan de ene kant dreigt een ongewenste fiisie. Aan de andere kant een ongewenste breuk. Enerzijds wordt de beoogde fusie vanuit gereformeerd oogpunt afgewezen. Anderzijds wordt een breuk met de kerk evenzeer afgewezen. Dat is een smal spoor dat van weerskanten wordt aangevochten.

Soms in felle bewoordingen, soms kwetsbaar is deze weg gegaan ook in het voorjaar van 1996. Ook in deze brief, uit het vooq'aar van 1996, werd ondanks scherp protest tegen de eenwording van de kerken, geen weg gewezen buiten de kerk om.

Kerkenradendag

In het najaar van 1996 kwam de kerkenradendag in Amersfoort. De achterliggende reden was om wat in Putten werd uitgesproken, nader uit te leggen. We weten ons geroepen op post te blijven, de kerk niet over te laten aan hen die er krachtens de belijdenis geen recht op hebben. Maar we voeren het geding om de zuiverheid van het belijden binnen de kerk én laten ons er niet buiten zetten.

De grondslag is voor ons ook nu onaanvaardbaar. We blijven ons inzetten voor een gereformeerde kerk, tegen alles wat 'de Hervormde Kerk wederrechtelijk wordt opgelegd'. Het recht van 'de hervormde gezindheid' zoeken we binnen en niet buiten de kerk. Het is het recht van de gereformeerde belijdenis. Uiteindelijk gaat het om Gods recht op heel de kerk (de Waarheidsvriend 1996 nr. 38, 39). Meer dan in de fase daarvoor werd nadruk gelegd op het blijven binnen de kerk. Tegenover steeds meer stemmen die aangaven bij de voortgang van het proces de kerk te zullen loslaten, moet duidelijk worden gemaakt dat in Putten - hoe kwetsbaar ook- geen breuk met de l(erk was bedoeld. Daarom kwam hier, na diepere doordenking van onze roeping in deze nieuwe situatie, de klemtoon te liggen op het blijven op onze post.

De reden daarvoor ligt niet in de kerkorde. Zelfs niet in de aanpassingen die in de loop der jaren zijn aangebracht. De reden ligt in de trouw van God aan Zijn verbond. De reden ligt in de roeping waarmee wij ons geroepen wisten in de Nederlandse Hervormde Kerk te staan, tenzij een kerk een valse kerk wordt. Dan zijn de grenzen bereikt. De reden ligt in het feit dat wij de kerk en het volk in de kerk niet durven en durfden loslaten. De reden ligt in ons gebed voor 'het gruis van Sion'. We bidden om Gods ontferming en mogen het dan niet opgeven. We staan er middenin.

De reden ligt in de doorgaande bediening van het Woord. Daar hebben we verwachting van. Het keert niet leeg terug, het doet was God behaagt. Nee, het recht van de gereformeerde gezindheid heeft tot nu toe niet overwonnen in de Hervormde Kerk. Toch blijven we: strijdend en biddend.

Daarna

Wie de periode die achter ons ligt,

overziet, kan ook om het jaar 1998 niet heen. Het was het jaar van de invulling van de motie-Van Heijst/De Visser.

Terwijl de synode ruimte bood om met oplossingen te komen die de bezwaren zouden wegnemen, kwamen hervormd-gereformeerden er in dat jaar samen niet uit. Het tekent onze gebrokenheid, onze verdeeldheid, onze verscheurdheid. Waarom is de liefde ook onder ons verkild? Vanwaar zulke diepe, bijna onoverbrugbare kloven? Zijn wij daardoor een lichtend licht? Geven wij een goed getuigenis afin het midden van de kerk? Hier komt pijnlijk onze schuld aan het licht, voor God, voor elkaar, voor de kerk. Daarom leggen wij, terugziende op al deze jaren, de schuld van al de spanning niet eenzijdig bij het moderamen en bij de synode.

Wij dragen schuld aan de voortgaande gebrokenheid en verbrokkeling. Wij zijn evenzeer geroepen ons voor de Heere te verootmoedigen. We overzien de jaren van verzet, voor 1998, in 1998, en na die tijd, toen in 2002 het unievoorstel kwam als een uiting van diepe weerstand, uit een vurig verlangen om hervormd-gereformeerde gemeenten niet uit elkaar te laten scheuren, uit een intens besef het historisch karakter van de kerk te bewaren. En nu zijn we met elkaar aangekomen in grote verwarring. Ondertussen is de kloof diep geworden. Ondertussen zijn vele verhoudingen verstoord.

Is er nog een weg uit de impasse? Menselijkerwijs gesproken niet. Ons klaagt het aan dat de kerk in deze fase van de geschiedenis zo gebroken haar weg gaat. Wij bidden dat God haar herstelt, dat Hij haar uit haar ellende uittilt, dat zij in Gods kracht haar bijbelse gestalte en roeping weer verleent.

Hervormd-gereformeerden zijn vanouds diep verbonden met de weg van de kerk. In deze fase ontstaat meer vervreemding en pijn dan ooit. Maar: geen program, geen breuk met de kerk heeft de Bond ooit voorgestaan. Nooit was er sprake van een meldpunt. Over on-kerk of valse kerk is niet gesproken. Voorgedrukte verklaringen waarin een kerkenraad aangeeft dat ze besloten heeft 'om de gemeente niet mee te laten voeren in de Protestantse Kerk in Nederland', zijn door het hoofdbestuur nooit aangereikt. Die weg, die een breuk in de kerk betekent, heeft het hoofdbestuur te allen tijde afgewezen. Dat wijzen we ook nu nadrukkelijk af.

Wie ondertussen terugziet op de weg die het hoofdbestuur is gegaan, ontdekt een hoge mate van continuïteit. Het is een beleid dat in de crisis is geboren. De ene keer slaat de pendelbeweging door naar het afwijzen van de kerkorde en de fusie. De andere keer wordt benadrukt dat we uit de kerk niet weg kunnen. In dit spanningsveld zijn we onze weg gegaan en gaan we ook nu onze weg. Van koersverandering is daarom geen sprake. Ook nu zoeken we biddend en strijdend naar Gods recht op heel Zijn kerk.

Nu...

Nu staan we op de drempel van de 12de december. Dan moet de ultieme besluitvorming plaatsvinden. Het hoofdbestuur doet - in lijn met het in het tot nut toe gevoerde beleid- opnieuw een beroep op de hervormde synodeleden het voorstel tot fusie niet te aanvaarden. Onze motieven daarvoor zijn dezelfde gebleven:

1. De fusie voltrekt zich op basis van de kerkorde waarvan wij zeggen dat deze onaanvaardbaar is. 2. Door de fusie keert de kerk niet terug tot de bronnen, de wortels van het kerk-zijn. Er is geen sprake van ootmoedige en waarachtige terugkeer tot God. Nog steeds worden de meest ernstige dwalingen openlijk verkondigd. De nood van de kerk is de prediking. Een nieuwe concentratie op de dienst van de verzoening zou de kerk tot rijke zegen zijn.

3. Als de fusie nu zijn beslag krijgt, is de schaduwzijde dat trouw meelevende leden de kerk verlaten. En in iedere gemeente waar zich een breuk aandient, dient zich een breuk aan in de kerk. Nergens in de Schrift gaat eenwording samen op met scheiding. Betekent dat niet dat we de kerk in grote verwarring achterlaten? Zou dit geen moment kunnen zijn van nieuwe bezinning op de weg en op de heilige roeping van de kerk? Om terug te keren naar de vragen waar het werkelijk over gaat: het Evangelie als kracht Gods tot zaligheid? De kerk die belijdt en getuigt van de levende en waarachtige God. Daarin hebben wij met heel de kerk een hoge roeping. Het vraagt om een reformatie van hart en leven. Het gaat om de eenheid van de gezonde leer én de beleving ervan. Om haar meest wezenlijke en geestelijke opdracht: Kerk te zijn. Geloofsgemeenschap te zijn in de eenheid van het ware geloof. En zo belijdend en getuigend in deze wereld te staan. We zijn Evangeliebelijders!

Breken

Breken met de kerk, dat konden en durfden onze vaderen niet. Dat kunnen en durven wij evenmin. Wij weten ons geroepen - door hoeveel crises dat ook heengaat in ons eigen hart- om binnen de kerk te blijven en om te getuigen van het recht én van het Evangelie van onze Heere en Zaligmaker. De Verklaring door het moderamen aangereikt onderstreept nadrukkelijk dat we ons gebonden weten aan de Heilige Schrift, dat we ons gebonden weten aan het gereformeerd belijden en dat we alles wat daarmee in strijd is, niet onderschrijven.

We bidden om een reformatie. We bidden om ontferming over 'het gruis van Sion'. Dan zijn we geroepen zelf ook die ontferming in praktijk te brengen, '...hoe droeviger de toestand der kerk is, hoe meer wij haar in liefde moeten blijven aanhangen' (Calvijn). Dat is geen acceptatie van leugen en dwaling, maar dat is ontferming met én bewogenheid over hen die de kracht van het Evangelie niet kennen, over de kerk die in duisternis haar weg gaat. Gaat de kerk evenwel voort binnen de PKN, dan laten we haar niet over aan verval in leer en leven. Wie op mensen ziet, is machteloos. Wie op de Heere ziet, weet van hoop die gloort. Omdat Hij in de gevaarlijke tijd onder Achab 7000 mensen overhield die de knie voor Baal niet gebogen hebben. Omdat wij de grenzen van Gods verbond niet durven en kunnen vaststellen.

Pleitend op Gods verbondsbeloften dragen wij de roeping mee Hem te gehoorzamen en onszelf en anderen gedurig tot die gehoorzaamheid te roepen. Wij blijven kloppen op de deur van de kerk om recht en waarheid. Samen met heel de kerk hebben wij een heroriëntatie nodig die geworteld is in het Evangelie van de verzoening, geworteld in het kruis van Christus, geworteld in de geboden van God. Opdat de Kerk leeft. En in het geloof schuilen we bij Hem Die ook vandaag alle macht heeft in hemel en op aarde.

G. D. KAMPHUIS, AMSTELVEEN

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 november 2003

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Schuilen bij de Almachtige

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 november 2003

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's