Ruimte en grenzen in de kerk
Op Goed Gerucht, vluchtig en luchtig
Zicht op de breedte en de identiteit uan de Hervormde Kerk is niet bij elke lidmaat evenzeer aanwezig. Wie in Delft of Dordrecht met andere hervormden bepaalde kerkgebouwen moet delen, wordt sowieso meer geconfronteerd met hervormden die zich vrijzinnig ofmidden-orthodox noemen dan wie in Haajten oj Heilouw met de hervormde gemeente meeleeft. Toch is het voor elk lidmaat nodig te beseffen van welke kerk wij deel uitmaken - opdat we onze opdracht beseffen.
In de naoorlogse jaren kende de Nederlandse Hervormde Kerk vrijzinnigen, confessionelen en gereformeerde-bonders. Op een eigen wijze namen de modaliteiten hun plaats in de kerk in. Wie niet georganiseerd was, behoorde tót het brede midden, de zogeheten midden-orthodoxie. Het was deze stroming die de meeste invloed in de synode en daarmee in de kerk had. Gereformeerden werden getolereerd, omdat ze toch een minderheid vormden, is wel gezegd.
Die midden-orthodoxie vindt haar wortels in zowel een confessionele als ethische stroming, die zich in wezen gereformeerd wist en daarbij het waarheidselement in het modernisme wilde onderkennen. Zij zou het verbindende midden zijn tussen allerlei groepen die elkaar onderling niet verstaan. Het was prof. H. Berkhof, die een halve eeuw geleden er in zijn appellerende boekje Crisis der Midden-orthodoxie voor pleitte dat de bepalende middengroep in de Hervormde Kerk van de vrijzinnigen de solidariteit met de wereld zou leren en van de Gereformeerde Bond de kritiek op prediking en geloofsleven ter harte zou nemen. Hij signaleerde ook dat een werkelijk gesprek tussen middenorthodoxie en Gereformeerde Bond niet plaatsheeft, maar er ten hoogste een polemiek gevoerd wordt die bedoeld is om de overtuiging van de eigen mensen te bewaren en te verstevigen. Deze opmerking dateert overigens vóór de hoogstaande discussie tussen prof. Berkhof en ds. G. Boer.
Vergaarbak
Inmiddels is het hervormde kerkelijke landschap gewijzigd. Vergrijzende (en verdwijnende? ) vrijzinnigen, de hervormd-gereformeerde beweging die zich grotendeels minder dan voorheen in een isolement bevindt, confessionelen die aan onze faculteiten en in de synode minder herkenbaar zijn, terwijl gemeenten in het midden van de kerk nauwelijks meer op één noemer te brengen zijn. Die laatste constatering ontleen ik aan Pamjlettheologie. Gedachten uit de kring van Op Goed Gerucht, (dr. P. J. G. Jeroense en dr. E. J. de Wijer (red.); Uitg. Skandalon, Meppel; 125 blz.; € 9, 50), een vanwege de bijzondere vormgeving opvallend geschrift, waarin deze beweging zich voor het eerst in een geschrift verantwoordt over haar plaats in de Protestantse Kerk. De Alkmaarse voorzitter ds. P. VerhoefFschrijft dat vanwege het proces van individualisme en zelfs fragmentatie in de maatschappij gemeenten te veelkleurig geworden zijn om nog van midden-orthodoxe gemeenten te kunnen spreken. Hij heeft het zelfs over 'een vergaarbak van alles wat niet vrijzinnig, bonds of confessioneel is'.
Wat wil deze groep, waartoe vele honderden predikanten zich rekenen? Dr. E. J. de Wijer uit Zoeterwoude typeert het samenkomen van hen op een eerste studiedag zo: 'Er hing een opgewonden sfeer van nieuwheid en frisheid in de lucht. Wij proefden wijn en sigaren, maar bovenal iets van de mogelijkheid tot herstel van wat dreigde mis te gaan en bij sommigen al behoorlijk misgegaan was: een vrolijk, stoer, sexy, weinig schuw predikantschap waarin alles meedeed, maar bovenal die elementen die het daglicht niet leken te verdragen: je eigen ongeloof, je eigen seculiere inborst die zich tot op het bot doet voelen'.
Gereformeerd belijden
Als we dit visitekaartje tegen het licht houden, zal de vrolijkheid van de Goed-Gerucht-dominees waarschijnlijk niet toenemen. Want op de 125 bladzijden van het pamflet wordt het profiel nogal eens stevig neergezet in reactie op de Gereformeerde Bond. Er is niet alleen 'een kritische inzet ten aanzien van een stevige theologie', er is 'zelfs een zekere ergernis over het feit dat er bijvoorbeeld een Gereformeerde Bond bestaat die zich als zelfverklaarde hoedster van het gerefor-meerde belijden heeft uitgeroepeii'/ Op Goed Gerucht wil niet jeremiëreir over lege kerkbanken, wil niet moeilijk doen over de secularisatie, maar stoort zich wél aan kerkleden die vasthouden aan het klassieke belijden van de kérk. Als je doet wat je zegt, had daarovér- ' óók onbekommerdheid opgebracht- 1 r moeten worden. " -
Een vrolijk, stoer en sexy predikantschap, waarin het eigen ongeloof mag meedoen? Wie dit het ambt onwaardig vindt, is geen belijdende betweter, neemt de ander vanuit zijn kerkelijke luie stoel niet de maat, maar spreekt vanuit de vaste overtuiging dat zó de gemeente niet gebouwd kan worden. De dienaar van het Woord heeft immers de taak naar waarheid de Heilige Schrift uit te leggen en toe te passen, waarbij hij moet onderwijzen, vermanen, vertroosten en bestraffen en - om het bevestigingsformulier te citeren - 'de bekering tot God en de verzoening met Hem door het geloof in Jezus Christus te verkondigen, en door met de Heilige Schrift alle dwalingen en ketterijen die tegen de zuivere leer strijden, te weerleggen'. Niets van afdoen! Op grond van de Bijbel houden we in de cultuur van onze dagen aan deze opdracht van de predikant vast. Daarbij is het schrijnende dat déze omschrijving van het predikantschap als vrolijk en stoer voorbijgaat aan het feit dat de dienaar van het Woord als dienaar van Christus meer en meer gelijkenis met het beeld van Hem vertonen moet.
Secularisatie
Op zovele plaatsen heeft de geschiedenis geleerd dat de toekomst van de
kerk daar is waar zij gehoorzaam is aan haar Heere. Dat is geen zelfgenoegzaamheid, maar geloven dat het leven huiten onszelf ligt en dat onze identiteit nauw verbonden is met het kruis van Christus, een onopgeefbare belijdenis. Het is duidelijk: dat verdraagt zich slecht met wat Op Goed Gerucht beoogt: zoeken naar vrijmoedigheid in de uitoefening van het werk en de beoefening van de theologie, zonder grondslag of beginsel, omdat deze vrijheid en ruimte per definitie inperken. De eigen positie van de kerk in deze wereld staat daarmee op het spel. Waar de samenleving geseculariseerd is, zou dat ook secularisatie van de kerk en haar predikanten vragen. 'Wij zien dat niet als probleem, maar - integendeel - als voorwaarde en uitdaging', schrijft ds. Verhoeff. En ds. J. de Visser, sinds kort CDA-wethouder in Maassluis, noemt secularisatie 'een deel van onze identiteit in plaats van een verwerpelijk verschijnsel'. Wat markeert de kerk dan nog?
Hier blijft de betekenis van de doop geheel buiten beeld, waardoor - ook als onze tijd en de schema's van deze wereld vat op ons hebben - wij de belofte van de dagelijkse vernieuwing van ons leven meedragen. Solidariteit met Gods wereld betekent nietje als kerk vereenzelvigen met deze wereld, maar de kinderen van het Koninkrijk onbesmet door deze wereld heen leiden. En al wordt in een veranderd denkklimaat gebruikgemaakt van andere woorden, het Evangelie is in een cultuurperiode niet anders. 'God is onveranderlijk, de bijbelse boodschap is onveranderlijk, en het mens-zijn is de eeuwen door, ongeacht het cultureel-wijsgerige milieu, in de basis onveranderlijk', zegt ds. J. H. Schrijver in zijn studie over het christelijk geloof tussen dogma's en dogmatiek.
Het thema secularisatie brengt me bij prof. H. Jonker en zijn bundel Landingsplaatsen. Ik herlas het daar opgenomen vraaggesprek uit Kontekstueel met hem onder de titel 'Amsterdam: secularisatie en praxis'. Jonker zoekt naar een houdbaar antwoord op de vragen die de zich opdringende cultuur, de in onze huiskamers binnendringende cultuur stelt. Centraal staat voor hem de dienst van het Woord. In mijn tijd in Amsterdam brachten de predikanten 'het enig nodige' op bijbelse, concrete wijze. Ook Buskes, die ik meermalen in gezamenlijke diensten heb horen preken. Hij bracht het bijbelse 'enig nodige' zo nu en dan met een politieke kanttekening, die ook niet-PvdA-Amsterdammers rustig van hem aanvaardden. Bevrijding was voor hem wel wat meer dan maatschappelijke bevrijding'. Om Hem gaat het altijd weer, Christus en het geloof in Zijn offer.
De Levende
Vanwaar deze zo verschillende posities binnen dezelfde kerk? Waar ligt de sleutel tot het gesprek? Die kan gaan over onze gezamenlijke weerstand tegen de platvloersheid van het leven, onze gezamenlijke moeite met een kerk die almaar bezig is met haar eigen kerkordelijke regelgeving, maar vooral in 'het ter sprake brengen van de Levende', zoals het pamflet de roeping van de predikant verwoordt. De studeerkamer is immers de plek waar de Schriften uit Israël opengeslagen liggen, waaruit nieuwe en oude schatten gehaald kunnen worden, om deze te duiden in de taal van onze dagen, om deze te verwoorden in de taal van markt en plein, aldus het pamflet. Maar hoe zien we de Levende? 'In de stilte ontmoeten we de Levende. Mijn ik komt in contact met het jij van God', schrijven dr. Jeroense en dr. De Wijer in het pamflet. 'De ontmoeting met het jij van God brengt de mens tevens tot een ontmoeting met zijn naasten. (...) In mijn medemens ontmoet ik de Levende. Ieder medemens is medeschepsel en drager van het goede'. Het bondgenootschap met mijn medemens moet mij 'gepassioneerd doen zoeken naar de relatie met God'. Waar is God als de Vader van Jezus Christus?
Dit pamflet noemt zich een schotschrift met een tijdelijke betekenis. Op Goed Gerucht gaat hierin volledig voorbij aan waar het in de kerk om gaat: niet om de uitstraling van de dominee, maar om het luisterend hart van de pastor, de diaconale bewogenheid van de gemeente, om het Evangelie dat zondaren vrijheid schenkt. De opstellers willen geen 'dichtgetimmerd dogmatisch concept', alsof zij die zich inzetten voor het functioneren van het gereformeerde belijden dat wel beogen. De betekenis van dit geschrift is vanwege de beperkte houdbaarheidsdatum gering. Omdat het vaste fundament dat Christus gelegd heeft, gelukkig onomstotelijk vaststaat. Daar verandert geen dogmatiek of pamflet ook maar iets aan.
P. J. Vergunst
Sinds 1999 draagt de Gereformeerde Bond officieel medeverantwoordelijkheid voor het werk van de Stichting Gereformeerd Jeugdwelzijn. Ds. G. Herwig uit Wierden,
drs. G. J. A. Toonen uit Sommelsdijk en B. van Putten uit Wezep zijn de hervormd-gereformeerde leden van het SGJ-bestuur. Dezer dagen wendden zij zich met onderstaande brief tot de diaconieën.
Red. de Waarheidsvriend
Aan hervormd-gereformeerde diaconieën,
Amersfoort, februari 2004
Zeer geacht college,
Er is in 2003 een geweldige respons gekomen op onze verzoeken om ondersteuning van het werk dat de SGJ Christelijke Jeugdzorg mede namens u mag geven. De financiële nood is in kaart gebracht en wij zijn dankbaar dat zovele hervormde diaconieën dit als hun verantwoordelijkheid hebben gezien en door hun bijdragen hebben gezorgd dat het werk door kan gaan. Ook al werd de begroting niet helemaal gehaald, er was wel een mooie stijging van 140 procent. Hartelijk dank
voor uw betrokkenheid en financiële ondersteuning in 2003!
Het zal u niet ontgaan zijn dat er geweldige problemen zijn in de jeugdzorg met ontoelaatbare wachtlijsten. Ook staat het functioneren van vele instellingen onderdruk door verschillende omstandigheden en oorzaken. Wij zien het als bestuursleden van de SGJ als een zegen, dat in het afgelopen jaar de zorg mocht worden verleend zoals gebeurd is. De christelijke identiteit is vastgelegd in de statuten van de stichting, maar wordt in de praktijk ook breed gedragen door het personeel en dat geeft toch een extra dimensie aan de verleende zorg. Wij zien dan ook met dankbaarheid terug op het functioneren van de SGJ in 2003.
Opnieuw willen wij u vragen om het werk van de SGJ voor 2004 op uw collecterooster te plaatsen, zodat het werk door mag gaan. De gemeente heeft graag een gericht doel bij de collecte! Het helpen van jongeren die in de knel zijn gekomen en gezinnen waar het niet meer gaat, christelijke hulpverlenen, heeft zeker een hoge prioriteit in de gemeente en is een prachtig doel om voor te geven. Van harte aanbevolen!
Wanneer er geen plek meer is op het collecterooster van 2004, maar u wilt wel een gift schenken, dan geven wij graag een indicatie voor de hoogte. Om onze begroting voor 2004 rond te krijgen, hebben wij per predikantsplaats een bedrag van € 300 nodig. Het zou geweldig zijn wanneer de financiële ondersteuning van het werk van de SGJ een structurele diaconale ondersteuning wordt door uw gemeente. Wij kunnen dan als hervormd-gereformeerde gemeenten, samen met de Christelijke Gereformeerde Kerken en de Gereformeerd Vrijgemaakte Kerken, blijven werken aan christelijk verantwoorde zorgverlening.
Verder willen wij u vragen aandacht te schenken aan ons werk, door onder andere publicatie in het kerkblad, gemeenteavonden, kringwerken in het jeugdwerk. De SGJ is ook gaarne bereid een middag of avond te verzorgen in uw gemeente.
Zoals u ook zelf zult ervaren in het kerkenwerk, hebben wij gebed van de gemeente nodig en bovenal zegen van de Heere om door te kunnen en mogen gaan, in dienst ' van Hem en de zorgbehoevende naaste. Mogen wij weët s opnieuw of voor het eerst rekenen op uw gemeente? De hervormde SGJ-bestuursleden, "
os. G. Herwig, Wierden B. van Putten, Wézep drs. G. J. A. Toonen, Sommelsdijk
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 februari 2004
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 februari 2004
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's