Zelfbeproeving vanuit het Woord
Zegen rondom het heilig avondmaal [i]
In drie artikelen wü ik ingaan op de 'Zegen rondom het heilig avondmaal'. In fiët eerste artikel komt de voorbereiding aan de orde; in het tweede wil ik tets laten jezert over de bediening en viering van het heilig avondmaal; de artikelenreeks ivordt ajgérond met de nabetrachting en de dankzegging. Ten overvloede merk ik op dat de inhoud pastoraal van aard zal zijn.
Troost
Het heilig avondmaal wordt tot onze troost gehouden. Als zodanig is het ingesteld. Zo mag het door ons gezien en beleefd worden.
De troost wordt in het heilig avondmaal zichtbaar. De tekenen van brood en wijn wijzen op het lijden en sterven van onze Heere Jezus Christus. Niets meer, maar ook niets minder wordt ons in de tekenen voorgehouden dat Hij Zijn leven gegeven heeft tot een vólkomen verzoening van al onze zonden. Zij verwijzen naar Hem die onze enige troost is in leven en in sterven. Aan het heilig avondmaal geeft Hij troost, omdat Hij onze troost is. Hij laat het aan de dis van het nieuwe verbond horen: 'Ik voor u daar gij anders de eeuwige dood had moeten sterven'. Ook horen wij uit Gods mond, ziende in het geloof op het offer van onze Zaligmaker: 'Ik heb u liefgehad met een eeuwige liefde, daarom heb Ik u getrokken met koorden van goedertierenheid'.
Ook meen ik niet te veel te schrijven wanneer ik stel dat wij aan de dis van het nieuwe verbond opnieuw verzegeld worden door de Heilige Geest. Laatstgenoemde zet Zijn stempel op het werk Gods in ons leven. Dit stempel houdt ook in dat de Heere Zijn werk in ons leven onderhoudt. Wat een troost, wanneer wij er aan de tafel achterkomen dat nooit iemand ons uit de handen van de Heere zal kunnen rukken.
Ooit dichtte Lodenstein: 'Vreugde, vreugde, enkel vreugde'. Mag dit ook niet van de maaltijd des Heeren gezegd zijn? Aan Zijn maaltijd komen toch de bruiloftskinderen? Anders gezegd: allen die het leven niet bij zichzelf hebben, doch die hun leven buiten zichzelf in Jezus Christus zoeken. Hij is hun gerechtigheid. Van Hem belijden alle bruiloftskinderen: 'Hij is de Heere, onze gerechtigheid'.
Zelfbeproeving
Met name in de week van voorbereiding krijgt de zelfbeproeving een plaats. Dat wil niet zeggen dat deze niet in andere tijden plaats kan hebben. Maar wat zéker is: in een week van voorbereiding mag de zelfbeproeving niet ontbreken.
Waarom gaat het bij de zelfbeproeving? Misschien is het goed om eerst te zeggen waarom het niet gaat. Het gaat niet om 'navelstaarderij'. Wat ik daarmee bedoel? Een onderzoek waarbij nauwkeurig wordt nagegaan of er in ons iets gevonden wordt ten gevolge waarvan wij niet aan het heilig avondmaal kunnen deelnemen. Laat ik duidelijk zijn: er wordt in ons d.i. in ons vlees niets gevonden wat voor de Heere kan bestaan. Zelfs na eens ontvangen genade zullen wij Paulus nazeggen: 'Ik ben vleselijk, verkocht onder de zonde'. Dat is maar niet incidenteel (een enkele keer), doch dit is ons leven lang. Ik hoor het ds. G. Boer in een voorbereidingspreek nog zeggen: 'Een onbekeerd mens bevat een vat hoogmoed, doch als u de Heere vreest, komt u er achter dat er twee vaten hoogmoed in u gevonden worden'.
Wanneer de zelfbeproeving een zaak van ons zou zijn, zou zij geen waarde hebben. Zij gebeurt altijd vanuit het Woord door de Geest. In zo'n week neemt de Geest ons bij de hand. Hij laat ons vanuit het Woord aan de drie 'stukken' denken: ellende, verlossing en dankbaarheid. Gods Geest bepaalt ons erbij, hoe groot onze ellende is. Ook openbaart Hij ons vanuit het Woord, hoe groot de verlossing is die Christus op het vloekhout heeft verworven. Maar ook de geloofsdankbaarheid heeft een plaats.
Wat is het doel van de zelfbepoeving? Geen andere dan dat wij tot Christus zullen gaan. Hij is een volkomen verzoening voor al onze zonden. Ik maak nog een opmerking bij de zelfbeproeving. Daarbij gaat de ellende (zonde en vervloeking) voorop. Wat houdt het bedenken van de vervloeking in? Ds. C. van der Wal schrijft in Amen en beamen: 'Het gaat niet om een
doffe berusting in onze verlorenheid en doemwaardigheid, maar wel om de belijdenis, dat God ons geen onrecht zou doen, wanneer Hij ons onder Zijn vloek zou doen komen'. Het is: een toevallen van het recht van God. Hierin gaat het om de eer van God. Dat sluit echter ons behoud niet uit, doch juist in.
Praktisch
Om aan het heilig avondmaal te gaan, is het nodig dat er een band met de Heere is. Wanneer er geen gemeenschap is met Hem zal het heilig avondmaal geen versterking noch vreugde geven. Er zal geen verblijden in de God des heils zijn. Maar let wel: het is niet alleen nodig dat er een tere band tussen de Heere en ons is, maar er is niet minder een band met onze naaste nodig, 't Moet om zo te zeggen 'vlak' liggen met God én de naaste. Want wat is dat voor een heilig avondmaal, wanneer men zegt met God verzoend te zijn, maar men leeft met de naaste in grote onenigheid. Zo'n avondmaal zal zeker niet geven wat men ervan verwacht. Daarom is het van uitermate groot belang dat men in een week van voorbereiding nagaat of er tussen ons en de naaste niets is. En wanneer dit wel het geval is? Dan is er geen andere weg dan op te ruimen wat in de weg staat. Wat ik hierboven schreef, geldt niet al-leen naar onze naaste toe. Het kan zijn dat er in ons eigen leven ook het een en ander opgeruimd moet worden. Wij gaan de afgoden die wij kunnen aanhangen niet noemen, omdat zij uitvoerig vermeld worden in de zondencatalogus in het avondmaalsformulier. Maar het zou wel eens kunnen zijn dat er door ons persoonlijk afgoden opgeruimd moeten worden. Oude of nieuwe afgoden. Het 'Gij geheel anders' laat ons zien dat wij bepaald niet vlekkeloos zijn, ook niet - zoals Calvijn zegt - in het bukken voor de stomme afgoden. Hij maakt zelfs de opmerking dat ons hart is als een fabriek die alleen afgoden produceert, 't Zal duidelijk zijn dat opruiming nodig is.
Is dat prestatie van ons? Neen, dat in geen geval. Geen prestatie, maar gratie. Of de Heere die genade kan en wil schenken om de afgoden uit hart en huis weg te doen, daarover behoeft niemand in te zitten. De Heere kan en wil het, want Zijn goedheid gaat alles te boven. Zelfs onze schuld en zonde. Zijn goedheid duurt in eeuwigheid.
Een oordeel
Met name in een week van voorbereiding kunnen er aanvechtingen zijn. Zij proberen ons af te houden van het heilig avondmaal. Ik geef hiervan een voorbeeld. Wat kan er een aanvechting zijn als het gaat over de vraag of men wel aan de tafel des Heeren mag gaan. Vooral zal dit het geval zijn als satan ons voorhoudt dat wij geen heil bij God hebben. Wanneer wij aangaan, eten en drinken wij ons een oordeel. Let wel: er staat geschreven 'een oordeel'. Velen maken ervan het oordeel, maar dat staat er niet. Wij moeten goed lezen: een oordeel. Hiermee is bedoeld een oordeel voor de tijd, zoals dit het geval was in Korinthe waarvan de apostel Paulus zegt dat er vele zieken waren, omdat het heilig avondmaal niet op een juiste wijze werd gevierd.
Maar wat moet men doen als men aangevochten wordt door de duivel en als hij ons voorhoudt dat men zich een oordeel eet en drinkt? Dan is er één weg, een beste weg. Men moet zich wenden tot Hem die van Zichzelf zegt: 'Ik ben de Weg'. Als de Weg wijst Hij ons de weg. Hij verlost ons van alles! Ook van de aanvechtingen van de duivel. Vergeet het nooit: er is overvloedige genade om geholpen te worden. Men moet zich door de satan (tegenstander van God) nooit laten 'beetnemen'. Hij zal altijd proberen iemand van het heilig avondmaal af te houden.
Wie worden genodigd?
De hierboven gestelde vraag is niet moeilijk te beantwoorden. De gelovigen worden uitgenodigd om toe te treden tot dë dis van het nieuwe verbond. 't Kan ook anders gezegd worden: allen die het leven buiten zichzelf in Jezus Christus zoeken, ziet de Heere " gaarne als Zijn gasten aan Zijn tafel. Hoe groot of hoe klein het geloof is, is niet het voornaamste. Het belangrijkste is dat men als een bedelaar aan de tafel komt om van de Heere te ontvangen wat men nodig heeft.
Ook speelt hierin de omvang van de honger naar het brood des levens geen rol. In het dagelijks leven zal een jongen van zestien jaar meer honger hebben dan iemand die oud is. Zo is het ook in het aangaan aan de tafel des Heeren. De een komt met grote honger, de ander met minder honger. Of deze nu groot is of klein. Toegang is er tot de avondmaalstafel voor de al-. « lergrootsten en de allerkleinksten. Wel geldt voor allen dat zij niet genoeg hebben aan hun verlangen en werkzaamheden (a Brakel), maar dat zij allen genoeg hebben aan Jezus Christus die Zichzelf wegschenkt als Borg en- ' Zaligmaker.
Kortom: allen die Hem niet kunnen > - missen, behoeven Hem niet te missen.. Hij is een algenoegzaam Zaligmaker. Juist dat wordt aan het heilig avondmaal ondervonden. Daarover graag een volgende keer meer als ik iets vermeld over het aanzitten en de zegen daarvan.
G. S. A. DE KNEGT, BARNEVELD
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 januari 2004
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 januari 2004
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's