Dubbele loyaliteit SoW-kerken uit en over
'HET ISRAÊLISCH-PALESTIJNS-ARABISCH CONFLICT'
Met de betrokkenheid van de SoWkerken en daarmee van de Nederlandse Hervormde Kerk zit het niet goed meer. Veel van de Israël-activiteiten, die zich jarenlang hebben voltrokken in de vroegere Raad voor de Verhouding van Kerk en Israël, zijn wegbezuinigd. De post in Jeruzalem, ooit bezet door dr. G. H. Cohen Stuart, bestaat al enige jaren niet meer. Als zodanig vult drs. C. J. Rodenburg, die recent vanwege het Centrum uoor Israëlstudies (CIS), gevestigd aan de Christelijke Hogeschool Ede, naar Jeruzalem is uitgezonden, een leemte op. Verder is sinds enige tijd het Appèl Kerk en Israël actief. Dat ook dit bezinningsverband in een behoefte voorziet bleek onlangs tijdens een drukbezochte bezinningsdag in de Rode Hoed in Amsterdam rondom recent verschenen boeken van dr. G. H. Cohen Stuart en prof. dr. A. van de Beek.
In september verscheen ook een nota van de SoW-kerken, onder de titel Het Israêlisch-Palestijns-Arabisch conflict ('bijdrage tot meningsvorming in de Samen op Weg-kerken'). In Woord en Dienst voltrekt zich rondom deze nota een hartstochtelijke discussie, die begon met een waarderend artikel van ds. H. Veldhuis te Culemborg, waarop een kritische reactie volgde van ds. M. Treuren te Pijnacker. Daarop volgden weer diverse ingezonden stukken.
Direct na verschijning reageerde ik voor de EO-microfoom eveneens kritisch op deze nota. In die lijn geeft ik ook hier mijn kritische reactie. Met een omhaal van woorden ter inleiding, wordt aan het slot van de nota namelijk de dubbele loyaliteit (solidariteit) jegens Israël en de Palestijnen, die jarenlang werd gehuldigd, prijsgegeven. Met naar mijn oordeel vergaande consequenties.
Versluierend
De nota werkt versluierend. Dat heeft te maken met het feit dat wel degelijk, vanuit de 'onopgeefbare verbondenheid met het volk Israël', die in art. I, 7 van de kerkorde voor de SoW-kerken wordt beleden, het recht van joden 'op een veilig nationaal tehuis' in het land Israël wordt gestipuleerd. Waarom dan echter direct achter Israël 'Palestina' wordt genoemd is op z'n minst dubieus, als men bedenkt dat het de Palestijnen zijn die tot vandaag over
Israël als Palestina blijven spreken. Men spreekt inderdaad kritisch over de zelfmoordaanslagen van de Palestijnen maar men laat er in één adem op volgen de 'steeds grootschaliger vergeldingsacties van Israëlische zijde'.
Men spreekt over het ontbreken van 'gezaghebbend leiderschap' aan Palestijnse zijde, om er vervolgens toe te besluiten dat daardoor de zelfmoordaanslagen aan Palestijnse zijde niet kunnen worden verhinderd. Zou hier ook gesproken worden van leiders die die aanslagen niet willen verhinderen? * * *
De nota benadrukt steeds weer de nood van de Palestijnen die zuchten onder 'militaire en administratieve •vermacht' van Israël. Zou het ook kunnen zijn dat joodse burgers zuchten onder een mentaliteitsovermacht, waarbij een mensenleven meer of minder niet telt en waarin leiders - Yasser \rafat voorop - op de achtergrond hun ngen rol spelen?
\ls wordt gesproken over het vluchtelingenprobleem aan Palestijnse zijde, wordt inderdaad opgemerkt dat dat probleem er is sinds de Arabische staren in 1947 de stichting van de staat [sraël weigerden te aanvaarden. Maar rerder wordt dit niet uitgewerkt, ook liet als (terecht) wordt geconstateerd lat joden die noodgedwongen uit de Arabische landen vluchtten, in Israël •en gastvrij onthaal vonden. Waarom vordt hier niet bij gesteld dat de mufti an Jeruzalem Palestijnen tot vluchten lanzette om zo een onoplosbaar poliiek probleem te creëren? Zou het niet : unnen zijn dat men om politieke relenen dit probleem in stand wil houlen? Waarom worden verder de Arabiche staten die debet zijn aan het luchtelingenprobleem, ook niet berokken in de oplossing ervan?
in - last but not least - waarom komt e nota niet op voor Jeruzalem als 'on- ; edeelde hoofdstad' van Israël? Alsof e godsdiensten recht hebben op de tad. Dat Jeruzalem in 1948 een vereelde stad werd heeft een eigen polieke geschiedenis, die ook teruggaat p 1948. Een tweedeling roept blijvene conflicten op.
ortom: inderdaad spreekt de nota an het gevaar van eenzijdige keuzes 1 het conflict. Maar eerlijke analyse an het stuk maakt toch duidelijk dat de nota zelf eenzijdig toewerkt naar support in de nood van de Palestijnen.
De weg gewezen?
Wanneer in de nota enkele lijnen worden getrokken met betrekking tot de 'relaties met het volk Israël en met de Palestijnen vanuit de Samen op Wegkerken' wordt, als eerder gezegd, ingezet met wat de kerkorde zegt over 'de onopgeefbare verbondenheid' met het volk Israël. We dienen ons echter wel te realiseren dat hier welbewust een reductie is doorgevoerd: het volk Israël, in plaats van Israël, volk, land en staat, zoals de hervormde synodale nota uit 1970 onder die titel aangaf. Sprekend over de landbelofte (o.a. Gen. 17 : 8), waar de nota van 1970 van uitging, wordt nu gezegd dat het recht van joden op een eigen volksbestaan 'volgens sommigen' is gebaseerd op bijbelse landbeloften. Maar: met de benadrukking van de onopgeefbare verbondenheid met Israël zou de kerk zich te weinig hebben ingezet voor het lot en de rechten van de Palestijnen.
Hier nu is het dat mij de klomp breekt. Een klein beetje historisch besef zou hier welkom zijn. Gedurende veertien jaar heb ik deel uitgemaakt van het hervormde Werelddiakonaat. Bij de start ervan stonden de neuzen eenzijdig in de richting van de Palestijnen: eenzijdige loyaliteit. Delegaties gingen daar eenzijdig op bezoek. Er was een tweedeling binnen de Hervormde Kerk: Werelddiakonaat enerzijds en de Raad voor de Verhouding van Kerk en Israël anderzijds. In die jaren werd de uitdrukking dubbele solidariteit of dubbele loyaliteit bedacht (het zou interessant zijn nog eens na te trekken waar die uitdrukking vandaan kwam) en ook gepraktiseerd. Diaconaat helpt immers waar geen helper is. In die jaren werd vanuit die dubbele solidariteit bijvoorbeeld vanuit het hervormde Werelddiakonaat ook steun gegeven aan het psychiatrisch ziekenhuis Kfar Shaul in Jeruzalem (in totaal een half miljoen gulden), terwijl het gereformeerde diaconaat weigerde.
In de praktijk bleek het vaak wel spitsroeden lopen te zijn. Delegaties die naar het Midden-Oosten trokken en relaties die werden gelegd - zeker vanuit de Raad van Kerken - betroffen eenzijdig de Palestijnse gebieden. De onopgeefbare verbondenheid met Israël stond van tijd tot tijd ook ferm ter discussie, niet het minst ook vanuit het gereformeerde diaconaat.
Terug bij af
•We lijken nu weer. terug te zijn bij af. Nog zeer recent werd in VolZin (26 sept.) door de gereformeerde emeritus predikant H. Koetsier een pleidooi gevoerd voor de afschaffing van de Israëlzondag. Zijn artikel had als titel 'De vernederden en ontrechten vinden we vandaag aan Palestijnse kant'. Israël verdiende op dezelfde manier bij de kerken in het blikveld te zijn als andere volkeren. Die 'onopgeefbare verbondenheid' met Israël moest maar eens afgelopen zijn. Daarop kwam overigens een niet mis te verstane reactie van de remonstrantse theoloog Jarek Kubacki (20 okt.), onder de titel 'Voorkom antisemitisme uit solidariteit met de Palestijnen'.
En dan nu de nota. Hoewel deze op naam staat van het triomoderamen van de SoW-kerken, is het evident dat deze uit de (Wereld)diakonale hoek komt. Het venijn zit in de staart. Nog eens wordt benadrukt dat de kerk een unieke verbondenheid met Israël heeft, gebaseerd op 'de erkenning van Gods blijvende verkiezing van Israël als Zijn volk'. Voor de Palestijnen, zo luidt dan de argumentatie, geldt die unieke verbondenheid niet. En dan komt de conclusie: 'diaconale betrokkenheid is van een andere orde dan de verbondenheid met Israël'. Dus moet de uitdrukking dubbele loyaliteit (solidariteit) worden geschrapt. Waarom? Om voluit te rechtvaardigen het 'opkomen voor de rechten van het Palestijnse volk naast het opkomen voor en verdedigen van de rechten van het volk Israël.'
Zo wordt naar mijn oordeel (opnieuw) afstand geschapen tussen wat met de mond (in de kerkorde) ten aanzien van Israël wordt beleden en wat metterdaad vanuit de kerk gebeurt. De weg naar eenzijdige solidariteit met de Palestijnen in het diaconaat is opnieuw geplaveid. Terwijl dubbele solidariteit nu juist uitgerekend een diaconaal uitgangspunt is. De tijd zal het leren. In de nota zijn de contouren van die weg al aangegeven. De opgeheven vinger wijst vooral naar één kant. Reden waarom ds. Treuren in Woord en Dienst de prangende vraag stelde of er nog wel sprake is van 'wroeging en schaamte' omtrent wat de joden in ons land tijdens de Tweede Wereldoorlog is gedaan, waarbij hij tevens vraagt of de kerk dan vandaag het recht heeft de vinger naar Israël uit te steken en daarbij opnieuw in de fout te gaan. Genoemde remonstrantse theoloog Kubacki zegt: 'Het kan niet de bedoeling zijn, dat we ons belerend gaan opstellen, alsof we niet meer weten wat voor vreselijke bijdrage het christendom heeft geleverd aan het ontstaan van de huidige situatie'.
Geen misverstand
Een pleidooi voor dubbele solidariteit in het diaconaat moet intussen naar twee kanten niet bij woorden blijven. Het kan niet worden ontkend dat er ook sprake kan zijn van een zodanig eenzijdige liefde voor en betrokkenheid op Israël dat de nood van het Palestijnse volk niet wordt onderkend. In de loop der jaren heb ik er geen onduidelijkheid over laten bestaan dat die nood ook om leniging roept. En ook dat de situatie van het Palestijnse volk schreeuwt om een politieke oplossing. Aan dat volk zal ook recht worden gedaan. Laakbare daden van Israël, daar waar onrecht wordt gedaan aan het Palestijnse volk, dienen ook te worden benoemd. Toen ik enkele jaren geleden daarbij ook de vestiging van een Palestijnse staat betrok, kwam aan het licht hoezeer er ook sprake is van eenzijdige keuzen voor Israël. De weg naar een Palestijnse staat dient overigens uiteraard wel geflankeerd te worden door piketpalen die recht en veiligheid van Israël garanderen.
Het loslaten nu van de dubbele solidariteit zou wel eens het tegendeel kunnen bewerken van wat wordt beoogd. Het zal bij joden de terechte vraag oproepen hoe dan solidariteit met het joodse volk in het land van de vaderen, met een staatkundige ordening als garantie voor recht, vrede en veiligheid, nog wel metterdaad gestalte zal krijgen.
Naar mijn oordeel verdient de nota van de SoW-kerken dan ook krachtdadige tegenspraak.
V.D.G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 december 2003
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 december 2003
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's