De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de pers

8 minuten leestijd

Is de mens eenzaam? Onlangs was het Gedichtendag 2004 (29 januari) en ter gelegenheid daarvan verscheen een klein bundeltje gedichten van Rutger Kopland: Wat water achterliet. Kopland is een dichter die een breed publiek aanspreekt. Ook van dit bundeltje is een voor poëzie onwaarschijnlijk groot aantal verkocht. Mij trof een strofe in één van de gedichten, die luidt:

Er zijn momenten dat ik ineens weer weet dat de mens eenzaam is, ook ik In gesprekken en interviews heeft Kopland meerdere keren laten merken dat dat zijn diepste overtuiging is: er is uiteindelijk helemaal niemand beschikbaar voor de mens. Eenzaam komt een mens in de wereld en eenzaam verlaat hij de wereld. Er is geen plan waarin zijn bestaan is opgenomen. Er is ook geen toekomst voor de mens weggelegd. Wie weieens wat leest in boeken die in onze tijd verschijnen, zal merken dat de meerderheid van eigentijdse schrijvers die mening is toegedaan: ten diepste is de mens een eenzaam wezen. Ik las onlangs van de schrijver Atte Jongstra zijn nieuwste roman 'De tegenhanger' (advies: niet kopen, zonde van uw geld en van uw tijd!), waarvan de doorlopende boodschap eigenlijk is: probeer wat te doen aan het ellendige alleenzijn; geef niet wat, alles is geoorloofd, en probeer zo te ontkomen en verlost te worden van de verveling, de lusteloosheid en de eenzaamheid van het leven van alledag.

In het blad in de Waagschaal (7 februari 2004) vraagt dr. Rens Kopmels aandacht voor dit levensgevoel. Kopmels schrijft niet het meest eenvoudige Nederlands voor een doorsneelezer. Laat u echter niet afschrikken. Ik zal na het citaat proberen zijn betoog kort samen te vatten.

'In een sympathiek vraaggesprek in Trouw van 9 december '03 zegt de dichter Rutger Kopland: "Maar ik ben nu geheel overtuigd uan onze eenzaamheid op aarde." Hij had misschien de dichtregels uan zijn collega Leo Vroman kunnen citeren: "Snik maar, want/ van hier tot God/ snikt om ons lot/ niemand, niemand." Het moet ons verre zijn de eruaringen uan eenzaamheid te bagatelliseren, want het gaat daarbij om een diep-ingrijpende per- 100 soonlijke en sociale problematiek, maar wel is het de uraag ojwe de eenzaamheid uan de mens - om zo te zeggen - ook antropologisch kunnen en moeten uerankeren. Is de mens nu eenmaal en dan ook definitief eenzaam? Ik zou me willen wachten voor zo'n beslissend eindoordeel.

Het is toch op zijn minst merkwaardig dat een dichter dit stelt, want rekent de dichter zo niet op dan toch met een oor dat hem hoort? Dichten is toch geen narcistische zelfexpressie alleen? Gaat het de dichter hoogstens om de echo's uan zijn eigen woorden uanuit de echoput uan de kosmos? Ik zou daartegenover willen zeggen: zolang we dichten, bidden en spreken gelóven we in een oor dat ons hoort en zal dit geloof ook niet altijd zonder beuestiging blijuen. Want er zou geen dorst zijn als er geen water was, geen honger als er nooit voedsel was, geen liefde als die nooit beantwoord werd en zo ook geen eenzaamheid als we niet wisten uan ons gekend en geliefd zijn. Het gemis aan erkenning, aan waardering en liefde kan schrijnen, maar het zou niet zo schrijnen als we niet wisten uan incidentele doorbreking eruan; uan ontmoeting en begroeting, die euentueel uan gene zijde uan de wereld- en levenservaring, de eenzaamheid opheffen, soms glorieus opheffen en als een spook verjagen.

Ja, denk ik dan, we moeten het hebben uan die ons eenzame en als zinloos ervaren bestaan doorkruisende en doorlichtende incidenten. Gedurige geborgenheid en ons permanent vergezellende liefde hoeuen weliswaar geen illusies te zijn, maar dat is uoor uelen eenvoudig niet weggelegd. Eenzaamheid, overbodigheid, gemis aan roeping en waardering lijken althans het deel en het lot uan uelen in deze tijd en deze wereld. Maar deze onmiskenbare en uaak niet te weerspreken eruaringen moeten we niet antropologiseren of ontologiseren. En weten we dan zo zeker dat er niemand, niemand is die 'snikt om ons lot', die om ons tranen uan uerdriet plengt uanuit een uolstrekt onbaatzuchtige en onverschuldigde liefde?

We mogen het gelouen op grond uan wat ons gezegd en gedaan is en soms kan het ons tot een onuergetelijke en dan ook uerplichtende ervaring worden. Er blijken, steeds weer, (stille) getuigen van onze eenzaamheid te zijn. Zwijgende, maar aandachtige medeweters, in koninklijk erbarmen. Ik ben gezien en gekend in mijn eenzaamheid. Daarom kan die niet absoluut zijn. De treffende observatie uan Kopland moet in de kern weersproken worden. We zijn niet eenzaam op aarde, want er is uanuit de hemel naar ons omgezien.'

Als ik dr. Kopmels goed begrijp, wil hij zeggen: eenzaamheid is als een ziekte die een mens in zijn diepste wezen soms maanden of jaren kan teisteren. Maar we mogen de eenzaamheid niet zien als wezenlijk voor de mens, als behorend tot zijn schepsel-zijn. We worden gekend door mensen om ons heen, vooral is ons gezegd dat God Zich in Christus over ons heeft ontfermd. In de bijbel hoor je soms ook mensen klagen over hun eenzaamheid. 'Wend U tot mij en wees mij genadig, want ik ben eenzaam en ellendig', bidt de dichter van Psalm 25. Hoewel eenzaam kent hij het adres waar de diepste eenzaamheid zal worden opgeheven. Job en later Paulus erkennen de schamelheid van het schepsel mens: Naakt ben ik uit de buik van mijn moeder gekomen en naakt zal ik daarheen weerkeren (Job 1: 21). We hebben niets in de wereld gebracht, het is openbaar, dat wij ook niet iets daaruit kunnen dragen (1 Tim. 6:7). Maar zowel Job als Paulus weet van de Naam die nabij is, juist in de diepste eenzaamheid. Kopland laat er geen twijfel over bestaan dat hij dit geloof, waarin hij ooit werd opgevoed heeft prijsgegeven. Hij vertelde onlangs dat hij een rouwdienst meemaakte van een persoon die hij al kende vanaf zijn vroege jeugd. Een 'echte' gereformeerde man, zoals hij zelf zegt. Hoewel de dienst hem ontroerde vanwege de herinnering aan vroeger, dacht hij ook: Hoe is het mogelijk dat mensen nog steeds op deze manier geloven? Het heeft voor mij iets onbegrijpelijks dat mensen op volwassen leeftijd nog christen kunnen zijn.

Een wereld van verschil openbaart zich hier. Waar heeft dat mee te maken? U bent misschien gauw klaar. U zegt: Wie God verlaat, etc. En dat zal waar wezen. Toch heeft het ook te maken met het geestelijk leefklimaat van onze tijd. U zult vast de term 'postmodern' weieens hebben horen verluiden. De emeritus predikant en kerkelijk hoogleraar Coert Lindijer liet onlangs een tweede boek over het postmoderne het licht zien. In Woord en dienst (31 januari 2004) stond een gesprek te lezen dat Margot C. Berends met hem had. Ik licht uit dat gesprek een kort fragment:

'Past de PKN (Protestantse Kerk in Nederland) binnen het postmoderne denken? Lindijer: "Er is zo'n grapje ouer wat PKN nu betekent: Postmoderne Kerk Nederland? Plurale Kerk Nederland? Vijftig jaar geleden kwam de Samen op Weg-beweging op gang. Toen was het begrip 'eenheid' nog belangrijk. Voor het postmoderne denken is het dat juist niet: eenheid heeft iets dodends en onderdrukkends. Wel wordt natuurlijk langzamerhand het plurale in de Samen op Wegkerk geaccepteerd, terwijl het door anderen juist betreurd wordt. Plaisier kwam onlangs met de gedachte dat we nu toch maar een nieuwe, korte geloofsbelijdenis moesten hebben, waarin staat waar we voor staan en waar we tegen zijn. Postmodern gezien kan dat helemaal niet, denk ik. Voor het postmoderne is juist het plurale uan belang en dan niet in de zin datje een appèl doet op verdraagzaamheid en tolerantie, maar meer datje botsingen aandurft.

Misschien heb je die zeljs nodig. Het idee uan De Kerk zegt da't..., De Kerk belijdt dat..., dat kan in de meeste gevallen toch niet meer, zeker niet als er ethische vraagstukken als bijvoorbeeld euthanasie aan de orde zijn. Dat heeft de pretentie datje zoveel meer zou weten dan die arme andere mensen van buiten de kerk. De kerk zou toch juist meer moeten bijdragen aan de dialoog."' Pluraal, het afschrikwekkende woord dat bezwaarden tegen de PKN al maanden bezighoudt. Ze zijn daarin beslist niet postmodern. Wat is dat eigenlijk, 'modern' of'postmodern'. In genoemd boek zet Lindijer de begrippen heel helder neer en daarmee sluiten we voor dit keer weer af: 'De moderne tijd beslaat de 17e, 18e, 19e en een groot deel van de 20e eeuw. De postmoderne beweging begint rond 1970. Het boek

Op verkenning in het postmoderne landschap geeft de volgende verklaring van de begrippen modern en postmodern.

Modern is het om:

• de rede, het verstand en het logische hoog te achten;

• het leven, alles u> at er gebeurt, de wereld systematisch te ordenen;

• veel te uerumchten uan technische en economische ontwikkeling; • te gelouen in vooruitgang, komende eenheid en harmonie;

• de menselijke mogelijkheden hoog in te schatten.

Postmodern is het om:

• de grenzen te erkennen uan ons kennen, "be-

grijpen en kunnen; • geuoel, Jantasie en dromen hoog te waarderen;

• ideologieën en systemen te relatiueren ojte verwerpen en economische en technische ontwikkelingen kritisch te volgen; • kritisch te zijn ten aanzien van de mogelijkheden van de mens; • te aanvaarden dat wereld en leven chaotisch en mysterieus zijn en dat het menselijk bestaan fragmentarisch en onafis; • aandacht te geven aan verschillen, tegenstellingen en het andere.'

Wie geïnteresseerd is geraakt, ik noem hier het boek van Lindijer. Coert H. Lindijer: Op verkenning in het postmoderne landschap Zoètermeer/Den Haag: Uitg. Boekencentrum/Stichting Lutherse Uitgeverij en Boekhandel, 2003, € 18, 50 ISBN 90 2391362 o, 263 blz. Ook noem ik nog voor de liefhebbers: Rutger Kopland, Wat water achterliet, uitg G. A. van Oorschot, € 1, 50.

J. Maasland

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 februari 2004

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Uit de pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 februari 2004

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's