De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Een demonstratie van liefde

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een demonstratie van liefde

OMGAAN MET MINDERHEDEN INZAKE DE VROUW IN HET AMBT

8 minuten leestijd

'De Generale Synode acht het uan zeer groot gewicht, te wijzen op de eenheid uan de Hervormde Kerk. De ontwikkeling in het verleden heeft geleid tot een verdeeldheid en spanning, waarbij de Kerk in vele richtingen is uiteengevallen. Men weet, hoezeer deze richtingen een bepaalde partijvorm gekregen hebben. Deze ontwikkeling is uitermate nadelig geweest voor het leven, werken en belijden der Kerk'. Zo richtte de hervormde synode zich tot het geheel van de kerk, als gevolg van een besluit van 10 mei 1946.

De eenheid van de kerk stond na de oorlogsjaren en op weg naar de nieuwe kerkorde hoog in het synodale vaandel. Richtingen werden modaliteiten. Gezocht werd naar wegen waarbij alle gemeenten het werk van de kerk zouden dragen. Tegenover het moderne heidendom was de kerk in oorlogstijd van haar hoge roeping overtuigd, en na de oorlog stelde de synode de gemeenten voor de eis 'van een waarachtige opbouw in gehoorzaamheid aan de Heilige Schrift en op de bodem van de belijdenisgeschriften, tevens voor de dringende noodzaak, het Woord van God als de enig blijvende grondslag des levens te betuigen en aldus in de herkerstening van ons ontredderd volk werkzaam te zijn'. In de loop der jaren ervoer de kerk dat de weerstanden tegen haar boodschap taai waren en dat de onkerkelijkheid zich breed maakte in het culturele leven. Tegelijk bleven de modaliteiten in de kerk bestaan, wat de Gereformeerde Bond betreft vanwege het feit dat van werkelijke binding aan de belijdenis der kerk geen sprake was. Ondertussen moeten we die roeping naar eenheid ook in onze tijd hoog op de agenda houden. Die eenheid, ons gegeven in Christus, dient daarbij in de kerk vorm te krijgen in een leven en belijden waarin naar Gods Woord gehandeld en gesproken wordt. Waar we onze oor te luister leggen bij wat in deze wereld omgaat, verlaten we het vaste fundament waarop de kerk de eeuwen door heeft gestaan. Een kerk die in belijdende zaken ruimte schept voor verschillende visies en daarmee de waarheidsvraag niet adequaat beantwoordt, is strijdig met haar eigen wezen. Altijd weer gaat het om bekering en terugkeer naar de Schriften, die ons gegeven zijn tot wederlegging en onderwijzing.

Vrouw in het ambt

Een van de essentiële punten waarop inzake het verstaan van Gods Woord in onze kerk na de oorlog de wegen uiteengingen, was de vrouw in het ambt. Nadat in 1948 een commissie onderzoek moest gaan doen naar de wenselijkheid van besluiten van de synode over dit thema, werden enkele rapporten de kerk ingestuurd. In 1954 meende een meerderheid van de classicale vergaderingen dat een totale uitsluiting van de vrouw in het ambt niet meer gehandhaafd kon worden. Toen de beslissing om de vrouw in het ambt toe te laten eenmaal genomen was, kwamen ambtsdragers uit de kring van de Gereformeerde Bond in 1958 bijeen: het besluit van de synode werd afgekeurd, omdat het in strijd was met de Heilige Schrift en het de Nederlandse

Hervormde Kerk aan een chaos van meningen overgeeft. Scherpe discussies en felle reacties leidden er mede toe dat aan de bezwaren uit de kring van de Gereformeerde Bond tegemoet werd gekomen. In overgangsbepalingen werd vastgelegd dat vrouwen voor de periode van tien jaar niet naar de meerdere vergaderingen konden worden afgevaardigd. In een herderlijk schrijven werd aandacht voor bezwaarden gevraagd. Waarom we hiervoor aandacht vragen? Wel, tijdens een bijeenkomst die het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond met vertegenwoordigers van besturen van evangelisaties in middelgrote steden had - en waarvan we de lezingen de afgelopen weken in ons blad publiceerden-, bleek dat op verschillende plaatsen het kerkelijk gesprek geblokkeerd werd vanwege de visie van hervormd-gereformeerden op de vrouw in het ambt. Waar minderheidsgroeperingen aan de centrale kerkenraad verzoeken om een kerkelijke status, waar evangelisaties geen genoegen nemen met hun positie maar blijven staan naar gemeentelijk leven inclusief de ambten en de sacramenten, komt het meer dan eens voor dat van hen gevraagd wordt de vrouw in het ambt te aanvaarden. Het gaat daarbij niet eens om de erkenning van de vrouw in de verschillende andere kerkenraden, maar om het feit dat de overtuiging dat Gods Woord geen ruimte laat voor de vrouw in het ambt, opgegeven moet worden, voordat er een inhoudelijk gesprek begonnen kan worden.

Heldere reactie

Hier wreekt zich in de kerk wat in de samenleving ook opgeld doet. De kwaliteit van een democratie is af te lezen uit de wijze waarop ze met minderheidsgroepen omgaat. Wat dat be-treft kan het typerend heten hoe liberale en andere politici dit voorjaar reageerden zodra een orthodox-christelijke partij als de SGP in beeld komt met betrekking tot de vorming van een nieuw kabinet. Dan blijkt verdraagzaamheid veelal een leeg begrip en. leidt de constructieve wijze waarop deze politieke partij en de ChristenUnie zich opgesteld hebben, niet tot eeü evenwichtige oordeelsvorming.

De kerk is geen democratie, maar m^g steeds weer buigen onder het juk van Christus, dat zacht is. Maar het is juist dan aangrijpend dat waar groeperingen in gehoorzaamheid aan Hem de Schrift inzake de man-vrouwverhouding niet anders lezen dan in de kerk der eeuwen gemeengoed was, zij niet meer als gesprekspartner in beeld zijn. Daarom heeft het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond zich tot het moderamen van onze synode gewend, om uitsluitsel te ontvangen over het kader waarbinnen gesprekken over kerkelijke integratie van minderheidsgroepen dienen plaats te hebben. Nu wij namens het moderamen antwoord ontvangen hebben, willen we hieraan bekendheid geven, om zo gemeenten en groeperingen ter plaatse te dienen. Die heldere reactie kan ook voor de toekomst van onze kerk betekenis hebben, juist waar ter plaatse beduchtheid bestaat over insnoering van bijbelsgereformeerd gemeentelijk leven.

1958 en 1966

Het moderamen schrijft allereerst grote waarde te hechten aan gesprekken tussen kerkenraden en hervormd-gereformeerde evangelisaties, in het bijzonder wanneer deze mogelijk kerkelijke integratie beogen. Daarnaast wordt herinnerd aan haar eigen herderlijke brief, waarin kerkenraden na de besluiten van

1958 gevraagd werd met grote wijsheid van de nieuwe mogelijkheden gebruik te maken. 'Wij zouden het bijvoorbeeld een juiste wijze van omgaan met elkander achten, als een predikant die bezwaren heeft tegen een vrouwelijke ouderling, niet door een vrouw naar de kansel werd geleid'. (Hier raken we een thematiek die ook momenteel, soms in vacante gemeenten, opspeelt en waarbij het nodig is aan deze uitspraak van de synode te herinneren!)

Van belang voor de actuele situatie in velerlei opzicht is de verwijzing die het moderamen maakt naar de brief die het college van visitatoren-generaal in 1966 aan de kerkenraden schreef. Hierin werd opgeroepen om het kerkelijk leven niet door de tegenstelling met betrekking tot de visie op de vrouw in het ambt te laten frustreren, maar samen op weg te blijven. Kerkenraden werden aangemoedigd blijk te geven 'van de liefde, waarin men elkaar wil vasthouden ook daar waar men elkaar meent te moeten weerspreken'.

Het huidige hervormde moderamen schrijft nu de oproepen van 1958 en 1966 nog steeds van belang te vinden. 'De door u gesignaleerde attitude bij sommige kerkenraden is een geheel andere dan waartoe in 1958 en 1966 werd opgeroepen. Daarom zou het moderamen de kerkenraden welke dit betreft: de oproepen uit 1958 en 1966 nog eens onder de aandacht willen (laten) brengen; bijvoorbeeld met inschakeling van de visitatie.' Het moderamen sprak met visitator-generaal ds. J. Stelwagen af dat 'in voorkomende gevallen waar de gesprekken dreigen te blokkeren op de door u beschreven manier de hulp van visitatoren kan worden ingeroepen'.

Verdraagzaamheid

In de oproep die de visitatoren-generaal in 1966 aan de kerkenraden lieten uitgaan, wordt met name aandacht gevraagd hoe we samen binnen de kerkelijke verhoudingen hebben te leven, nu de beslissing inzake de vrouw in het ambt genomen is. Geconstateerd wordt dat voor- en tegenstanders elkaar niet hebben kunnen overtuigen. 'Wij vermanen niemand deze tegenspraak op te geven, wanneer hij deze doet horen vanuit de gehoorzaamheid aan de Heilige Schrift'. Een belangrijke opmerking voor ons kerk-zijn nu! Vervolgens vragen de visitatoren de voorstanders het genomen besluit niet 'wettisch' te gaan hanteren, terwijl tegenstanders, van wie de bijbelse argumenten bekend zijn en gerespecteerd worden, hun visie niet hoeven te onderstrepen door van kerkelijke vergadering weg te blijven.

En waar in een consistoriekamer en ambtelijke dienst slechts één ouderling en diaken aanwezig zijn omdat vrouwelijke ambtsdragers de visie van de predikant die voorgaat of van een minderheidsgroepering respecteren, is deze afwezigheid van andere kerkenraadsleden 'geen demonstratie tegen de predikant die voorgaat, maar van de liefde waarin men elkander wil vasthouden, ook daar waar men elkaar meent te moeten weerspreken'. In onze tijd wordt de waarheidsvraag gerelativeerd en is verdraagzaamheid aan de orde van de dag. Met dankbaarheid geven we door dat de ambtelijke leiding van onze kerk in dit opzicht blijft bij wat in de afgelopen decennia is afgesproken. Zolang voor- en tegenstanders van de vrouw in het ambt in het verstaan van Gods Woord niet zijn toegegroeid naar een eenduidige visie, bepleitte de synode dat in liefde wederzijds rekening met elkaar gehouden wordt. Respect voor de mening van een ander komt voort uit het feit dat jij kunt volharden in je eigen overtuiging, zeker waar deze gerelateerd is aan het getuigenis van de Schrift. Zo blijft in onze kerk de oproep klinken en de praktijk gewettigd om de voorschriften voor het gemeentelijk leven van de apostel Paulus niet tijdgebonden te verklaren. In de hoop dat heel de kerk naar het spreken van de Schrift luistert en de vrouw in de gemeente de plaats ontvangt die haar toekomt. Daarbij mag van tegenstanders van de vrouw in het ambt verwacht worden dat zij rekenschap geven van hun overtuiging op een wijze die niet afstoot, maar gedragen wordt door liefde tot de geboden van God, door de vreze des Heeren. Het gaat uiteindelijk niet om ruimte voor een gereformeerde visie, maar om gehoorzaamheid van allen. Het gaat om de erkenning van de eigen plaats die man en vrouw naar de scheppingsorde hebben, om de erkenning van de wijsheid van God, die de man riep tot leren en verkondigen in het ambt en daarnaast mannen en vrouwen met vele gaven versierde, tot opbouw van Zijn gemeente.

P. J. VERGUNST

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 december 2003

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Een demonstratie van liefde

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 december 2003

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's