Och, dat Gij de hemelen scheurdet...
Het fusiebesiuit is gevallen. Het doet ons groot verdriet. Waarom? Omdat het moderamen van onze synode, en veel synodeleden met hen, per se de weg van de fusie wilden doorzetten. Men u/ilde de bezwaren van de bezwaarden niet wezenlijk honoreren (er was ruimte voor hen, maar binnen het fusiemodel). Men wilde een nieuwe kerk met een pluraal waarheidsbegrip. Voor afwijkingen van de gezonde leer van Christus, voor zonden in het christelijk leven, wordt principieel ruimte geschapen. Wie zou daarover niet intens verdrietig zijn? Wie hoort niet boven alles uit de klacht van de HEERE Zelf: 'Och, dat Mijn volk naar Mij gehoord had...'.
Deze klacht treft echter ook onszelf. Ook in onze eigen kring is er Schriftkritiek. Ook onder ons wordt de Christus der Schriften vaak diep gewantrouwd. Ook onze ongehoorzaamheid aan één van Zijn laatste wilsbeschikkingen is schrijnend aan het licht gekomen: 'Een nieuw gebod geef Ik u, dat gij elkander liefhebt; gelijk Ik u heb liefgehad, dat ook gij elkaar liefhebt. Hieraan zullen zij allen bekennen, dat gij Mijn discipelen zijt...' (johannes 13 : 34, 35).
Achterdocht, wantrouwen en geestelijke hoogmoed beheersen vaak de gesprekken tussen en over de broeders en zusters van hetzelfde huis. Daarbij komt nog dat er vaak hoogmoedig, zelfgenoegzaam en veroordelend over andere delen van de Kerk van de HEERE en over andere kerken is gesproken. De bewogenheid met en het gebed voor elkaar ontbrak vaak.
Komt dat, omdat wij zelf te weinig of geheel niet uit de rechtvaardiging van de goddeloze door het geloof in Christus leven? De HEERE kastijdt en straft onze kerk om deze zonden. Zijn hand drukt zo zwaar op ons dat we met Jesaja bidden: 'HEERE, waarom doet Gij ons van Uwe wegen afdwalen, (waarom) verstokt Gij ons hart, dat wij U niet vrezen? Keer weder om (= terwille van) Uw knechten wil' (jesaja 63 : 17).
Wij kunnen deze verstokking zelf niet wegnemen (al zouden we het willen). Wij geloven dat deze verstokking uit Gods Vaderlijke hand ons toekomt (Zondag 10 H.C.), opdat wij allen genezing en verlossing hiervan bij de Christus Zelf zoeken. Wij durven en willen ons daarom niet buiten de nieuwe kerk stellen. 'Wij hebben tegen U gezondigd'. Ook in deze kerk mogen we ons beroepen op de Schrift als enige bron en norm met de Christus-belijdenis uit Mattheüs 16 als enig fundament. Met alle consequenties die dit voor ons kan hebben én met dit adventsgebed: 'Och, dat Gij de hemelen scheurdet en dat Gij nederkwaamt... om Uw Naam aan Uw wederpartijders bekend te maken' (Jesaja 64:1, 2).
Wanneer de HEERE op dit smeekgebed in het Kind van de kribbe, onze Kruiskoning, neerdaalt, zullen Zijn tegenstanders weten dat de Kerk van Hem is en blijft en dat Zijn Woord als een vuur is. Dan zal ook bij Hem voor allen die met hun verstokte hart tot Hem vluchten, genezing gevonden worden onder Zijn vleugels.
Dan zal om Christus' wil, hopelijk in de gehele kerk van Nederland, het profetisch woord in vervulling gaan: 'Ja van ouds heeft men het niet gehoord, noch met oren vernomen en geen oog heeft het gezien, behalve Gij, o God, wat Hij doen zal dien, die op Hem wacht' (Jesaja 64 : 4, 5).
Dat zal waar en zeker zijn om Hem en door Hem, Die alle macht heeft, Die het Lam van God is en Die doopt met de Heilige Geest en met vuur. Hij heeft het beloofd: 'Ziet, Ik ben met u al de dagen tot de voleinding der wereld'. Alleen Zijn komen is het, die ons heil volmaken zal.
P. H. VAN TRIGT, EDE
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 30 december 2003
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 30 december 2003
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's