Neem, eet, gedenk en geloof...
[Lezen: 1 Koningen 19 : 5-8]
[Lezen: 1 Koningen 19 : 5-8]
Het decor is opnieuw de eenzame en dorre woestijn van Juda. We treffen er de profeet Elia aan. Als we goed kijken en luisteren dan bemerken we dat het niet best met hem gesteld is. Op zoek naar beschutting en rust heeft hij zich neergelegd onder een woestijnstruik. De voorgeschiedenis kennen we. We weten hoe koningin Izebel hem heeft bezworen dat hij geen toekomst in Israël zal hebben. Een dreigende eed die op Elia grote impact heeft.
Opeens is hij het strijden moe; ja, is hij alles zat. En wil hij eigenlijk nog maar één ding... afstand nemen... er niet mee te maken hebben... die innerlijke pijn niet voelen... slapen.
Een levensbedreigende situatie. Want zonder water in zijn nabijheid zou je kunnen zeggen dat hij midden in de dood ligt. Nog even en de onvruchtbare omgeving zal hem opslokken.
Maar niet alleen uiterlijk, ook innerlijk wijkt het leven. Elia is van mening dat ze hem maar beter kunnen laten liggen. Je hoort hem als het ware denken: Met mij is het niets. Het is echt niets waard. Alles wat ik doe breekt mij bij de handen af. Hoe ik ook werk, wat ik ook zeg, het levert uiteindelijk niets op.
'Ik ben niet beter dan mijn vaderen.' Elia's geloof wankelt. Z'n ijver voor God en Zijn geboden glipt als zand tussen de vingers weg.
Ja, Elia ligt ook wat hemzelf betreft inderdaad midden in de dood.
En wat doet de HEERB nu met zulke mensen? Wel, Hij vangt ze op. Zo ook hier! Geen verwijten over zondige onvolkomenheid en gebrekkigheid. Geen discussie over Elia's teleurstellende gedrag. Het zou hem nog meer vermoeien. Alles heeft z'n tijd bij de HEERE.
Zo komt Hij ook niet ter plekke met nieuwe plannen en opdrachten. Nee! Want van opjagen, zoals ze in Egypte gewend zijn, moet de HEERE niets hebben.
Zorgend is de HEERE bij Elia. Hij waakt over hem. Genadig gunt Hij hem rust. En Elia mag slapen, zoals een klein kind dat moe is, mag slapen in de armen van zijn moeder. Gedragen. Moeder waakt.
De HEERE heeft oog voor het lichamelijke. Hij weet hoe we ook daarin klein van kracht zijn.
Daarom reikt Hij levensmiddelen aan. Dat schijnbaar gewone. Van Hem. Gebruik het dan ook. Een rustgevende slaap, gezonde maaltijden.
Maar dan komt de HEERE in de gestalte van de Engel des HEEREN. Met vriendelijke handen raakt Hij Elia heel voorzichtig aan. Maakt hem wakker om zijns levenswil.
Elia, die heel duidelijk eerder geleerd heeft om het leven buiten zichzelf te zoeken, wordt hier niet aan zichzelf overgelaten. De Levende zoekt Elia. Hij is de Eerste, de Voortgaande, tot en met de Laatste toe.
Zo komt de verbondsengel naar Elia met brood en drank in zijn handen. Of moet ik schrijven: in Zijn handen? Flitst niet ineens het beeld van die Ene op? De Zoon van God. Hij Die ook later meewandelt naar de plek waar we huizen. En daar in het handelen met brood Zichzelf openbaart.
Sta op, eet, want de weg zou te veel voor u zijn. Vanuit de hemel bekeken is er dus nog een weg te gaan voor Elia. Al is dat wel een stuk overzicht dat Elia op dat moment mist. Elia ziet nog maar één weg. De uitweg onder de jeneverstruik. Maar de HEERE is het daar niet mee eens. De levensweg van Elia in Israël is nog niet ten einde.
En daarom wil de HEERE niet dat Elia blijft op die plaats waar hij zijn hoofd erbij neerlegt. 'Ik zie een weg voor je', staat er eigenlijk.
In het aanreiken van brood en drank wil de HEERE betuigen dat Hij een weg voor mensen ziet. Ook voor u. Maar die weg kunt u niet bewandelen zonder deze versterking.
Stil neemt Elia dat wonderlijk aangereikte voedsel aan. De gebakken koek, de fles met water.
Maar daarna gaat hij weer liggen, uitgeput als hij is.
Hoewel er grote dingen gebeuren, vlak bij hem, kan hij het niet aan. Hij krijgt z'n hart, z'n ziel, z'n kracht niet mee. Maar dan lezen we dat de HEERE nog een keer naar hem toekomt... in al Zijn genade en bewogenheid. Ten anderen male... spreekt de HEERE een opwekkingswoord en voorziet Hij hem van voeding.
Heel bewust wordt het vermeld: ten anderen male. Is dat geen Evangelie? Geen geweldig nieuws?
Want wordt de HEERE het nu nooit eens moe om met Elia's, met Israël, met ons op te trekken? Zegt Hijzelf zoiets niet in Jesaja 43 : 24 'Gij hebt Mij arbeid gemaakt, met uw zonden; gij hebt Mij vermoeid met uw ongerechtigheden'. Zou dat hier niet gelden?
Maar desondanks zegt de Heere keer op keer: 'Ik, Ik ben de HEERE, en er is geen Heiland behalve Mij'. Ten anderen male... Dit is Mijn lichaam. Dit is Mijn bloed. Voor u...
De Heere wil de somberheid van Elia doorbreken. Hij geeft in ieder geval voor die somberheid geen aanleiding. Want Hij is het Leven.
Ten anderen male. Kent u zulke genademomenten?
Voedsel en drank. Brood en wijn. Versterkende middelen die de HEERE geeft aan Zijn kinderen.
Versterkend omdat ze verwijzen naar Hem Die het kan zeggen:
'Ik weet van uw pijn. Die zwakheid is Mij niet onbekend. Ook Ik heb geleden in alle gebrokenheid.' De Heere Jezus Christus. De meerdere Elia. Hij weet wat het is om uitgestoten te worden, miskend in je goede bedoelingen, teleurgesteld in de mensen om je heen.
Maar Hij deed meer. Net als het slachtoffer van de grote verzoendag, werd Hij de woestijn in gejaagd; de woestijn, dat is de plaats waar de dood heerst, waar je alleen bent. En gewillig ging Hij door die woestijn, tot op de meest onbegaanbare en onleefbare plek. De kale heuvel Golgotha. Als het grote zoenoffer droeg Hij alle schuld weg die belijdend op Hem gelegd was en wordt.
De schuld van een grote schare van Israëlieten die het moeten toegeven dat ze met al hun ongeloof, ongerechtigheid en onvolkomenheid midden in de dood liggen. En het belijdend geloven dat het Leven buiten henzelf ligt in de Ene Heere en Heiland.
Jezus Christus, brood, levensbrood, medicijn. Om aan te sterken, bemoedigd te worden.
Jezus Christus, drank, voor hen die dorsten naar het leven.
Voedsel en drank. Niet oneindig ver, buiten uw bereik. Niet pas te genieten na grote werkzaamheden van uw kant, nadat u van alles hebt gedaan. Nee, de Heere legt het moedelozen, om huns levenswil, bij het hoofdeinde.
Sta op, eet. De HEERE roept met de kracht van Zijn Woord op dit brood ter hand te nemen.
Het eten wordt Elia niet in de mond, gestopt.
Gebruik Mijn blijken van liefde en geduld, trouw en genade. Laat het een wonder voor u zijn.
Elia gehoorzaamt. Maar wat duurt het een tijd voordat Elia verstaat wat die . levensweg en die nieuwe taak in Israël voor hem inhoudt.
W. VAN VREESWIJK, BERGAMBACHT
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 november 2003
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 november 2003
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's