De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Open antwoord aan ds. Kieskamp

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Open antwoord aan ds. Kieskamp

9 minuten leestijd

Geliefde broeder Kieskamp,

Het is een wonderlijke eigenschap van de liefde dat we deze extra voelen in ons hart wanneer er zoveel is dat de band van de liefde dreigt te breken. Het is vanuit deze ervaring van de liefde dat de aanhef van onze briefis zoals deze is, in antwoord op uw schrijven van 15 december 2003, gepubliceerd in de Waarheidsvriend van 30 december 2003.

U stelt vele indringende vragen aan ons adres. Dat mag ook. Het zijn vragen die wij onder ogen hebben te zien. In alle bescheidenheid mogen we u zeggen dat we deze vragen ook onder ogen trachten te zien. We hebben ons wel duizendmaal afgevraagd of er bij ons een schadelijke weg is. Er is niets wat we zozeer vrezen als de door u genoemde vleselijkheid, oneerlijkheid, radicaliteit, moedeloosheid, onvoorzichtigheid en emotionaliteit. Wij zijn er diep van doordrongen dat al deze dingen in ons hart aanwezig zijn en dat we daarom tot al deze boosheid zijn geneigd. We weten dat ons geweten bij een dwaalziek hart behoort en dat alle mensen leugenaars zijn. Ons geweten is geen onfeilbare gids, maar het behoeft de voortdurende toetsing van het onfeilbare Woord van God. Dit besef brengt ons temeer tot de bede om in Gods Woord alleen te worden vastgemaakt en door Zijn Geest te worden geregeerd.

We kunnen nog een spade dieper graven. De vragen die u ons stelt, hebben in ons hart voor diepe aanvechting gezorgd. In deze verschrikkelijke aanvechtingen hebben we in beginsel alles verloren, terwijl we ervan doordrongen zijn dat we elke dag onszelf, de kerk en alle menselijke mogelijkheden dienen te verliezen om de Heere en het getuigenis van Zijn Geest in onze harten over te houden. Daarom kunnen en durven we niet anders. Ons geweten werd gebonden aan de Heere en Zijn Woord, en vrijgemaakt van mensen en synodale beslissingen. Van deze gewetensovertuiging willen we in antwoord op uw schrijven een korte verantwoording afleggen. 1. In de eerste plaats menen we dat we geroepen zijn om het pand dat de Heere ons toebetrouwde te bewaren (1 Timotheüs 6 : 20a). De Heere vertrouwde ons in de geschiedenis van ons land de gereformeerde belijdenis toe. Deze belijdenis werd in de weg van diepe worstelingen uit het gelouterde hart geboren. In deze belijdenis werd de enige troost in leven en in sterven in kerkers en op schavotten uitgezongen. De taal van onze belijdenis is beproefde taal.

We menen dat we de Heilige Geest bedroeven als we kerkelijk niet blijven bij de belijdenis van dit geloof. We zijn de overtuiging toegedaan dat dit geloof niet meer de kerkelijke grondslag van de PKN uitmaakt. De drie formulieren van enigheid worden weliswaar genoemd in de kerkorde van de nieuw te vormen kerk, maar de eenheid van de kerk wordt er niet meer door bepaald. In die zin zijn de drie formulieren als formulieren van eenheid losgelaten.

2. In het verlengde van het voorgaande menen we dat we de PKN niet kunnen zien als de wettige opvolger van de Ned. Herv. Kerk. De identiteit van de kerk wordt immers bepaald door het geloof dat zij belijdt (besluit Dordtse Leerregels). Wanneer we de kerkelijke grondslag van de Ned. Herv. Kerk vergelijken met de grondleggende artikelen van de PKN, zien wij grote discontinuïteit. Dit brengt ons er inderdaad toe om in lijn met de uitspraken van het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond van 1996 en eerder de PKN te zien als een breuk met de Ned. Herv. Kerk. Het is onze huiver voor afscheidingen die ons er nu beducht voor maakt om deel uit te maken van de PKN. Daarom kunnen wij het synodebesluit om de Ned. Herv. Kerk onder te brengen in de PKN in het licht van Gods Woord niet als wettig erkennen (art. 7 en 31-32 NGB).

Wij vermoeden hier een verschil in de visie op de kerk. U wilt trouw zijn aan de kerk, zonder de vraag naar de identiteit van de kerk te benadrukken, terwijl wij menen dat we voor alles trouw dienen te blijven aan de leer en de confessionele identiteit van de kerk. We menen dat de gereformeerde belijdenis geen theologisch model is, maar de werkelijkheid van Gods Woord op een adequate wijze vertolkt. 3. Ten derde hebben we geen vrijmoedigheid om toe te treden tot de PKN gezien de confessionele identiteit van de kerk. We duiden deze als een 'ondeugdelijk fundament'. Naar onze overtuiging is de nieuwe kerk geen gereformeerde kerk te noemen, maar een plurale. De mogelijkheid om ons gebonden te weten aan de gereformeerde belijdenis verandert niets aan het plurale karakter van de kerk. Integendeel, het plurale karakter van de kerk biedt het kader voor de gebondenheid aan dit belijden. Wij vragen ons in gemoede af of de PKN zo nog een 'pilaar en vastigheid van de waarheid' (1 Timotheüs 3 : 15) kan worden genoemd. We realiseren ons dat 'het lidmaatschap der Kerk, reeds van zelf, eerbiediging te kennen geeft van hetgeen zij belijdt' (Groen van Prinsterer).

Daarbij komt dat wij het ernstig betwijfelen of de mogelijkheid van beroep op de gereformeerde belijdenis sinds 12 december 2003 nog weer is aangescherpt. Als we het besluit tot vereniging van deze 12e december lezen, wordt het kader voor dit beroep ons duidelijk. Het geschiedt 'zonder af te doen aan de vastgestelde kerkorde van de verenigde kerk' met de roeping 'om te groeien in het gemeenschappelijk belijden van de kerk'. We lezen hierin dat het niet bij het beroep op de gereformeerde belijdenis kan blijven, maar dat we toegroeien naar een gemeenschappelijk belijden. Naar ons inzicht geeft de Konkordie van Leuenberg de modus van dit nieuwe belijden aan.

4. Wij durven niet te zeggen dat de Heere breekt met de PKN, evenmin als wij dat durven zeggen van de roomse kerk of van een evangelische groepering. Waar het Woord van de Heere is, kan en zal Hij werken. De Heere heeft Zijn kinderen wereldwijd in de meest ongedachte plaatsen. Wij denken dat wij de vraag niet behoeven te stellen waar de Heere wel en niet werkt. Het antwoord op deze vraag komt ons nog minder toe. Deze dingen liggen geheel in de soevereine handen van de Heere. Wij hoeven niet door te dringen in Zijn verborgen wil, maar wij dienen ons te houden aan Zijn geopenbaarde wil. Wij vragen ons niet af wat de Heere doen kan, maar wat onze roeping is. De uitkomst daarvan is voor de Heere. 5. We weten ons aangesproken door de door u aangehaalde oproep van de Heere om weder te keren tot Hem (Hosea 6 : 1). Met u zien we iets van een oordeel van God in het fusiebesluit, met name in stemverhouding. Dat huiveringwekkende oordeel van de Heere gaat in het bijzonder over de gereformeerde belijders in de kerk. Wij zijn van het heilspoor afgegaan. Wij zijn niet onvoorwaardelijk opgekomen voor het alleenrecht van Gods Woord op de hele kerk. Wij waren lauw in het dienen van de Heere. Het besef van Gods gericht over de kerk maakt ons klein. We weten ons onwaardig. In ons hart leeft de erkenning: 'Ik zal des Heeren gramschap dragen, want ik heb tegen Hem gezondigd' (Micha 7:9). Vanuit deze grondhouding zijn de grote moeiten en de zorgen waarin wij zijn terechtgekomen niet te zwaar. Vanuit deze grondhouding is er in ons hart tevens het verlangen om weder te keren tot de Heere, in Zijn wegen te wandelen en getrouw te zijn in Zijn inzettingen. Omdat wij menen dat de PKN een weg van de Heere af is, menen we dat we ons op deze weg niet mee mogen laten nemen. Als het om ons persoonlijk belang ging, zouden we ons laten meenemen naar de PKN, maar omdat de gehoorzaamheid aan Gods Woord in het geding is, menen we 'neen' te moeten zeggen tegen de PKN.

6. In aansluiting op de voorgaande overweging leeft bij ons de overtuiging dat we de huidige kerkelijke ontwikkeling in een bredere geestelijke ontwikkeling dienen te plaatsen. We menen dat er sprake is van een 'strijd der geesten'. Het plurale beginsel van de PKN verdraagt zich niet met het exclusieve karakter van het Woord van God. In de diverse kerkelijke gesprekken om tot een begaanbare weg voor de hervormd-gereformeerden te komen, is overduidelijk gebleken dat de pluraliteit een onopgeefbaar beginsel in de nieuwe kerk is. Derhalve menen wij dat we in de huidige geestelijke strijd duidelijk stelling hebben te nemen tegen het beginsel van de pluraliteit.

Waarde broeder, wij danken u heel hartelijk voor de spiegel die u ons hebt voorgehouden. Uw woorden brengen ons tot nieuw zelfonderzoek en ze zijn een vermaning om in ootmoed en afhankelijkheid van de Koning der kerk te wandelen. Persoonlijk weten we van een geweten dat ons aanklaagt dat we tegen als Gods geboden zwaar en menigmaal hebben misdreven. In de zaak van kerk oefenen we ons echter om voor God en de mensen een goed geweten te hebben. We stellen ons open voor kritiek in de manier waarop we ons hebben verantwoord. Uiteraard hebben we ons gericht op de zaken die onder kritiek van Gods Woord gesteld dienden te worden. Dat brengt vanzelf een bepaalde eenzijdigheid met zich mee. U beweert echter dat wij dingen hebben gezegd die niet gezegd mochten worden. We zijn ons ervan bewust dat we in onze woorden struikelen. In alle bescheidenheid menen we nochtans dat we van de inhoudelijke kritiek vanuit het Woord op de PKN niets terug hoeven te nemen. Indien u ons kunt aangeven waarin wij verkeerde dingen hebben gezegd, zijn we van heler harte bereid ons kwetsbaar op te stellen en onze fouten te erkennen. Het is met grote pijn dat we constateren dat we als broeders van hetzelfde huis op grond van dezelfde kritiek op de grondleggende artikelen en het geheel van de kerkorde van de PKN tot verschillende conclusies komen. Terwijl we innerlijk dicht bij elkaar staan, gaan onze wegen door het synodebesluit van buitenaf nochtans uiteen. Moge de innerlijke broederlijke liefde desondanks blijven en extra diep worden gevoeld. Geve de Heere ons die grote genade dat we in ootmoedigheid de ander uitnemender achten dan onszelf. We verblijven onderwijl met de meest broederlijke groet, namens het Comité tot behoud van de Nederlandse Hervormde Kerk,

W. van Vlastuin

Na het synodebesluiten van 12 december stuurde ds. R. H. Kieskamp een brief aan de leiding van het Comité tot behoud van de Nederlandse Hervormde Kerk en van het Gekrookte Riet, waarbij hij zich ook richtte tot allen die  voornemens zijn om na 1 mei met de kerk te breken. In de Waarheidsvriend van 30 december is deze brief integraal geplaatst. Vandaag plaatsen we het antwoord dat van het bestuur van het Comité ontvangen werd, samen met de reactie van ds. Kieskamp daarop.

Red. de Waarheidsvriend

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 februari 2004

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Open antwoord aan ds. Kieskamp

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 februari 2004

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's