Waarom God mens werd [I]
De titel van de studie die onze aandacht vraagt Wat God bewoog mens te worden, schijnt een vraag te stellen die niet moeilijk te beantwoorden is: waarom anders dan ter wille van ons heil? Echter, iedere catechisant die doordenken wil, komt hier meestal met vragen. Was die menswording echt wel nodig? God had toch ook op een andere manier vergeving kunnen bereiden? En hoe kan iemand nu tegelijkertijd God én mens zijn? En, wanneer Christus gelijk is aan God, is God dan niet aan het kruis geslagen? Dat kan toch niet? En het is toch niet echt moeilijk, wanneer je ook God bent de weg te gaan die Hij gegaan is? En was God al niet eerder van plan om Zijn Zoon te zenden om ons tot onze bestemming te brengen, zodat het dragen van de zonde daar als het ware 'bij' kwam? Maar, als je daar nee tegen zegt, hoe kan het dan dat wij de macht schijnen te hebben God te vermurwen door onze zonde, zodat Hij Zijn Zoon geeft om die te dragen? Die macht hebben we toch niet? De genade van God is toch een soevereine daad?
Scholastiek
Wie deze vragen op zich laat afkomen en bovendien zijn catechismus een beetje kent, herinnert zich dat dit serieuze vragen zijn waarmee de catechismus zich ook bezighoudt, namelijk, ruim genomen, in vr./antw. 12 tot 19 (zondag 5 en 6). Zondagen waarover het voor dominees een beetje moeilijk preken is, niet omdat wat daar staat niet waar zou zijn, maar omdat de vorm waarin het is gegoten, niet zozeer ontleend is aan de praktijk als wel aan de school, met name aan de bloeitijd van het theoretische denken, de scholastiek.
Bij deze scholastiek denken we dan allereerst aan de grondlegger van het roomse denken, Thomas van Aquino, +1250, die in zijn vrij korte, vijftigjarige leven niet minder dan honderd indrukwekkende boeken schreef, en vervolgens aan zijn leerling die eigen wegen ging, Duns Scotus. Nu is er alle reden om bang te zijn van systemen: onze belijdenis biedt geen systeem, zeker geen kloppend systeem, zelfs geen theorie, maar het is een poging om de dingen zo 'precies' mogelijk te zeggen. Echter, ook de scholastiek had niet de bedoeling via een systeem over de Schrift te heersen, al kwam het er wel vaak van, maar men begeerde te doordenken wat men geloofde en aan te tonen dat het geen onzin was.
Vandaar dat dingen uit de scholastiek soms model hebben gestaan voor de manier waarop de belijdenis zich uitte. Handelend over de noodzaak van de menswording van Christus grijpt de catechismus terug naar de methode die Anselmus heeft gevolgd in zijn wereldberoemd geworden boekje Waarom God mens werd, een boekje dat ook door zijn leerling Duns als jong doctorandus al werd besproken. Toen al nam hij afstand van hem.
Redeneertrant
Deze beiden zaten niet op één stoel. Anselmus doet wat ook de catechismus later zal doen: hij betrekt de menswording heel sterk op het verzoeningswerk van Christus. Daardoor kon het gebeuren dat de methode die hij volgt, model stond voor_het genoemde stuk uit onze catechismus. Zij stemmen dan ook daarin overeen dat ze alleen maar willen verhelderen wat ze geloven.
Echter, wie de door mij genoemde gedeelten van de catechismus een beetje boosaardig zou lezen, zou kunnen oordelen: de catechismus beredeneert eerst aan welke voorwaarde een goede verlosser zou moeten voldoen, om daarna, als bij verrassing, te ontdekken dat er zo'n middelaar is (vr./antw. 18). Hij doet dan echter wel groot onrecht aan het daarop volgende antwoord dat ons restloos voor alle kennis van Christus' persoon en werk naar de Bijbel verwijst.
Deze redeneertrant volgt de catechismus niet vaak. Waarschijnlijk hangt het samen met het feit dat van de beide samenstellers, Ursinus en Olevianus, de eerste ook in Wittenberg bij Luthers opvolger Melanchthon had gestudeerd. De lutherse traditie kénde die middeleeuwse theologie en had er iets mee, in tegenstelling tot Calvijn. En terecht: er was ook iets goed te leren van het verleden uit die, toen nog ongedeelde, ene kerk. Tenslotte was Luther docent-monnik, en als zodanig moest hij grondige kennis hebben van de kerkleer en de middeleeuwse theologie. Eerlijk is eerlijk, wat men ook allemaal tegen Rome hebben mag, nooit heeft de Roomse Kerk de godheid van Christus geloochend. Protestanten echter wel.
School van Brümmer
In het boekje dat voor ons ligt, komen deze middeleeuwse denkers weer ter sprake, wat maakt dat het vaak een heel hoog theoretisch gehalte heeft. Dat dit mogelijk is, hangt vooral af van de herleving van de belangstelling voor de middeleeuwse theologie, waaraan de (nu emeritus) hoogleraar Vincent Brümmer, gekomen vanuit
Zuid-Afirika en school gemaakt hebbend als hoogleraar.te Utrecht, een nieuwe injectie heeft gegeven. De meeste medewerkers aan het boekje zijn dan ook vooral door hem gevormd en mede daardoor zelfstandige en getrainde kritische denkers geworden. Ze zijn veelal ook predikant. Zij presenteren zich met naam en voornaam, naar modern gebruik - wel nuttig om verwarring met anderen te voorkomen - en vaak zijn ze ook bij Brümmer gepromoveerd: dr. Henri Veldhuis (Culemborg), dr. Nico den Bok (Den Haag, de eerste redacteur), dr. Eginhard Meijering (remonstrant, doceerde theologiegeschiedenis te Leiden), dr. Gijsbert van den Brink (docent dogmatiek te Leiden), dr. Evert Westrik (Den Haag), dr. Klaas Bom (Gouda), dr. Anthonie Vos (docent aan de Universiteit Utrecht), dr. Guus Labooy (Hoek van Holland), en dr. Arjan Plaisier (Amersfoort). Afgezien van de waardevolle inhoud, die het nodige van onze denkinspanning vraagt, is dit boekje niet zomaar een boekje. Het is het resultaat van een studiedag van de theologische faculteit in Utrecht, gehouden op 13 juni 2003. Met deze bundeling van de lezingen geeft de faculteit een soort visitekaartje af: een nieuw miniinitiatief, waarvan we hopen dat het een voortzetting zal vinden. Juist ook omdat de theologische faculteit zichzelf op deze wijze openlijk wil presenteren, werden de lezingen gehouden in de Domkerk te Utrecht. Volgende keer gaan we graag op de inhoud van dit boekje nader in.
S. Mehers, Zeist
N. den Bok en G. Labooy (red.) Wat God bewoog mens te worden. Uitg. Boekencentrum, Zoetermeer; 240 blz.; € 16, 50.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 februari 2004
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 februari 2004
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's