De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Advent en fusie

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Advent en fusie

HOE ZULLEN WIJ EEN LIED DES HEEREN ZINGEN?

13 minuten leestijd

'Hoe zouden wij een lied des HEEREN zingen in een vreemd land? ' Ballingen, weggevoerd uit het land der vaderen, in de ballingschap in Babel, hebben de harp aan de wilgen gehangen. Ze spreken woorden uol heimwee en uerdriet, vol verlangen naar de stad van God, Jeruzalem. Daar lag hun thuis. Al hebben zij zelf het totaal verspeeld.

HOE ZULLEN WIJ EEN LIED DES HEEREN ZINGEN?

Na de twaalfde december maken gevoelens van verslagenheid, van teleurstelling en vervreemding zich van ons meester. De Hervormde Kerk heeft besloten tot fusie. Op i mei 2004 zal D.V. de Protestantse Kerk in Nederland een feit zijn. De Kerk der vaderen, waarin wij ons thuis weten, waarin we onze plaats hebben, waarin we ons geroepen weten, zet zich voort binnen een nieuw verband, een nieuwe institutaire vorm, de Protestantse Kerk in Nederland. Hoe zullen wij een lied des HEE- REN zingen?

Teken van Gods bewogenheid

Gevoelens van ontheemd-zijn bezetten ons. Met zoveel vezels van ons bestaan zijn we verbonden aan de historische gestalte van de kerk in ons land. Het is de kerk waarin velen van ons werden geboren. De kerk waarbinnen wij het teken van Gods genadeverbond hebben ontvangen. De kerk waarin wij kwamen tot belijdenis van het geloof. In dat onvergetelijke moment beloofden we voor God: '... in de gemeenschap van de Nederlandse Hervormde Kerk en onder haar opzicht trouw te zijn onder de bediening van het Woord en van de sacramenten'. We werden genodigd aan de tafel des Heeren. We werden geroepen tot het ambt. Wij weten ons in de lijn der geslachten, binnen de bedding van het verbond hartstochtelijk aan haar verbonden. Geslachten gingen ons voor binnen haar muren in de dienst aan God. Ze hebben in het midden van de kerk God gezocht en gevonden. Samen met de geslachten die ons voorgingen, zagen en zien wij de sporen van de vaderen. Wij denken terug aan de vorming van deze kerk, een wonder van God, teken van Zijn bewogenheid met ons vaderland en volk. We zien terug op de lijnen van de trouw van Gods verbond in de Kerk.

We denken aan de vele, vele aanvallen op de kerk gedaan, zowel van buitenaf als van binnenuit. We denken aan de remonstrantse twisten, voorafgaand aan de synode van Dordt. We denken aan de invoering van het Algemeen Reglement op 7 januari 1816. We denken aan de harde en bittere vrijzinnigheid in de negentiende eeuw. We denken aan hen die bleven, toen anderen heengingen. Al deze aanvallen heeft de kerk overleefd. Daar is ze door gekomen. Nee, dat was niet dankzij de spankracht van haar eigen geloof. Dat was de trouw van God. Hij gedacht aan Zijn verbond en aan Zijn werk. Welnu, deze kerk, planting van de Vader, Huis waar de Geest werkt, waar het heilig Evangelie van de Gekruisigde en Opgestane klinkt, deze kerk komt met de Gereformeerde Kerken in Nederland en de Evangelisch-Lutherse Kerk in het Koninkrijk der Nederlanden in een nieuw kerkelijk verband, op een verbrede grondslag. Nee, kerkelijke liefde is niet zomaar over te zetten. Daarover spreken is geen melancholie. Dat heeft veeleer en veelmeer alles te maken met de weg van de kerk, met haar bijbelse roeping, met haar verankering in de historie van ons volksleven. Nu bidden wij God: 'Gedenk aan Uw vergadering, die Gij van ouds verworven hebt'.

Niet vrij

Geraakt en verslagen vragen wij ons af: 'Hoe heeft het zover kunnen ko-

men? ' De doelstelling van de Gereformeerde Bond was: '...de oprichting van de kerk uit haar diep verval'. Daar zagen wij naar uit. Wij geloofden erin. Om Gods wil, om de trouw van Zijn verbond, ondanks al de schuld in de kerk en bij onszelf. We hebben erom gebeden en ervoor gestreden. We mogen geloven dat de arbeid van ons voorgeslacht en het werk van onze handen niet tevergeefs geweest is. Op verschillende plaatsen in ons land kwam de gereformeerde prediking weer tot klinken. We mochten bijdragen aan de vorming van aanstaande dienaren van het Woord en aan de toerusting van ambtsdragers en gemeenteleden. Maar tegelijk was het spreken en getuigen van de kerk zo vaak niet op de hoogte van de belijdenis. De kwestie van het belijden zat en zit ons hoog. De kwestie van het leven uit haar belijdenis, daar was én is het ons om te doen.

Hoe is het zover gekomen? We kunnen wijzen naar de KOA, naar de synode, naar de ontrouw aan de belijdenis der vaderen, bij velen in de kerk. Wij doen er goed aan de oorzaak allermeest bij onszelf te zoeken. Stralen wij de liefde van Christus en de bewogenheid met de schare uit? Hoort God in de hemel, van ons: Wij hebben God op het hoogst misdaan? Waar blijft onder ons de solidariteit met de schuld van heel de kerk? Onze onderlinge bitterheid en harde verdeeldheid klaagt ons aan voor de kerk. Wij zeggen en vertellen haar: als gereformeerde belijders waren wij vaak onvruchtbaar in uw midden. Ons eigen gekrakeel was en is een aanfluiting voor u. Wij bidden tot God: 'Heere, God van Abraham, Izak en Jakob, vergeef onze ontrouw en eigenzinnigheid en alle dode rechtzinnigheid. Herschep ons tot levende getuigen in kerk en theologie van de wonderen van Uw liefde en Uw recht'. Wij hebben ons voor God en voor de kerk te schamen. Daarom zijn wij van de kerk niet vrij.

Er waren ook momenten dat wel de goede toon, de goede woorden zijn ontvangen om een appèl op de kerk te doen. Ook dan werd het soms niet gehoord, niet begrepen. We bidden om volharding, om geestelijke vrijheid om zo in de kerk te blijven staan, als God ons de genade geeft profetisch getuigend, samen met allen die de gereformeerde belijdenis van harte onder-

schrijven, met allen die de Heere liefhebben. Het is de kerk waar de Heere ons heeft geroepen en geplaatst. Daarom dagen wij de kerk uit, daarom roepen we - in bescheidenheid en beslistheid - haar op om terug te keren naar de eenvoud van de Schrift, naar de helderheid van het belijden. Naar de pre-, diking van de genade voor wie goddeloos en verloren is. Prediking waarin het kruis van Christus hoog wordt opgeheven voor allen (Jan Rap en zijn soortgenoten... en tot die soortgenoten hoor ik ook) die verloren zijn. Weer wat uw belijden weerspreekt. Wees, waartoe u geroepen bent bruid van Christus, stad van God, woning van de Heilige Geest.

Aan kracht ingeboet?

Alles schijnt ons uit handen te zijn geslagen. Is onze hoop nu vervlogen? De kerk nu afgeschreven? Heeft de Heere uitgerukt wat Hij heeft geplant? Houdt nu op 12 december of op 1 mei de trouw van Gods verbond op? Houdt dan onze roeping op? Wij moeten in deze tijden samen terug naar de diepste kern.

De geschiedenis van Gods Kerk rust ten diepste in Zijn verkiezende liefde. Een gemeente, tot het eeuwige leven uitverkoren! Daarin rust de kerk. Daar liggen haar wortels. Daaruit komt ook de trouw van God. Daarom bewaakt en bewaart Hij haar tegen al het woeden van de duivel. Zelfs dan, als ze nauwelijks meer kan worden ontdekt, dan nog is zij er. Dan nog draagt God haar voort. Niet wat voor ogen is bepaalt ons geloven en hopen. Nee, de Zoon van God vergadert Zijn Kerk. Hij is de Eerste. Hij gaat voort en door. Omdat hij een Vriend is van tollenaren en zondaren, hebben wij hoop. Omdat Hij goddelozen rechtvaardigt, is er hoop voor de kerk én voor ons. Het heilig Evangelie dat de eeuwen door het zaad van de wedergeboorte was, verloor op 12 december niet haar kracht, boette niets aan kracht in. Waar hoeveel zekerheden ook wegvallen, deze ene zekerheid blijft over.

In de gebrokenheid

De instituten, de vormen waarin de kerk zich openbaart, kunnen voorbij gaan. Zij zijn meer of minder zuiver, ze zijn gezond, ziek of érnstig ziek. Ze bloeien of tonen zeer ernstige tekenen van verval. De ene keer is het de kerk waardig, de andere keer heeft het meer weg van een genootschap. De vormen waarin de kerk zich openbaart, kunnen veranderen of zelfs tenietgaan. De Heere heeft ons niet beloofd dat de Nederlandse Hervormde Kerk zou blijven tot de dag waarop Hij terugkomt. Maar, de kern van het levend geloof, de levende kern van de kerk van God, zoekt en vindt haar weg ook in een nieuwe vorm, ook in een veranderde institutaire vorm. Is die vorm dan van geen belang? Doet ze er dan niet toe? Ja, zeker wel! De kerk als de Bruid van Christus zoekt naar de vorm waarin zij het best haar Koning dient, waarin zij leeft tot heerlijkheid van Zijn genade. Waarin zij midden in de wereld belijdt en getuigt van het volmaakte en volkomen heil in Christus. Daarom lijden wij aan de weg die de kerk nu gaat. Ernstig verzwakt gaat zij haar weg verder. Daarom is onze roeping krachtiger dan ooit. Die roeping kunnen wij niet loslaten door heen te gaan en de kerk over te laten.

Hoe het verder moet na 12 december? Laat actie ver van ons zijn. Broeders, blijf op uw post binnen het geheel van de kerk. Breek de kerk niet stuk. Scheur de avondmaalstafels niet. Sta in de gebrokenheid van de kerk in gebed. Bouw niet mee aan een nieuwe kerk. Iedere scheiding draagt de kiem van de volgende in zich. Men moet niet de illusie wekken dat men de Nederlandse Hervormde Kerk voortzetten kan buiten de Protestantse Kerk in Nederland om. Uitermate ernstig acht ik het dat dienaren van het Woord spreken over het gaan naar de burgerlijke rechter. Daarin is geen spoor van het buigen voor God te ontdekken. Menselijk activisme brengt ons op dood kerkelijk spoor. Wie hervormd denkt en handelt - in de lijn van de vaderen - breekt niet, hoe diep de crisis in de kerk zijn eigen ziel ook beroert. Wij staan voor de eis en de belofte van de Heere Zelf om in de kerk van onze dagen - juist nu ze door een diepe crisis gaat - levende en betrouwbare getuigen te zijn van het heil des Heeren, van de kracht van de waarheid van God. Daarom weten we ons gebonden aan de Heilige Schrift als bron en norm van verkondiging, getuigenis, onderwijs en dienst. Daarom weten we ons blijvend verbonden met en gebonden aan de gereformeerde belijdenis.

Zij blijft voor ons de spreekregel der kerk.

Storm

U weet hoe het er met stormen op zee aan toe gaat? De storm brengt haar water aan de bovenkant in grote beroering. De golven worden hoog. Maar in de diepte blijft het water stromen als daarvoor. In ootmoed en in adventsverwachting bidden wij God om het voortdurende werk van Zijn Geest. Wie op de situatie let in de kerk, slaat de schrik om het hart. En we hebben de neiging om daarop te zien, op de storm, op de golven, op de situatie. 'Maar, Heere Gij zijt veel sterker dan 't geweld'.

Keer op keer ging de kerk door de stormen. Al in de Gouden Eeuw waren er de hartstochtelijke conflicten tussen de kerk en de vorm waarin het kerkelijk leven werd ingebed. In de negentiende eeuw was dat niet anders. In de twintigste eeuw hebben wij diezelfde worsteling gekend. Nu nog staan wij er middenin. Wij bereikten niet wat we beoogden. Weer verloren we. Het lichaam van Christus is in doodsnood tot aan het eind der tijden. En wij bidden voor de Kerk. Wij bidden voor de voortgang van het heilig Evangelie. Wij bidden dat God Zich over Zijn kerk én over ons ontfermt. Wij zoeken blijvend het recht van de hervormde gezindheid. We strijden blijvend voor het recht van het gereformeerd belijden, neergelegd in de belijdenis. Wij kennen de heilzame en bevrijdende kracht daarvan voor heel de kerk. We hopen de genade te ontvangen van het blijven horen en gehoorzamen. We wijzen af wat naar onze vaste overtuiging niet in overeenstemming is met de Heilige Schrift en met de klassiek gereformeerde belijdenis. Maar, we doen dat binnen de kerk, overeenkomstig de Verklaring die door de synode is aanvaard.

Machtig medicijn

Hoe kunnen we verder? Alleen als we in historische continuïteit blijven staan, met het geheel van de Reformatie, met haar volle geestelijke bagage. Juist nu, nu het herstel van de kerk verder weg schijnt dan ooit, bidden wij om de genade om niet al te zeer ontmoedigd te wezen, maar des te vuriger te strijden. Nee, het moment van scheiden is pas aangebroken zodra het ons onmogelijk wordt gemaakt te spreken en te preken naar het Woord van onze Koning. En 'de stukken' liggen er nog! De gereformeerde belijdenis gaat volop mee. Wij bidden om het geloofsvertrouwen op de Heere, waar^ door we niet zien niet op de omstandigheden. De kerk hangt niet af van ons, hoe groot onze verantwoordelijkheid ook is. Ze is geworteld in de trouw van God. Hij is wakker over Zijn Woord om dat te doen.

Daarom scheiden wij niet van de kerk. Broeders en zusters, ga niet heen! De kerk heeft u nodig. Wij kregen een machtig medicijn aangereikt: de voortdurende dienst van het Woord. De prediking van Jezus Christus en Die gekruisigd. Niets wordt ons in de weg gelegd om in dit spoor voort te gaan. Wij hoeven God niet ongehoorzaam te zijn. Wij hoeven onze Koning niet te verloochenen. We hoeven Zijn Woord niet ontrouw te worden. We hoeven in de ambtelijke dienst niets te doen wat de Heere verboden heeft. We zouden niet kunnen. De kerk waarin de prediking van het kruis haar plaats heeft, ondanks alle ernstige bezwaren, is geen valse kerk. Daarom breken wij niet. Zou de hand des Heeren verkort zijn? Zou Hij ons niet de mogelijkheid willen schenken om ook in de nieuwe situatie de hele kerk vanuit het Evangelie te mogen dienen, in de lijn van ons voorgeslacht, met onmiskenbare zegen voor delen van de kerk die ontzonken waren aan het gereformeerde belijden en de gereformeerde prediking?

Advent

We zien op Hem die gekomen is én Die komt. Advent leert ons dat er geen situatie te donker is, geen nacht te duister is of er is bij God heil. De profetie had vierhonderd jaar gezwegen. Al die jaren was het stil. In Israël was het donker. Maar in heilige liefde, gedachtig aan Zijn verbond, sprak de Heere opnieuw. Advent leert ons hopen, uitzien, verwachting hebben van onze God. Advent onderstreept onze roeping om te blijven strijden voor het recht van Christus op heel de kerk. Advent spreekt ons van 'de innerlijke bewegingen der barmhartigheid van onze God'. Daarover gaan juist de kerstartikelen die ook in dit nummer staan. Daar ligt de grond én de hoop van de kerk. Zou ik de kerk afschrijven waar God de prediking van Zijn heilig Evangelie laat? Zou ik eruit gaan? Dat durf, dat kan, dat mag ik niet, om Christus' wil.

Toch een lied? Een boetepsalm dan. In de diepten liggen parels. 'Maar Gij, HEERE! blijft in eeuwigheid, en Uw gedachtenis van geslacht tot geslacht.

Gij zult opstaan, Gij zult U ontfermen over Sion, want de tijd om haar genadig te zijn, want de bestemde tijd is gekomen' (Ps. 102 : 13, 14).

G. D. KAMPHUIS, AMSTELVEEN

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 30 december 2003

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Advent en fusie

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 30 december 2003

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's