Om troostend te redden
HEILIGE GOD DAALT NAAR ONS AF
In de aankondiging van de geboorte zegt de Engel tot Maria: 'Daarom ook, dat Heilige, dat uit U geboren zal worden, zal Gods Zoon genaamd worden' (Lukas 1:35). Daarmee wordt het Kind in de kribbe dus aangeduid als 'dat Heilige'. Het Kind is het Heilige Kind. Ongetwijfeld slaat dit op het zondeloze van Jezus. Het is de Heilige Geest Zelf die de moederschoot van Maria zo heeft geheiligd dat de erfzonde geen enkele invloed had op haar Kind. Jezus is na Adam de eerste zondeloze mens. Daarom is Hij de eerste nieuwe mens, dus de tweede Adam.
Hij is Heilig. Dat wil zeggen dat Hij mens is zonder zonde. Met daarbij de ingebouwde belofte dat Hij zozeer tot zegen zal zijn voor zondige mensen, dat zij eveneens heilig zullen worden.
Ook God
Tegelijk klinkt er meer mee in 'dat Heilige' dat uit Maria geboren zal worden. Er klinkt ook in mee dat dat Kind de Heilige God Zeifis, dat als de tweede Persoon van het Goddelijk Wezen, naar de aarde is gekomen. Iets wat nog weer onderstreept wordt wanneer de Engel zegt dat 'dat Heilige' Gods Zoon genaamd zal worden. Dat is onmetelijk diep. In een Kind, weliswaar zondeloos, doch verder van geen enkele baby onderscheiden, daalt de Heiige God Zelf naar ons af.
Vlenselijk gesproken is het feit dat de leilige God naar ons afdaalt, om van loor de grond te gaan. Want de Heilije God kan onheilige zondaren enkel 'erteren in de gloed van zijn heilige oorn. Goddank gaat het hier echter liet om iets dat menselijk gesproken : ou gelden. Het gaat hier om iets dat Goddelijk gesproken van kracht is. iod spreekt hier door zijn Engel. '78
Daarmee doorbreekt God al onze menselijke logica. Er is dan ook geen enkele reden om alle grond onder onze voeten te verliezen vanwege het feit dat de heilige God naar ons afdaalt. Er is alle reden om juist hechte grond onder onze voeten te krijgen. Dat blijkt ook al hieruit namelijk, dat de heilige God tot ons komt in een kind, het Kind.
God komt als de Heilige niet ongenaakbaar naar ons toe, maar Hij komt naar ons toe in de teerheid van een kind. En dat zit vol met uitnodiging, waarin God ons wil lokken om te komen.
Om tot Hem te komen en niet van schrik weg te vluchten voor 'dat Heilige'. In zijn heiligheid heeft God het goede met ons voor.
Eigenschap
De heiligheid van God... Deze heiligheid is een zogenaamde eigenschap van God. Zoals er meer eigenschappen van God zijn. We noemen bij voorbeeld de alziendheid, de onveranderlijkheid, de eeuwigheid van God. Het zijn eigenschappen die iets over God zeggen. Wie Hij is. Dan bedoelen we niet dat er een stukje in God is dat alwetend is en een ander deel dat onveranderlijk is, zodat al die eigenchappen van God samen opgeteld de ene God vormen.
Nee, we bedoelen het anders. We bedoelen het zo dat elke eigenschap het Wezen Gods Zelf is. Met de heiligheid van God duiden we de heilige God Zelf aan.
In 'dat Heilige' dat uit Maria geboren is, komt de Heilige God dus hoogstpersoonlijk Zelf naar ons toe. Niet om ons te laten vrezen en beven, maar om ons troostend te redden.
Zijt heilig
Immers, wanneer God elders in de bijbel tot ons zegt: 'Zijt heilig want Ik ben heilig', dan vertelt Kerst ons dat God Zelf ervoor zorgt dat aan die eis naar ons toe voldaan kan worden. Hijzelf gaat er in 'dat Heilige', dat Kind, aan voldoen. Daarin toont God de grootheid van zijn heilige Naam. Het is ook niet voor niets dat Maria straks zingt: 'En heilig is zijn Naam'.
God gaat in het Kind zijn heilige Naam grootmaken. Alleen, het kost Hem wel het liefste dat Hij heeft, zijn eigen Zoon. Bovendien kost het Hem het diepe lijden van zijn Zoon. Niet enkel in de nederige geboorte waarin er geen plaats voor Hem was. Niet enkel in zijn lijdensweg op aarde, waarin Hij geen hol had voor zijn voet en geen steen voor zijn hoofd om uit te rusten. Maar vooral ook in zijn lijden en sterven aan het kruis.
Immers, wanneer God de heiligheid die Hij van ons eist, Zelf aan ons geeft via 'dat Heilige' dat uit Maria geboren wordt, dan gaat dat niet 'zo maar'. Het is niet zo dat God kan zeggen: 'Mijn heiligheid is een mededeelbare eigenschap van Mij, dus die geef Ik nu even weg aan zondaren om hen heilig te maken.' Zo kan het niet en zo mag het niet, want dan zou God onze zonde en schuld niet echt serieus nemen en dus zijn eigen heiligheid besmeuren. Immers, het recht van God eist dat Hij enkel toornen kan op onze zonde en schuld. Gelet op dat recht kan Hij ons Zijn heiligheid niet meedelen. Integendeel, gelet op dat recht zou Hij ons in zijn heiligheid moeten verteren.
Geen directe lijn
Er kan dus geen directe lijn lopen van de heiligheid van God naar onze heiligmaking toe. En ook via 'dat Heilige' dat uit Maria geboren is, loopt er geen rechte lijn naar onze heiligmaking. De boodschap van Kerst is niet dat het nu allemaal automatisch voor ons in orde is. Er moet nog heel wat gebeuren,
voordat het met ons in orde gaat komen. Golgotha moet nog komen, met al die aangrijpende kruiswoorden, waarin Jezus door God verlaten is, opdat wij nooit meer door Hem verlaten zouden worden. 'Dat Heilige' dat geboren gaat worden, moet eerst als 'Onheilige' aan het kruishout sterven. Als Misdadiger tussen de misdadigers. En na Golgotha moet Pasen nog komen en Hemelvaart en Pinksteren. En evenzeer moeten komen, de prediking van het evangelie en de werking van de Heilige Geest, waardoor wij persoonlijk gaan delen in het verlossende werk van Christus.
Het is inderdaad een hele weg om aan de eis van God 'Zijt heilig want Ik ben heilig' te kunnen voldoen. Een weg die wij niet begaan kunnen, maar die God in Christus voor ons gegaan is. Daar-
om wil de Heere ook in ons eigen hart en leven een weg banen door Woord en Geest om ons tot heiligheid te brengen. Want de heiligmaking is een geschenk. Een geschenk overigens dat ons enkel toevalt in de weg van rechtvaardigmaking. Enkel wanneer wij door het geloof in Christus gereinigd worden van al onze zonde, ziet God ons in Christus aan als hadden we nooit zonde gehad of gedaan. Enkel zo en dan zullen we delen in de heiligmaking.
Hem dienen in heiligheid
Dat heeft de oude Zacharias ook bedoeld, toen hij zong 'dat wij verlost zijnde uit de hand van onze vijanden, Hem dienen zouden zonder vrees, in heiligheid....' Wat er van 'dat dienen in heiligheid' hier en nu terechtkomt, is een ander verhaal. Het streven is er, als het goed is, voor honderd procent. Doch de realisering laat veel te wensen over.
En toch zal er iets van blijken. In ieder geval gaan we op de geloofsweg leren om 'minder zonde te doen, terwijl we groter zondaar worden (in eigen ogen)'. Al is het resultaat van de heiliging hier en nu mager, in de toekomst wordt het anders. Daar worden we echt heilig. Het herscheppende werk van de Geest komt af.
Daar zijn we heilig, want God is heilig. Alhoewel, met een grondig 'kwaliteits'-verschil. Immers, de heiligheid van God is gelijk aan de Heilige God. Zelf. In die zin zullen wij nooit heilig worden. Dat kan niet en dat mag niet. Onze heiligheid zal uitsluitend van 'schepselmatige'-aard zijn. Ook op de nieuwe hemel en de nieuwe aarde blijft gelden: 'Ik ben God en gij zijt mensen'. Heiligheid wordt dan weliswaar ook een eigenschap van ons, doch anders dan dat God heilig is. Hij is de Heilige God, wij worden heilig mens.
Perspectief
Ondertussen weergaloos rijk dat dit het perspectief mag zijn van allen die hun bevuilde leven wit hebben laten wassen in het rode bloed van Christus. Het mag ons aansporen tot heilige haast, als we dit perspectief nog missen. We leven nog voort in onze bevuilde zonde-vodden. Je moet er niet aan denken. Want dat zal ons duur komen te staan. Immers, dat God heilig is, betekent ook dat Hij buiten het reinigende bloed van Christus enkel in heilige toorn kan reageren. Iets dat ons meer dan ooit mag activeren om te gaan naar Jezus heen. Te meer omdat het zo heerlijk is om gereinigd door het bloed van Christus door het leven te gaan. Bovendien brengt het ons tot rijkdom van eeuwige heiligheid.
Dat is een rijkdom die ons in vervoering brengt. We zullen God er eeuwig voor bejubelen in het dienen van Hem dag en nacht in Zijn tempel. Immers, het is niet te doorgronden dat 'dat Heilige' dat uit Maria is geboren, zozeer als gekruiste Onheilige al onze onheiligheid met magnetenkracht naar Zich toe heeft getrokken en weggedragen, dat wij volkomen rein en heilig zouden worden. Daar is enkel in diepe verwondering en vol bewondering over te zingen. 'Geprezen zij de Heilige God, die heilig is en was en bleef en zijn zal en daarom uit vrije goedheid ons de heiligheid terug heeft gegeven'.
R. H. KIESKAMP, LIENDEN
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 december 2003
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 december 2003
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's