De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Invalspoorten voor het Evangelie

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Invalspoorten voor het Evangelie

Gedachten rond het aanknopingspunt [8]

8 minuten leestijd

GEDACHTEN ROND HET AANKNOPINGSPUNT [8]

Menselijke leefwereld

De gedachte van 'de aangesproken zondaar' geeft .alle ruim-te om vanuit vele invalspoorten de mens met het evangelie te benaderen. Invalspoorten die alles te maken hebben met dat wat er innerlijk in de mens leeft, bijvoorbeeld via het geweten. Invalspoorten tevens, die heel de breedte bestrijken van het geleefde leven waarin de mens zich bevindt, bijvoorbeeld vormen van heidens geloof. Invalspoorten die dicht zitten voor het Evangelie, maar die de Heere door Woord en Geest weet open te krijgen. En Hij doet dat op zo'n manier dat geen enkele poort wordt geforceerd. Veeleer herschept Hij die poort zo dat Hij Zelf die poort kan openduwen (toepassing), terwijl van binnen-uit die poort ook vrijwillig wordt opengedaan (toe-eigening). We komen met dit alles op het brede terrein van het werk van de Heilige Geest, waardoor Christus zijn genade in mensenlevens realiseert. Hierbij is tegelijk ook van wezenlijk belang de mens die als evangelieverkondiger wordt ingeschakeld. Er zijn dan ook wel theologen geweest die de mens als verkondiger een grote plaats hebben gegeven inzake het aanknopingspunt (Kraemer). Met name in zendingssituaties mag de verkondiger middel zijn tot ontmanteling van afgodendienst. Hierbij zijn fijngevoeligheid, liefde, nederigheid, solidariteit en helderheid van denken van groot belang. Wel blijft het altijd zaak dat niet op enige manier afgodendienst in de kaart gespeeld wordt. Immers, het hebben van gelijkluidende begrippen betekent beslist niet dat er gelijke antwoorden gegeven worden. Het is daarom ook zaak via grondige studie geheel ingevoerd te zijn in de leefwereld van hen die men met het evangelie wil bereiken. In zendingssituaties betekent dat het grondig kennen van de betreffende heidense religies. Wat Europa betreft betekent dat het kennen van de leefwereld van de hedendaagse mens. Bovendien is nodig altijd door

te stoten naar de wezenlijke kern, namelijk de noodzaak van verzoening met God door Christus. Immers, aansluiting zoeken bij het algemeen menselijk verlangen naar bijvoorbeeld geluk, betekent zeker niet dat men daarmee op het bijbelse spoor zit dat ons leert dat we enkel door het geloof in Christus het verloren paradijs terug kunnen verkrijgen.

De Geest gebruikt allerlei menselijke facetten

Dat betekent dat het van onopgeefbaar belang is om in dit alles de zuiver bijbelse leer in de verkondiging niet enkel helder te laten doorklinken, maar er ook naar te staan dat deze in het menselijk hart wordt aanvaard. H. Jonker zegt in dit verband dat de nood van de huidige prediking is dat men direct van de orthodoxie (de rechte leer), overspringt naar de orthopraxie (de rechte levenswandel), terwijl men de orthognosie (de rechte kennis) vergeet. En met de rechte kennis vergeet men de con-text van menselijke vragen, tegenwerpingen en verzet, totdat de mens zich gewonnen geeft in geloofsgehoorzaam antwoorden. Gods waarheid is geen steen die 'senkrecht von Oben' valt in de werkelijkheid van ons leven, maar gaat een heilzame worsteling aan met ons denkklimaat en heel onze voorstellingswereld. Met de bedoeling dat we God naar zijn Woord zullen gaan dienen. Paulus op de Areopagus is er een goed voor-beeld van. Dat heeft niets te maken met enige vorm van aankno-ping aan algemeen religieus besef of zo, waardoor we interreligie bevorderen. Het is een kwestie van de ander serieus nemen. Bovendien is het een kwestie van God serieus nemen. Van Hem toch belijden we elke zondag dat Hij niet laat varen wat zijn (scheppings)hand begon.

Dienstbaar aan het Woord

Ondertussen is het wel zaak dat we in onze bijbelexegese en prediking dienstbaar zijn aan het werk van de Heilige Geest. Dat zal weer enkel lukken wanneer we dienstbaar zijn aan het Woord. Want de Heilige heeft als duidelijke intentie het heil in Christus via het Woord werkelijkheid te doen worden in mensenlevens. Daarom blokkeren we de Heilige Geest wanneer we in exegese en prediking niet dienstbaar zijn aan deze intentie van de Geest.

In heel het geloofsleven gaat het erom dat we aange-sproken willen worden door God en zijn Woord. God heeft ons geschapen tot communicatie met Zichzelf en met medemensen. En die communicatie met Zichzelf heeft God niet losgelaten na de zondeval. Hij blijft ons aanspreken als zondaar en wil ons brengen tot de genade van Christus. Opdat Hij ons kan aanspreken als zijn geliefde kind en wij Hem van de weeromstuit ook gaan aanspreken als onze Vader. Dat wij hierbij totaal verdor-ven zondaar zijn, staat God niet in de weg om ons door Woord en Geest te kunnen bereiken. Hij is in staat om in alle door de zonde verdorven schepselmatigheid heen te breken en reddend ons hart te raken.

Eeuwige vreugde

Wij hoeven ons zondige mens-zijn niet 'op te sieren', door onszelf mooier en beter te willen maken dan we door de zonde geworden zijn. Als we dat toch doen, werken we God enkel tegen en graven we ons eigen graf van verlorenheid. Het is juist de grootheid en glorie van God dat Hij zelfs de meest verloren mens wil zoeken en zaligmaken. De mens in zijn context van verlorenheid door de zonde wordt dus bewust niet uit de weg gegaan, want juist die mens wil God redden. Juist op deze wijze wil God de rijkdom van zijn genade en de kracht van zijn Woord en Geest betonen. Zonder enig aanknopingspunt spreekt Hij door het Woord de gehele mens in zijn zondaarsbestaan zodanig aan, dat zijn reddend Woord verlossende daad wordt. Wat God hierbij in de mens nog aantreft aan door de zonde verdorven aanspreekbaarheid, vernieuwt Hij zodanig dat onze oren doorboord raken. Als God almachtig is, is dat voor Hem geen probleem 'want Hij heeft maar te spreken en het is er, te gebieden en het staat er' Hij is daarbij zelfs zozeer machtig om het volle heil van Christus binnen te dragen in zondaarsharten, dat die harten van vreugde gaan opspringen in de Heere. Want men weet zich verlost van zonde en schuld, van hel en verdoemenis. Tevens weet men zich vervuld met het begin van de eeuwige vreugde.

Invalspoorten

Dus zonder aanknopingspunt weet God door Woord en Geest zijn heil te realiseren. Ondertussen maakt God wel gebruik van alle mogelijke invalspoorten. Invalspoorten die te maken hebben met Gods scheppingswerk. Invalspoorten ook die verband houden met de zonde. En in de praktijk is het moeilijk om tussen beide scheiding aan te brengen, want de zonde heeft zich zozeer in Gods schepping genesteld dat wij dat niet uit elkaar kunnen plukken. Verder kunnen we ervan zeggen, zagen we reeds, dat hét gaat om innerlijke invalspoorten zoals verstand, wil, geweten, gevoel en niet te vergeten ons gehoor.

Eveneens gaat het om uiterlijke invalspoorten, dat wil zeggen invalspoorten die te maken hebben met de leefwerelden waarin we ons bevinden. Leefwerelden rondom ons en die onze denkwereld bepalen. Dat kan bij voorbeeld een vorm van religie zijn, zelfs tot heidendom toe. Of een wijsgerig ingekleed leefpatroon. Of enkel het platte van 'laat ons eten en drinken en vrolijk zijn'. Of voorspoed die we ontvangen, maar die ons toch niet bevredigt. Of een losbandig leven in de zonde dat ons steeds ellendiger en ongelukkiger maakt. Of verdriet en rouw. Of vertwijfeling, vragen, raadsels en wanhoop. Invalspoorten dus. Doch geen invalspoorten die kant-en-klaar zijn om het evangelie binnen te laten. Ze zijn gesloten en moeten dus door Woord en Geest omgebouwd worden, zodat ze opengaan. En het is God Zelf die uit vrije goedheid hierin reddend wil arbeiden. Deze redding is echter niet te verklaren vanuit menselijke mogelijkheden, doch enkel vanuit Gods zondaarsliefde. Zondaarsliefde waar engelen van buitengesloten zijn, doch waar mensen in mogen delen.

Hierbij wijzen we ook af de gedachte van de zogenaamde voorbereidende genade, alsof er iets van genade zou zijn dat genade gaat voorbereiden. Laten we het eenvoudig op genade alleen houden en niet gaan filosoferen of die gesloten invalspoorten al enigszins open zouden kunnen zijn, voordat wij genade ontvangen. Een andere vraag is in hoeverre God al jaren lang met ons bezig kan zijn, voordat wij er iets van onderkennen. Doch laten wij die zogenaamde toeleidende wegen niet de kwalificatie genade geven, maar ze enkel toeschrijven aan Gods algemene goedheid. Gesloten invalspoorten dus. Waarbij het een boeiende vraag is of die invalspoorten in de postchristelijke tijd van nu hechter gesloten zijn dan vroeger of niet. Een vraag die mogelijk met ja is te beantwoorden. In ieder geval hebben de Verlichting en ook bijvoorbeeld Auschwitz veel kwaad gedaan.

Toch moeten we het niet overtrekken, want ook in de Reformatietijd was de natuurlijke mens geheel oude mens. Bovendien mogen we hoge verwachtingen hebben van de kracht van Woord en Geest, ook voor de mens van nu.

R. H. Kieskamp, Lienden

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 maart 2004

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Invalspoorten voor het Evangelie

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 maart 2004

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's