Catechesebeleving van jongeren
De catecheet als leraar [2]
'Waarom mag ik van de kerkenraad geen huiswerk opgeven? Waarom nemen kerkenraad en ouders het mij kwalijk als ik ingrijp bij brutaliteit, ongeïnteresseerdheid, enz? Waarom mag dat op school wel en op catechisatie niet? Waarom heb ik als catecheet het altijd gedaan? '
DE CATECHEET ALS LERAAR [2]
Vragen van een catecheet die met een groep van 12- tot 16-jarige catechisanten heeft meegewerkt aan mijn onderzoek naar de catechese in gemeenten die behoren bij de Gereformeerde Bond. In het vorige artikel hebben we kennis gemaakt met de catecheet: een eenzaam, hardwerkend persoon, die kiest voor een actieve manier van lesgeven en graag dicht bij zijn catechisanten wil staan. Ook bleek dat hij naar zijn catechisanten niet veeleisend is. In dit tweede artikel richt ik me op de catechisant: wat vindt hij van catechisatie? En heeft het antwoord op deze Vvraag iets te maken met de manier waarop de catecheet lesgeeft? Het artikel eindigt met enkele algemene conclusies en aanbevelingen.
De catechisant -
Vinden catechisanten catechisatie zinvol? Hebben ze plezier in de lessen? Zetten ze zich in? Zijn ze bang voor de catechisatielessen? Om met de laatste vraag te beginnen: de meeste catechisanten zijn niet bang dat ze tijdens de catechisatieles een fout maken of iets verkeerd doen. Ze zijn niet of nauwelijks zenuwachtig op catechisatie. Fijn! De antwoorden op de andere drie vragen zijn in mijn ogen helaas minder positief. Jongeren vinden catechisatie nog wel een beetje zinvol, maar als het gaat over inzet en plezier, dan houden ze zich erg op de vlakte: ze zijn niet echt negatief, maar ook niet positief. Deze beleving van de catechisatielessen is nauwelijks afhankelijk van de leeftijd: verschillen tussen 12/13-jarigen en 14/15-jarigen heb ik bijna niet gevonden. Ook de opleiding van de catechisant heeft geen invloed op hun mening. Een jongere op het vmbo beleeft de catechisatie ongeveer op dezelfde manier als een havo- of vwoleerling. Dit is opvallend, omdat catecheten zelf aangeven dat het lesgeven aan een gemêleerde groep van vmbo'ers, havisten en vwo'ers lastig is. Ze zijn bang dat ze een deel van de groep tekortdoen. Op één punt laten de onderzoeksresultaten wel verschil in beleving zien: catechisanten uit kleine catechesegroepen (minder dan 10) beleven meer plezier aan catechisatie en zetten zich ook beter in.
'Catechesebeleving' en de manier van lesgeven
Is de beleving van de catechisatie ook afhankelijk van de manier waarop de catecheet lesgeeft? Dat is een belangrijke vraag wanneer we zoeken naar mogelijke verbeterpunten in de catechese. Bij mijn zoektocht naar een antwoord kwamen twee punten naar voren.
1. Het omgaan met de catechisanten In catechesegroepen waar de catecheet in het omgaan met de jongeren veel 'samen-gedrag' (begrijpend, vriendelijk; zie vorige artikel) heeft, beleven jongeren de catechisatie positiever. Hoe meer 'samen-gedrag' van de catecheet, hoe meer de catechisantengroep de lessen zinvol en plezierig vindt. Ook de inzet van de groep is bij deze catecheten hoger. Helaas is het omgekeerde ook waar: veel 'tegen-gedrag' van de catecheet en weinig plezier en inzet van de groep gaan samen op.
Maar kan een catecheet dan nooit eens optreden of eisen stellen zonder dat hij de catechisanten demotiveert? Gelukkig wel. Maar de manier waarop hij dit doet, is heel belangrijk. Bij catecheten die in de ogen van catechisanten duidelijk leidinggeven ('boven & samen'), vinden de jongeren de lessen zelf zinvoller en plezieriger en zet de groep zich ook meer in. Maar wanneer de groep de catecheet streng vinden ('boven & tegen'), slaat hun houding om: het plezier en de inzet nemen af. Bij streng gedrag komt ook het vierde punt van de catechesebeleving naar boven: de gevoelens van angst tijdens de catechisatielessen. Bij catecheten die zichzelf streng vinden, zijn jongeren zenuwachtiger: ze zijn banger om een fout te maken.
Tot nu toe heb ik alleen gekeken naar de catechisanten als groep. Kijken we naar de individuele mening van catechisanten, dan vinden we dezelfde verbanden terug. Maar er valt dan nog wat op: het is vooral de vmbo-leerling die zijn beleving van de catechisatie laat bepalen door de opstelling van de catecheet, meer nog dan een havo- of vwo-leerling.
2. De manier
waarop de catecheet de lesstof overdraagt De catechesebeleving van de jongere heeft ook te maken met de manier waarop de catecheet de lesstof overdraagt. Niet op groepsniveau: de beleving van de hele groep is onafhankelijk van de didactische werkvormen die de catecheet gebruikt, dat wil zeggen de manier waarop hij de lesstof overbrengt. Maar letten we op de opleiding van de catechisanten, dan zien we wel voorkeur. De vwo-leerling laat zijn catechesebeleving sterker bepalen door de werkvormen die de catecheet gebruikt dan zijn medecatechisanten op het vmbo of het havo. Bij de vwo-catechisant worden plezier en inzet groter als de catecheet bij het lesgeven veel verschillende soorten werkvormen en veel interactie tussen catecheet en catechisanten gebruikt.
Algemene conclusie
Wanneer we de onderzoeksresultaten uit het vorige en dit artikel op een rijtje zetten, vallen mijns inziens twee punten op:
De catecheet kiest vooral voor doceren en het onderwijsleergesprek. Hij is het middelpunt van de les en richt zich tot de hele groep. Tegelijkertijd legt hij in het omgaan met de jongeren sterk het accent op punten als begrip tonen en rekening houden met de behoeften van catechisanten (samen-gedrag). De gemiddelde catechisant ziet er niet tegen op om naar catechisatie te gaan en vindt de lessen een beetje zinvol. Echt leuk vindt hij het niet en zich ervoor inzetten doet hij ook nauwelijks. Bij een catecheet die sterk de nadruk legt op het samen-gedrag, is de catechisantengroep positiever: de inzet en het plezier zijn hoger en de lessen worden als zinvoller ervaren..
Een mogelijk verbeterpunt
Met deze twee conclusies over de gang van zaken in de catechese kunnen we op zoek naar mogelijke verbeterpunten. Onderwijskundig gezien is het vooral de combinatie van beide conclusies die catechisatie geven voor velen zo moeilijk maakt. Een catecheet zal behoorlijk wat pedagogische kwaliteiten in huis moeten hebben om én het volledig klassikaal lesgeven én het sterk accentueren van samen-gedrag én het goed laten verlopen van de catechisatieles aan te kunnen. Zeker als er in de groep geen goedgemotiveerde catechisanten zitten. Een verbeterpunt is daarom dat de catecheet de huidige koppeling van 'volledig klassikaal lesgeven' en sterk 'samen-gedrag' loslaat.
Dit loskoppelen kan op twee manieren. Het is mogelijk dat de catecheet het klassikaal lesgeven blijft volhouden en zijn samen-gedrag afzwakt. Hij gaat zich dan meer richten op bovengedrag: bewust leiding geven en sturend durven optreden. De andere mogelijkheid is dat de catecheet vasthoudt aan het benadrukken van samen-gedrag en het volledig klassikaal lesgeven loslaat. Hij gaat dan zoeken naar werkvormen waarbij de catechisanten actief bezig zijn. Welk van de twee mogelijkheden is de beste verbetering? Het antwoord op deze vraag is sterk afhankelijk van de persoon van de catecheet en zijn visie op catechese. Zelf kies ik heel nadrukkelijk voor de tweede mogelijkheid: het accent op samen-gedrag bewaren en de manier van lesstofoverdracht aanpassen. Hiervoor heb ik een paar redenen:
Het doel van catechese is volgens mij meer dan kennisverwerving alleen. Het gaat om hoofd (kennis), hart (geloof) en handen (het dagelijks leven). Onderwijskundig gezien worden leerdoelen voor hoofd, hart en handen beter bereikt bij een sterke variatie in soorten werkvormen.
De tweede algemene conclusie geeft de grote waarde van een sterk accent op samen-gedrag van de catecheet aan: het gaat gepaard met een positievere catechesebeleving van jongeren. Hoe jammer is het dan als de catecheet het • samen-gedrag afgaat zwakken. De huidige catechisant is op het voortgezet onderwijs niet meer gewend een lesuur lang klassikaal les te krijgen. Tijdens de les wordt hij regelmatig ac-tief aan het werk gezet. Nu is het uiteraard niet nodig dat we onze catechese klakkeloos aan nieuwe onderwijsstijlen van 'de wereld' aanpassen. Maar we mogen ons wel afvragen waarom we onnodige barricades op zouden werpen in het leer- en vormingsproces tijdens de catechisatie.
Hoe nu verder?
Ondertussen heeft mijn voorkeur - de catecheet handhaaft zijn sterke accent op 'samen-gedrag' en verandert zijn manier van lesstofoverdracht - heel wat consequenties. We zijn er mijns inziens namelijk niet met de invoer van een paar moderne werkvormen, zoals het gebruik van een computerpresentatie. De overstap naar andere, actieve werkvormen is ingrijpender. Die andere werkvormen moeten de catechisant echt actief maken, maar moeten ook passen binnen de grenzen die de gereformeerde geloofsleer stelt. Een van die grenzen is bijvoorbeeld de dominantie van het Woord van God: niet de catechisant maar de Bijbel heeft het laatste woord. Ik ben er van overtuigd dat dit ook met actieve werkvormen mogelijk is: dominantie van het Woord betekent niet dat de ca-techeet de hele les in het middelpunt moet staan. Het lijkt me verstandig dat de bestaande catechesewerkgroep binnen de Gereformeerde Bond op zoek gaat naar actieve werkvormen die passen bij de verschillende leerdoelen van gereformeerde catechese.
Meer dan onderwijskundig
Het mogelijke verbeterpunt dat ik hierboven geschetst heb, is zuiver onderwijskundig van aard. Als we dat invoeren, zijn we er dan? Ik vrees van niet. In het vorige artikel kwam naar voren dat de catecheet vaak eenzaam is, omdat bij veel kerkenraden en ouders de catechese niet hoog op de agenda staat. Daarom is er meer nodig dan alleen een onderwijskundige verbetering door de catecheet. Willen we werkelijk de catechese uit een crisis houden, dan moeten volgens mij ook ouders en kerkenraadsleden aandacht aan de catechisatie gaan besteden. Ja, misschien moet zelfs ieder gemeentelid eens nadenken over een opmerking van een catecheet: 'Wat dat betreft vraag ik mij naar mezelf wel eens .af, of ik wel genoeg om openingen bid vóór de catechisatieavonden'.
B. H. van Loenen, Hoevelaken
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 maart 2004
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 maart 2004
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's