Boekbespreking
C. J. den Heyer Van Jezus naar Christendom. De ontwikkeling van tekst tot dogma. Uitg. Meinema, Zoetermeer; 276 blz.; € 18, 50.
Ben nieuw boek van de omstreden nieuwtestamenticwSIWeweJ... niejwrfWie de boeken van Den fïeyerfen^aal ërveel fft aan treffen wat de auteur elders gepubliceerd heeft.«Echt verrassend is het bepaald niet In feite is het een uitwerking van het laatste hoofdstuk van zijn boekje Verzoening. In dit boek schetst hij de weg van het bijbels getuigenis naar het dogma van de kerk. Norm en uitgangspunt is voor hem de historisch-kritische beschouwing van de bijbel, die als resultaat oplevert dat het Nieuwe Testament een bundel van verschillende en op een aantal punten tegenstrijdige getuigenissen bevat, dat het Oude Testament in de traditie van de kerk verchristelijkt is en dat het dogma een poging is om een eenheid te bewerkstelligen die er bijbels gesproken niet is. De kerk heeft volgens Den Heyer Jezus de man van Nazaret vergoddelijkt Waar de bijbel spreekt over het geloof van Jezus, gaat het in de orthodoxe visie om het geloof in Jezus. Het resultaat laat zich raden. Den Heyer kan met het klassieke dogma en de gereformeerde belijdenis geen kant uit Zijn dogmatische sympathie gaat uit naar een Geest-christologie en dat betekent een visie waarbij de mens Jezus door God tot Zoon is geadopteerd.
Het zou de omvang van een bespreking ver te buiten gaan als ik op alles wat te berde gebracht wordt kritisch moet ingaan. En of de lezer daarmee gediend is, waag ik te betwijfelen. Wat mij vooral stoort, is de wijze waarop alles wat niet past in het kritische systeem van de auteur wordt wegverklaard of verzwegen of - als het gaat om Jezus' woorden - op rekening van de latere gemeente gezet. Gesprek met exegeten die een andere visie hebben, is er nauwelijks. Auteurs als Martin Hengel en Stuhlmacher, die beiden laten zien dat er een nauw verband ligt tussen de prediking van evangelisten en apostelen en het dogma van de kerk, komen nagenoeg niet in beeld- Van de Beek wordt in een alinea zonder enige argumentatie afgedaan. Dat de woorden uit Mattheüs 1 aangaande de vervulling van de Immanuel-profetie in Jezus een grote christologische impact hebben... het komt niet aan de orde. Over het bestaan van de bron Q - op zijn hoogst een waarschijnlijke hypothese, hoewel er ook gefundeerde bezwaren tegen bestaan - wordt zeer massief gesproken: de ontdekking van de Q-bron. Mijn vraag zou dan zijn: in welk museum kan ik dit handschrift dan bezichtigen? Over de historiciteit van de opstanding wordt zonder argumentatie gezegd dat de evangelisten alleen maar informeren over de theologische betekenis. Welk historiebegrip zit hier achter? M.i. niet dat van de evangelisten zelf, die wel degelijk uitgaan van een historisch handelen van God. Zo zou ik door kunnen gaan met het formuleren van kritiek en tegenvragen. Dat de schrijvers van het Nieuwe Testament geen dogmatiek schreven, is het intrappen van een open deur. Daar ligt echter het punt niet De grondfout van het boek is m.i dat de auteur een seculiere historische visie ten grondslag legt aan zijn waardering van het dogma als reflectie op het geloof van de kerk. Op die wijze krijg je de weg van de tekst naar het dogma nooit goed in het vizier.
Eerlijk gezegd vind ik het - afgezien van de informatie over de wereld rondom het Nieuwe Testament - een oppervlakkig boek, dat het gesprek tussen dogmatici en exegeten echt niet verder helpt, laat staan dat de gemeente ermee gediend is.
A. Noordegraaf, Ede
Jonathan I. Israël, De joden in Europa 1550-1750. Uitgave Van Wijnen, Franeker, 356 pag., € 49, 90.
'Dit boek behoort ogenblikkelijk een standaardwerk te worden', meldde de English Historical Review over dit boek, dat in Engeland in 1985 voor het eerst verscheen en daar sindsdien nog twee drukken beleefde. Thans ligt het voor ons in vertaling van Ben G. Huisman. De kwalificatie standaardwerk kunnen we alleen maar bijvallen. Het boek biedt een doorwrocht historisch overzicht van de plaats van de joodse gemeenschap in Europa in de zestiende en zeventiende eeuw, toen er sprake was van een belangrijke stroomversnelling. Het eerste hoofdstuk bepaalt de lezer bij de massale uittocht van de joden uit het Westen vanwege verbanningen uit Duitsland en Zwitserland naar Polen, Litouwen en de Balkanlanden. In dit hoofdstuk komt uiteraard de rol van de R.-K. Kerk aan de orde, met b.v. de instelling van de Inquisitie in Spanje in 1483 en de algemene verbanning in 1492 van alle joden die weigerden gedoopt te worden en ook de massale doop van circa 70.000 joden die in 1497 in Portugal woonden.
Erasmus wordt aangemerkt als 'de absolute exponent van het christelijk-humanistische antisemitisme', de voorloper 'van zowel Luther als het pausdom in het formuleren van het nieuwe, meer ideologisch getinte antisemitisme van de 16e eeuw'. Calvijn wilde - zo constateert de auteur - de christelijk-joodse strijd matigen maar zijn gematigdheid behoedde ook de calvinistische reformatie niet voor het voetgeven aan de uitsluiting van joden uit West- en Midden-Europa. Uiteraard krijgt hier aandacht het geruchtmakende geschrift van Luther Von den Juden und ihren Luegen (1543), met als joodse opponent Jozef von Rosheim, die ook niet voor een kleintje vervaard was, gezien het feit dat hij Luther 'een pummel en een schoft' noemde en de keizer 'een engel des Heren'. Met de Contra-Reformatie kwam er trouwens bij Rome ook een verscherpt anti-joods beleid, leidend tot verbanning van de joden in 1569 uit alle pauselijk steden. De conclusie luidt dat de periode van 1470 tot 1570 de 'complete vernietiging' van de joodse religie, joods onderwijs en joods leven in West- en Midden-Europa te zien gaf. Het jaar 1570, zo meldt het tweede hoofdstuk, bracht de omkeer, waarna een periode aanbrak die wordt geduid als 'een historisch fonomeen van de eerste orde (1570- 1609)'. Toen verloren Reformatie en Contra-Reformatie hun oorspronkelijke stootkracht en begon de westerse cultuur scheuren te vertonen. De grote terugkeer van joden naar West- en Midden-Europa zette in, hetgeen tot een gestabiliseerde positie leidde in de jaren 1600-1620. Hugo de Groot rechtvaardigde de vestiging van joden in Holland, ondanks zijn instemming met de visie van Erasmus op de joden, met het argument dat de opinie in enkele Hollandse steden voor hen ontvankelijk was. Wat de Hollandse steden betreft krijgt Amsterdam in dit boek veel aandacht. Daar vestigden zich de joodse handelaars en de diamantslijpers, die niet weinig bijdroegen aan de economie van de stad.
Na deze strict historische doorkijk gedurende de twee eeuwen komen afzonderlijk aan de orde de joodse cultuur (1550-1650), de Dertigjarige Oorlog (1618-1648) en in een viertal hoofdstukken 'Het hoogtepunt: de hofjoden' (1650-1713), 'De joodse samenleving' (1650-1713), 'Een republiek apart' en 'Geestelijke crisis' (1650-1713). In dit laatstgenoemde hoofdstuk wordt de tijd binnen het jodendom getekend die bepaald werd door de sterk oplevende messiaanse verwachtingen, met het drama rond de mystieke rabbijn Sjabtai Zwi (1626-1676), en diens promotor Nathan van Gaza (1643- 1685), met als gevolg dat Sjabtai zichzelf in 1665 uitriep tot messias der joden. Maar uiteindelijk ging deze pseudo-messias onder dwang van de sultan in Constantinopel over tot de islam. Het zou nog jaren duren voordat de joden deze schok te boven waren. 'Verval en vernieuwing' heet dan ook het laatste hoofdstuk (1713-1750). Van harte bevelen we dit historische document aan als bron van studie voor allen die al of niet functioneel betrokken zijn bij het jodendom in het verleden, naar het heden en de toekomst. Een uitgebreide bibliografie sluit het boek af. Het is joodse geschiedschrijving van binnenuit, waarin het unieke van het joodse volk (alleen al vanwege het telkens opduikende antisemitisme) niet met zoveel woorden wordt genoemd maar wel impliciet door het boek heenstraalt.
v.d.G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 februari 2004
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 februari 2004
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's