Ons zendingshart hervinden
Inwijding van nieuwkomers in de gemeente
Het is meestal een niet al te groot nieuwsbericht in de kranten, dat ondertussen heel schokkend is. De Hervormde Kerk verliest jaarlijks zo'n vijftigduizend leden. Kerkelijke neergang, in cijfers vastgelegd. Elke week een gemeente van duizend leden - zó geformuleerd wordt het getal concreter en het appèl op ons klemmender om het Evangelie voor te leven, om diaconaat en pastoraat te intensiveren. Stefan Paas signaleert dat het voor de onderzoeksinstituten niet interessant is de omgekeerde beweging in kaart te brengen, namelijk het aantal mensen dat zich bij de gemeente voegt.
Twee jaar geleden verscheen Jezus als Heer in een plat land, waarin Paas ingaat op de context van zending in Nederland. Onlangs presenteerde de evangelisatieconsulent van de Christelijke Gereformeerde Kerken een tweede fundamenteel boek, dat het waard is breed overdacht te worden: De werkers van het laatste uur, met als ondertitel: De inwijding van nieuwkomers in het christelijk geloof en in de christelijke gemeente. Want als het gaat over nieuwkomers in de gemeente, over hen die getrokken worden tot Gods wonderbaar licht, gaat het ook over de gemeente die hen biddend begeleidt, gastvrij verwelkomt en onvoorwaardelijk liefheeft.
Centraal daarbij is de overtuiging dat iemand tot Christus komt en niet dat iemand zich voegt in wat in onze gemeenten gebruikelijk is. Hier ligt het spannende punt, dat echter wel op tafel moet komen en blijven. Want als we het Evangelie aan de ander bekendmaken, is dit allereerst een confrontatie met ons eigen leven, zowel persoonlijk als in de gemeente. En het gaat daarbij niet om een of andere groepsnorm of culturele situatie, maar om werkelijk leven in geloof, hoop en liefde. Daarom is zending geen inwisselbaar deel van het christen-zijn, waarvoor een zeker aantal betrokken leden van de gemeente zich inzet, maar een kernbegrip. Het is ds. Blenk die onder ons in een willekeurige theologische discussie nogal eens roept: 'Waar is de zending in dit gesprek? ' Dit geldt ook Stefan Paas, die opmerkt dat goede theologie gebaard wordt door zendingsvragen. Zo heeft de bezinning plaats op de manier waarop de identiteit van de christelijke gemeente gestalte krijgt te midden van de vragen van onze tijd.
Prediking
Paas noemt in zijn boek de verbinding van zending en gemeente de injectie die veel van de prediking binnen de gereformeerde gezindte wel eens nodig zou kunnen hebben. Het gaat daarbij om niet eenzijdig gericht te zijn op hen die Christus als hun Zaligmaker en Heere kennen, omdat gehonoreerd moet worden dat er in de gemeente ook mensen zijn die God niet werkelijk dienen en zij daarom ook beëvangeliseerd moeten worden. En tegelijkertijd dient de Heilige Schrift altijd weer zo uitgelegd en toegepast te worden dat 'nieuwe hoorders' door de boodschap geraakt worden. Het was
Augustinus die zo preekte dat niet alleen degenen die de driejarige catechese volgden - de zogeheten toetreders - maar ook 'heiden, ketter en jood' de prediking konden volgen.
Dat de voorgangers hierin op grond van de Bijbel zelf een taak hebben, onderbouwt Paas door te herinneren aan de zwakken in de gemeente, die bijvoorbeeld in de Korinthe- en de Romeinen-brief extra aandacht krijgen. Juist wie zichzelf voor het aangezicht van God als een zwakke ziet, omdat het in eigen kracht niet gaat om te wandelen binnen de grenzen van Gods heilig verbond, is aangewezen op genade. Waar die zwakken niet gezien worden, zijn macht en politiek, beheersen en moraliseren bepalende begrippen in de gemeente. Maar waar die zwakken in het geloof in hun kwetsbaarheid herkend worden, is er een brug naar hen die zich bij de gemeente willen voegen en nog zoveel moeten leren.
Gastvrijheid en openheid
Om deze reden heeft Paas zijn boek een woord van Henri Nouwen als motto meegegeven: 'Misschien moeten we eerst zelf een vreemdeling worden om volledig te kunnen beseffen wat gastvrijheid betekent.' Wie zijn eigen afkomst weet - vervreemd van God en zonder hoop in de wereld - , staat naast allen die zoekende zijn naar vrede en vergeving. 'God bevestigt Zijn liefde jegens ons, dat Christus voor ons gestorven is, toen wij nog zondaars waren' (Rom. 5 : 8). Gods verkiezing en ontferming staan voorop. Dat geldt voor allen die ingelijfd worden bij Israël, ook zij die op het erf van het verbond geboren zijn. Gelukkig is dit de doodsteek voor elke vorm van status in de gemeente, voor verworven rechten, voor aanzien vanwege een positie. Het is niet voor niets dat onze belijdenis de gemeente benoemt als de verzameling van degenen die hun heil en zaligheid alleen van Jezus Christus verwachten.
Als we dat werkelijk zien, hebben we de sleutel in handen om toetreders .. 1 open tegemoet te treden en ook uit te nodigen voor onze erediensten, waarin alles op God en op Christus gedicht is. Dat betekent wel een behoorlijk .. - 'omdenken' onder ons, waar gastvrijheid en openheid beleefd moeten (gaan) worden. Cartoons over de kerk willen nog wel eens een verstoorde kerkganger tegen een onverwachte bezoeker laten zeggen dat die op zijn plaats zit. Maar gastvrijheid gaat veel dieper. Het is een fundamentele gerichtheid op degenen die buiten zijn. Hiermee hangt ons beeld van God samen. Hij is de Heilige, die niet één van Zijn woorden op aarde zal laten vallen. Buiten die God bestaat geen werkelijk leven. Als we geloven dat mensen zonder het verzoenend bloed van Christus verloren gaan, is de vrijblijvendheid van ons gemeente-zijn voorbij. Maar die heilige God is in Christus ook zeer nabij allen die Hem aanroepen, de barmhartige Vader van Jezus Christus. Als gemeente zijn we elke zondag voor Zijn aangezicht bijeen. Dat moet die eredienst stempelen, waarbij we ons eerlijk en transparant tegenover Hem stellen.
Heiliging
Voor allen die verantwoordelijkheid dragen voor de eredienst, biedt Stefan Paas bruikbare stellingen en suggesties, om te komen tot een klimaat waarin toetreders in de gemeente opgenomen worden. 'Kerken dienen een visie te ontwikkelen op toetreding die
dieper is geworteld dan in kerkcultuur, groepsgevoel en dorpsadat.' Hij stelt daarbij dat ambtsdragers niet alleen verantwoordelijkheid hebben voor degenen die op de ledenlijst staan, dat slecht leiderschap en onvoldoende levensheiliging voor elke gemeente funest is en dat predikanten in hun opleiding een stevige scholing in missionair gerichte verkondiging moeten hebben. Rechtvaardiging en heiliging zijn theologisch gezien dan de sleutelbegrippen. Het onderwijs in het heil in Christus en het leven naar Zijn geboden, daarin moet de gemeente vooral investeren. Authentieke vroomheid en concrete levensadviezen. Dan heeft ze een antwoord als bij voorbeeld twee samenwonende jongeren belangstelling tonen voor de gemeente. Moeten ze eerst volgens de bijbelse normen leven voor ze welkom zijn of gaan we hun meer en meer leren wat het leven met God inhoudt? Juist inzake de huwelijks- en seksuele ethiek zal het getuigenis van de Bijbel helder moeten zijn. Maar in de nadere kennismaking met buitenkerkelijken heeft een christen dan zelf ook geen been om op te staan als hij in het arbeidsproces, zijn geldbesteding of zijn omgang met familieleden de wil van God niet van harte doet.
Levensstijl
De kerk moet inzien en doorzien in welke wereld zij leeft. Zo zal de verkondiging toegesneden zijn op wat gemeenteleden en belangstellenden op de markt van het leven tegenkomen en in hun eigen hart ervaren. Het gaat altijd weer om de combinatie van boodschap en gemeenschap, om duidelijkheid inzake de Schrift en openheid naar elkaar. Waar deze beide gevonden wordt, hoeven we niet zonder hoop te zijn, alle kerkelijke neergang en discussie over het einde van het protestantisme ten spijt. Het staat er zo eenvoudig in Handelingen 2, de volharding in de leer, in de gemeenschap, in de breking van het brood en in de gebeden, waarbij God dagelijks toedeed tot de gemeente, die zalig worden. Zo is evangeliseren geen activiteit voor de zaterdagmiddagmarkt, noch een passie voor een groepje gemeenteleden, maar een levensstijl voor burgers van het Koninkrijk van Christus, voortkomend uit liefde tot Hem, die zich uitstrekt tot onze medemens.
Naar Zijn beeld
De werkers van het laatste uur is een boek dat dicht bij Gods Woord de taak van de gemeente in deze tijd onder ogen wil zien. Uiteraard is er meer dan het missionaire, zodat er zeker kanttekeningen te maken zijn bij de stelling dat 'missionair bijbellezen het hart dient te zijn van de leerkringen in de gemeente'. Niet alles in de gemeente is immers missionair. Maar dat neemt niet weg dat de boodschap van dit boek wel aankomt bij hen die zich - ondanks de ongelijksoortigheid tussen vele gemeenten - realiseren waar het met betrekking tot de toekomst van de kerk op aankomt. Wat Stefan Paas in zijn studie aanreikt, zal in bezinning gedeeld en in concreet beleid vertaald moeten worden. Een arsenaal aan activiteiten noch een volle kerk waarin God alleen met de lippen beleden wordt, brengt ons dichter bij Hem en bij Zijn opdracht. Waar de Bijbel opengaat, zal de gemeente naar Zijn beeld vernieuwd worden en daarbij ook trekken vertonen van de Goede Herder, die elk schaap in het oog had.
P. J. Vergunst
N.a.v. Stefan Paas De werkers van het laatste uur. Uitg. Boekencentrum, Zoetermeer; 312 blz.; € 22, 50.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 februari 2004
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 februari 2004
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's