Rechtvaardig in redding van zondaren
GOD DOET WIJ HIJ GEZEGD HEEFT
Wat betekent dat nu dat God rechtvaardig is? Toen ik dat ooit eens vroeg aan catechisanten, gaf een van hen als antwoord: dat God de zonde straft. En toen was het even stil. Echter, voordat ik op dit antwoord in kon gaan, zei dezelfde catechisant: zoals Hij heeft gezegd. En juist door dat laatste erbij te zeggen, had deze catechisant in de roos geschoten. Immers dat de Heere de zonde straft, hééft Hij gezegd.
Dan denken we aan Zijn Woord, gesproken in het paradijs tot Adam: 'En de HEERE God gebood de mens, zeggende: Van alle boom van deze hof zult gij vrijelijk eten; maar van de boom der kennis des goeds en des kwaads, daarvan zult gij niet eten; want ten dage, als gij daarvan eet, zult gij de dood sterven.' (Gen. 2 : 16 en i7> -
God heeft gedaan, wat Hij heeft gezegd-Want het vonnis des doods heeft geklonken: 'In het zweet uws aanschijns zult gij brood eten, totdat gij tot de aarde wederkeert, dewijl gij daaruit genomen zijt; want gij zijt stof, en gij zult tot stof wederkeren.' (Gen. 3 : 19). Omdat God Dezelfde is, ook in Zijn rechtvaardigheid, geldt dat nu nog en zal het gelden tot op de laatste dag: 'De ziel, die zondigt, die zal sterven.' (Ezech. 18 : 4b en 20a).
Gods rechtvaardigheid wil dus zeggen: je kunt op God aan. Het is niet zo, dat God soms zegt: nu heb Ik wel gezegd, dat Ik de zonde zal straffen, maar, Ik zal het deze keer niet doen. Ik zal deze keer de zonde wel door de vingers zien. Dan zou God onrechtvaardig zijn. Dan zou God - en ik huiver om het neer te schrijven - zijn als Een mens: Hij zou niet te vertrouwen zijn. Dan zou God een God zijn van willekeur en dat is immers de grofste anrechtvaardigheid.
Geenszins onschuldig
Mee, God is een rechtvaardig God. Dat zei Hij Zelf tegen Mozes. Want als de Heere neerkwam in een wolk en Zich jij Mozes stelde, dan lezen we: 'Als nu de HEERE voor zijn aangezicht voorbijging, zo riep Hij: HEERE, HEERE, God, barmhartig en genadig, lankmoedig en groot van weldadigheid en waarheid. Die de weldadigheid bewaart aan vele duizenden, Die de ongerechtigheid, en overtreding, en zonde vergeeft; Die de schuldige geenszins onschuld houdt, bezoekende de ongerechtigheid der vaderen aan de kinderen, en aan de kindskinderen, in het derde en vierde lid.' (Exod. 34 : 6, 7).
Ja maar, zegt u, hoe kan het nu, dat er toch in datzelfde woord van de Heere tot Mozes staat dat Hij een God is, Die de ongerechtigheid, en overtreding, en zonde vergeeft? Dat zijn toch woorden vol van Goddelijke barmhartigheid. Hoe kan het dat Hij een doodschuldige zondaar het leven, ja het eeuwige leven geeft? Hoe kan het dat Hij een mensenkind, die naar Zijn rechtvaardigheid niets anders te wachten heeft dan een eeuwige ondergang, toch doet delen in de zaligheid, doordat Hij die zonden, waardoor hij moest omkomen, vergeeft?
Dus is God dan tóch niet rechtvaardig? Gaat dan Zijn barmhartigheid ten koste van Zijn rechtvaardigheid? Nee, nooit heft de ene eigenschap van God een andere eigenschap geheel of ten dele op. God is, zoals Hij is! Het is dan ook zo volkomen bijbels dat de Heidelberger Catechismus het deel dat gaat over de verlossing van de mens inzet met: God wil dat aan Zijn gerechtigheid genoeg geschiede (Antw. 12). Ook in de redding van zondaren blijft God rechtvaardig. Daar doet Hij niets van af.
Zoals Maria
En dat nu wordt zichtbaar, als we zien in de kribbe van Bethlehem. Immers, daar ligt Jezus. Door Hem zal God zalig maken van de zonde. Verlossen van de schuld der zonde. Van de vloek der zonde. Van de straf der zonde. Juist zo zal dat kunnen, zonder dat God iets van Zijn rechtvaardigheid afdoet. Positief gezegd: zo zal dat juist kunnen in de weg van Gods rechtvaardigheid.
Want wat lezen we in dat bekende woord uit het Lukasevangelie? 'En zij baarde haar eerstgeboren Zoon.' (Luk. 2 : 7a). Ja, de Heere Jezus is haar Zoon. Dat wil zeggen: Hij is waarachtig mens. Ook rechtvaardig. Dus zonder zonde. Maar toch ook volkomen: waarachtig mens. Zoals Maria. Zoals u en ik.
Ja maar, wat betekent dat dan? Wel, het is niet voor niets dat wanneer Johannes in zijn Evangelie en geleid door de Geest over dit heilsfeit van de geboorte van Christus uit Maria spreekt, hij zegt: 'En het Woord is ig vlees geworden.' Dat is Christus door Zijn geboorte uit Maria: vlees. En wat is vlees? Dat is naar Gods Woord: de menselijke natuur, zoals die, vanwege de zonde, gebukt gaat onder de gevolgen der zonde. Dat is de menselijke natuur, die onderworpen is aan lijden, aan ziekte en aan de dood. Vlees, dat is de mens, die sterven kan en zal en moet.
Offerdienst
Zó kwam nu de Zaligmaker op aarde: als mens die sterven kan. Waarom? Waarom moest nu de Zaligmaker zo komen? Wel, weer geeft de Heidelberger Catechismus op deze vraag zo'n helder en bijbels gefundeerd antwoord: Omdat de rechtvaardigheid Gods vorderde, dat de menselijke natuur, die gezondigd had, voor de zonde betaalde (Antw. 16). God is rechtvaardig. Dat wil zeggen: dat God de zonde straft, zoals Hij heeft gezegd.
Maar God wil ook zondaren redden, verlossen.
En in die Christus, die ons vlees en bloed aannam, gaat God dat rechtvaardig doen. Reeds in Zijn wetten met betrekking tot de offerdienst in het Oude Testament sprak Hij daarvan en in de uitvoering daarvan in de tabernakel en in de tempel was dat zichtbaar geworden. In die offerdienst ging het om de verzoening van God. Het herstel van de, vanwege de zonde gebroken, gemeenschap met God.
Maar dat betekende wél dat een offerdier moest sterven, waarop de zonde van de offeraar, die de gemeenschap met God begeerde, was gelegd. Het stierf plaatsvervangend. In het sterven van dat dier, waarvan het bloed werd gesprenkeld op het altaar, werd zo duidelijk zichtbaar: God is rechtvaardig. God straft de zonde, zoals Hij heeft gezegd. Omdat zo aan Gods gerechtigheid genoeg geschiedde (Antw. 12), werd de zondaar vrijgesproken. Mocht de zondaar weer leven in de gemeenschap met God.
Vaste grond
En nu, daarom kwam de Zaligmaker in ons vlees.
Opdat, wat door die offerdienst van de Oude pedeling in schaduwen werd afgebeeld, in Hem werkelijkheid zou worden. Dat Hij, tot zonde gemaakt door de Vader (2 Kor. 5 : 21), en ons vlees en bloed aangenomen hebbend, zou sterven. En zo de Vader in Hem zou betonen dat Hij rechtvaardig is en daarom aan Hem de zonde straft, zoals Hij heeft gezegd.
Hij sterft in plaats van zondaren. Opdat God zo, omdat Christus volledig droeg, wat God in Zijn rechtvaardigheid eiste, namelijk de dood van de zondaar, Zijn barmhartigheid zou kunnen bewijzen in het schenken aan een zondaar van de vergeving der zonden. Waar dan die vergeving der zonde niet geschonken wordt ten koste van Gods rechtvaardigheid, maar naar Gods rechtvaardigheid, die gebleken
is in het offer en bloed van Christus, daarom heeft die vergeving ook zo'n vaste grond. Is ze zo zeker!
Zo blijkt reeds in het heilsfeit van de geboorte van Christus - en dat tot verwondering van een zondaar die vastliep met al zijn pogingen om aan Gods gerechtigheid genoeg te doen - dat God rechtvaardig is, en nu juist daarom de zonde vergeeft en een zondaar doet delen in het eeuwig leven.
Avondmaal
AI bij de kribbe van Bethlehem en ziende dat Christus daar lag in ons vlees, zeggen we het Johannes na: indien wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig, dat Hij ons de zonden vergeve en ons reinige van alle ongerechtigheid (i Joh. x : 9). En buigend, als een arme zondaar bij deze Zaligmaker in ons vlees, Die zo ook de stervende Man van Smarten kan zijn aan het kruis, zeggen we met Paulus van Hem: Welke God voorgesteld heeft tot een verzoening door het geloof in Zijn bloed, tot een betoning van Zijn rechtvaardigheid, door de vergeving der zonden, die tevoren geschied zijn onder de verdraagzaamheid Gods.
Het heeft me wel eens verwonderd als ik las, dat in de gemeente van dr. H. F. Kohlbrügge in Elberfeld de bediening van het Heilig Avondmaal onder andere plaatsvond op de eerste kerstdag. U kunt het zich wellicht ook niet voorstellen dat dit zou geschieden in uw gemeente.
Maar denkend aan dat feit van de vleeswording van Christus en wat dat betekent, namelijk dat Christus zal kunnen sterven én zal gaan sterven als het Lam van God aan het kruishout van Golgotha, denk ik dat juist dan dat woord vanuit het avondmaalsformulier, zo'n heerlijke diepte krijgt: aangezien de toorn van God tegen de zonden zo groot is dat Hij die (eer Hij ze ongestraft liet blijven) aan Zijn lieve Zoon Jezus Christus met de bittere en smadelijke dood van het kruis gestraft heeft. En: van de Vader in deze wereld gezonden is, ons vlees en bloed heeft aangenomen, de toorn Gods, (onder welke wij eeuwig hadden moeten verzinken) van het begin Zijner menswording tot het einde van Zijn leven op aarde voor ons heeft gedragen en alle gehoorzaamheid en gerechtigheid der Goddelijke wet voor ons heeft vervuld.
Ook al wordt dan niet op de eerste kerstdag het Heilig Avondmaal bediend, dan zou het geen kwaad kunnen, om nu juist op de kerstdagen dat Avondmaalsformulier en bijzonder de aangehaalde woorden daaruit te lezen en te overdenken. Dan zou het kerstfeest voor u ontdaan worden van alles wat er niets mee te maken heeft, maar u zou, ziende op de geboren Zaligmaker met aanbidding belijden: O God, ik prijs U vanwege Uw rechtvaardigheid, die zichtbaar wordt in het Kind van Bethlehem.
J. R. VOLK, NIEUW-LEKKERLAND
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 december 2003
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 december 2003
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's