Krachtvoer voor hoofd en hart
BALKE OVER CALVIJN EN DE BIJBEL
De hele Calvijn
Het moet prof. Balke veel voldoening geven dat de afsluiting van zijn academische loopbaan samenviel met de verschijning van een kloeke Calvijnstudie van zijn hand. De titel geeft in al zijn kortheid precies het thema weer: Calvijn en de Bijbel. Weliswaar bevat de wetenschappelijke bagage van Balke beduidend meer dan Calvijn - bijvoorbeeld Kohlbrugge en diens kring, de negentiende eeuw, Noordmans, het kerkrecht - maar de reformator van Genève is toch zijn grote liefde. Over Calvijn en zijn tijd weet hij dan ook onwaarschijnlijk veel, en hij houdt zijn kennis niet voor zichzelf. De reikwijdte van die kennis wekt bewondering. Ze beperkt zich niet tot Calvijns Institutie, maar omvat alle genres die de reformator heeft beoefend: bijbelcommentaren, preken, traktaten, systematische bezinning en niet te vergeten zijn uitgebreide correspondentie. Bovendien heeft Balke zich langdurig en diepgaand beijverd Calvijns tijd en omstandigheden te leren kennen. Dat maakt de lectuur van deze Calvijn-studie zo extra informatief en overtuigend. Voortdurend staan de details in het omvattende raamwerk van de 'hele' Calvijn. Daarmee bedoel ik niet alleen diens complete oeuvre, maar ook zijn historische context.
Intentie
Toch gaat het de auteur zelfs, en misschien wel bij uitstek, in dit Calvijnboek niet om Calvijn. Niet de eerste naam uit de titel, maar de tweede naam is het doelwit, namelijk de Bijbel. Juist ook in dit opzicht is hij een echte leerling van Calvijn. Als hij, overigens samen met zijn vrouw, dit boek opdraagt aan hun kleinkinderen, 'in het vertrouwen dat zij de Bijbel zullen ontdekken en waarderen als de parel van grote waarde en daarin hun gang en treden zullen vastmaken', dan verraadt dat een evangelisatorische drang waardoor ook Calvijn werd bezield. Het allesbeheersende oogmerk van Calvijns intensieve levenswerk was immers dat de Schrift zou worden gehoord en gelezen, geloofd en geleefd.
Ik denk dat de reformator er niet onverdeeld gelukkig mee zou zijn dat wij calvinisten ons graag beroepen op de naam van Calvijn. Hemzelf stond althans een andere Naam voor ogen. Alle gezag kende hij louter aan de Bijbel toe. Zijn diepe waardering van de kerkelijke traditie en zijn hoge achting voor met name de kerkvaders vonden hun grens in het beslissende Woord van de Schrift. Want in de Bijbel komt de Naam van God op ons toe.
Al zijn eigen woorden wilde Calvijn dienstbaar maken aan de doorwerking van dat ene Woord. De opzet van zijn Institutie was dan ook 'slechts' om een inleiding en handleiding te bieden voor bijbelstudie, zoals Balke herhaaldelijk onderstreept. Alleen de Schrift is voldoende tot zaligheid. Vandaar dat meer de helft van Calvijns kolossale nalatenschap niet dogmatisch, maar exegetisch en homiletisch van aard is! Tijdens zijn colleges behandelde hij nooit het handboek van zijn Institutie, maar rechtstreeks de boeken van de Bijbel. Balke tekent bij wijze van ontboezeming hierbij aan: 'Dogmatische twisten hebben kerkscheurend gewerkt en deze razernij der theologen (rabies theologica) kan alleen worden voorkomen, wanneer de dogmatische theologie weer terugkeert tot de eenvoud van de Schrift en weer bijbelse theologie wordt'.
Uitleg en verkondiging
Nadat Balke resoluut opruiming heeft gehouden onder een aantal karikaturen die van Calvijn in omloop zijn (Calvijn als onverdraagzame ketterjager; als vijand van de humaniteit; als dictator van Genève), tekent hij hem als een groot geleerde, die zijn humanistische scholing en uitzonderlijke begaafdheid ten koste legde aan de opbouw van de kerk. Nederig, maar vastberaden. Calvijn was er hierbij van overtuigd dat deze opbouw geheel in handen van God ligt. De kerk is schepping van het Woord, geloofde hij met Luther. Daarom staat of valt zij met de rechte uideg en verkondiging van het Evangelie. Daaraan heeft de reformator zich dan ook zonder reserve gewijd.
Natuurlijk betekent dit niet dat zijn leven zich afspeelde in de studeerkamer, of alleen achter de katheder en op de kansel (al was hij daar wel het liefst), maar het betekent wel dat al de onderdelen van zijn overbezette agenda één doelwit hadden. Prof. Balke formuleert het zo: 'Alle gedachten cirkelen bij hem om het middelpunt van de vrije genade, die in Christus wordt geschonken. Zijn theologie was niets anders dan een aanprijzen en verheerlijken van die genade'. Zelf drukte Calvijn zich ooit met deze woorden uit: 'Het voornaamste is dat zij die onze leer (de prediking!) horen, tot de Zoon
van God komen, op welke wijze dan ook'.
Leerrijk is het hoofdstuk waarin Calvijns methode van uitleg wordt beschreven. Drie verstaanssleutels haal ik naar voren. De eerste is een kerkelijk-oecumenische. De Heilige Schrift is aan de kerk gegeven. Dat wil allerminst zeggen dat over de ware uitleg door het gezag van de kerk wordt beslist, maar wel we dat de gemeenschap (consensus) met de grote exegeten die ons zijn voorgegaan en die met ons optrekken, niet lichtvaardig mogen verbreken. 'Want God heeft Zijn dienstknechten nooit zo'n grote genadegave waardig geacht dat Hij aan een enkeling volledig en volmaakt inzicht in alle dingen verleend zou hebben. Ongetwijfeld is dat omdat Hij ons in ootmoed en in beoefening van broederlijke gemeenschap wil vasthouden'. Wie het Woord wil verstaan en vertolken, moet alle zelfingenomenheid afleggen en dient nederig te zijn.
De tweede verstaanssleutel is gelegen in de ervaring (experientia). Dat wil zeggen dat de ervaring van lijden, aanvechting en verdrukking (Calvijn zelf was een vluchteling, die bovendien intens meeleefde met zijn vervolgde geloofsgenoten) de exegeet toerust om de bijbelheiligen heel nabij te komen en de tekst existentieel te beluisteren. De derde sleutel betreft de verhouding van Oude en Nieuwe Testament en hangt samen met wat Balke noemt de 'figurale exegese'. Daarmee is bedoeld dat in Christus werd vervuld wat in het Oude Testament in schaduwen en figuren verhuld werd aangeduid. Van allegorese, waarbij de geschiedenis vervluchtigt tot symbool, wilde Calvijn niet weten, maar aan de typologie, waarbij sprake is van voorafbeeldingen of typen van Christus en Zijn koninkrijk, hechtte hij grote waarde.
Kerk en prediking
Het lijkt raadzaam en heilzaam om in deze tijd van kerkelijke hoogspanning nog eens bij Calvijn in de leer te gaan. Het is de reine verkondiging van het Evangelie die aan de kerk haar vaste bestand en haar eigen heerlijkheid geeft. Balke haalt in dit verband belangwekkende Calvijn-fragmenten aan. Wie het Woord verkondigt, is Gods plaatsvervanger, Zijn tolk en heraut. De herauten zijn geroepen al de woorden van het Leven te spreken.
Daarin biedt Christus zich aan met het offer van Zijn dood, met de Geest der wedergeboorte en met het onderpand van de goddelijke aanneming. Dit gebeuren maakt de kerk ten diepste en werkelijk tot kerk. Ze is de plaats waar. wij God ontmoeten in Jezus Christus. 'In de prediking hebben we een zeker teken dat Hij ons niet verlaten heeft'! 'Hij spreekt hardop, in elke dienst des Woords', wist Calvijn. We mogen het ook vandaag zo ervaren. De stem van Christus wordt er hoorbaar. Het is alsof Hij persoonlijk uit de hemel tot ons neerdaalt en van aangezicht tot aangezicht aan ons verschijnt. Hij strekt Zijn handen wervend en beschermend naar ons uit. Hij reikt ons Zijn scepter toe. 'Ja, wanneer het Evangelie wordt gepredikt, begint tegelijk met de stem van de prediker het heilige bloed van Christus te druppen'.
Het is met het oog op de werfkracht en de spankracht van het Woord dat Calvijn, in nauwe verwantschap met Luther, bij Micha 4: 6 aantekent: 'De kerk wordt in de wereld zo bewaard dat zij dikwijls als uit de dood herrijst. Kortom, de bewaring van de kerk gaat bijna elke dag vergezeld van vele wonderen. Wij moeten echter wel bedenken dat het leven van de kerk niet bestaat zonder opstanding, ja, zonder vele opstandingen, om zo te zeggen'.
Parels
Het is verleidelijk nog veel meer citaten door te geven uit dit rijke boek. Ik doe dat niet. Om uw nieuwsgierigheid echter extra te prikkelen, noem ik nog wat thema's die Balke aansnijdt. In betrekkelijk beknopte en in ieder geval overzichtelijke hoofdstukken, die evenzovele parels zijn die de auteur heeft aangetroffen tijdens zijn ontdekkingstocht door Calvijns preken en commentaren, komt een breed spectrum aan de orde: niet alleen Calvijns visie op de christelijke feestdagen en de zondag, op de landbelofte, op het huwelijk, op de Hooglied-interpretatie, op de waardering van het aardse leven en de eschatologie, maar ook Calvijns uitleg van het offer van Izak, van Jobs voorbede voor zijn kinderen, van Daniëls profetie, van de gelijkenis van het onkruid tussen de tarwe, van de proloog van Johannes en van Johannes 3 (Nicodemus). Wie met Balke halt houdt bij al deze pleisterplaatsen, doet keer op keer verrassingen op.
Dit is gezonde kost. Balke verstaat de kunst om Calvijns Schriftnabijheid zo te vertolken dat aan het sola scriptura en het tota scriptura (de Schrift alleen en geheel) voortdurend recht wordt gedaan. In de overtuiging dat het Calvijn te doen was om de verbreiding van Gods eigen Woord, valt Balke de reformator slecht zelden in de rede. Hij luistert nauwgezet en geeft Calvijn weer op de manier die de reformator zelf zo lief was: in doorzichtige beknoptheid (perspicua breuitas). Of Calvijn zelf dit ideaal altijd bereikt heeft, laat ik nu maar in het midden. Wel wil ik kwijt dat Balke naar mijn besef te optimistisch is als hij voor vast aanneemt dat 'een goede catechisant zonder veel inspanning de Institutie kan lezen'. Zo'n catechisant moet dan wel héél goed zijn. In verband met een bepaald project kruip ik de laatste tijd aandachtig de hele Institutie door. Vaak zonder al te veel moeite om Calvijn te kunnen volgen, maar niet zelden toch ook met veel inspanning... Al was het alleen maar om alle verheldering die Balke bij de lectuur van Calvijn biedt, vind ik zijn boek zo'n aanwinst. Afgezien van een paar futiele drukfeilen en enkele letterlijk herhaalde alinea's, hebben we hier te doen met voornaam uitgevoerd boekwerk, in een robuust en glansrijk kaft. Qua vorm een lust voor het oog, qua inhoud krachtvoer voor hoofd en hart.
A. DE REUVER
N.a.v. W. Balke Calvijn en de Bijbel. Uitg. Kok, Kampen; 448 blz. (met vier registers); € 34, 90.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 november 2003
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 november 2003
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's