Bede- en boetedag
Oproep om de geestelijke strijd te strijden
Inleiding
In alle problemen die er zijn rond Samen op Weg, gaat het niet alleen om standpunten en argumenten, voor of tegen. Er is nog iets anders aan de hand. Het is namelijk ook een zaak van geesten die achter de standpunten en argumenten een rol spelen. Misschien is het momenteel zelfs zo dat het ten principale steeds meer het karakter krijgt van een strijd der geesten. Een strijd waarin we meer dan ooit de genade-gave nodig hebben van het mogen onderscheiden der geesten. Zoals de Schrift ons ook oproept in 1 Johannes 4 : 1 waar gezegd wordt: 'Beproeft de geesten of ze uit God zijn'...
Bij onszelf beginnen
Nu gaat het er zeker niet om elkaar ervan te beschuldigen dat we boze geesten in de kaart spelen. Wel gaat het erom elkaar op te scherpen in het strijden van de geestelijke strijd, waarin we gehoorzamen aan het Woord van God. Met de bedoeling dat we elke vorm van vleselijk strijden uit alle kracht zullen haten en vlieden. Immers, vleselijke strijd is koren op de molen van satan. Wanneer wij in pure zelfhandhaving vanuit onze oude mens kraak- en breekwerk gaan hanteren, dan zijn we totaal fout bezig. Laten we dan beginnen te erkennen dat wij allen, wie we ook zijn, welk standpunt we ook aanhangen en welke argumenten we ook gebruiken, er niet te goed voor zijn om in die vleselijke strijd te vervallen. Al zijn we nog zo gelovig. Al zijn we oprecht tot God bekeerd. Al hebben we zelfs veel genade ontvangen. Niemand van ons moet denken onschendbaar te zijn voor hoogmoed van onze oude mens die steeds weer op de troon wil zitten. We staan er allen voor open om, voor we het beseffen, in de fuik van satan terecht te komen, doordat we ons eigen gelijk willen halen. Wat dat betreft is het zeer bijbels om voortdurend te vrezen. Opdat we almaar zullen leren ootmoedig te wandelen met onze God. We mogen wel zeggen dat we vandaag allen beproefd worden in wegen van diepe dalen. De vraag is echter of we er ook gelouterd, geheiligd en gezegend zullen uitkomen ter eer van God.
De listen van satan
De duivel is razendsluw en geslepen. Voor we het in de gaten hebben, geeft hij ons een schouderklopje, omdat we toch zo rechtzinnig zijn en het zo goed weten (te zeggen). Ja, hij geeft ons zelfs een schouderklopje vlak na het moment dat we bijzonder vertroost zijn met Gods genade. De duivel zegt dan: 'Wat bent u toch een bijzonder christen, net een beetje meer dan een ander'. En hup, de duivel heeft het weer voor elkaar om ons in hoogmoed op de troon van onze oude mens te laten zitten. Het is niet voor niets dat de Schrift ons waarschuwt voor de listen van satan. Wat dat betreft kunnen we het intellect van de duivel niet hoog genoeg inschatten. Al is het ook weer waar dat de duivel tegelijk oerdom is, want hij vist bij God steeds achter het net. Ondertussen is het voor ons wel zaak dat we geestelijk strijden. Daar worden we toe geroepen en daar alleen rust zegen op. Elke vorm van vleselijk strijden keert als een boemerang op ons terug en dreigt onszelf neer te vellen.
Misschien is dat wel de reden van de huidige verwarring en verharding in de kerk. Mogelijk hebben we in het verleden te veel in eigen kracht van
eigen gelijk gestreden en gaat de Heere dat nu op ons bordje terugleggen. Overigens denken we dan niet enkel aan de problemen die er momenteel in hervormd-gereformeerde kring zijn en in het geheel van Samen op Weg. Er zijn in bijna alle kerken in Nederland problemen. In ieder geval in de kerken met de drie Formulieren van enigheid als grondslag. Het gist en woelt overal. Over vragen van heilstoe-eigening, over vragen van zuiver kerk-zijn, over vragen van Schriftgezag, over vragen rond het benaderen van rand- en buitenkerkelijken. En allen worden we gezamenlijk geconfrontreerd, ja zelfs geteisterd met het probleem van geloofsarmoede en kerkverlating.
Achtergrond
We vragen ons af waarom dit allemaal gebeurt. Is het een oordeel van God over onze kerkelijke en persoonlijke zonden? Of is het beproeving van de Heere, om ons te testen op volharding? Of is het anders? Is het werk van satan? Immers, satan heeft maar één bedoeling, namelijk om het werk van God tot op de laatste steen af te breken.
Misschien is het nog weer anders. Misschien is het een kwestie van het woeden van satan in grote toorn, wetende dat hij een kleine tijd heeft. Daar zou zelfs iets positiefs achter kunnen zitten. Er zou achter kunnen zitten dat satan weet dat God grote dingen gaat doen en dat hij daarom uit pure razernij vooraf, niet enkel in de samenleving maar ook in de kerk, zoveel mogelijk stuk wil maken. Iemand zegt: 'Hoe kan satan dat nu weten'? We antwoorden dat het niet onmogelijk is dat satan dit weet. De Bijbel leert ons immers dat satan betrokken kan zijn bij Gods beraadslaging in de hemel. Job i: 6 en 2 : i vertellen ons dat satan ook enig zicht kan krijgen op de plannen van God. Echter, satan mag niet verder gaan dan God toestaat. Ja sterker nog, satan wordt door God ingeschakeld om juist de eer en glorie van God te bevorderen. Want de geschiedenis van Job leert ons dat satan met al zijn woeden precies het tegendeel bereikt van wat hij had willen bereiken. God zet satan niet alleen schaakmat, maar gebruikt hem zelfs als knecht om het werk des Heeren te bevorderen. Job, die in het geding tussen God en satan terechtkwam, komt er gelouterd, geheiligd en gezegend uit. Zou het woeden van satan zoals dat nu plaatsvindt, daarom niet kunnen betekenen dat God al bezig is om satan straks een gigantische nederlaag te bezorgen? Op dit moment lijkt het er op dat satan op alle fronten aan het winnen is. Het kan ons bang maken en doen ineenkrimpen van verdriet en zorg. Doch is het uitgesloten dat God allang bezig is om te werken aan een grandioze overwinning? Mogelijk zelfs het doen aanbreken van de jongste dag. Of een geestelijk ontwaken waarin er velen tot geloof komen door op te staan uit de doodslaap der zonde. Een krachtige doorwerking van de Heilige Geest ook waarin velen die nu nog leven in een ingezonken geloofsleven, leren te staan in de vrijheid der kinderen Gods waarmee God hen heeft vrijgemaakt. Zodat het juk der dienstbaarheid wordt afgeworpen en er met grote vrijmoedigheid wordt getuigd van die ene Naam die onder de hemel is gegeven door Welke wij moeten zaligworden. We mogen dankbaar constateren dat God de hemelen heeft willen scheuren om genadig neder te dalen.
Levend geloof
Wie zal dit durven uitsluiten? Immers, het woeden van satan kan een signaal zijn dat de Heere grote dingen gaat doen. In het persoonlijk geloof gebeurt dat ook. Na tijden van grote duisternis door aanvallen en aanvechting van satan, kan er grote ruimte in de Heere komen, waarin het jubellied niet van de lucht is. In ieder geval is het vast en zeker dat satan altijd verliest en de Heere wint, want Christus is Overwinnaar.
Het zal duidelijk zijn dat het voor ons allen noodzaak is de duivel nooit een zuchtje wind in de zeilen te geven. Laten we in moedeloosheid en opstandigheid het werk van de duivel niet bevorderen door almaar in bitterheid te klagen naar beneden toe. Laten we daarentegen onze bitterheid en klacht naar Boven zenden en bij de Heere brengen. Verlamd en dood geloof zakt weg in negatief geklaag. Levend geloof veert op tot God en hoopt al klagend op zijn hulp. Daarom dienen we wakker te zijn en waakzaam. Opdat we constant de geestelijke wapenrusting kunnen hanteren. Immers, dat is de enige manier om de boze te weerstaan. Al ons vechten vanuit zondige zelfhandhaving helpt geen zier. Het helpt alleen de duivel. Want die kan op die wijze almaar meer verwoesting aanrichten. Hij heet niet voor niets diabolos. Dat betekent zoiets als 'degene die alles uiteenwerpt, het door elkaar gooit, chaos veroorzaakt'. Daarom vist de duivel graag in troebel water. En hoe meer wij gaan roeren in dat troebele water, hoe fijner de duivel het vindt. Want de duivel werkt in het donker, maakt misbruik van onkunde. Met de bedoeling de emoties hoog op te zwepen waardoor alles uit zijn verband wordt gerukt. De mensen weten het niet meer.
De Heere echter werkt anders. Hij is geen God van wanorde, maar van orde. De Heere voegt saam tot de vrees van zijn Naam. De Heere brengt ons tot de eenvoudigheid van het geloof dat rust vindt in de beloften van het evangelie. Dat geeft ootmoed en overgave. We raken uitgewerkt en leggen alles in Gods handen. We leren letten op wat de Heere zegt tot het volk Israël als het voor de Rode Zee staat, waar geen weg is en toch een weg moet komen. We lezen in Exodus 14 : 14: 'De Heere zal voor U strijden en gij zult stille zijn'.
We gaan zingen met Psalm 62 vers 4: 'Doch gij mijn ziel, het ga zo 't wil, stel U gerust, zwijg Gode stil. Ik wacht op Hem, Zijn hulp zal blijken'. Al ons ijdel geroep gaat stoppen. We worden wat dat betreft met heilzame stomheid geslagen en leren hopen op het heil des Heeren.
De goede strijd
Dan ook gaan we ons oefenen op de leerschool van de geestelijke strijd. Dat begint met de hand in eigen boezem te steken. We stoppen ermee om de synode de schuld te geven, of de Gereformeerde Bond, of het Comité, of het Gekrookte riet. De hand gaat allereerst richting onszelf.
Neen, dat betekent niet dat we fouten van anderen gladstrijken. Het betekent wel dat we bij onszelf beginnen. Dan beginnen we met een verbrijzeld hart en een verslagen gemoed. En we gaan verder met het uitdragen van liefde en het betrachten van zelfverloochening. We stoppen met het haten van medemensen die ons op onbijbelse wijze tegen zijn. We hebben hen lief, want we haten enkel de boze machten die hen onbijbels doen reageren. We komen terecht bij het hanteren van de geestelijke wapenrusting. We gaan het zwaard van het Woord hanteren. En het schild van het geloof. We tooien ons met de helm der zaligheid en het borstwapen der gerechtigheid. We lopen ons het vuur uit de sloffen om goed te maken waar we fout waren, want we hebben onze voeten geschoeid met de bereidheid van het evangelie.
Navolging
Iemand zegt: 'Dat is mij te soft, want Jezus is toch niet op aarde gekomen om vrede te brengen, maar het zwaard'? Ja, doch dat zwaard is het gevolg van het zwaard van het Woord van God. Immers, de allereerste bedoeling van het zwaard van Gods Woord is om alle vijandschap tegen God en zijn genade neer te slaan en ons in te winnen voor het evangelie. Enkel waar wij die vijandschap niet willen opgeven en ons verharden in het afwijzen van Christus, gaat er een ander zwaard flikkeren namelijk het zwaard van de boze dat twist en tweedracht veroorzaakt en ons dreigt te verteren. Doch wat Jezus als de Vredevorst van ons vraagt, is glashelder, want zijn evangelie is het evangelie des vredes. Bovendien is Jezus ons voorgegaan als een Heiland die als Hij gescholden werd niet terugschold en als Hij leed niet dreigde. Hij gaf alles dan ook over in de hand van zijn hemelse Vader.
Laten wij Hem dan hierin navolgen en satan geen milligram winst bezorgen. En dat zal des te beter kunnen wanneer we veel het wapen van het gebed hanteren. Geen gebalde vuist, geen dreigende vinger, maar de op n hand van een biddende bedelaar. D • - m zegt Paulus in Efeze 6 : 18 en 19: niet alle bidding en smeking biddende te allen tijd in de Geest en tot hetzelve wakende met alle gedurigheid en smeking voor al de heiligen en voor mij, opdat mij het woord gegeven worde in de opening van mijn mond met vrijmoedigheid, om de verborgenheid van het evangelie bekend te maken'. Dan gaat het ons allereerst om de voortgang van het evangelie. En daarin gaat het ons om de afbraak van het rijk van satan en de opbouw van het Koninkrijk van God. In onze eigen gelederen. In het geheel der kerk, ook op
het synodaal niveau van de PKN. Opdat Gods Woord overal zal zegevieren. Het gebed is daarbij een zeer krachtig wapen. Temeer omdat, naar het eigen woord van Jezus, het geslacht van de boze niet uitvaart dan door vasten en bidïden (Markus 9 : 29).
Laten we daarom veel een biddend en een'vastend leven beoefenen. Waarbij we het vasten vooral verstaan als vorm van boetedoening. Neen, geen boetedoening van het zelf willen verdienen. Wel in de zin van buigen voor de Heere vanwege allereerst onze eigen zonden en vervolgens die van anderen. Want de offeranden van God zijn nog altijd een gebroken geest. Immers een gebroken en verslagen hart zal God niet verachten (Psalm 51 : 19).
Wonderen
Zouden we dan ook vandaag geen wonderen van God mogen verwach- • ten? Dat is vooral het wonder van de stille wind van de Heilige Geest die niet werkt door kracht noch door geweld. Dan zal iets van heilige stilte ons kerkelijk leven gaan kleuren en kan God Zelf pas echt aan het Woord komen. Dat zal heilzaam werken naar het voorkomen van scheuren en breuken. Het zal meewerken tot het bouwen aan eenheid en het beoefenen van de gemeenschap der heiligen, omdat de Heilige Geest niet bedroefd wordt. Wat zou het heerlijk zijn wanneer de geschiedenis van de schipbreuk van Paulus op nieuwe wijze zou gaan herleven. Dat na de storm en de huizenhoge golven, wij allen op planken of op andere wijze vaste grond onder de voeten krijgen en samen verder mogen gaan. In eenheid van geloof en tot rijke zegen voor de kerk. Laten we allen, met name zij die, zoals we dat plegen te zeggen, bidden geleerd hebben, de Heere aanlopen als een waterstroom. De bede- en boetedag kan daartoe het startpunt zijn.
R. H. Kieskamp, Lienden
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 januari 2004
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 januari 2004
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's