Eén van ons
'Enjakob^etüon Jozef, de man uan Maria, uit wie geboren is Jezus, genaamd Christus [Mattheüs 1 : 16]
Wat een vreemd begin heeft dat eerste boek van het Nieuwe Testament. Een hele lijst met namen wordt ons allereerst voorgehouden. Je zou zo zeggen: bepaald niet pakkend. Moet dit je uitnodigen om verder te lezen? Misschien hebt u de neiging ook wel om maar heel snel door te gaan naar het tweede hoofdstuk. Of naar een ander evangelie.
Want wat moetje met zo'n familiestamboom? Wat heb ik eraan als het gaat om het leren kennen van de Heere Jezus Christus?
Ongetwijfeld zullen er mensen zijn die deze moeite niet hebben. Mensen die het heel boeiend vinden om een geslachtsgeschiedenis uit te zoeken. Die met grote interesse snuffelen in burgerlijke bestanden, doop- en trouwboeken. En vol enthousiasme kunnen vertellen hoe ze door een ontdekking weer een eeuw verder zijn in de tijd. Ze vinden het prachtig dat ze in de verte verbonden zijn met een of andere roemruchte persoonlijkheid... of dat hun familie zelfs een familiewapen heeft.
Nu kan het ook wel eens boeien als je weet wat voor een levensverhaal er achter die namen zit; waar ze geleefd hebben, wat voor soort werk ze hebben gedaan; of ze voorspoed of tegenspoed hebben gehad. Maar hier wordt bij de meeste namen toch niets extra's vermeld. Daar moetje echt naar op zoek. En zelfs dan... Wat een vreemd begin.
Toch zet de evangelist Mattheüs in met het geslachtsregister van Jezus Christus. Niet omdat het hem ontbreekt aan schrijverskunst. Ook niet zomaar. Uit een stukje nostalgie of iets dergelijks. Nee, door de Heilige Geest gedreven wil Mattheüs het een en ander uitleggen. Voor hem is deze inzet voluit verkondiging van zijn Heere en Heiland Jezus Christus.
Wil je de Heere Jezus begrijpen..., begrijpen Wie Hij is en wat Hij doet... dan kun je niet om deze voorgeschiedenis heen.
Wat we onder andere mogen leren, is dat de Zoon van de levende God te maken heeft met deze mensengeschiedenis. Dat Hij daar mee te maken wil (!) hebben. Dit zijn de mensen waar Hij Zich mee verbonden weet. Hun geschiedenis trekt Hij Zich heel persoonlijk aan. Met deze familie laat Hij Zich in. Wij hebben als het om onze familie gaat geen keus. Je moet het doen met de familie waar je uit voortkomt. Met de Heere Jezus is dat anders. Heel bewust wilde Hij geboren worden uit dit geslacht.
Tegelijk weet u, als het goed is, eveneens waar u aan toe bent. Eenieder die namelijk door het geloof met Jezus Christus in aanraking komt en door de Gods genade de Heere als Broeder mag leren kennen, leert indringend Zijn familie kennen. Die familie waar Hij voor wil instaan. En zal het toegeven dat hij of zij er familietrekken van heeft.
Wat is dat dan voor een familie? Wat mij opvalt, is dat Mattheüs geen compleet familiealbum aanlegt. Als hij drie keer veertien personen op een rij zet, dan weten we dat hij een keuze heeft gemaakt uit dat geslachtsregis- .' ter. En dat is meermalen een bijzondere keuze.
Want hoe doen wij dat? Als wij een fotoalbum maken, laten we de lelijkste foto's achterwege. We doen ons vaak zo mooi voor. Alsof we alles onder controle hebben. Het gebrokene en het verkeerde staat in onze familiealbums voor je het weet onder censuur. Maar hier in Mattheüs 1, als we van de Heere mogen weten wie de mensen zijn die Hij om Zich heen haalt, dan kijkje je ogen uit. Dan kun je alleen maar verwonderd zijn, dat Hij Zich met zulke mensen Eén wil weten. Want moet je eens zien wie er bijvoorbeeld tevoorschijn komen.
David, de uitverkoren koning, schrijft een zwarte bladzijde.
Koning Joram, die al zijn broers liet ombrengen toen hij aan de regering kwam. Manasse, die Jeruzalem met zijn gruwelen vervuld heeft. Ja, er worden nog veel meer voorvaders genoemd die sterk afweken van de dienst van God. En dan de vrouwen die eruit gelicht worden. Geen Sara of een Rachel. Maar Thamar, de schoondochter van Juda. Rachab, de Kanaanitische. Ruth, de Moabitische. Moetje daarmee voor de dag komen? Want wat hebben zij en al die anderen ervan gemaakt? Wat in ieder geval gezegd wordt, is dat ze al de eeuwen door telkens weer geprobeerd hebben om een nieuw begin te maken. Misschien in de hoop dat het vervolgens beter zou gaan.
Heel frappant is de omschrijving hoe ze kinderen krijgen. Tientallen keren staat er dat woordje 'gewon'. En hij gewon die en die... Gewinnen. Daar zit het woordje winnen in. Datje 'winst' maakt. Maar als je deze hele lijst van namen overziet en ziet waar je uitkomt met al dat getel van mensen, dan kun je alleen maar zeggen: tel uitje winst!
Met de geschiedenis van zulke mensen wil Hij te maken hebben.
Ziet u uzelf er een beetje tussen staan? Met ook niet zo'n verheven levensgeschiedenis? Want laten we ons maar niet inbeelden dat wij te goed zijn voor zulk soort levenspraktijken. Hebben wij nog nooit het verbond van God verlaten? Het altaar van God gelaten voor wat het is? Zijn Woord monddood gemaakt?
Is dat wel eens tot u doorgedrongen? Dat u er echt tussen past? Tussen al die namen.
Wat een familie. Een teleurstellende familie. Als het aan die mensen uit die namenlijst gelegen had, of aan ons, dan was het nooit wat geworden. En dan zou het niets worden. Onze redding komt niet van onze kant. Wij zijn uitgeteld.
Temeer is het een wonder dat de HEERE er geen einde aan maakt. Zelfs door en na een ballingschap wil Hij weten van genade. Heeft Hij Zijn trouw aan Isrel nooit gekrenkt. De HEERE roept door dit gedeelte heen ons toe: Kom voor de dag zoals je bent. Erken het. Spreek het uit. 'Ik wil, kan er iets mee... ja alles mee.' Zoals de HEERE omziet naar deze familie... zo ziet Hij ook om haar u. En dat wil Hij tonen in die Ene. Aan het eind van dit register genoemd: Jezus Christus. Niet door ons 'gewonnen'. Nee, uit ons wordt geen Reine gewonnen.
Een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven. Onze Koning is van Isrels God gegeven. Hij weet raad met uitgetelde mensen.
Wat een bijzonder begin van het evangelie. Een lijst met namen. Waarin de HEERE maar één ding wil, dat is: ons richten op die Ene. In Wie Hij ook het laatste Woord spreekt.
Herkent u deze familie? Kent u de laatste van God gegeven Naam? Van Jezus. Voor Hem hoefik me in ieder geval niet te schamen.
W. VAN VREESWIJK, BERGAMBACHT
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 december 2003
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 december 2003
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's