De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

6 minuten leestijd

Uhier het begin: it het boek De sprong uan Jan uan Schaffelaar (uitgave Verloren, Hilversum, zie Aankondigingen) volgt

'Op 16juli 1482 reed een groepje uan negentien gewapende ruiters uan het kasteel Rozendaal bij Arnhem naar Barneueld. De mannen bezetten er de kerk en uerschansten zich in de dertiende-eeuwse kerktoren. Daar werden ze ueruolgens belegerd door een groepje mannen uit Amersfoort en Nijkerk. De belegeraars hadden geschut bij zich waarmee ze de toren konden bestoken. Zij slaagden erin bressen in de toren te schieten en uier of uijf uan de uerdedigers te doden. De mannen op de toren zagen dat zij niet zouden kunnen standhouden en maakten kenbaar dat zij wilden onderhandelen ouer uoorwaarden uoor een ouergaue. De mannen uit Amersfoort stelden als eerste uoorwaarde dat de belegerden een zekere Jan uan Schaffelaar uit een uan de klankgaten bouen in de toren naar beneden zouden gooien. Ondanks hun benarde positie weigerden zijn metgezellen aan deze eis te uoldoen, waarna er uoor hen niets anders op leek te zitten dan zich gezamenlijk dood te uechten. Maar toen nam Jan uan Schaffelaar zelf het woord. Lieve gesellen, sprak hij, ic moet umfner sterven, ic en wil u in geenen last brengen, dat wil zeggen: "Beste metgezellen, ik moet toch ooit eens steruen, ik wil jullie niet in de problemen brengen". Dat het hem menens was, liet hij zien door bouen op de tinnen uan de toren te gaan staan en met de handen in de zij naar beneden te springen. Hij ouerleefde zijn sprong, maar raakte wel zwaar gewond. Terwijl hij weerloos aan de uoet van de toren op de grond lag, werd hij doodgeslagen door de Amersfoorters.'

De Sprong uan Jan uan Schaffelaar, geschilderd door G. Sturm (1855-1923). Dit schilderij hing in het uerieden als een quasi-muurschildering in de uoorhal uan het Rijksmuseum (Rijksmuseum Amsterdam).

U Den Hertog, Houten, zie Aankon- een fragment uit het hoofdstuk digingen) it het boek Kerkelijk leuen in beeld - 'De Alblasserwaard II' (uitgave over de gemeente Sliedrecht:

'Na de komst uan dr. Lieftinck werd door ds. Van Oosterzee de "Vereeniging tot bestrijding uan het ongeloof" opgericht. Er werd een euangelisatiegebouw in de Kerkbuurt gebouwd. Als zijn urijzinnige collega in de kerk preekte, ging

ds. Van Oosterzee uoor in het euangelisatiegebouw. De inwijding uond plaats op donderdagavond 27 riouember 1890, waar ds. Van Oosterzee een preek hield naar aanleiding uan Psalm 100.

Ds. Van Oosterzee werd ook redacteur uan "De Zon dagsbode", een kerkblad uoor Papendrecht en omstreken. Het eerste nummer uerscheen op 4 mei 1889. Het kerkblad vermeldde de preekbeurten uan omliggende orthodoxe heruormde gemeenten, maar ook die uan de plaatselijke Christelijke Gereformeerde Gemeente.

De strijd tussen orthodoxen en modernen liep hoog op. Eens uoegde ds. Van Oosterzee de organist enige onuriendelijke u/oorden toe. De organist nam dat niet. Na aangifte werd er een procesuerbaal opgemaakt en kreeg de dominee een boete uan 25 gulden.

De predikant nam afscheid uan Sliedrecht op 21 juni 1891 wegens uertrek naar Oost- Indië. In zijn afscheidspreek zag hij ook terug op de kerkstrijd - de

Sliedrechtse zaak - en zei daarouer: "Reeds op den eersten dag uan mijn optreden alhier begon dan ook het uuur te smeulen, dat later in laaien gloed uitbarstte. Het lust ons niet de oorzaken en den loop uan dien strijd breeduoerig te bespreken; de geschiedenis ligt nog uersch in aller geheugen. Genoeg; men heeft zoowel hier als elders dien strijd betreurd; maar ons inziens ten onrechte. Wel is te bejammeren, dat 't zo vaak werd uergeten, dat deze strijd niet ouer personen, maar ouer heilige beginselen werd gevoerd; te bejammeren, dat, ten geuolge uan dien strijd, twist en uerdeeldheid is ontstaan in huisgezinnen, tusschen betrekkingen en urienden. Nochtans, de strijd zelf is geweest tot een zegen, tot een krachtig middel in Gods hand, om zondaren wakker te schudden uit hun ualsche rust. Ja, in en door dien strijd, die zooveel gerucht gemaakt heeft in heel de kerkelijke wereld, is er in deze gemeente een heerlijk leuen gewekt. Niet enkel kerkelijk, maar ook ueler geestelijk leuen heeft zich krachtig ontwikkeld! Er is bij menigeen ontwaakt een ernstig uragen naar den Heer en naarZijnen urede. En - hoe zou ik er in eene ure als deze uan kunnen zwijgen, hoe daarginds verrezen is een heerlijk gedenkteekèn uan Gods trouw, een huis Gods, ons Euangelisatiegebouw, waarvoor ik nauwelijks gepaster opschrift zou weten, dan het Eben-Haëzer uan Samuël: Tot hiertoe heeft ons de Heer geholpen!'"

W ijlen ds. A. van der Kooij, laatstelijk predikant in Noorden, was een geharnast tegenstander van de hervormde kerkorde van 1951. Recent is een boek met één en ander uit het gedachtegoed van deze predikant gepresenteerd, getiteld Onder de zesde fiool, waarin ook zijn visie op het boek Openbaring aan het licht komt. Bij de presentatie ging zijn zoon, de heer H. van der Kooij te Kesteren, ook in op de kerkorde kwestie:

'Op 7 december 1950 is de kerkorde met 76 stemmen uoor en 14 stemmen tegen in de uerdubbelde synode aanvaard.

Vader schreef toen: "De slag is geuallen. En wij zijn uerslagen. En wij handhauen: dit is uan groot gewicht. Nederland werd geboren uit de levende belijdenis der Kerk, en zinkt nu weg. Het land wankelt. Het wankelt ten verderve. Met deze wankelende wereld".

Hij citeert ds. Koele die in De Zaaier uan december 1950 schreef: "Het belangrijkste punt is: de Kerk is haar belijdenis nu kwijt; deze is afgeschaft".

Maar, zo kan de uraag gesteld worden, was het dan in 1951 niet de hoogste tijd om de Vaderlandse Kerk, die zich toen afgescheiden heeft van haar belijdenis, te verlaten?

Een meditatie uan ds. E. uan Meer uit het Gereformeerd Weekblad, ouergenomen door uader in het kerkblad uan de classis Bommel in januari 1951, geeft een helder antwoord op deze uraag.

"Ingezonken, geesteloos was de gesteldheid der Kerk toenmaals. Maar Jehouah had Zich nog niet uan Sions tempel afgewend, en daarom deed de profetes Anna het ook niet. Past dit eens toe op de Nederlandse Hervormde Kerk uan onze dagen. Er is reden, om zich ouer ueel te bedroeuen en te ergeren, doch kennelijk... is de Heere uan Zijn planting in ons land nog niet geweken; er is nog honger naar de Waarheid, er worden nog kinderen uit de Geest ge boren, er zijn nog leraars en gemeenteleden, die begeren te leuen uit Gods eeuwige beginselen, en die het erfdeel der uaderen nog niet uerkwanselen. De Heere is kennelijk nog niet geweken uit het midden uan die Kerk. Nu, maar weest dan huiuerig om los te laten, wat God niet losgelaten heeft.'"

V.D.G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 december 2003

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 december 2003

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's