De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

6 minuten leestijd

H endrik van Zutphen, 'reformator van Bremen' (1489-1524) werd in 1524 op gruwelijke wijze ter dood gebracht. In een boekje van de hand van H. A. van Duinen (uitgave Blassekijn, Bleskensgraaf; zie Aankondigingen) wordt zijn marteldood beschreven:

'De andere morgen om acht uur hield men op de markt een bijeenkomst om te beraadslagen ouer hetgeen hun te doen stond. Daarop riepen de dronken boeren: "In het i/uur! In het uuur! Dan zullen wij vandaag uan God en mensen eer ontvangen. Hoe langer we hem laten leuen des te langer leuen u/e met zijn ketterijen. Wat baat lang ouerleg? Hij moet toch steruen". Men bond g Hendrik aan hals, handen en uoeten en voerde hem onder luid geschreeuw naar de brandstapel. Toen dit geschiedde, stond een vrouw in haar huisdeur en bij het zien uan al deze ellende begon zij bitter te wenen. Maar Hendrik sprak tot haar: "Goede vrouw, ween niet over mij, want het is Gods wil". Toen hij op de plaats buiten Heide aankwam, waar de brandstapel was opgericht, zonk hij uan grote zwakte neer. De rechter, die op het ogenblik uan de moord op Hendrik uan Zutphen in functie was, had men niet kunnen bewegen een uonnis te uellen. Nu kwam de plaatselijke rechter, Schoeters Maes, die uoor tien gulden was omgekocht, en veroordeelde Hendrik tot de vuurdood met de uitspraak, dat "deze booswicht gepredikt heeft tegen de Moeder Gods en tegen het christelijk geloof, om welke reden ik hem in de naam uan mijn genadige heer, de bisschop uan Bremen veroordeel tot de vuurdood". Hendrik antwoordde echter ontkennend, en zei: "Dat heb ik niet gedaan; maar Heere, Uw wil geschiede". Hierna sloeg hij zijn ogen ten hemel en sprak: "Heere, vergeef het hun, want zij weten niet wat zij doen; Uw naam alleen is heilig, hemelse Vader!" (...)

Het hout voor de brandstapel wilde echter niet branden, hoe uaak zij het ook aanstaken, daarom gingen zij maar door met Hendrik te bespotten en te slaan. Dit duurde wel twee uur lang en gedurende al die tijd stond hij met slechts een hemd aan voor de boeren, de ogen ten hemel geslagen. Tenslotte haalden zij een ladder, waarop Hendrik stijf vastgebonden werd om hem zo in het vuur te werpen. Nu begon hij zijn geloof in Christus te belijden, maar iemand sloeg hem met de uuist op de mond en zei, dat hij eerst moest branden en daarna kon bidden wat hij wilde. Een onderzette zijn uoet op de borst en bond hem zo uast aan de sport uan de ladder, dat het bloed uit mond en neus kwam.

Toen zij hem daarna met de ladder omhoog hieuen, zette iemand een hellebaard tegen de ladder om die te helpen oprichten. De hellebaard gleed echter naast de ladder en doorboorde het lichaam uan Hendrik. Nu wierpen zij hem met de ladder op het smeulende hout, maar de ladder gleed terzijde. Hierop liep Johann Holm toe

en sloeg hem met een vuisthamer zo lang op de borst, tot hij tenslotte bewegingloos neerlag en stierf.

Volgens Jacop Probst in een brief aan Luther, ku/amen de volgende morgen, de derde adventszondag, enkele nieuwsgierigen naar de . plaats van veroordeling en zagen Hendrik liggen.

Het smeulende vuur had hem wel geroosterd, maar niet verteerd. In hernieuwe woede hakten zij nu hoofd, handen en voeten af en u/ierpen deze op het opnieuw aangestoken en beter brandende hout. De romp echter begroeven zij, waarna ze een vreugdedans maakten.'

n 1924 werd, als gevolg van tegenstand tegen het door de hervormde synode vastgestelde 'Reglement op de Predikantstractementen', de 'Verenigingvan Protesterende Kerkvoogdijen' opgericht. Dr. W. H. den Ouden laat in zijn recent verschenen boek De ontknoping van de zilveren koorde (uitgave Boekencentrum, Zoetermeer), de kerkelijke wederwaardigheden in die dagen nog eens de revue passeren:

Het proces Ouddorp

'Hoe ver men in die dagen wenste te gaan in de strijd tegen de invoering van het Reglement op de Predikantstraktementen blijkt uit het feit dat de hervormde gemeente uan Ouddorp een proces aanspande tegen de Algemene Synode, waarbij eiseres de bevoegdheid van de Algemene Synode tot regeling uan hetgeen zij in het Reglement op de Predikantstraktementen had vastgesteld betwistte, zodat dientengevolge dit Reglement en het daarop rustend "Reglement op de bijdragen uan de gemeenten" niet verbindend zouden zijn. Verder stelde eiseres dat de gedaagde Kerk en haar organisatie door haar ten dienste staande feitelijke machtsmiddelen haar (eiseres) gedwongen heeft tot voldoening van een op deze reglementen steunende aanslag uan ƒ 870, - over 1925. Opgrond van deze feiten eist eiseres het betaalde als onverschuldigde betaling terug.

Bij arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 23 februari 1931 werd de kerkvoogdij van Ouddorp in het ongelijk gesteld.

In dit vonnis is nogmaals duidelijk onderstreept dat het bestuur van de hervormde kerk geregeld is bij het algemeen reglement voor de hervormde kerk en de bevoegdheid mist om in te grijpen in het beheersrecht der plaatselijke gemeenten. Het is een vitaal onderdeel in de redenering uan het hof dat het reglement op de predikantstraktementen dit beheersrecht volkomen in takt laat en dat dientengevolge de wettigheid van dat reglement op die grond niet kan worden bestreden.

Daarmee was aangetoond dat de Algemene Synode bevoegd was regelingen te treffen ten aanzien uan predikantstraktementen en pensioenen, waarbij 15 januari 1921, de datum uan het uan kracht worden uan het Reglement op de Predikantstraktementen, in haargeschiedenis een mijlpaal is.

Een aantal uan de protesterende gemeenten bleef weigerachtig om de aanslag van de Raad van Beheer te voldoen. Hierdoor kregen zij uan haar classes geen toestemming om in de eerstuolgende uacature een predikant te beroepen. Deze werd pas gegeven niet alleen wanneer zij de huidige aanslag voldeden, maar daarbij ook de achterstallige aanslagen verevenden, vermeerderd met de daarop verschuldigde rente. Begrijpelijk dat daardoor het verschuldigde bedrag vrij fors ging oplopen. Gemeenten die bereid waren om aan haar verplichtingen te voldoen zagenin de oorlogsjaren hun kans, ruim twintig jaar na dato, om haar schuld te vereffenen door de toen sterk toenemende collecte-inkomsten.

Een uerhaal uit eigen waarneming is het volgende: Wyndaldum, een gemeente in Friesland, stond bekend als een rijke gemeente met veel landbezit. Zij had een stevig vrijzinnige signatuur. De reactie op de invoering van de Raad uan Beheer was: wij gaan niet betalen uoor orthodoxe dominees. Om de te verwachte aanslagen, die mede gebaseerd waren op de omvang van het plaatselijk bezit, zo veel mogelijk te minimaliseren besloten de kerkvoogdijen (vrij beheer) land te verkopen en de opbrengst te spenderen aan een algehele restauratie van het kerkgebouw.

Verder waren hier kerkleden die uoor hun lidmaatschap bedankten omdat zij niet wensten dat dorpsgenoten in hun functie uan kerkvoogd via het systeem van de hoofdelijke omslag en de daarmee samenhangende inzagen in de belastingkohieren de omvang van hun inkomen zouden vernemen.' -

V.D.G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 maart 2004

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 maart 2004

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's