Een wandeling door theologenland
Gedachten rond het aanknopingspunt [4]
GEDACHTEN ROND HET AANKNOPINGSPUNT [4]
Opvallend is dat Kuyper met zijn leer van de algemene genade geen solidariteit erkent met ongelovigen in gezamenlijke schuld voor God. Juist andersom erkent hij gezamenlijke goedheid die na de zondeval nog zou bestaan.
Aan de andere kant bouwt hij met zijn leer van de antithese weer een grote kloof tussen gelovigen en ongelovigen. Maar ook hier helaas weer geen solidariteit in gezamenlijk schuld, zodat hij het risico loopt in de fuik van het farizeïsme te zwemmen.
Daarom zou ook tot Kuyper gezegd kunnen worden wat eenmaal door een groot theoloog gezegd is, namelijk: 'U hebt nog niet overwogen hoe groot het gewicht der zonde is'. Hier schijnt ondertussen relatie te liggen met invloed op Kuyper van de zogenaamde 'Groningers'. Zij leerden dat de stuwkracht van het geloof niet primair uit de leer, uit het Woord, maar uit het leven opkomt.
Kuyper werkte dit uit door te leren dat het zaad der wedergeboorte vanuit de verkiezing, dus los van het geloof, in de mens gelegd was. De wedergeboorte werd zo een soort ingestorte mogelijkheid om tot geloof te komen, los van het Woord.
Er kwam een foutief accent te liggen op de mens en zijn mogelijkheden. Dat brengt ons bij de zogenaamde natuurlijke theologie.
Natuurlijke theologie
Onder natuurlijke theologie verstaan we theologisch denken dat niet ontspringt aan de bijbel, maar dat los van het Woord van God ontspringt aan het menselijk denken. We kunnen er dus onder verstaan elk theologisch denksysteem dat los van de bijbel aan godsdienst doet. Alle niet-christelijke religies horen erbij. Bovendien kan er een mengvorm optreden met het christelijk geloof, waardoor dat christelijk geloof zijn zuiverheid gaat verliezen. Het wordt mat en dof in de kerk. Christus en zijn genade vormen niet meer het stralende middelpunt. Kerk en wereld gaan zich vermengen. Met het grote gevaar dat de Heilige Geest Zich meer en meer bedroefd gaat terugtrekken. Bij dit alles is natuurlijke theologie een kwestie van foutief omgaan met zowel algemene genade als met algemene openbaring. Dat is ook de reden geweest dat Barth in zijn beruchte 'Nein' tegen het aanknopingspunt van Brunner zo fel en ongenuanceerd heeft gereageerd. Hij vreesde namelijk dat er enige vorm van natuurlijke theologie zou binnensluipen, waardoor het genadekarakter van de genade teloor ging. Barth ging daarin zelfs zover dat hij het bestaan van algemene openbaring verwierp. Daarmee kwam Barth niet enkel in strijd met de Schrift, maar ook met de belijdenis. Immers, artikel 2 van onze Nederlandse Ge-loofsbelijdenis leert dat God Zich ook te kennen geeft door de schepping, onderhouding en regering der wereld.
De algemene openbaring dus. Alleen, de geloofsbelijdenis geeft hierbij geen millimeter ruimte voor het ontstaan van ongeoorloofde natuurlijke theologie. Er wordt immers gezegd dat die algemene openbaring volgens de Schrift in Romeinen 1: 20 genoegzaam is om de mensen te overtuigen en hun alle onschuld te ontnemen. Met Barth verwerpen we dus de natuurlijke theologie, doch tegen Barth in houden we vast aan de algemene openbaring. De bedoeling van Barth was goed, namelijk het zuiver houden van Gods genade. Doch hij sloeg volstrekt onbijbels door, toen hij met het badwater van de natuurlijke theologie ook het kind van de algemene openbaring ging wegwerpen.
Brug en loopplank
Dat Barth dit deed, had ondertussen ook weer zijn reden. Aan de ene kant zag Barth dat Calvijn en Luther, met de vrot e reformatoren, wel evenwichtig waren omgegaan met de algemene openbaring. Bij hen kwam het genadekarakter van de genade niet in gevaar. De leer van de algemene openbaring leidde bij hen immers niet tot het ontstaan van natuurlijke theologie die als bedreiging voor de genade binnen zou kunnen glippen. Integendeel zelfs, want bij hen leidde het tot een leer waarin het ontstaan van het heidendom werd verklaard. Het had er de functie om elke interreligieuze vorm van syncretisme en dus van natuurlijke theologie, juist af te wijzen.
Aan de andere kant zag Barth dat sinds de Verlichting er ontsporing aan de gang was. Immers, de algemene openbaring ging functioneren als voedingsbodem voor natuurlijke theologie die bedreigend werd voor Gods genade in Christus. Vrijzinnigheid en andere vormen van liberale theologie maakten er goede sier mee. Men meende op deze wijze de moderne mens tegemoet te kunnen komen om het evangelie beter te verstaan. Ondertussen verkwanselde men het evangelie echter en werd de moderne mens minder dan ooit bereikt. Ook Kuyper is niet aan dit gevaar ontkomen. En Noordmans zegt ervan 'dat de algemene openbaring eertijds weliswaar de brug was waardoor de heiden in de kerk kwam, maar dat zij nu de loopplank is waardoor de christen de kerk verlaat'.
Een opmerking overigens waar het een en ander op is af te dingen. Noordmans zal namelijk niet zozeer de algemene openbaring zelf, als wel het foute gebruik ervan, dus de natuurlijke theologie, bedoeld hebben. Ondertussen is de opmerking van Noordmans, aldus verstaan, van uitermate groot gewicht. Het geeft immers haarscherp weer hoe de voortgang van het evangelie vandaag bedreigd wordt.
Beducht voor radicalisering
Om deze bedreiging nu met wortel en tak uit te roeien, ging Barth zover dat hij zelfs ook niet wilde weten van algemene openbaring. Nogmaals, Barth bedoelde dit, mede door de dreiging van het nationaal-socialisme, goed. Maar het pakte restloos fout uit in
haar toepassing. Want het bijbelse gegeven van Gods algemene openbaring werd om zeep gebracht. Met alle gevolgen van dien.
Het leert ons deze les namelijk, dat we in theologisch opzicht altijd zeer beducht moeten zijn voor elke vorm van radicalisering. Voor we het beseffen, slaan we door en glijden we uit. We vergeten de heilzame betekenis van zelfverloochening, het gaan achter Christus aan en de bedachtzaamheid van de vreze des Heeren.
De algemene openbaring van God kan dus het gevaar lopen natuurlijke theologie en daarin het aanknopingspunt te promoten. Iets wat weer samenhangt met de vraag of er na de zondeval eventueel nog iets als goede schepping is overgebleven en hoe we dat moeten waarderen. Hierbij is er ondertussen geen enkele aanleiding om de algemene openbaring zelf de schuld te geven van het ontstaan van natuurlijke theologie en het aanknopingspunt.
Met name Calvijn heeft ons glashelder geleerd dat de algemene openbaring geheel volkomen is. Die zou voor ons voldoende geweest zijn om eeuwig leven te krijgen, wanneer we niet in zonde gevallen waren. Het is daarom onze zonde die alles stuk gemaakt heeft. Sinds de zondeval gaan wij van nature namelijk fout om met die algemene openbaring.
Zozeer zelfs dat er heidendom en andere vormen van natuurlijke theologie, zoals het aanknopingspunt, door ontstaan.
Goede bril
Ondertussen is daarmee nog niet gezegd dat er geen algemene openbaring bestaat. Eveneens is niet beweerd dat het onmogelijk is om op goede manier met algemene openbaring om te gaan. Integendeel zelfs. Want het is heel wezenlijk om vast te houden aan de bijbelse leer van de algemene openbaring. Zoals het ook heel wezenlijk is er beducht voor te zijn dat we verzanden in enige vorm van natuurlijke theologie.
Als we zouden komen tot iets wat op natuurlijke theologie lijkt, dan dienen we zeer alert te zijn. Het is dan noodzaak dat we beseffen dat het enkel kan wanneer we de goede bril opzetten. Dat is de bril van Gods bijzondere openbaring in de Schrift. Immers, we krijgen pas echt het goede zicht op alles wat met algemene openbaring samenhangt, wanneer we het bezien vanuit de bijbel. Het 'product' dat we dan krijgen, kunnen we daarom beter niet natuurlijke theologie noemen.
Een meer adequate benaming zou scheppingstheologie zijn. Immers, het gaat om de vraag of er sinds de zondeval nog scheppingsgegevenheden zijn die min of meer ongeschonden door de zonde zijn heengekomen. Waarbij dan de hamvraag is hoe we daarmee om dienen te gaan en hoe we het in het geheel van de theologie dienen te wegen. Immers, er mag geen enkele schade ontstaan voor de voortgang van Gods genade in Christus.
R. H. KIESKAMP, LIENDEN
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 februari 2004
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 februari 2004
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's