Bewaar en vermeerder Uw kerk
GZB PRESENTEERT NIEUW BELEIDSPLAN
Wie ervan overtuigd is dat de verkondiging van het Evangelie van het Koninkrijk alle mensen hét teken uan de (eind)tijd is, zal met gespitste aandacht kennisnemen uan het beleidsplan van een zendingsorganisatie. Immers, aan de wederkomst van de Z des Mensen gaat het bereiken van alle volken vooraf. Pas dan zal het einde er zijn het getuigenis over Christus wereldwijd geklonken heeft. Want eenmaal zal heel d aarde uol zijn uan de kennis des Heeren.
In dat perspectief zet de Gereformeerde Zendingsbond (GZB) het beleidsplan voor de jaren 2004-2008, dat dezer dagen verstuurd werd naar kerkenraden en zendingscommissies. Daarbij blijft aan de ene kant de opdracht uit Mattheüs 28 de continue lijn, namelijk het onderwijzen van al de volken, hen te dopen en hun te leren wat God geboden heeft. Aan de andere kant vraagt elke tijd in de wereld- en de kerkgeschiedenis ook om eigen accenten, op grond waarvan in het nu gepresenteerde beleidsdocument speciale aandacht gegeven wordt aan de visie ten aanzien van Israël, aan de ontmoeting met andere godsdiensten en aan de dienst der genezing. De bekend geworden uitspraak Zending in zes continenten dient immers niet de indruk na te laten als zou het concrete werk van de zending in elk werelddeel gelijk zijn.
Theologische doordenking
De doordenking van de blijvende zendingsopdracht en de daarmee gepaard gaande vragen mag in onze kerk hoog op de agenda blijven. Prof. dr. J. A. B. Jongeneel, vorige maand aan de Utrechtse universiteit teruggetreden als hoogleraar missiologie, heeft in dit opzicht jarenlang veel werk verzet. Waar voor zijn post als docent al een opvolger benoemd is, is het te hopen dat de leerstoel die hij vanwege de Raad voor de Zending tegelijkertijd bezette, ook gecontinueerd kan worden. Zending is immers wezenlijk verbonden met het kerk-zijn, zal daarom bij de vorming van aanstaande predikanten geen marginale plaats mogen innemen.
Het is essentieel dat onze kerk dat ook zelf onderstreepte, toen op 21 november ter synode gesproken werd over het profiel van de Protestantse Kerk in Nederland. De verkondiging 'aan alle mensen en aan alle volken' is daarbij als een uitdaging verwoord, waarbij tegelijk gezegd werd dat er binnen onze kerken een zekere verlegenheid met de missionaire opdracht bestaat. 'Hebben we het verleden, gekenmerkt door een grote betrokkenheid op het zendingswerk, niet te ver achter ons gelaten? ' Op grond van deze overwegingen heeft de kerk als eerste prioriteit verwoord 'het getuigen van de naam van haar Heer dichtbij en ver weg'.
Unieke Christus
De dingen hangen hier wel samen. Wie voorbijgaat aan de uniciteit van Christus, ziet ook niet de noodzaak om van Zijn naam en werk te getuigen. Wie de kracht van Gods genade ervaart, zal ook rekenen met de listen van satan. Wie de vreugde vanwege de toekomstige heerlijkheid niet verwacht, zal niet verschrikt zijn vanwege het oordeel over de ongelovigen. Waar van de schrik des Heeren geweten wordt, is er alle reden om de mensen te bewegen tot geloof. Voor de GZB is het behoud van mensen een heel centraal gegeven, en daarom loopt het unieke van Jezus Christus als een rode draad door de beleidsvisie. Zijn Naam is de enige waardoor mensen behouden aan moeten en kunnen worden - en dit vertrekpunt is ook bepalend in de ont- oon moeting met Israël en met andere reli-, gies. als De radicaliteit die uit de nu ver- e woorde visie spreekt, is niet alleen eerlijk en heilzaam, maar ook nodig, waar het kruis van Christus niet alleen plaats van verzoening is, maar ook ontmaskerend werkt ten opzichte van machten die zich tegen God keren. 'Als wij zeggen dat Jezus de Weg is, moeten we ook durven zeggen dat iets anders niet de weg is.' Hier ligt juist de basis voor gesprek, want een duidelijke overtuiging maakt de dialoog mogelijk.
Deze overtuiging maakt het ook van belang dat de GZB in zijn mission statement aangeeft zendingsorgaan in de Nederlandse Hervormde Kerk te willen zijn en ten dienste van de kerk en de gemeenten te willen arbeiden. In de spannende tijden die de kerk doormaakt, wil de GZB de kerk blijven dienen in het vervullen van de zendingsopdracht, schrijft ds. H. F. Klok - en in deze verwijzing naar de Samen op Weg-problematiek tilt de voorzitter van de GZB ons tegelijk even uit boven dat thema dat ons momenteel allen zo bezighoudt.
Ondertussen is de samenhang tussen de weg van onze kerk en de zendingsopdracht terdege aanwezig. Want hoe kun je zending bedrijven vanuit een kerk waarin zoveel plaatsheeft wat niet strookt met het Woord van de Heiland? Dat betekent spanning voor de arbeiders in het veld, om uit te leggen dat de kerk zelf terugkeer tot het getuigenis van de Schrift en tot de belijdenis van de kerk nodig heeft. Tegelijk kan de kracht van de verkondiging schade lijden als onze kerk in deze tijd zou breken! Juist Jezus was vol ontferming over de schare, vol ijver om haar de geboden van Zijn Vader te leren. Zending kan daarom niet zonder de band met het uolk.
Vader, Zoon, Geest
Het is ook vanwege deze vragen ! troostvol dat de GZB zijn arbeid verankert in het werk van de drie-enige God. De Vader is in Zijn eigen 'wereldhuis' een onbekende geworden, maar Hij houdt recht op de aanbidding vaïi elk mens; de Zoon is met Zijn kruis en opstanding een verzoening voor de zonden en zo de inhoud van de zending; de Geest voert het werk der zending uit door het geloof te schenken en de gemeente te vergaderen. Daarom mogen we ook in deze spannende tijd zicht houden op het werk van God, dat niet te keren is.
Een meelevende lezer stuurde ons met het oog op de komende synodevergadering bijgaand gedicht van Zwingli, de in 1484 geboren Zwitserse kerkhervormer. In een vertaling van Jan Wit is het als nummer 306 te vinden in het Liedboek voor de kerken.
REDACTIE DE WAARHEIDSVRIEND
Heet*, stuur ze. If- het schip der kerk. Sterk is wind en tegenstroom en dat vindt de vijand schoon, die spot met U en Uw gebod.
C\oêi, houd zelf Uw Alaam in eer. Weer met macht de wolf die snood in de nacht lAw schapen doodt. Vergaar Uw kudde bij elkaar.
•Help dat hoogmoed ons niet scheidt. .Leid öns naar elkander heen, maak ons waar en maak ons éénsi dan stijgt een lied dat nooit meer zwijgt.
In de zending is de gereformeerde belijdenis van groot belang voor het samen lezen van de Schriften met anderen, alsook bij het ontwikkelen van eigen belijdenissen door jonge kerken. Van daaruit mag de rijkdom, de breedte en de diepte van het getuigenis aangaande Christus vertolkt worden.
Wie zich betrokken weet bij de ontwikkelingen in de wereld, bij de voortdurende aanslagen, bij de moeilijker wordende positie van Israël, zal met de zending meeleven, zo concreet mogelijk. Naarmate het Woord immers op meer plaatsen verkondigd is, des te dichter nadert het moment dat de gedaante van deze wereld voorbij zal gaan. Waar van Jezus' woorden er niet één ter aarde zal vallen, ligt hier voor alle volken het houvast, de redding. Zijn Beloften zijn betrouwbaar. Daarom mogen de predikanten zondags meer doen dan voor de arbeid van de zending bidden en de gemeente stimuleren tot werk in Gods Koninkrijk. De voortgang van de zending mag benoemd worden en in samenhang met de ontwikkelingen in de wereld belicht worden. Dan immers is er perspectief voor allen die Zijn naam dragen.
Het is voor de gemeente in onze tijd meer dan ooit mogelijk om de ervaringen van andere christenen te delen en eryan te leren. In onze hoofdstad komen zo'n 170 culturen samen. Zo krijgt het begrip wederkerigheid - voort komend uit Handelingen iis 'Indien dan God hun gelijke gave gegeven heeft, als ook ons die in de Heere Jezus Christus geloofd hebben' - kansen en inhoud. De GZB zou de plaatselijke gemeenten kunnen voorgaan in het zoeken naar contacten met christenen in Nederland, die zich met name in de migrantenkerken bevinden. Terecht dat het beleidsplan daarbij het spreken en handelen van God centraal stelt, in welke cultuur dan ook.
Teruggekeerd
Wie christen is, leert zijn eigen cultuur relativeren. In dezelfde week dat de GZB zijn beleidsplan publiek maakte, was er een bijeenkomst van het Instituut voor Transculturele en Missionaire Psychologie, waar verwoord werd dat zendingswerkers bij terugkeer naar Nederland een soort rouwproces doormaken: de harde mentaliteit, het taalgebruik van jongeren, de prestatiemaatschappij waarin druk-zijn een kenmerk lijkt van erbij te horen enzovoorts. Waar we de wederkerigheid gestalte moeten geven, kan een gemeente leren van de zendeling die de gemeente dient met zijn ervaringen overzee. Dat vraagt begrip voor elkaar, als we wat de inrichting van het dagelijks leven betreft wellicht wat uit elkaar gegroeid zijn.
Beter is samen te luisteren naar hoe de gemeente van Antiochië dit doet, als Barnabas en Paulus terugkeren naar deze plaats, 'vanwaar zij aan de genade van God bevolen waren geweest tot het werk dat zij volbracht hadden' (Hand. 14: 26). Toen ze terugkeerden, vergaderden zij de gemeente en vertelden ze hun welke grote dingen God onder de heidenen gedaan had. 'En zij verkeerden aldaar geen kleine tijd met de discipelen.'
Gezien de datum waarop dit artikel verschijnt, sluiten we af met de woorden van Zondag 48 van de Heidelbergse Catechismus, waar gesproken wordt over de bewaring én de vermeerdering van de kerk: 'Regeer ons alzo door Uw Woord en Geest, dat wij ons hoe langer hoe meer aan U onderwerpen; bewaar en vermeerder Uw kerk; verstoor de werken van de duivel en alle geweld dat zich tegen U verheft, ook alle boze plannen die tegen - Uw heilig Woord bedacht worden; totdat de volkomenheid van Uw rijk kome, waarin Gij alles zult zijn in allen'.
P. J. VERGUNST
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 december 2003
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 december 2003
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's