Het belang van een beleidsplan
MEER DAN EEN GEWAARBORGDE PLEK
Nog altijd bestaat er in vele hervormd-gereformeerdegemeenten enige onwennigheid over het werken met een beleidsplan. Dat dateert al vanaf ïggi, toen de hervormde synode al de (ivijkjgemeenten verzocht te gaan werken op basis van een beleidsplan. Dit uit het bedrijfsleven overgekomen begrip zou niet passen bij het geestelijke karakter van de gemeente. Inmiddels hebben vele gemeenten de waarde van het beleidsplan ontdekt en brengt de vereniging van drie kerken ons in een situatie, waarbij de identiteit van de wijkgemeente nadrukkelijk omschreven moet worden.
Welke arbeider in de wijngaard zou niet begeren dat jongeren en ouderen Christus leren kennen dan wel komen tot een verdieping in hun leven met Hem? Wie zou niet dankbaar zijn als zij die van het Evangelie vervreemd zijn, zich bij de gemeente voegen? Waar de gemeente groeit in de kennis van Christus, wordt God geëerd. Dit oogmerk van de gemeente vraagt om concrete beleidsvoornemens voor haar bearbeiding, om een heldere visie in de kerkenraad waarom bepaalde activiteiten in de gemeente er wel of juist niet zijn. Je moet immers weten waarom je het pastoraat onder jonggehuwden wilt intensiveren, waarom het van belang is dat gemeenteleden meer oog voor elkaar krijgen of waarom er vanwege een concentratie op het Woord in de gemeentelijke agenda gesnoeid kan worden.
Hiervoor is het beleidsplan een zinvol en bruikbaar instrument. Door middel van het werk van de ambtsdragers en van andere gaven in de gemeente mag gewerkt worden aan haar opbouw. Daarin doen we niet wat goed is in eigen oog, maar brengen we na een intensief bezinnend gesprek in kaart wat in deze tijd de kansen en bedreigingen voor de gemeente zijn, voor die concrete gemeenschap waarover wij zorg dragen. Dit schept niet alleen duidelijkheid naar hen die het schip van de gemeente een andere koers willen doen gaan, maar geeft ook verbondenheid tussen de werkers in de gemeente.
Fundament
Om je doelstellingen te realiseren, moet je eerst naar het fundament kijken. En hier ligt nu een tweede, actuele reden om goed naar het beleidsplan te kijken. Waar de Hervormde Kerk zowel de drie oud-christelijke belijdenissen als de Drie Formulieren van Enigheid in haar grondslag heeft staan, zal er na 1 mei in de Protestantse Kerk in Nederland helaas sprake zijn van een confessionele verbreding van de grondslag. Hierover is jlrenlang het gesprek met de kerk gevoerd - tegelijk met het gesprek over de wijze waarop de kerk zich aan haar belijdenis wil binden. Haar terugroepen tot een leven in gehoorzaamheid aan de Schrift en in gebondenheid aan de gereformeerde belijdenis, het zal ook in de toekomst onze roeping zijn.
Vanwege de waardering van onze belijdenis en de wijze waarop deze doorwerkt in het leven van de gemeenten, is jarenlang bezwaar gemaakt tegen de koers van de kerk, tegen het steeds verdergaande proces van Samen op Weg. Want hervormden, gereformeerden en lutheranen kwamen niet tot eenduidig belijdend spreken, wat de kerk juist in onze tijd zo nodig heeft. Waar geen overeenstemming bestaat over het fundament, kan er ook in ethische kwesties niet eenduidig gesproken worden, wat we zien in de waardering van het huwelijk, in het debat over waarden en normen, in de visie op euthanasie.
Plaatselijk
Kenmerkend voor de nieuwe kerkorde is dat veel zaken in de plaatselijke gemeenten geregeld dienen te worden. Daar wordt vastgesteld wie er deelnemen aan de sacramenten, of naast de belijdende leden ook doopleden stemrecht hebben of zelfs tot ambtsdrager gekozen kunnen worden. Dat geldt ook van het zegenen van andere levensverbintenissen dan het huwelijk, waartoe de nieuwe kerkorde ruimte geschapen heeft - en waarmee het grootste pijnpunt benoemd is. Laat daarbij duidelijk zijn dat kerkenraden nu en in de toekomst op geen enkele wijze gedwongen kunnen worden tot datgene wat naar hun vaste overtuiging tegen Gods Woord en als afgeleide daarvan tegen de gereformeerde belijdenis ingaat. Daarover moet bij alle beroering in de kerk de verwarring niet groter gemaakt worden!
In dit opzicht klinken in de gemeenten termen als 'de zaken in een beleidsplan goed dichttimmeren'. Nu is dat alledaags spraakgebruik, dat toch tendeert naar het in juridische termen willen vastleggen van onze identiteit. Het is een terminologie die verklaarbaar is uit het gegeven dat door alle spanningen en ook beschadigingen in de kerk het vertrouwen nogal eens weg is. Wanneer we hier over het beleidsplan spreken, pleit ik ervoor de formuleringen getuigend en belijdend te laten zijn, positief te verwoorden waarom het ons in het leven van de gemeente gaat. Dat betekent niet allereerst het veilig stellen van de gemeente, maar dat is het tot uitdrukking brengen van een innerlijke overtuiging, van wat in verbondenheid met de kerk der eeuwen en de leer van de Reformatie onopgeefbaar is.
Het is daarmee de taak van kerkenraden die in hun beleid willen vasthouden aan de lijn van Schrift en belijdenis, dat ze de ruimte die de kerkorde op verschillende punten biedt, afwijzen. Ord. 4-7-1 (ordinanties zijn nadere regels voor het leven in de kerk) spreekt over 'het vaststellen van regelingen ten behoeve van het leven en werken van de gemeente' als een taak van de kerkenraad. In een preambule bij deze regelingen of bij het beleids-plan dient de kerkenraad vast te leg- ' gen dat men een voluit gereformeerde positie wil innemen en van daaruit zich ook zal opstellen in de meerdere vergaderingen van de kerk. In de Verklaring van mei 2003 heeft het moderamen van de synode hiertoe het volgende stuk aangereikt:
Als kerkenraad van de hervormde gemeente weten we ons door onze Nederlandse Hervormde Kerk gebracht op een weg die wij niet hebben begeerd en waarover wij iti het geweten bezwaard zijn. Wij erkennen dat wij delen in de schuld van onze kerk. Gedachtig aan het wootd" • van de apostel: 'indien wij ontrouw zijn, " 1 Hij blijft getrouw' (2 Tim. 2 : 13) weten wij ons echter, zelf levend van Gods trouw/ verschuldigd binnen de kerk trouw te zfjn aan de roeping waarmee de Koning der 1 Kerk, Jezus Christus ons geroepen heeft.
Met de kerk belijden wij dat 'Christus een eeuwig Koning is, die zonder onderdanen niet zijn kan' (art. 27 Ned. Geloofsbelijdenis) en dat Hij Zijn kerk bewaart.
Daarom beloven wij dat wij ons in gehoorzaamheid zullen onderwerpen aan het juk van Christus. Wij begeren ons te houden aan de verkondiging van Zijn Evangelie, de sacramenten te bedienen naar Zijn inzetting en de kerkelijke tucht te oefenen om elkaar te bewaren bij Zijn ontferming. Wij beloven ons te houden aan het betrouwbaar Woord van God en alle dingen te verwerpen die daar tegen zijn, houdende Jezus Christus voor het enige Hoofd.
Als wij zo als gemeente - met vreze en beven - onze plaats innemen binnen het geheel van de verenigde kerk, verklaren wij ons gebonden te weten aan de gereformeerde belijdenis. Met Gods hulp zullen wij weerspreken en weren al wat met dit belijden in strijd is. Bij de inrichting van het leven der gemeente zullen wij ons houden aan de instellingen die met deze belijdenis overeenstemmen.
In de gemeente zal de nodiging tot het Heilig Avondmaal en de roeping tot het ambt uitgaan naar hen die tot de openbare belijdenis des geloofs zijn gekomen. In de gemeente zal geen andere levensverbintenis worden ingezegend dan een huwelijk
van man en vrouw dat wettig voor de overheid is gesloten.
Omdat wij ons schuldig weten onze gaven 'ten nutte en ter zaligheid der andere lidmaten gewillig en met vreugde aan te wenden' (antw. 55 Heid. Cat.) zullen wij de kerk en elkaar blijven oproepen om - in overeenstemming met de gereformeerde belijdenisgeschriften van de kerk - de weg van gehoorzaamheid aan God en Zijn Woord te gaan.
De kerkenraad van de hervormde gemeente te
preses scriba
datum:
In het beleidsplan zelf dient de kerkenraad - overeenkomstig ord. 1-1 - dus allereerst vast te leggen dat ze zich als hervormde gemeente bijzonder verbonden weet met de belijdenisgeschriften van de gereformeerde traditie. Deze omschrijving betekent eveneens dat men ook na 1 mei ondanks de ondeugdelijke grondslag van de kerk, voluit gereformeerd kan zijn. Omdat er over de betekenis van deze regel onhelderheid bleef, heeft het moderamen in mei 2003 als handreiking de kerkenraden de bovengenoemde Verklaring aangeboden, die zij kunnen ondertekenen, plaatselijk kunnen vastleggen en kunnen toesturen naar classis en synode.
In gesprek
In deze van synodewege verstrekte Verklaring wordt dus gesproken over gebonden zijn aan de gereformeerde belijdenis - een binding aan de belijdenis die dus sterker is dan we nu in de hervormde kerkorde kennen, waar gesproken wordt over 'in gemeenschap met de belijdenis der vaderen'. In een begeleidende brief spreekt het moderamen van de synode uit dat gemeenteleden en kerkenraden de gehele kerkorde niet behoeven te onderschrijven, sterker nog: dat zij nadrukkelijk mogen uitspreken welke onderdelen naar hun overtuiging strijdig zijn met Gods Woord en met de gereformeerde belijdenis, om daarover met elkaar in de kerk het gesprek te voeren.
Na het zo vastleggen van de positie van de gemeente zullen bij de verschillende onderdelen van het beleidsplan diverse concretiseringen moeten volgen, die we hier kort langs lopen.
- Waar over de gemeente gesproken wordt, zal aangegeven worden dat • ze zich bindt aan de in de Verklaring genoemde grondslag; - Waar over de ambten gesproken wordt, wordt verwoord dat uitsluitend belijdende leden actief en passief kiesrecht hebben; (het beleid dat vrouwen niet gekandideerd worden voor de ambten, kan gewoon worden voortgezet, daarin is en blijft elke kerkenraad vrij; de kerkorde - ook de hervormde - geeft die mogelijkheid echter wel). - Inzake de sacramenten wordt aangegeven dat alleen belijdende leden die niet onder censuur staan, tot het avondmaal worden toegelaten, en dat de kinderen van de gemeente behoren gedoopt te wezen. - Inzake het huwelijk wordt aangegeven dat deze inzetting van God heilig gehouden wordt en dat aanvragen tot het zegenen van relaties van mensen van gelijk geslacht - onverlet intensieve pastorale zorg voor hen - , niet gehonoreerd worden.
Helder moet ook zijn dat de kerkenraad verantwoordelijk is voor de inhoud van dit beleidsplan. Ord. 4-8-5 meldt dat deze ambtelijke vergadering het telkens voor vier jaar vaststelt, na daarover overleg gehad te hebben met de kerkrentmeesters (de huidige kerkvoogden), de diakenen en de andere organen van bijstand. Nadat de kerkenraad het voorlopig heeft vastgesteld, wordt het in de gemeente gepubliceerd, waarbij de gemeente haar mening mag geven. Vervolgens stelt de kerkenraad het definitief vast.
Roeping
In bovenstaande kolommen is min of meer kerkordelijke informatie verschaft die we in deze maanden nodig hebben. Maar daarbij moet het besef levend blijven dat het ons niet gaat om een plaats in de gemeente, waar onze gereformeerde identiteit is veilig gesteld. Binnen de Gereformeerde Bond is vanouds het gaan van een weg buiten de kerk evenzeer afgewezen als het relativeren van de belijdenis én het genoegen nemen met een eigen plek. Het realiseren van deze drie uitgangspunten wordt in de Protestantse Kerk niet gemakkelijker, maar blijft terdege onze roeping.
Want het gaat om de kerk van Christus, die Zijn naam draagt en daaraan landelijk, regionaal en plaatselijk dient te gehoorzamen en daarvan dient te getuigen. Het beleidsplan is niet meer dan een instrument voor dat doel. Meer dan een kerkordelijk verantwoord document is daar de werking van de Heilige Geest in al de gemeenten, is daar het gebed om de bewaring bij Zijn Woord, voor nodig. Ook in 2004.
P. J. VERGUNST
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 januari 2004
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 januari 2004
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's