'Wij wilden Jezus wel zien'
Afwachten of verwachten [2]
Onder de titel Afwachten of verwachten? verscheen het afgelopen najaar een boek van de hand van dr. K. van der Zwaag. Vorige week gaven wij enkele hoofdlijnen weer.
Geestelijke scheefgroei die in de loop van de tijd ontstaan is, wordt door de auteur afgewezen. De scheefgroei komt erop neer dat het evangelie niet te ruim gepredikt mag worden: zeker, er is een deur tot behoud, maar het is onverantwoord te zeggen dat deze voor elke willekeurige zondaar helemaal openstaat. Bij het kennisnemen van dit geschrift dacht ik aan wat verhaald wordt van een predikant in wiens prediking weinig van het evangelie doorklonk. Op de kansel trof hij eens een briefje aan van een gemeentelid. Er stond op 'Wij wilden Jezus wel zien!' Welverstaan kan men met deze woorden het lijvige boek van dr. Van der Zwaag samenvatten. Het is niet minder dan een hartenkreet namens hemzelf en vele anderen (jongeren!) in zijn kerkgemeenschap. Een kreet in de richting van de dienaren van het Woord. 'Stel ons Jezus voor als de algenoegzame, bereidwillige en van God gegeven Zaligmaker.'
Oude schrijvers
Dit geschrift past in de rij van protesten die opklonken en steeds weer opklinken binnen het kerkverband van de Gereformeerde Gemeenten. Dat het bedoeld is voor intern gebruik, is te merken aan de inhoud. Zo zoekt men tevergeefs naar de (omstreden) bepalingen van 1931, die voor de prediking in genoemd kerkverband richtinggevend geweest zijn.
Het doet weldadig aan een geschrift onder ogen te krijgen waarin de schatten van de Reformatie en de Nadere Reformatie worden uitgestald. Hier werkt ongetwijfeld de hoge waardering na die de 'oude schrijvers' in de rechterflank van de gereformeerde gezindte hebben. Dit blijkt ook uit zijn oproep tot gezamenlijke en intensieve studie van de reformatorische en puriteinse geschriften (die voor het gemak op één lijn gesteld worden). Toch komt de vraag op, of er geen uitnemender weg is. De schrijver zelf herinnert er ons aan, als hij de naam van John Colquhoun noemt. Deze Schotse predikant keerde zich tegen de eenzijdige prediking van de volgelingen van Philpot. Hij wijst zijn 'hypercalvinistische vrienden', zoals hij ze noemt, op talrijke uitspraken in de Schrift. Deze spreken van de nodiging van het evangelie tot eenieder. Zo schreef ook ds. R. Kok indertijd een boekje over het aanbod der genade. Mij is zijn opmerking bijgebleven betreffende het wenen van Jezus over het onbekeerlijke Jeruzalem. 'Het waren geen krokodillentranen!', merkte hij op.
Gebrek aan geloofszekerheid
Het zou van onze kant een heel verkeerde reactie zijn, als wij deze studie zouden gebruiken om stenen te werpen naar anderen. Soms kan men een dergelijke houding in de gemeente aantreffen, niet zelden bij hen die bovengenoemd kerkverband de rug hebben toegekeerd. Onzes inziens is dit een teken van geestelijke onvolwassenheid. Men vergeet daarbij dat men door veroordeling van anderen, het reformatorische erfgoed dat daar gelukkig nog is, miskent. Tegelijk verliest men uit het oog dat ook op ons eigen kerkelijke erf genoeg gebreken zijn. Oppervlakkigheid en zelfgenoegzaamheid ontbreken bij ons niet. De geest van afval die rondwaart, gaat onze gemeenten en onze gezinnen niet voorbij.
Problemen rond de twee- of drieverbondenleer of de 'standenleer' kunnen ver van het gemiddelde hervormd-gereformeerde gemeentelid afstaan. Hetzelfde geldt van de vraag of het aanbod van genade en de prediking van de beloften vereenzelvigd mogen worden. Toch kan de achterliggende problematiek ook in hervormde gemeenten voorkomen. Het chronische gebrek aan geloofszekerheid is in dit opzicht veelzeggend. Het kan daarom alle zin hebben dat gemeenteleden en ambtsdragers grondig kennisnemen van de inhoud van deze studie. Het wijst aan in welke opzichten het ook ter rechterzijde mis kan gaan. De Heere Jezus verweet de schriftgeleerden dat zij Gods wet krachteloos maakten door hun inzettingen. Zo kunnen wij door onze eigen godsdienstige opvattingen het evangelie krachteloos maken.
Kennis van de zonde
In een bespreking van dit boek is van bepaalde zijde gepleit voor een afzonderlijke studie over de bevindelijke beleving van de toe-eigening van het heil. Het lijkt mij een onmogelijke opgave. Zo gemakkelijk komen wij ertoe een schema op te stellen. God gaat echter met elk van hen die Hij toebrengt, Zijn eigen weg. De kennis van zonde zal daarbij niet gemist worden. Toch is bij het spreken hierover voorzichtigheid geboden. Om toch maar eens een 'oude schrijver' te citeren. In zijn bekende boekje Des christens Groot Interest (1658) geeft William Guthrie aan dat er grote verschillen kunnen zijn inzake het werk der wet, zoals de puriteinen de kennis der zonde door de wet noemen. Hij wijst op Zacheüs, die van het ene op het andere moment tot Christus gebracht werd. Wij kunnen ook denken aan Handelingen 16. Het vermeldt de diepingrijpende bekering van de stokbewaarder.
We hoeven er geen bekeringsmodel aan te ontlenen. Het laat ons de grote liefde van God zien en de vele arbeid die Hij wil verrichten om een verloren mensenkind thuis te brengen. Datzelfde hoofdstuk, Handelingen 16, spreekt echter ook van de bekering van Lydia; zij leerde acht te slaan op het Woord van God. In de aanhef van het hoofdstuk wordt gesproken van Timotheüs. Deze wist van jongs af de Schriften. Zo kunnen kinderen toch geleidelijk aan moeders hand tot Jezus gebracht worden.
Hoe verschillend Gods wegen ook zijn, een ding is duidelijk. Zalig worden is genade. Het kost niets. Anders gezegd: het wordt niet bevorderd door ons goeddoen of door ons slecht zijn. Tegelijk kost het ons alles. Onze hoogmoed, zelfbepaling, zelfhandhaving, eigen gerechtigheid en wijsheid gaan eraan. We worden als kinderen. Hulpbehoevend en niets hebbend. Klein voor God.
Prediking
De rechte bevindelijke prediking is niet die waarin een breed uitgesponnen bekeringsweg wordt voorgesteld, maar die waarin het leven van het geloof zoals wij dat in de Schriften aantreffen, de prediking doortrekt. De ontmaskering van het schijngeloof zal dan aanwezig zijn.
Soms is er de vrees voor een, zoals men dat noemt, 'gestolen' Jezus. Men is bang dat men zich iets zal toe-eigenen wat hem niet toekomt. Men zou gaan roemen in een Zaligmaker die men niet werkelijk heeft leren kennen. Een reëel gevaar. Onze catechismus wijst er al op in zondag 7. Evenwel, wanneer steel ik iets? Als ik zomaar iets wegneem! Als ik echter Christus, mij voorgesteld in het Evangelie, uit Gods hand ontvang, is er geen sprake van een 'gestolen' Jezus.
Steeds komt in Afwachten o/verwachten? de prediking ter sprake. Het is gegeven het onderwerp onontkoombaar. Wat mij betreft had de betekenis ervan in de slotopmerkingen nader onderstreept mogen worden. Wat is, ongeacht het kerkverband, de roeping van een predikant? Het is een en al oor te zijn voor wat God zegt in Zijn Woord. Dienaren van het Woord dienen ook te weten wat er leeft in de gemeente. Ze mogen bij hun arbeid zich ook laten bemoedigen en laten dienen door leden van de gemeente die geoefend zijn in de omgang met God. Maar ze worden niet geroepen het gedachtegoed en de belevenissen van Gods kinderen vanaf de kansel door te geven, met daarbij het gevaar dat de ervaring van een enkeling of van sommigen tot norm verheven wordt. Het mag allevs nog zo vertrouwd klinken, en als het 'eigene' aangemerkt worden. Zo komt de gemeente echter in geestelijke ademnood. Het doet mij denken aan een ventilator die de lucht wegzuigt uit een vertrek. Om het er tegelijk weer in te blazen. Misschien horen de mensen in het vertrek wel het ruisen en suizen. En dan maar denken dat die het goed doet. De sfeer blijft echter bedompt. De toepassing dient zich aan. Zo kan het geestelijke leven in de gemeente kwijnenADe frisse wind van de Geest waait er niet doorheen.
In het geloof
De Geest wil daar werken waar de Schriften opengaan. Hij is machtig aan de prediking van het Woord een ongewone kracht te verlenen. Doden gaan horen. Zieken en stervenden
heffen het hoofd omhoog en worden gezond. Er wordt een Naam genoemd. Die van Jezus. In het gewaad van Zijn Woord is Hij aanwezig. Als een machtige Magneet trekt Hij zondaren tot Zich. De eenvoudige Woordbediening, doorademd van de Geest van God, maakt dat zij die zijn vastgelopen in de ruimte worden gesteld. Hij helpt hen over het dode punt heen. Ze mogen zomaar komen. Nee, niet met hun geloof. Maar in het geloof. Het mag alle dienaren van het Woord tot bemoediging strekken. Van omhoog is er uitkomst voor de vastgelopen gereformeerde gezindte. Dit geldt trouwens ook voor hen die in de ban zijn van de geest van de tijd. De Geest van God kan op tegen de psychologisch goed uitgekiende programma's die de mensen via de media voorgeschoteld krijgen. Wat is de taak
van predikanten en gemeenteleden in vastgelopen situaties? Vurig bidden om de krachtige doorwerking van de Geest. De Heere geeft ons Zijn belofte tot pleitgrond: 'Ik zal water gieten op de dorstigen en stromen op het droge. Ik zal Mijn Geest op uw zaad gieten en Mijn zegen op uw nakomelingen', Jesaja 44 : 3. We lezen zelfs van 'slagregens van zegen', Ezech. 34 : 26. We bidden het bekende gebed na waar-
mee de schrijver het vierde deel besluit: 'Kom Schepper, Heilige Geest.'
P. H. VAN HARTEN, RIDDERKERK
N.a.v. K. van der Zwaag Afwachten of verwachten? De toe-eigening des heils in historisch en theologisch perspectief. Uitg. Groen, Heerenveen; 1098 blz.; € 29, 90.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 februari 2004
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 februari 2004
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's