De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de pers

12 minuten leestijd

Op zoek naar God In het bijbels taalgebruik hoort de woordcombinatie 'zoeken naar God' tot het profiel van de gelovige. Hij is iemand die 'gedurig Gods aangezicht zoekt'. Gelovigen krijgen de belofte mee: gij die God zoekt, uw hart zal vrolijk leven. Wil iemand meer weten over de term 'God zoeken', hij raadplege de bekende Trommius bij het woord 'zoeken'.

Intussen zijn we de uitdrukking 'op zoek naar God' ook in andere betekenissen gaan kennen. In de 80'er jaren van de vorige eeuw was het begrip 'Godsverduistering' een tijd in de mode. Prof. dr. H. Berkhof stelde deze term aan de orde als typering voor vervagende Godsbeleving. De hervormde synode besprak een rapport met als titel 'Kerk-zijn in een tijd van Godsverduistering'. In 1990 verscheen het vermaard geraakte boek van prof. dr. C. Graafland 'Gereformeerden op zoek naar God'. Prof. Graafland stelde daarin onder andere aan de orde dat het gebrek aan Godsbeleving net zo goed onder de traditioneel-kerkelijken voorkwam. Met zijn studie wilde hij een poging wagen juist vanuit de gereformeerde traditie te komen tot een vernieuwing van de bijbelse spiritualiteit. Vandaar: gereformeerden op zoek naar God.

Sinds 2002 kennen we de woorden 'op zoek naar God' nog weer in een geheel andere setting. De Evangelische Omroep maakte intussen twee tv-series: Catherine (Keyl) en Henny (Huisman) op zoek naar God.

Waarom maakte de EO deze serie. Directeur Henk Hagoort: Veel mensen in onze samenleving hebben een besef van God of iets hogers. Er zijn maar weinig mensen die helemaal niets geloven. Als EO willen we kijkers uitdagen om het niet bij dat vage en afstandelijke te laten, aldus Hagoort. Niet langer een soort 'Iets' koesteren, maar een 'Iemand' gaan liefhebben. Wat opvalt in de genoemde programma's is dat emotie, gevoel, beleving sterk op de voorgrond staan. Henny Huisman vindt God in Gethsemané en hij vertelt wel een kwartier te hebben gehuild toen dat gebeurde.

Kan het misschien ook anders? Dat minder de emotie maar meer verstandelijke inzichten iemand tot geloof in God brengen? In CV.Koers (januari 2004) staat een gesprek te lezen dat Reinier Sonneveld heeft met René van Woudenberg. Het artikel draagt als opschrift Het gezonde verstand var1 René van Woudenberg. Sinds vorig jaar is Van Woudenberg hoogleraar kentheorie en ontologie aan de Vrije Universiteit. Hij is onder meer bekend omdat hij een filosofisch verdediger is van het christelijk geloof. Lezers van het dagblad Trouw kennen hem van zijn tweeweg kelijkse column waarin hij op doorzichtige wijze probeert ingrijpende vraagstukken te verhelderen. Sonneveld legt Van Woudenberg de vraag voor: verstandelijke motieven zijn toch zelden een basis van geloof zelfs bij iemand als C. S. Lewis?

'Wat een mens beweegt om in God te geloven, is heel divers: emoties, flarden van bijbelse teksten, ervaringen in je leven, voorbeelden van mensen om je heen, maar ook stukjes van redeneringen. Ik schrijf over die laatste categorie van motieven, de rationele. We leven in een emotiecultuur, ook bij een samen-zijn van christenen zie je steeds een appèl op emoties. Daar ben ik niet op tegen, het is zelfs heel belangrijk. Maar in die 2000 jaar christelijke traditie hebben de grootste intellecten over het christendom nagedacht en ze zijn tot inzichten gekomen die we alleen tot onze eigen schade kunnen vereten.

Ik denk wel eens dat de Nederlandse christelijke gemeenschap te veel over de band van de emoties speelt. C. S. Lewis stelde, net als Thomas van Aquino, belangwekkende vragen en gaf ook antivoorden. Waarom zouden ive daarmee stoppen, waarom zouden ive als het over geloof gaat, opeens ons verstand op nul zetten? Als je alleen maar gevoelens hebt tegenover de bezwaren tegen het christelijk geloof, laatje de vragenstellers in desteek.'

Hoe kun je iemand die niet goed weet hoe tot geloof in God te komen toch helpen? Sonneveld verwoordt het zo: Ik zie God niet, ik merk niets, waarom zou ik geloven? Wat zou u daarop zeggen?

'Als mensen serieus die vraag stellen, laat ze dan twee weken met je meeleven. Waar is God? Ik zou hen laten zien hoe het bij mij werkt. We gaan bidden, de Bijbel lezen, we gaan naar de kerk. Want geloof in God is niet gelijk aan "op een intelligente manier erover kunnen praten". Ik zou proberen in een context te raken waarin de ziel van ons beiden zich kan openen en ontvankelijk wordt. Deelname aan de liturgie kan daarbij helpen - en dan niet van die kale, koude liturgieën. Liturgie kan heel diep gaan. Als iemand vraagt: umar is God? - help hem dan in een situatie te raken umarin de ziel zich kan openen en de fundamentele levensvragen over waarheid en schuld, onvermogen tot liefde en verlangen naar vervulling op gepaste wijze kunnen worden besproken.'

GEBRUIKSAANWIJZING

Wat ik ook vaak hoor: wat voor zin heeft geloven, waarom zou ik me verdiepen in zo'n oud en raar systeem? 'Omdat het zo onvoorstelbaar relevant is! Er is liefde voor je beschikbaar, vernieuwing, eeuwig leven, uitgetild worden boven je eigen werkelijkheid... Waarom zou iemand zich in het christendom verdiepen? Omdat het werkt, omdat het de sleutel is op het slot van het leven. Het gaat in het christendom om liefde, dat mensen zich bewust zijn van de kaders waarin ze leven. Je bent heer en

meester van het nu, niemand kan je iets maken, en als het/eest over is, is het over...'? Het is niet prettig om naar zulke mensen te kijken. Zoals je bij elk apparaat een gebruiksaanwijzing hebt, is er ook bij het leven een gebruiksaanwijzing. Waarom zou je je in die gebruiksaanwijzing verdiepen? Omdat je je in het leuen u> ilt verdiepen.'

Kierkegaardd stelt dat het leven aan samenhang wint als het in relatie staat tot God. Zit in de integratie die het geloof biedt; niet een van de meest relevante vormen van apologetiek? 'Geloof geeft inderdaad setting en oriëntatie aan je leven. Het kruis is voor mij echt integrerend en heelmakend, daar begint het. Als ik het moeilijk heb, dan pak ik een klein kruisje vast dat ik meestal bij me draag; dat geeft mij de tastbare herinnering aan die integrerende kracht van Christus' kruis. Ik heb hierin veel geleerd van de romans van Susan Houmtch, een schrijfster die op latere leeftijd christen is geworden. Veel van haar personages ondervinden allerlei levensproblemen omdat er geen zwaartepunt is. Leven is dan als een rondwaaiende bladerhoop. Alleen de komst van Christus in die levens woelt de zaak om en brengt een centrum.'

In dit antwoord zitten elementen die in de EO-serie ook aan de orde kwam: iemand laten zien wat het is, hoe het werkt, wat het met je doet. Maar tegelijk ook het intellectuele element: geloof in God is zo gek nog niet.

God tegenkomen?

Dat is de titel van een publicatie van Toer, tijdschrift met impulsen voor gemeente-zijn, uitgave van de Dienstenorganisatie van de Samen op Weg-kerken. Onder redactie van Janet van Dijk spreken zich 'zeven denkers uit over God'. Eén van hen is prof. René van Woudenberg. Hij vertelt daarin heel openhartig over zijn eigen zoektocht naar God in zijn jonge jaren. Hij las en bestudeerde van alles, boeken vol antwoorden op vragen, maar ze gaven hem geen echt overtuigend antwoord.

'In deze toestand van vervreemding en van een onbeantwoord vragen bevond ik me (ik zal een jaar of vijftien geweest zijn) toen ik bevriend raakte met twee meisjes die me vertelden over Jezus Christus. Ik ben toen zelf voor het eerst in de bijbel gaan lezen, te beginnen bij het Evangelie naarjohannes. Ik las daar over God kennen, over uit God geboren zijn, over eeuwig leven, over stromen van levend water die uitje binnenste stromen, over de Trooster, over zonde en genade, over wandelen in het Licht, over sterven en vrucht dragen, over goddelijke liefde, over Christus volgen, over vasten en gebed. Het overweldigde me allemaal en ik merkte dat mijn hart uitging naar deze dingen. Niet dat ik geloof hechtte aan wat ik las, maar het wekte een bijzonder sterk verlangen bij me op, een verlangen om deze dingen verder te onderzoeken, en verlangen om er meer en dieper over na te denken. Het was alsof ik besefte dat ik honger had en dat me brood werd voorgezet, het was alsof ik besefte dat ik dorst had en mij water werd ingeschonken.

Mijn twee vriendinnen hebben me toen een onvoorstelbare dienst bewezen waarvoor ik ze nog dankbaar ben. Ze hebben me uitgelegd dat het onvoldoende is om over deze dingen te lezen en erover na te denken. Wat nodig is, zeiden ze, is een stap, een persoonlijke reactie. Want als je honger en dorst hebt, dan moetje niet naar dat brood en dat water kijken, maar dan moetje eten en drinken. Als God je uitnodigt, dan moetje zijn uitnodiging niet alleen maar overdenken en bestuderen, maar dan moetje erop ingaan. Op een heijstige zaterdagavond hebben deze twee vriendinnen met me gebeden, en me geholpen te eten, te drinken en op de uitnodiging in te gaan. Vanaf dat moment ben ik gaan geloven dat Christus de sleutel is tot de wereldraadsels en tot op de dag van vandaag probeer ik mijn blindheid af te werpen voor de schittering van zijn heerlijkheid en probeer ik te leven in de gloed van het Licht der wereld.'

Hij gaat na deze persoonlijke ontboezeming niet verder door over zichzelf en zijn verdere geestelijke ontwikkeling. Maar hij formuleert wel twee overtuigingen waartoe hij door de jaren heen gekomen is. Ik neem er hier één van over.

'Ten eerste dat het christendom naar zijn geestelijke aspect veel meer voorstelt dan velen denken. Het christendom spreekt over diepgrijpende werkelijkheden als zonde en genade, het spreekt over vergeving en over vernieuwing door de inwoning van de Heilige Geest, het spreekt over de gaven van de Geest, het spreekt over een onuitputtelijk reservoir van liefde dat voor ons beschikbaar is, het spreekt over levensbescherming, het spreekt over verleiding en de smalle weg, het spreekt over Gods gebod en over de rijke beloning die het onderhouden daarvan inhoudt, het spreekt over ons leven als een boek dat open ligt voor Gods aangezicht, het spreekt over eeuwig leven, over ware troost en over een oordeel en tijdstip waarop God alles in allen zal zijn. Het spreekt ook over het huwelijk als een goddelijke instelling, over trouw en maatschappelijke verantwoordelijkheid.

De werkelijkheden waarvoor deze uitdrukkingen staan, zijn enorm groot, veel te groot om ze je zomaar even eigen te maken of om er in het juiste contact mee te treden. Dit laatste vergt openheid, alertheid, nederigheid van hart maar ook doorzettingsvermogen. Het is mijn overtuiging geworden dat het christendom, dat juist daar waar het leven geleefd wordt, ons heel veel te zeggen en te bieden heeft. De werkelijkheden waarover het christendom spreekt, staan in verbinding met dat leven van ons. Als de mist optrekt, dan zie we dat.'

De tweede overtuiging is dat het christendom naar zijn intellectuele aspect veel meer voorstelt dan velen denken. De ruimte ontbreekt me dat hier te citeren.

Van Woudenberg besluit zijn bijdrage met een aangrijpend verhaal.

'Tot slot. Een van de twee vriendinnen die ik heb genoemd, heette Alien Aukema. Toen ze in Amsterdam medicijnen studeerde, heeft ze zich ingezet voor uit Turkije gevluchte Koerden, uit diepe bewogenheid met hun lot. Een van degenen die zij hielp, werd echter paranoia. Hij heeft Alien op de goede vrijdag van ïgyg (maar het kan ook een jaar later zijn geweest) op de galerij van haar woning vermoord. Diezelfde avond zat ik in het Concertgebouw te luisteren naar de Mattheüspassion. Er zijn toen verbindingen in mijn hoo/d gelegd die niet meer te verbreken zijn. Ds. S. van der Linden sprak tijdens de uitvaartdienst naar aanleiding van Rom. 8, een hoofdstuk dat Alien zo'n beetje in zijn geheel in haar bijbeltje had onderstreept. Daar wordt gesproken van het lijden "in de tegenwoordige tijd", maar ook van "heerlijkheid die hierna geopenbaard zal worden" en van het verlangen naar dat moment. En zo zie ik het christendom: het wekt verlangen en hoop (dat is wat ik noemde het geestelijke aspect van het christendom dat echt met het leven te maken heeft); en die hoop heeft een grond, namelijk de historische verrijzenis van Christus uit de dood (dat was dat andere aspect).

Het was en is verbijsterend dat Alien werd vermoord. Ik voeg hier aan toe: ze was niet zonder hoop in de wereld. Ze was ook niet zonder betekenis in de wereld. En daarom draait het in het christendom: hoop en verlangen, waarheid en betekenis.'

Het is van groot belang dat ook mensen als prof. René van Woudenberg dit helder en overtuigend geluid laten horen in onze tijd, waarin blijkbaar nog zoveel mensen op zoek zijn naar God. Heeft het niet alles te maken met wat Paulus in de wereldstad van die dagen, Athene, verklaarde, dat God uit één mens de hele mensheid heeft gemaakt die Hij over heel het aardoppervlak heeft verspreid 'opdat zij de Heere zouden zoeken of zij Hem wellicht tasten en vinden mochten, hoewel Hij niet ver is van een ieder van ons' (Hand. 17 : 27). God zoekt de mens. Hij is niet ver, ook niet van de zogehe* ten postmoderne zoeker van deze tijdi Ligt niet daar de primaire roeping van de christelijke gemeente in deze tijd, ook van hen die de gereformeerde belijdenis als wezenlijk omarmen, om daar vorm en inhoud aan te geven?

J. Maasland

P.S. Janet van Dijk (red.), God tegenkomen. Zeven denkers over God. Prijs € 4, 95. Te bestellen: Toer, Postbus 29, 2700 AA Zoetermeer. Bestelnr. 589. Tel. 079-3628282. CV.Koers: een uitgave van EB Media, Postbus 2101, 7420 AC Deventer, tel. 0900- 5352510.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 januari 2004

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Uit de pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 januari 2004

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's