De aangesproken zondaar
Gedachten rond het aanknopingspunt [7]
GEDACHTEN ROND HET AANKNOPINGSPUNT [7]
De Geest 'knoopt aan' door het Woord
Dat de verbinding tussen het evangelie en de mens tot stand komt, is dus in geen enkel opzicht te danken aan de mens zelf, maar uitsluitend aan de Heere God. Dr. J. Koopmans legt in dit verband alle accent op de wet van God, die als keerzijde van het evangelie ons doodt. Dat wil zeggen dat de wet onze oude mens doet sterven, terwijl het evangelie zelf ons levend maakt. God doodt dus door de wet met de bedoeling ons levend te maken door het evangelie.
Opmerkelijk is dat Koopmans in dit verband de wet van God ook op de overheid betrekt. Door de hand te houden aan het naleven van die wet schept de overheid de nodige rust in de samenleving, waardoor het evangelie kan tieren. Deze laatste opmerking zou dus kunnen betekenen dat we vandaag in onze westerse samenleving zeer ongunstig zitten wat de doorwerking van het evangelie betreft. Immers, de wet van God wordt meer dan ooit veronachtzaamd. Daarentegen werkt theocratie waarin de wet van God centraal staat, zozeer heiligend op de samenleving in dat boze geesten worden teruggedrongen en het werk van de Heilige Geest wordt bevorderd.
Heilige Geest
Ook Noordmans ligt in deze lijn door te stellen dat de Heilige Geest in rapport met de tijd een vrij en machtig Woord dient te blijven spreken in de tijd en tegen de tijd in. We moeten het dus altijd enkel hebben van Woord en Geest. God Zeifin zijn beloften van het evangelie komt door zijn Geest heilrijk bij ons binnen. Op deze wijze wordt ons verstand verlicht en ons hart herschapen.
Van Ruler legt accent op de trouw van God aan zijn schepping, waarin Hij zijn gevallen schepping heiligend en verlossend bewerkt. Weliswaar wil Van Ruler vanuit het werk van de Heilige Geest spreken over aanknopingspunt, terwijl hij het vanuit het werk van Christus uitdrukkelijk afwijst. Doch daarin geeft hij een geheel eigen kwalificatie aan het begrip aanknopingspunt. Hij betrekt het dan namelijk niet op de mens en zijn mogelijkheden, maar op God de Heilige Geest die Heere is en levendmaakt. Van Ruler beoogt hiermee ervoor te waken dat het werk van Gods genade niet docetisch wordt verstaan als een werk van God dat over de zondige werkelijkheid heenschampt, maar dat er daarentegen herscheppend en reinigend op ingaat.
Contra het relationele waarheidsbegrip
Verder wijzen we nog op J. H. Bavinck, die Gods Zelfopenbaring het enig werkelijk geldend en werkelijk krachtig aanknopingspunt noemt. Doch hier gaat het dan, net als bij Van Ruler, om een geheel andere definitie van aanknopingspunt. Niet in de mens dus, maar vanuit God door zijn Woord en Geest.
Ook H. Jonker denkt in deze richting door ons verstaan van de algemene openbaring te kwalificeren als tegendraads aan de waarheid van Gods Woord. Ondertussen gebruikt God ons verstaan van de algemene openbaring wel om binnen te dringen en aldus herscheppend te corrigeren. God komt met zijn genade dus niet tot een Hem volstrekt vreemde wereld. Het is en blijft zijn wereld, hoewel van Hem afgevallen en door de zonde geheel bedorven.
Jonker wijst in dit verband ook het zogenaamde 'relationele waarheidsbegrip' af, zoals dat een aantal jaren terug in het rapport 'God met ons' binnen de Gereformeerde Kerken een plaats kreeg. Immers, dit relationele waarheidsbegrip komt uit het taalveld van de menswetenschappen en bouwt een soort startblok voor het verstaan van Gods waarheid. Op deze wijze wordt toch weer vanuit de mens een opzet gemaakt, in plaats van alles geheel vanuit God en zijn waarheidsrealisatie te bezien. Bovendien komt dan niet uit de verf dat Gods waarheid haaks staat op ons door de zonde bedorven waarheidsbegrip. ^
Van welke kant ondertussen de kwestie van het aanknopingspunt ook benaderd wordt, in alle gevallen zijn twee dingen duidelijk. Ten eerste, het gelijk van het 'Nein' van Barth. En ten tweede dat het nooit ten koste kan en mag gaan van het ruime en royale werk van Gods genade in Christus.
Genade moet genade blijven
Dat betekent ondertussen - we beklemtonen het nogmaals - dat het afwijzen van elk aanknopingspunt in de mens niet in een negatieve toonzetting staat. Integendeel juist. Het geeft des te meer alle ruimte aan het werk van de Geest en de genade van Christus. Zogenaamde 'Vermittlungstheologen' (Berkhof e.a.) willen alles doen om het evangelie aantrekkelijk te maken voor de moderne mens, doch ze bereiken het tegendeel. Immers, zij verkwanselen het evangelie door menselijke inbreng in het zaligworden te honoreren, zodat de Heilige Geest er niet mee uit de voeten kan. Zij die daarentegen geheel bijbelgetrouw de mens verwijzen naar de lage plaats van totale verdorvenheid door de zonde en God hoog verheffen in de grootheid van zijn genade door Christus in de kracht van de Geest, zij hebben en houden alle reden tot hoop voor de kerk. Want zij komen met het zuivere evangelie dat de Heilige Geest alle mogelijkheid biedt volledig de wind in de zeilen te geven, zelfs tot een geestelijke opwekking toe.
We komen met dit alles toe aan een scharnierpunt van het geloofsleven. Immers, het afwijzen van het aanknopingpunt vanwege onze totale verdorvenheid door de zonde ligt geheel in het verlengde van wat we verstaan onder zaken als verbond, geloof en vertrouwen. Want alle hebben de structuur van 'loslaten en overgeven', dus van 'niets van zichzelf verwachten, maar alles van de Heere'. Het is een eenzijdig Godswerk.
Uiteraard zal dit nooit kunnen betekenen dat we dan de mens als het ware gaan bombarderen met zijn zondigheid, waarin hij geen aanknopingspunt heeft. Wel zullen we veeleer alle accent leggen op de rijke genade van God in Christus, die door het werk van de Geest in staat is de schuldvraag boven tafel te krijgen en tot aanvaarding van genade te brengen. Ook zullen we ons totaal inzetten om alle mogelijke invalspoorten voor het evangelie maximaal te benutten. En we mogen van de Heilige Geest vindingrijkheid en fijngevoeligheid verwachten om die invalspoorten ook werkelijk te ontdekken.
De totale mens aangesproken
Wanneer we nu alles nog even kort op een rij zetten, dan houden we dus vast dat we de visie dat er in de mens een aanknopingspunt zou zijn voor Gods genade, volstrekt afwijzen. We wijzen het af omwille van het feit dat het onbijbels is, omdat de Bijbel de totale verdorvenheid door de zonde leert. We wijzen het ook af vanwege het feit dat gesproken wordt over zoiets als een 'punt' in de mens. Immers, het gaat om de totale mens in al zijn facetten van gevallen schepsel.
Dat is tevens de reden dat we andere omschrijvingen zoals 'aansprekingspunt' of'inspreekpunt' of'aangrijpingspunt' afwijzen. Wel hebben deze omschrijvingen veel voor pp de uitdrukking aanknopingspunt, want het gevaar dat er afgedongen wordt op de totale verdorvenheid van de mens door de zonde en het genadekarakter van de genade is hier minder groot. En velen die gepleit hebben en nog wel pleiten voor bovenvermelde omschrijvingen, deden en doen dat vanuit de oprechte belijdenis dat de mens van nature dood is in zonden en misdaden. We wijzen de omschrijvingen echter toch af, omdat ook hier gesproken wordt over een 'punt' dat er in de mens zou zijn. Dat doet tekort aan de totaliteit van het persoon zijn van de mens. Bovendien doet het tekort aan de relatie van de mens naar God toe.
Afhankelijk en dienstbaar De gedachte van het aanknopingspunt speelt meer in op het zogenaamde Griekse 'zijns-denken' ten koste van het bijbelse 'relatie-denken.' De Bijbel legt namelijk niet zozeer accent op de mens in zijn zelfstandig bestaan. Het gaat de Bijbel vooral om het accent in zijn relatie van afhankelijkheid en dienstbaarheid naar God toe. Natuurlijk heeft dat ook te maken met het erzijn van de mens. Doch niet ten koste van zijn relatie tot God. Het gaat toch om de gehele mens in al zijn schakeringen in relatie naar de Heere. En dan gaat het om de schakeringen in het innerlijk van de mens, zoals verstand, wil, geweten, gevoel, met alle mogelijke variaties van overwegingen, plannen, beschouwingen, gevoelens.
Tegelijk gaat het om schakeringen van de leefwereld buiten de mens, de wereld die hem omringt en waarin hij leeft. Allemaal schakeringen die ook weer door de zonde zijn aangetast en verdorven.
Deze totale mens nu wordt door God aanspraken met Zijn genade in Christus. En wanneer we zouden willen kie-zen voor een term die alle tot nu genoemde termen vervangt, dan willen we opteren voor de uitdrukking 'de aangesproken zondaar'. Immers, deze uitdrukking houdt de totaliteit van het mens-zijn rechtovereind, terwijl het tegelijk ook aangeeft dat het gaat om eenrichtingsverkeer namelijk van boven naar beneden. Hoezeer het waar is dat de mens, wanneer de vonk van het evangelie hem tot wedergeboorte heeft gebracht, zelf ook van beneden naar boven gaat spreken en leven, in wezen is en blijft heel het geloofsleven toch een beweging van boven naar beneden. Immers, God de Vader heeft vanuit zijn verkiezende liefde uitdrukkelijk de bedoeling verloren mensen te redden. God de Zoon heeft als het vleesgeworden Woord heel specifiek zijn leven willen geven voor doemwaardige zondaren. God de Heilige Geest richt Zich in zijn herscheppende arbeid uitsluitend op zondaren die buiten Christus restloos verloren zijn.
R. H. KIESKAMP, LIENDEN
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 maart 2004
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 maart 2004
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's