De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Geroepen tot heilige dienst

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Geroepen tot heilige dienst

Ambtsdrager anno 2004

8 minuten leestijd

Een van de uitspraken van ds. K. Exalto die ik me blijf herinneren, is zijn grote waardering voor het werk van de ambtsdragers. Naast hun verantwoordelijkheden voor het gezin en hun taak in de samenleving zijn zij toch elke week weer beschikbaar voor het pastorale werk, de diaconale arbeid, de kerkvoogdelijke belangen. Een roeping, jazeker, maar elke roeping wordt niet altijd als een vreugde beleefd. En het klimaat waarbinnen zij hun werk moeten verrichten, is ook niet altijd optimaal. Maar toch, het is werk in Gods koninkrijk!

De afgelopen weken zijn er in vrijwel alle hervormde gemeenten weer (nieuwe) ambtsdragers bevestigd. Dat is een ingrijpende gebeurtenis in het leven van hen en (in de meeste situaties) van hun gezin. De stem van God klonk door middel van de verkiezing door de gemeente. Deze overtuiging is het eerste waar in de dienst van bevestiging antwoord op gegeven moet worden, namelijk het van harte overtuigd zijn wettig door Gods gemeente en daarom door de Heere Zelf tot deze heilige dienst geroepen te zijn.

Hier ligt een diep houvast voor allen die in het concrete ambtswerk met moeiten te maken hebben of die zien op eigen onbekwaamheid. God riep tot deze dienst en in het gehoor geven aan Zijn stem ligt ook de belofte van Zijn nabijheid. Ds. A. van Brummelen schreef in 1992 in ons blad: 'Vooral tegenwoordig, nu ook onze gemeenten grote ontkersteningsverschijnselen vertonen, is de persoonlijke overtuiging door God geroepen te zijn en voor Zijn aangezicht te staan, een dragende ondergrond bij het wondere ambt.' Dat geldt uiteraard allereerst de dienaren van het Woord, maar dat geldt niet minder allen die in een ander ambt gesteld zijn.

Visitatieverslag

Die ontkersteningsverschijnselen waarvan ds. Van Brummelen spreekt, zijn in onze tijd meer dan ooit zichtbaar. Dat is ook op te maken uit het overzicht van het geestelijk leven van gemeenten en kerk over de afgelopen zeven jaren, dat de visitatie het afgelopen najaar presenteerde. We lezen daar dat het reguliere huisbezoek - toch de kern van het werk van de ouderling - bij een groot en groeiend gedeelte van de kerk niet meer werkt. Gemeenteleden willen op de traditionele manier geen huisbezoek meer ontvangen. Waar dit vervolgens wordt afgeschaft, blijkt toch weer wel behoefte aan meeleven, aan een luisterend oor voor de vele nood die er in het leven is.

De individualisering en de verzakelijking van het leven hebben hun weerslag op het huisbezoek. Minder dan vroeger is er een klimaat waarin alle gezinsleden samen nadenken over de plaats die de Heere in hun leven heeft. Het is opvallend dat waar gezocht wordt naar nieuwe vormen, in het rapport van de visitatie tegelijk te lezen is dat nogal eens gehoord wordt dat 'het groothuisbezoek het niet meer doet. Dat heeft zijn tijd gehad'. Waar in hervormd-gereformeerde kring dit groothuisbezoek hier en daar pas opkomt, is het een opvallend - en niet te negeren? - signaal uit de breedte van de kerk te vernemen dat deze vorm mensen toch ook niet bevredigt in het zoeken naar een gericht antwoord op hun levens- en geloofsvragen.

Afgenomen geloofskennis

Daar komt bij dat de vragen waarmee mensen zitten en waarmee ambtsdragers geconfronteerd worden, in onze samenleving veel, divers en complex zijn. Alles wat in de samenleving voorkomt, heeft ook binnen de christelijke gemeente plaats. Gods Woord is daarover heel eerlijk en de ervaring van werkers in diaconaat of pastoraat zal dit bevestigen. Van de ambtsdragers wordt daarom veel gevraagd - en dat kan weer betekenen dat zij zich onzeker voelen. Waar als gevolg van de ontkerstening in ons land broeders in het ambt tijdens bezoeken van gemeenteleden met velerlei zaken geconfronteerd worden, is de 'kwaliteit' van deze ambtsdragers als gevolg van dezelfde ontkerstening niet vanzelfsprekend op het goede niveau. De visitatoren spreken in hun rapport over afgenomen bijbel- en geloofskennis onder ambtsdragers! Dat is een alarmerend signaal.

Ten dele is dit aan de synode zelf te wijten, waar de kerkorde ruimte biedt om degenen die geen belijdenis van het geloof hebben afgelegd, tot ambtsdrager te verkiezen. We denken aan de ouderling, die naar gereformeerd inzicht een sleutelfiguur in de opbouw van de gemeente is: hoe kan deze de gemeente leiden en meewerken aan haar opbouw, als hijzelf niet onderwezen is in de Schriften, als hij in zijn eigen leven geen weet heeft van de waarachtige en volkomen leer der zaligheid?

Het wapen

Juist om al deze dingen is de roeping tot het ambt blijvend een centraal gegeven. Waar God roept, wil Hij ook bekwaamheid geven, maar die bekwaamheid ontvangt een mens niet slapend. Daar moet inzet bij. Roeping kenmerkt zich altijd door het gehoor willen geven, door het kunnen volbrengen van een taak en door het een plaats gewezen krijgen. Als Paulus in Handelingen zo de ouderlingen te Efeze oproept om waakzaam te zijn, omdat de kudde bedreigd wordt door gevaren van binnenuit en van buitènaf, beveelt hij hen het Woord van Gods genade. Dat is hét wapen in de geestelijke strijd die in de gemeente plaatsheeft. Met dat wapen kan de valse leer bestreden worden en leert de gemeente haar heil alleen bij Christus en Zijn offer te zoeken. Ambtsdragers hebben daarom concreet na te denken in welke gedaante de 'wolven' in onze tijd de schaapskooi dreigen binnen te dringen. Daar waar de gemeente bedreigd wordt, moeten de wachters alert zijn. Dat vraagt heel concreet kennis van de leefwereld van de diverse gemeenteleden - van jongeren en ouderen, van hen die in de garage werken en van hen die een academische opleiding ontvingen - , maar vooral ook een leven in het Woord. Een ambtsdrager heeft het nodig elke dag te buigen aan de voet van het kruis. Is het daarom niét de nood van onze kerk als we lezen van afgenomen bijbel- en geloofskennis onder ambtsdragers? En laten we bij dit feit allereerst aan onze eigen gemeente denken!

We leven in een vergadercultuur, in een tijd van beleidsplannen, van democratisering en toegenomen mondigheid van gemeenteleden, van allerhande overlegcircuits - en waar het goed gebeurt, heeft het zeker zijn functie. Maar zij die geroepen zijn tot de heilige dienst die het ambt is, hebben voor alles de verplichting om Gods Woord ijverig te onderzoeken en zich te oefenen in de overdenking van de geheimenissen van het geloof, zoals ons bevestigingsformulier leert.

Heilige Geest

Het is een opvallend gegeven dat Handelingen 20 spreekt over de Heilige Geest die mannen tot opzieners over de gemeente stelt. Dat houdt een verreikende belofte in voor het werk in de gemeente. Want het is de Geest die bekwaam maakt, die wijsheid schenkt, die voorzichtigheid leert, die ons als met de ogen van Christus naar de schapen doet omzien, ook naar hen die geen mens tot hun hulp hebben. Hij weet van de gaven in de gemeente en heeft de verschillende ambtsbroeders onderscheiden gaven gegeven, die samen mogen dienen tot de opbouw van de gemeente. Het is nodig dat voortdurend samen onfdie gaven gebeden wordt. Ook hier kan een sleutel liggen voor vruchtbaar diaconaat en pastoraat. In het genoemde rapport van de visitatie wordt gerept over vele ambtsdragers die de sfeer in kerkenraden verzakelijkt vinden, die door de koude sfeer in de vergaderingen geestelijk uitdrogen. Een kerkenraadsbijeenkomst mag immers, ook een bron van toerusting, van opscherping, van aangording zijn. Als we elkaar vanuit het Woord daar leren, ontvangen we de autoriteit om de gemeente te dienen. Wie in de gemeente oeverloze meningen tegenkomt, hoeft hier zijn eigen beperkte inzichten niet tegenover te stellen, maar mag samen met de ander luisteren naar het Woord, de geopenbaarde wil van God. Dat geeft zowel het diaconale meeleven als het pastorale bezoek een diepe inhoud.

Eer van de Koning

In de gemeente des Heeren, de 'voorlopige opvang van de burgers van het Koninkrijk van God', staat de eer van die Koning centraal. In barmhartigheid en dienstbetoon, in terechtwijzing en vertroosting. Het gaat erom dat zielen gewonnen worden voor Christus, dat mensen leren in de dagelijkse dingen met God te leven. Daarvoor geeft God de wekelijkse prediking. Daarvoor geeft God de ambtsdragers, die de gemeente voorgaan en de gaven stimuleren om voor Hem te leven.

Dat mag een brede uitstraling hebben, ook over de grenzen van de gemeente heen. 'Een gemeente die gericht is op interne zaken en zo functioneert, doet tekort aan de eer van God', schrijft Stefan Paas in De werkers van het laatste uur, zijn boek over de inwijding van nieuwkomers in de christelijke gemeente. 'Allen ben ik alles geworden, opdat ik in ieder geval enigen behouden zal', zegt Paulus tegen de gemeente van Korinthe. Voor al onze medeschepselen dragen we verantwoordelijkheid, op weg naar de rechterstoel van Christus. Omzien naar de ander, hem of haar brengen onder de tucht van het Evangelie, hem of haar aansporen tot een vrome levenswandel. Zo mogen we Christus dienen, ons aller Meester (Matth. 23, 8). En geldt het ten diepste niet dat waar Zijn dienstknechten komen, Hijzelf aanwezig is. 'Wie u ontvangt, (of hoort of verwerpt) ontvangt Mij; en wij Mij ontvangt, ontvangt (of hoort of verwerpt) Hem die Mij gezonden heeft.'

P. J. VERGUNST

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 februari 2004

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Geroepen tot heilige dienst

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 februari 2004

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's