Einduitspraak vrij-beheergemeenten
KERKORDE VOORALLE GEMEENTEN BINDEND
Op vrijdag 19 december heeft de Hoge Raad der Nederlanden arrest gewezen in het cassatieberoep van 37 hervormde vrij-beheergemeenten. Het gaat om een langlopende kwestie die teruggaat op het invoeren van de nieuwe kerkorde van de Nederlandse Hervormde Kerk in 1951.
Een belangrijk deel van de hervormde gemeenten had rond 1870 gekozen voor vrij beheer. Dat betekende dat het beheer van de gelden en de goederen van de gemeente exclusief in handen was van het college van kerkvoogden. Er was geen toezicht van provinciale organen en men hoefde daarom ook niet voor allerlei beslissingen (bijvoorbeeld de verkoop van een gebouw) toestemming te vragen aan zo'n provinciaal orgaan. Ook de kerkenraad had op dit punt niets te zeggen.
In 1951 werd door de synode besloten dat het beheer nauwer aan de kerkenraad werd verbonden. De kerkvoogden zouden met het oog daarop als ouderlingen tot de kerkenraad behoren. Tevens werd een nieuw stelsel van toezicht door provinciale organen ingevoerd. Verder kwam er een overgangsregeling. Zo konden de gemeenten aan de nieuwe regels wennen. De overgangsregeling hield in dat de gemeenten konden kiezen om voorlopig de oude situatie te laten voorbestaan en zich pas na enige tijd aan te passen aan de nieuwe regels. Van de ruim 1300 gemeenten hadden in 1992 nog 224 vrij beheer.
Aanpassing kerkorde 1991/1992
In de jaren tachtig van de vorige eeuw vond de kerk dat de tijd gekomen was om de overgangsregeling te beƫindigen. Na lange discussie besloot de generale synode in 19 91 onder meer dat de kerkenraad zelf de eindverantwoordelijkheid zou hebben voor het beheer en dat de overgangsregeling zou worden ingetrokken. De gemeenten kregen tot en met 1995 de gelegenheid om zich aan dit nieuwe recht aan te passen. Verreweg de meeste gemeenten hebben dit gedaan, ook de vrij-beheergemeenten.
Niettemin bleef een aantal gemeenten zich verzetten. Deze gemeenten meenden dat zij aan het oude kerkrecht en de ontwikkeling daarvan in de loop der eeuwen het recht konden ondenen hun geld en goederen vrij te beheren.
Processen
Toen men bij de synode geen gehoor vond, werd de zaak voorgelegd aan de burgerlijke rechter. In 1997 werd beslist dat de gemeenten aan het verkeerde adres waren. Ze hadden hun zaak eerst aan de orde moeten stellen voor de kerkelijke rechter, de Generale Commissie voor de behandeling van bezwaren en geschillen.
De Generale Commissie heeft de bezwaren van de gemeenten in 1998 afgewezen. Daarop werd wederom de burgerlijke rechter ingeschakeld. Nu was dit natuurlijk vooral gericht tegen de beslissing van de Commissie. Zowel de rechtbank als vorig jaar het gerechtshof heeft de eis van de gemeenten afgewezen.
Toen volgde beroep in cassatie op de Hoge Raad. Dit hoogste rechtscollege schaart zich nu achter het oordeel van het gerechtshof. De Hoge Raad is van oordeel dat de burgerlijke rechter een beslissing van de Generale Commissie slechts globaal ('marginaal') mag beoordelen. Daarom hoefde het gerechtshof zich ook niet in allerlei historische argumenten van de gemeenten te verdiepen, waarmee zij de beslissing van de Commissie hadden bestreden. Ook is de Commissie naar het oordeel van de Hoge Raad voldoende onafhankelijk in zijn kerkelijke rechtspraak. Verder sluit de Hoge Raad zich aan bij de oordelen van de Commissie en van het gerechtshof dat de vrij-beheergemeenten in vermogensrechtelijk opzicht gebonden zijn aan de kerkorde van de Ned. Herv. Kerk. De wijzigingen van 1951 en 1991 golden dus ook voor hen.
Slot
Zo is een einde gekomen aan een zaak die veel stof heeft doen opwaaien en er zelfs toe geleid heeft dat gemeenten - namelijk die zich weigerden aan te passen - onder curatele van de kerk
werden gesteld en met name geen toestemming kregen om een predikant te beroepen. Het behoeft: geen betoog hoeveel pijn en moeite dit heeft opgeleverd, voor de kerk als geheel, voor de betrokken ambtsdragers en niet het minst voor de gemeenten(leden). Hoewel ik het standpunt van die gemeenten niet onderschrijf, wil ik de nood niet uitvlakken die de kerkordewijziging van iggi heeft teweeggebracht. Het past om ook hieraan aandacht te schenken in ons gebed tot de Heere die alle nood ziet en nood lenigt. Ik hoop dat wat betreft deze kwestie de rust terugkeert. Uit het arrest is ook lering te trekken ten aanzien van de nieuwste kerkordewijziging, die precies een week eerder (op 12 december 2003) definitiefis geworden en - afgezien van overgangsbepalingen - op 1 mei 2004 ingaat, hoezeer deze wijziging ingrijpender is dan die van 1991.
D. G. VAN VLIET, WILNIS
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 30 december 2003
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 30 december 2003
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's