Naschrift van ds. Kieskamp
Geliefde broeders,
In enkele punten wil ik beknopt ingaan op uw antwoord op mijn brief aan u gericht.
1. Allereerst hartelijk dank voor de goede geestelijke toon van het antwoord. Het sterkt me in de gedachte dat we elkaar op deze toonhoogte nog steeds kunnen bereiken. Dat maakt me heel dankbaar. Temeer, daar er ook andere geluiden zijn. Er zijn reacties gekomen op mijn brief aan u die niet de Geest van Christus ademen, maar helaas een andere geest, een boze geest die in de kerk niet voor mag komen. Dat is een reden tot intense droefheid, temeer daar die boze geest godsdienstig verpakt wordt. Het deed dan ook de vraag bij mij bovenkomen: 'Vanwaar die haat en boosheid op mijn brief aan u? Welke geest drijft mensen die zo reageren? ' Voor mij persoonlijk is dat geen vraag, want de Geest van Christus reageert anders.
Vandaar mijn grote dankbaarheid over uw antwoord, waarin ik de Geest van Christus volop aanwezig zie. Naar het mij voorkomt, geeft u er blijk van te hebben gezien dat die Geest van Christus ook in mijn brief aan u aanwezig was. Dat geeft een verbondenheid die verschillen overstijgt.
Tegelijk betekent dat een appèl op ons allen om die Geest van Christus krachtig uit te dragen, zeker in de huidige, kerkelijk gespannen situatie. En dat temeer daar met grote zorg en droefheid geconstateerd moet worden dat meerdere boze geesten de overhand gaan krijgen. Er zijn geruchten over collega's die in de Protestantse Kerk (PKN) willen arbeiden en die bejegend worden met uitdrukkingen die ik hier niet neer wil schrijven, omdat ze al te zeer regelrecht gekleurd zijn door geesten uit de afgrond. En mochten andersom collega's of anderen die menen niet met de PKN mee te kunnen, ook zo bejegend worden, dan zou ik dat gaarne vernemen. Want zoiets mag niet geschieden. Nogmaals, des te meer ben ik dankbaar voor uw echt geestelijke reactie. Tegelijk doe ik nog een keer een appèl op ons allen om via een biddend en vastend leven alles te doen wat die boze geesten zal uitbannen, opdat onze woorden in spreken en schrijven aangenaam zullen zijn en met zout besprengd.
2. Ondertussen blijven er in uw schrijven verschilpunten met mijn brief. Het zal u duidelijk zijn dat ook het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond de gereformeerde belijdenis volstrekt trouw wil blijven. Wij hebben dan ook intens getracht om dat in het landelijk kerkverband uit te dragen. Jarenlang hebben wij daarvoor geijverd, gebeden en gestreden. Doch nu in de kerkelijke weg, geheel tegen ons willen, dat toch anders is verlopen, zien we ons geroepen hierin die kerkelijke weg te gaan en in gehoorzaamheid onze roeping ten aanzien van het gereformeerd belijden voort te zetten binnen het nieuwe kerkverband. En dat temeer daar het gereformeerde belijden toch geheel wettig meegaat voor heel de kerk en wij plaatselijk zelfs versterkt op dat belijden kunnen staan.
3. Er is inderdaad grote discontinuïteit tussen de Hervormde Kerk nu en de Protestantse Kerk. Dankbaar merken we echter op dat u niet zegt dat er uitsluitend discontinuïteit is. Er is zeker ook continuïteit, doch die is helaas sterk geschonden. Theologisch gezien valt het ons dan ook zwaar de PKN als wettige opvolger van de Hervormde Kerk te zien. Er zit helaas een breukelement in. Doch een breuk kan er op twee manieren zijn. Ten eerste op de manier waarop de stok geheel wordt gebroken en er twee stokken overblijven. Ten tweede op de manier waarop de stok weliswaar knikt, maar toch één stok blijft, want de breuk is niet totaal. Naar onze overtuiging gaat het bij de PKN om dit laatste. En dat is tegelijk iets wat nog weer kan helen. Wij willen dus zeker niet trouw blijven aan de kerk ten koste van de identiteit, doch onze minderheidspositie verhindert ons wel die identiteit geheel te realiseren zoals wij zouden willen. We hopen echter de genade van God te krijgen te mogen bouwen aan die identiteit, want de breuk is niet totaal.
Daarom is het ook niet alleen de trouw ran Gods verbond die ons in de kerk doet blijven. Het is ook onze overtuiging dat de gereformeerde leer in de : onfessie geheel wettig, hoewel meer geschonden dan in de hervormde situatie, meegaat. Onze hoop is hierbij in alles op de Heere alleen.
4. Inderdaad is de Protestantse Kerk geen gereformeerde kerk te noemen. Helaas niet. Maar was de Hervormde Kerk dat dan wel? Was en is zij dan wel een pilaar en vastigheid van de waarheid? Dat wij plaatselijk gereformeerd zouden kunnen blijven dank zij de pluraliteit, kan niet waargemaakt worden. Zeker, er zullen er zijn die dat willen beweren, maar dan zijn ze toch wel aan het luchtfietsen. Immers, de gereformeerde confessie gaat geheel wettig mee en wordt niet gemuilband. Dat is de reden dat we plaatselijk gereformeerd kunnen blijven en tevens alle ruimte behouden om de landelijke kerk te houden aan dit belijden. Dat er in de kerk ook stemmen zijn die de pluraliteit zozeer willen uitvergroten dat het gereformeerd belijden de das wordt omgedaan, dat zal waar zijn. En dat de pluraliteit zoals die in de PKN voorkomt reden is tot grote zorg, dat is ook waar. Doch tegelijk is er in de PKN veel aanwezig wat de pluraliteit kan beteugelen. Waarbij we vooral noemen het feit dat de Heilige Schrift beleden wordt als enige norm en bron. Ondertussen beseffen we dat we hierin volkomen afhankelijk zijn van de Heere. Alleen Hij kan door Woord en Geest verandering geven. Vandaar onze bede: 'Och dat Gij de hemelen scheurdet om neder te dalen'.
5. Op 12 december is het beroep op de gereformeerde belijdenis in elk geval in zoverre aangescherpt dat art. X.2 van de hervormde kerkorde is genoemd en dat het in een officieel kerkordelijk besluit is verankerd. Wat het groeien in het gemeenschappelijk belijden betreft, daar wordt een groeien mee bedoeld in gehoorzaamheid aan het Woord van God (zie kerkorde PKN ord. 1.1.3). Het beroep op Gods Woord wordt dus geplaatst boven het beroep op het (gereformeerd) belijden. Daar is toch, ook vanuit het kernbelijden der Reformatie bezien, geen speld tussen te krijgen? Gods Woord heeft toch het laatste woord? Dat er vele vragen en zorgen mee samenhangen is zeker. Dat de Konkordie van Leuenberg hierin een groot gevaar kan betekenen, is ook zeker. Maar we moeten de dingen wel bezien in de juiste proporties. Aan de ene kant moeten we scherp zijn en blijven tegenover alles wat zorgen geeft. Aan de andere kant is en blijft het zaak met de gehele wapenrusting Gods op post te staan. Daar zal enkel iets van terecht kunnen komen, wanneer God ons zal aangorden met de kracht van de mogendheden des Heeren. In die kracht springen we, zwak in onszelf doch sterk in de Heere, met God over een muur en lopen we met Hem door een bende. Want Hij heeft maar te spreken en het is er, te gebieden en het staat er. Ziende op de zorgen en noden en onze zwakke krachten, kunnen we alleen maar amechtig neerzinken. Doch ziende op de Heere en zijn wonderbare kracht mogen we opveren en moed houden.
6. U zegt niet af te willen gaan op wat de Heere zou kunnen doen, maar op dat wat uw roeping is. U verlangt daarbij om weder te keren tot de Heere, in Zijn wegen te wandelen en getrouw te zijn in Zijn inzettingen. Fijn, dat is ons uit het hart gegrepen, want wij willen niet anders. Doch is het onmogelijk om dat in PKN-verband te doen? Is de Protestantse Kerk echt zozeer een weg van de Heere af dat het ons onmogelijk wordt gemaakt om de Heere te dienen naar Zijn Woord? Dat kunnen en mogen we op grond van kerkordelijke stukken toch niet hard maken? De huidige situatie van de kerk is toch niet te vergelijken met die van rond 1610, toen remonstrantse predikanten met een onzuivere prediking de mensen wilden terugbrengen naar verdienstelijkheid van goede werken? Toen was in plaatselijke situaties echt de waarheid in het geding. Dat kan nu in de plaatselijke gemeenten waar het Comité actiefis, toch niet gezegd worden?
7. Ten aanzien van pluraliteit in de PKN zal u duidelijk zijn dat wij geen enkele onbijbelse pluraliteit in bescherming zullen nemen. Dat er ondertussen sprake is van een 'strijd der geesten', is zeker waar. Doch laten wij dan wel zelf zozeer geestelijk strijden, in de kracht van de Heilige Geest, dat de boze geesten niet juist in ons midden te keer kunnen gaan door onze eigen schuld.
8. U zegt tot slot in uw schrijven u kwetsbaar te willen opstellen voor het aangeven van dingen die u verkeerd gezegd zoudt hebben. Het zal u duidelijk zijn dat deze reactie een poging doet u opnieuw een spiegel voor te houden. Doch dat geheel uit diepe liefde en vanuit de onuitroeibare wens en bede dat er wegen komen om samen verder te gaan.
Bovendien gaat het niet enkel om dingen die verkeerd gezegd zijn, het gaat ook om zaken die verkeerd gedaan worden. En dan denk ik aan alle organisatiedrang die er momenteel onder u is. Is dat tot opbouw en stichting van de gemeente des Heeren, het lichaam van Christus? Laadt u niet de verdenking op u dat u toch bezig bent te scheuren? En is uw gewetensbezwaar zo stringent dat het u die prijs waard mag zijn? Temeer daar u ook weet dat de kans toch nihil is om de Hervormde Kerk in enige vorm voort te kunnen zetten. Waar is bij u het biddend wachten op het heil des Heeren? En dat temeer daar u geen strobreed in de weg wordt gelegd binnen PKN-verband het heil des Heeren naar de rechte leer te proclameren.
9. Ondertussen stemt het me heel erg 7 dankbaar dat we althans hier echt in gesprek zijn en dat de geestelijke insteek overheerst. Daar verwacht ik zegen van. Moge die geestelijke insteek < ons allen, maar ook de kerk zelf, be-' zielen. Dat zal ook het moderameö én de synode inspireren om open te staan voor begaanbare wegen. Immers, hët kan toch niet bestaan dat een kerkelijk eenwordingsproces scheuren en breuken tot gevolg heeft. Laten wij allen die hierin verantwoordelijkheid dragen, ons gedrongen weten door de liefde van Christus en daarbij beginnen met de hand in eigen boezem te steken. Dat zal frustraties en hardheid doen verdwijnen en liefde verwekken die vindingrijk is en wegen vindt om samen verder te gaan.
Doch ver boven alles uit staat de hoge koepel van de beloften van onze machtige God en Heiland. Moge Hij met Zijn Heilige Geest door al onze onmacht en nood heenbreken en glorierijk het voortouw nemen.
R. H. Kieskamp, Lienden
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 februari 2004
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 februari 2004
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's