De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

4 minuten leestijd

S iberische doopd ienst bij dertig graden onder nul. In 'Doorgeven', het informatieblad overzending, evangelisatie en hulpverlening van de Christelijke Gereformeerde Kerken in Nederland, stond onderstaande foto van een doopdienst bij dertig graden onder nul, in de buitenlucht, ergens in Siberië. In een rivier in de eindeloze, dikbesneeuwde toendra, werd een wak gehakt, waarna een voorganger en een dopeling in het ijskoude water afdaalden om door middel van onderdompeling te dopen.

I n Transparant, tijdschrift van de Vereniging van Christen-Historici, stond een artikel van H. C. Oudelaar-Bijlstra, 'Chiliasme bij Comenius'. Comenius, classicus van de pedagogiek (1592-1670) ondervond krachtige bestrijding van Samuel Maresius, de opvolger van Gomarus als hoogleraar in Groningen (1599-1673).

'Maresius stelde Comenius op één lijn met Jean de Labadie (1610-1674). Tussen de denkbeelden van Comenius en De Labadie bestonden inderdaad overeenkomsten: beiden verkondigden dat Christus' rijk op aarde in aantocht ivas en verwachtten een duizendjarig rijk in de toekomst, beiden zagen zichzelf als profeet en wegbereider voor dit duizendjarig vrederijk, bij beiden nam de bekering van de joden een centrale plaats in de toekomstverwachting in en bij beiden was het chiliasme vreedzaam van aard. Tussen Comenius en De Labadie bestonden echter ook grote verschillen. De Labadie zocht het begin van het komend vrederijk in een volmaakte gemeente van enkel uitverkorenen en trok zich, nadat hij vanwege zijn opvattingen door de Waalse kerk uit het ambt ivas gezet, uiteindelijk met zijn volgelingen terug in een commune. Deze kerk- en ivereldmijding stond in scherp contrast met Comenius' oproep tot activiteit en pleidooi voor een radicale hervorming van de kerk. Met zijn concrete voorstellen voor hervorming van de kerkelijke praktijk naar de inzettingen van Christus en de apostelen plaatste Comenius zich niet buiten het kerkelijk establishment, meer er middenin.

Als theoloog en chiliast stond Comenius dichter bij de publieke kerk van de Republiek dan tijdgenoten en latere beschrijvers erkenden. Comenius' toekomstverwachting vertoonde in veel opzichten gelijkenis met die binnen de publieke kerk: ook binnen de republieke kerk werden een heerlijk rijk van vrede, de val van het pausdom en de bekering van joden en heidenen voorzien. Ook een theoloog als Coccejus bepleitte activiteit ter voor bereiding van de "heerlijke periode". Comenius' oproep tot godzalig leven vond weerklank bij de theologen uit de nadere reformatie, die veelvuldig uit zijn iverk citeerden. In de verdediging van zijn chiliasme beriep Comenius zich uitsluitend op de beloften en profetieën uit Oude en Nieuwe Testament: ook hij verklaarde Schrift met Schrift, zoals binnen de Dordtse orthodoxie gebruikelijk was geworden.'

euwig gaat voor ogenblik is de titel van een themanummer van Madoc (Tijdschrift over de Middeleeuwen, Kromme Nieuwe Gracht 66, 3512 HL Utrecht), met als ondertitel 'Tijd en de Middeleeuwen' (zie Aankondigingen). Uit een bijdrage van Louis van Tongeren over 'het ritme van het dagelijks gebed':

'De kleinste tijdseenheid die we fysiek ervaren is de afwisseling tussen de dag en de nacht. Deze voortdurende opeenvolging van licht en donker reguleert als eerste ons leefritme. En omdat dat ritme zo cruciaal is in de bestaanservaring van de mens, heeft het ook in religieus opzicht een duiding en een rituele vorm gekregen. In aansluiting bij de joodse traditie ontwikkelde zich binnen het christendom een indeling van de dag met vaste gebedstijden. De basis van dat gebedsritme vormen de twee scharniermomenten van de dag: 's morgens en 's avonds, bij het licht worden en het invallen van de duisternis. Wanneer het leven van mens en natuur zich op een cruciaal punt bevindt, wordt er gezamenlijk of privé'gebeden. Dit ochtend- en avondgebed vormen het fundament van het dagelijkse gebedsritme. Reeds in het Nieuwe Testament blijkt dat het aantal gebedsmomenten verspreid over de dag is uitgebreid. Er wordt gesproken over het derde, zesde en negende uur, dat wil zeggen omstreeks 09.00, 12.00 en 15.00 uur (Hand. 2, 15; 3, 1; 10, 9.30). En verschillende vroegchristelijke auteurs sporen aan om bepaalde momenten van de dag en van de nacht aan gebed te wijden. Een uitgebreide ordening geeft Hippolytus omstreeks 200 in zijn geschrift Traditio Apostolica (De apostolische traditie). Men moest bidden bij het opstaan en het werd aanbevolen om naar de morgendienst te gaan waar de Schrift werd voorgelezen en uitgelegd. Men werd geacht op het derde, zesde en negende uur te bidden, momenten die hij verbindt met centrale gebeurtenissen uit het lijdensverhaal: de veroordeling, de kruisiging en de dood van Jezus. Verder beveelt hij aan om te bidden vlak voor het slapen gaan, om middernacht en 's morgens vroeg bij het kraaien van de haan.'

V.D.G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 maart 2004

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 maart 2004

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's