Globaal bekeken
I ngenieur in de politiek' heet het boekje, dat kortgeleden werd aangeboden aan ir. H. van Rossem, oud-Tweede Kamerlid van de SGP (uitgave Guido de Brès-Stichting, Den Haag). Hierin zijn de vijf partijredes opgenomen die hij van 1981-1986 uitsprak, en verder bijdragen van mensen die hem in de politiek meemaakten, alsook een interview met hem dat drs. G. Puchinger hem in 1968 afnam. Hier volgen twee fragmenten:
Dr. D. Dolman (PvdA)
'Wanneer de regering een onwelgevallig amendement wil tegenhouden, grijpt zij soms als laatste redmiddel naar het destructie-argument. Een wijzigingsvoorstel mag niet destructief zijn. Wanneer bijuoorbeeld de regering belastinguerhoging voorstelt, mag de Kamer er niet belastingverlaging van maken. Wat echter te denken uan een poging niet tot peruertering doch tot ontkleding?
Meinjj Epema moest zich tegen deze laatste beschuldiging uerdedigen en deed een moeizaam beroep op Pippel, het oude commentaar bij het reglement uan orde, waarin een zaak uan meer dan een eeuw her was vermeld. Zo'n gedachtewisseling speelt zich af aan het begin uan de lueek, voor de stemmingen; de Kamer zit uol. Dus was ook Van Rossum, de allesweter, paraat en beende naar de interruptiemicrofoon. Wat deed meurouw Epema toch moeilijk; wist zij dan niet hoe de Grondwaterwet was gestript, nog maar kortgeleden? Zo'n adelaar is goud waard voor de wetgever. Anderzijds is ook een detaillist nooit weg. Zo smulde Henk uan grenscorrecties tussen gemeenten. Had de regering er wel op gelet, dat de grens geheel waarneembaar moet zijn in het landschap? Wie uan zijn land houdt, wil het < kennen. Ook met ontluisterend gevolg. Op zekere dag debatteert de Kamer ouer onrendabele spoorlijnen. Zegt Van Rossum: "Ik ben met mijn dochter uan Enschede naar Glanerburg gereden. Wij waren de enige passagiers. Moet dat zo? " Een andere dag gaat het ouer Gelderland, de Bommelerwaard, een eerste poging tot gemeentelijke herindeling. Natuurlijk is de woorduoerder van de SGP er zelf geweest. En welke graffiti trof hij aan op het gemak van een herberg?
Zaltbommel is een grote stad Hurwenen is een akelig gat Alem is een muizennest Maar Rossum is het allerbest! Voor zijn uakmanschap, zijn stoerheid, zijn collegialiteit maar uooral zijn leuensureugd, blijf ik hem dankbaar!'
Drs. H. Everdijk (CDA)
'Ik weet nog heel goed dat hij mij uit een nogal hachelijke situatie redde! Het was in 1978 toen ik uan de ene dag op de andere de opdracht kreeg om bij de begroting uan Verkeer en Waterstaat de binnenuaart te behandelen. Ik wist er niks uan en kon en kan niet eens zwemmen (een aantal oudere binnenvaartschippers ook niet overigens). Uit de stukken maakte ik een uerhaal. Tot mijn grote geluk werd de begrotingsbehandeling een dag uitgesteld. De auond ervoor vroeg Hoek mij wie voor het CDA de binnenuaart deed. Toen ik zei, dat ik dat zou doen, keek hij oprecht uerbaasd! Ik zei hem toen: "Hier heb je mijn uerhaal, wil je het eens lezen? " Henk nam het mee en las het in de trein. De uolgende morgen gaf hij het mij lachend terug en zei: "Een prachtig uerhaal, maar er staan een aantal dingen in die haaks staan op wat het CDA (d.w.z. de toen samenwerkende partijen uan KVP, ARP en CHU) uorig jaar heeft beweerd. Dat heb ik maar aangepast en aangevuld".
Met enigszins knikkende knietjes betrad ik die dag het spreekgestoelte, terwijl de publieke tribune vol zat met vertegenwoordigers van de binnenuaart. Na afloop van het debat werd ik aangesproken door de mensen uan de binnenvaart die zeiden: "Eindelijk weer eens iemand die weet waarover hij praat!'"
U uit de biografie over Willem Drees, waaraan we ook eerder aandacht schonken, nog een fragment over het Haagse Catshuis:
'Op 17 juni, ruim een maand na de Duitse inual maar nog uóór de Franse capitulatie, hield Drees een interpellatie in de Haagse gemeenteraad ouer de mogelijkheid uan aankoop uan het landgoed Sorghuliet, en het daarin liggende buitengoed dat later als het Catshuis bekend zou worden. "Ik heb in deze dagen iets meer tijd dan mij anders soms te beurt ualt", aldus sprak Drees en ik heb eens nagelezen wat Cats schrijft in Ouderdom en Buitenleven waarin deze de stichting uan Sorghuliet behandelt, den tijd waarin het is ontstaan, en den tijd, waarin hij er zich in uerpoosde." Hij citeerde ueruolgens Cats:
"En of al schoon de krijg veel menschenvleesch verteert, Nog wordt dat bloedig werk schier oueral begeerd: Wie zal het machtig uolk, wie zal menschen t ellen, Die onze krijg alleen eens zag ternederuellen? "
Cats, aldus Drees, scheen zich sterk te hebben kunnen afsluiten van de buitenwereld, getuige het vervolg:
"Wat voorts de wereld raakt, dat zend ik heden buiten, Ik wil geen aardsch gewoel in dezen hof besluiten; Ik wil ook nimmermeer hier nemen in beraad, Wat of in Jakarta of Bantam ommegaat; Noch of de Fransche kroon omtrent de Vlaamsche kusten In oorlog blijuen wil of lieuer heeft te rusten; Noch wat het Brittenland, na menig ongeual, Ten laatste nog bestaan of ondernemen zal."
De impliciete uerwijzing naar actuele ontwikkelingen zal geen der aanwezigen zijn ontgaan. Drees zou er later met voldoening naar verwijzen.
V.D.G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 februari 2004
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 februari 2004
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's