Het geloof versterkt
Zegen rondom het heilig avondmaal [2]
Het is goed om in de tueek uan voorbereiding een bezinningsbijeenkomst te houden. In zo'n samenkomst kan nog eens worden stilgestaan bij een gedeelte uit de Schrift ivaar over het heilig avondmaal gesproken wordt Ook kan er een gedeelte uit het avondmaalsformulier behandeld worden. Vaak is zo'n bijeenkomst leerzaam en heilzaam. Zij schept bovendien een onderlinge band. Een zegen kan er al van uitgaan, alvorens de avondmaalszondag aanbreekt.
Mijding en schroom
Helaas komt er onder ons avondmaalsmijding voor. In vele gemeenten ontbreken soms tientallen kerkgangers. Wanneer het heilig avondmaal wordt bediend en gevierd, gaan zij óf in een buurgemeente naar de kerk óf zij blijven thuis. Doen zij hieraan goed? Mag het avondmaal gemeden worden? Ik denk het niet! De Koning der kerk wordt daarmee grote oneer aangedaan. Men mijdt een instelling des Heeren. Bovendien berooft men zich van een zegen. Want door elders te kerken of thuis te blijven, ontneemt men de Heere de gelegenheid om door middel van de mond van de dienaar des Woords te roepen en te lokken tot de dis van het nieuwe verbond. Is dat zonde of niet?
Naast de mijding vindt men onder ons de zogenaamde avondmaalsschroom. Nu zullen zij die niet aan het heilig avondmaal kunnen of durven komen, niet zo snel thuisblijven of naar een andere kerk gaan. Mijn ervaring is dat zij op een avondmaalszondag in Gods huis niet ontbreken. Maar ook al zijn ze aanwezig, zij komen niet aan de tafel des Heeren. Voor hun schroom kan ik - pastoraal gezien - begrip opbrengen. Wij gaan immers niet 'zomaar' aan het heilig avondmaal. God is een heilig God. Deze God is alleen te naderen in Zijn Zoon.
Echter... wanneer de schroom om aan het heilig avondmaal te gaan chronisch is, mag men zich wel dringend tot de Heere wenden om van die chronische schroom genezen te worden. Wat zeker is: Hij kan en wil schroom veranderen in vrijmoedigheid. Wij moeten dienaangaande niet te klein van de Heere denken. Nog een opmerking. Allen die belijdenis van het geloof hebben afgelegd en niet aan de tafel des Heeren gaan, moeten zich daarbij niet rustig neerleggen. Zij hebben zich daarin te veroordelen. Maar dat niet alleen. Zij hebben zich óók voor God te verootmoedigen en concreet schuld te belijden. Van de tafel des Heeren wegblijven houdt iedere keer in dat er met Petrus in ontrouw gezegd wordt: 'Ik ken Hem niet'.
Het zal duidelijk zijn dat hierbij geen dag rustig geleefd mag worden. De Heere behoort met ingespannen krachten te worden gezocht.
De avondmaalstafel
Wanneer wij onder de preek zitten, wordt er van ons verwacht dat wij goed luisteren. Wij zitten in de werkplaats van de Heilige Geest. Hij wil ons het een en ander schenken. Het geloof is door het gehoor(zamen) aan het gepredikte Woord. Als in de werkplaats van de Heilige Geest ook de tafel des Heeren staat aangericht, is er niet alleen veel te horen (de preek ter toeleiding tot de heilig dis), maar er is eveneens veel te zien. Wat is er te zien? Een tafel met daarop een maaltijd. Voor die maaltijd behoeft men niets mee te brengen. Het is zelfs verboden om iets mee te nemen. Het komt de eer des Heeren te na om van wie dan ook iets te ontvangen. Hij Zelf zorgt voor de maaltijd. Een dis waar alles werkelijk gereed is. In de tekenen van brood en wijn wordt heel het volbrachte werk van Jezus Christus op het kruis uitgebeeld. Zijn middelaarswerk wordt gezien. Om aan die maaltijd aan te zitten en daaraan deel te nemen is geloof nodig. Wat is geloof? Het is van onszelf afzien en opzien tot het Lam Gods, dat Zijn leven voor ons heeft gegeven. Door Zijn dood hebben wij het leven, zelfs het eeuwige leven.
Ik kan het geloof nog anders omschrijven. Meer dan eens hoorde ik in een preek zeggen dat het geloof is de lege hand van een bedelaar. Met de lege hand wordt de gave aangenomen en omklemd.
Wanneer aan de tafel door de dienaar van het Woord het brood gebroken wordt, wijst ons dit op het lichaam van Christus dat 'gebroken' is op het kruis van Golgotha. Hij heeft heil verworven. Hij heeft verzoening aangebracht. Verzoening door voldoening. Let wel: een volkomen verzoening. Het heil dat ons in het gebroken brood wordt aangereikt, geven wij door aan de broeder of zuster die naast ons zit. De ene bedelaar voorziet de andere bedelaar van het heil dat nimmermeer vergaat (Noordmans).
Hetzelfde is van toepassing op de drinkbeker der dankzegging. Ook die wordt doorgegeven. De wijn in de beker beeldt uit het vergoten bloed van Christus, waarvan wij geloven dat het ons reinigt van alle zonden. De stille vreugde daarover doet ons de beker van het heil niet voor onszelf houden, maar wij geven - zoals ik reeds schreef - die door aan de disgenoot naast wie wij zitten. Ook hij deelt in hetzelfde heil en heeft daarin zijn vreugde. Wij geloven niet op ons eentje, doch altijd in gemeenschap.
Wij gaan van tafel
Wanneer de viering van het heilig avondmaal is afgesloten met het lezen van een passend Schriftgedeelte en het zingen van een psalm, staat men op en gaat men weer naar z'n plaats. Aan het eind van de tafel passeert men een beker waarin een gift gedaan wordt. Ook komt het wel voor dat men - als er geen beker staat - zijn gift onder het witte tafelkleed neerlegt. Hoe het ook zij, geen avondmaalganger gaat van de tafel des Heeren zonder een gift achter te laten. Dat is geen betaling, zoals catt bisanten wel eens denken. Neen, het is een gave uit üefde. Er behoeft niets betaald te worden voor wat men heeft ontvangen. Alles is betaald. Met Zijn offerande heeft Jezus Christus volkomen betaald.
Wanneer wij daarom een gift achterlaten, is dat uit dankbaarheid jegens de Heere, maar tegelijkertijd denken wij aan onze naaste ver weg of dichtbij die daarmee geholpen wordt. Het is overbodig om te schrijven dat deze collecte altijd diaconaal van aard is. Heel mooi zegt ons avondmaalsformulier als het gaat om het bovenstaande: 'Wij zullen om Christus' wil, die ons tevoren zo uitnemend heeft liefgehad, allen tesamen één lichaam zijn, en dit niet alleen met woorden, maar ook met de daad jegens elkaar bewijzen'.
Hoe vaak?
Wij gedenken de dood des Heeren totdat Hij komt. Dat houdt in dat wij tot op de dag van de terugkeer des Heeren op de wolken des hemels heilig avondmaal zullen vieren. Iedere drie maanden staat de tafel des Heeren aangericht. Dat wil niet zeggen dat er niet meer dan vier keer per jaar avondmaal gevierd zou mogen worden. Een kerkenraad beslist zelf hoeveel keren per jaar hij dit doet. 't Moet echter wel minstens vier keer per jaar zijn. Ik krijg de indruk dat de meeste gemeenten zich houden aan vier keer.
Verlangen
Van heel groot belang is, hoe wij aan het heilig avondmaal gaan. De ootmoed kan, zoals ik reeds schreef, niet ontbreken. Maar wat het avondmaal tot een bijzondere maaltijd maakt, is het verlangen om gemeenschap te oefenen met de Heere. Wat kan met name in een week van voorbereiding het verlangen om deel te nemen aan het heilig avondmaal sterker en groter worden naarmate de avondmaalszondag nadert. Het is niet overtrokken als ik schrijf dat er op woensdag een heilig verlangen kan zijn naar de zondag waarop de Heere ons in Zijn Woord laat horen, maar niet minder in het heilig sacrament laat zien dat Hij in Christus een genadig God is.
Het zijn avondmaalszondagen met een 'gouden randje', wanneer de Heere in een week van voorbereiding al zo kennelijk nabij is. Zij zijn door geen leed uit ons geheugen te wissen. Nu zal men mij niet horen zeggen dat alle avondmaalszondagen zo zijn. Er kunnen zondagen onder zijn waarin het verlangen en de liefde om aan de tafel des Heeren aan te gaan niet groot is of zelfs wel gemist wordt. Moet men dan maar afblijven? Ons voorgeslacht heeft ons dit nooit geleerd. Ook de vertegenwoordigers van de Reformatie en de Nadere Reformatie zijn daarin niet voorgegaan. Zij hebben het volgende ons voorgehouden: 'Wordt het verlangen en de liefde niet in ons gevonden, zo mogen wij niet van het avondmaal afblijven, maar dan hebben
wij aan te gaan uit gehoorzaamheid'. Nu eens wel aangaan en dan weer niet is de Heere bepaald niet aangenaam. Het zal de christen ook niet tot zegen zijn.
Zegen
Maar wat is nu de zegen van een rechte avondmaalsviering? Onder meer dat het geloof wordt versterkt. Wij hebben dit nodig, omdat ons geloof zo zwak is. Hoe vaak wordt het niet aangevochten en van alle kanten bestreden. Er zijn vijanden te over die het geloof belagen. Aan Zijn tafel komt de Heere ons bemoedigen en versterkt Hij wat Hij heeft gewrocht. Wij horen Hem als het ware zeggen: 'Rust een weinig, want de weg zou voor u te veel zijn'. Let wel: niet alleen het geloof wordt versterkt, maar ook de liefde wordt ontstoken aan de liefde van Hem Die ' de Zijnen tot het einde heeft liefgehad. En wat te denken van de hoop. Zij wordt verlevendigd. Waarom? Omdat in het kruis en de opstanding des Heeren een deur der hope geopend is. Er is met Christus gemeenschap in Zijn vernedering, maar niet minder in Zijn verhoging. De zegen van het avondmaal is de verzegeling van de beloften. Onder meer van de belofte dat Hij ons nooit in de steek zal laten. Omdat wij Hem toebehoren, behoeven wij er niet over in te zitten of Hij voor ons zal zorgen naar lichaam en ziel. Hij doet het! 'Hij is zo getrouw als sterk. Hij zal Zijn werk voor mij volenden', zo zingen wij. Het is niet minder groot als de belofte verzegeld wordt dat Jezus Christus voor ons bidt. Altijd treedt Hij met Zijn voorbede in bij de Vader. Hij brengt er onze gebeden die Hij zuivert door Zijn bloed.
Vanwege de omvang van het artikel kan ik niet alle beloften noemen die worden verzegeld aan het heilig avondmaal. Ik noem er nog één, nl. de belofte van Zijn komst op de wolken des hemels. Te mogen weten dat Zijn komst ons heil volmaakt, is niet uit te spreken. Het houdt in dat onze beestachtige liefde tot de wereld minder wordt (Calvijn). De hemel gaat meer trekken dan de aarde. Wie ooit iets' van de hemel geproefd heeft, daar gaat het in het hart leven: 'Maranatha, kom Heere Jezus, ja kom haastiglijk'. Tot slot: er is gemeenschap met God, er is ook gemeenschap met elkaar aan tafel. Er wordt door alle disgenoten in hetzelfde heil gedeeld. Met welk doel? Om God te loven en te prijzen. Daarover een volgend keer in een laatste artikel.
G. S. A. de Knegt, Barneveld
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 februari 2004
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 februari 2004
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's