De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Burgerlijk en kerkelijk huwelijk

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Burgerlijk en kerkelijk huwelijk

Kerk en wereld rechtens [2c]

8 minuten leestijd

Kerkelijke standpunten

We hebben aangekondigd dat we terug zouden komen op het standpunt van de kerken wat betreft de eventuele afschaffing van de artikelen 1:68 BW en 449 WvSr. Wat opgevallen is, is dat er qua standpunt van de christelijke kerken wat de verhouding van burgerlijk en kerkelijk huwelijk betreft, sprake is van een verschil van opvatting. Er is historisch-theologisch een verschil tussen de RK-Kerk enerzijds en de protestantse kerken anderzijds. Het zou voor de hand liggen om aan te nemen dat de RK-Kerk, vanwege haar visie op het huwelijk, prijs zou stellen op de bevoegdheid om een kerkelijk huwelijk met civiel effect te sluiten. Sommige geestelijken en leken, zo is gebleken, zouden zo'n bevoegdheid verwelkomen.

De kerk als zodanig, althans de bisschoppenconferentie, blijkt geen behoefte te hebben aan die bevoegdheid, vooral vanwege de praktische problemen die daardoor zouden worden opgeroepen, met name het probleem dat de kerk niet in staat is om de voorwaarden, die voor een rechtsgeldig burgerlijk huwelijk moeten gelden, te controleren.

Ook in sommige protestantse kerken komen wel dissidente geluiden naar voren, in die zin dat men het huwelijk in de eerste plaats als een privé-zaak en vervolgens als uitsluitend een kerkelijke aangelegenheid beschouwt. Over het algemeen blijken de kerken als zodanig te hechten aan de bestaande wettelijke bepalingen. De huwelijkssluiting acht men een zaak van de overheid, zowel om principiële als om praktische redenen.

De overheid volgen?

Wél is in het bijzonder onder de kerken van gereformeerde signatuur ook de vraag aan de orde geweest of de kerk wat betreft haar betrokkenheid bij het huwelijk - dus de bevestiging en inzegening - de overheid wel blindelings kan blijven volgen. Men wijst dan op de omstandigheid dat de overheid naast het huwelijk als gelijkwaardige relatie erkent het geregistreerd partnerschap en de verbintenis van personen van hetzelfde geslacht. De zorg hierbij is dat men wil trachten te voorkomen dat de kerk van discriminatie beschuldigd zou kunnen worden als ze niet alle door de overheid erkende (en misschien nog te erkennen) samenlevingsvormen zou willen inzegenen.

De wetgever heeft tot nu toe het standpunt ingenomen dat de sferen van het burgerlijk en kerkelijk recht gescheiden zijn en moeten blijven en dat daarom de kerken de volle vrijheid behouden om burgerrechtelijke relaties al dan niet kerkelijk te bevestigen. Een garantie dat dit onder alle omstandigheden in de toekomst zo zal blijven, geeft de overheid evenwel niet. Zo gaat de wetgever er op het ogenblik nog van uit dat een huwelijk slechts mogelijk is tussen twee personen (monogamie). Er zijn echter al diverse keren stemmen opgegaan die deze beperking niet vanzelfsprekend vinden en een opening zouden willen maken voor polygamie.

De kerken van de gereformeerde belijdenis doen er goed aan om, zolang ze niet gedwongen worden tot iets dat niet te verenigen is met hun visie op het huwelijk, de bevoegdheid tot het sluiten van een huwelijk (met civiel effect) bij de wereldlijke overheid te laten, zoals vanaf de Reformatie op principiële en praktische gronden is verdedigd. Principieel in die zin dat het huwelijk geen sacrament (genademiddel), maar een gewone natuurlijke zaak is - desniettemin een werk van God - en daarom tot de bevoegdheidssfeer van de staat behoort. Principieel ook in deze zin dat een apostolische kerk tegenover de overheid blijvend aan de bijbelse betekenis van het huwelijk wil appelleren. Zou de kerk het huwelijk in bijbelse zin uitsluitend als kerkelijke aangelegenheid gaan zien, dan zou zij daarmee onbedoeld en in zekere zin paradoxaal genoeg, aan de secularisering van de overheid en het huwelijk bijdragen. De overheid beschouwt het huwelijk ingevolge artikel 1:30 BW alleen in zijn burgerlijke betrekkingen: rechten en verplichtingen van de echtgenoten, gevolgen voor derden, onderhoud van de eventuele kinderen, erfrecht, etc. Dat is in de visie van een reformatorische kerk beneden de maat, maar - hier ligt een praktische grond - het is in ons rechtsbestel uitsluitend de overheid die bijvoorbeeld de wederzijdse zorgplicht van gehuwden burgerrechtelijk handhaafbaar en afdwingbaar maakt. De kerk beschikt niet over dwangmiddelen ter naleving van de verplichtingen die voortvloeien uit het huwelijk.

Eigen definitie

Als praktisch van aard is de genoemde opstelling ook nog aan te merken, omdat het allemaal anders zou kunnen als het zou moeten. Zie de situatie in het buitenland hier en daar. Het is principieel niet ontoelaatbaar en praktisch niet onuitvoerbaar te noemen dat de kerk krachtens delegatie door de overheid en bij wijze van keuzemogelijkheid voor hen die dat wensen, de mogelijkheid van huwelijkssluiting zou worden geboden. Reeds Voetius opperde die mogelijkheid! Aan zo'n mogelijkheid kleven vooralsnog een aantal moeilijkheden (zie hierboven). Een aantal reformatorische kerkgenootschappen (Gereformeerde Gemeenten, Gereformeerde Gemeenten in Nederland en Oud Gereformeerde Gemeenten) heeft het vanwege de opstelling van de overheid ten aanzien van het huwelijk goed gedacht in hun eigen kerkelijke regelgeving een eigen definitie van het begrip 'huwelijk' op te nemen, luidende: 'Een voor de burgerlijke overheid op bijbelse gronden gesloten huwelijksverbintenis tussen één man en één vrouw', al dan niet met de toevoeging 'naar de zin van de instelling voor het leven aangegaan'. - Principieel is op deze omschrijving natuurlijk niets aan te merken; zó heeft de christelijke kerk de eeuwen door het huwelijk bezien. Dat men in de eigen kerkenordening, waarvan de basis wordt gevormd door de Dordtse kerkorde, niet langer meende te kunnen volstaan met het gebruik van de term huwelijk zonder meer, moet, zo neem ik aan, uitsluitend worden verklaard vanuit de huidige omstandigheden.

Zaak van staat en kerk

Het is een kenmerk van de gereformeerde Reformatie om het leven in te richten onder het gezichtspunt van de twee-eenheid van kerk en staat. We hebben, al eeuwen lang, te maken met een situatie waarin de staat in zijn secularisering bezig is de kerk en (vooral) de Schrift kwijt te raken. De verdeeldheid van de kerk en de secularisering dragen ertoe bij dat ook de kerk de staat dreigt kwijt te raken. Ter zake van de huwelijkssluiting komen zij elkaar echter nog steeds tegen. De relatie is echter in veel opzichten problematisch geworden. Terugvallen op de historie zonder meer is voor de kerk niet mogelijk. Wat wél mogelijk en noodzakelijk is, is dat de theologische gezichtspunten vanuit de Reformatie niet verloren gaan, zodat de theologie op dat punt wordt aangepast aan de sociologie, - de waarneembare stand van zaken.

Principieel in dat verband is dat men in de kerk niet de gedachte gaat huldigen, die in elk geval buiten de kerk veld wint, namelijk dat het huwelijk in essentie slechts een zaak van twee mensen en dus in hoge mate een privé-zaak is. Ook is belangrijk om vast te houden aan het gezichtspunt dat wat de overheid met het huwelijk doet, zij dat doet als Gods dienaresse. Dat is alleen mogelijk als de kerk naast de overheid blijft staan tot en over de overheid en de staat. De kerk moet zich niet isoleren. Duidelijk moet blijven dat wat in de kerk met het huwelijk gebeurt een onderstreping is van wat op het gemeentehuis gebeurt. Wat ten overstaan van de ambtenaar van de burgerlijke stand is gebeurd, het geven van het jawoord, wordt ten overstaan van de dienaar des Woords herhaald. Het laatste is te verstaan als een belijdenis, een bevestiging van het jawoord ten overstaan van de dienaar des Woords en de gemeente, coram Deo.

De wetgeving en de rechtspraak terzake van het huwelijk dienen principieel bij de overheid te liggen, maar zij dienen wel gekerstend te worden. Mocht men thans menen dat die kerstening een halve eeuw geleden redelijk geslaagd mocht heten, Van Ruler zag zich toen al een tendens in omgekeerde richting aftekenen. Hij schreef in 1950: 'Naar de kerstening van de vorm van de voltrekking van het huwelijk door de magistraat heeft men (-) in de Reformatie-tijd uiterst voorzichtig en vrijwel tevergeefs gezocht. Sinds de Franse tijd worden onze ambtenaren van de burgerlijke stand in hun toespraken door een hysterische krampachtigheid met het oog op de neutraliteit beheerst. En in onze tijd', zo voegt hij toe, 'van ontwakend atheïstisch humanisme zijn de papieren van de naam God(s) ten stadhuize beneden pari gedaald. De kerk doet er beter aan, wanneer zij ernstig strijdt voor een voortgaande kerstening van het BW, dan wanneer zij luchthartig speelt met de gedachte van een apart kerkelijk huwelijksrecht. Met deze gedachte speelt men tegenwoordig (1950, GH) al te gemakkelijk'. Hij onderkende ook toen al het hachelijke van het waagstuk der Reformatie om het leven rondom de twee brandpunten van de kerk én de staat - als brandpunten in de ellips van het rijk Gods - in te richten. Als noodweg hield hij de mogelijkheid open dat de kerk de zaak van het huwelijk aan zich zou moeten trachten te trekken. Dat zou dan in de buurt van de roomse mogelijkheid komen: de kerk handelt in het huwelijk primair in de plaats van de overheid. Hij voegde er evenwel aan toe: 'Een kerk die waarlijk katholiek wil blijven, zal daartoe echter niet spoedig overgaan. Zij heeft daarvoor een té groot respect voor de plaats, de functie en de taak van de staat in het rijk Gods.'

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 januari 2004

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Burgerlijk en kerkelijk huwelijk

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 januari 2004

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's