Bijbelse taal heeft de voor keur
Gedachten rond het aanknopingspunt [9] m v v
GEDACHTEN ROND HET AANKNOPINGSPUNT [9]
Bijbelse taal
Bij dit alles is het voor de verkondiger van het evangelie zaak zich zoveel mogelijk in te leven in de leefwerelden die met de diverse invalspoorten samenhangen. Hierbij mag er echter geen misbruik gemaakt worden van zwakke momenten als rouw en eenzaamheid, waarbij we menselijke emotie gaan aanzien voor oprecht geloof. Het zal de worsteling van de verkondiger zijn om het specifieke van het evangelie zo te verwoorden dat het enigermate vertolkt wordt in begrippen van algemeen menselijke ervaring. In de hoop en het vertrouwen dat de Heilige Geest het zal kunnen gebruiken om het totale volle heil van Christus in te dragen in het bestaan van die mens. n
Hierbij zal er steeds een forse pendelbeweging dienen te zijn tussen taalbegrippen van algemeen menselijke ervaring en volop bijbelse taal. Immers, volop bijbelse taal heeft toch altijd voorkeur, want daar wil de Heilige Geest op bijzondere wijze mee aan de gang gaan als kracht Gods tot zaligheid. Ook is bijbelse taal wezenlijk om vanuit de Schrift de schuldvraag duidelijk aan de orde te kunnen stellen. Zodat we niet blijven steken in de vraag naar enkel de w k H G t d m h z zin van het leven. Want we moeten niet blijven bij de vraag of we wel of niet in God geloven. Immers, in God geloven is nog maar het prille begin van het christelijk geloof. Het gaat er toch met name ook om te geloven dat we schuldig staan tegenover die God en dat we verzoening nodig hebben in het bloed van Christus. Opdat de Heilige Geest herscheppend en vernieuwend zal kunnen arbeiden en de aangesproken mens nergens rust zal kunnen vinden dan enkel in het verzoenende bloed van Christus alleen.
Dat zal ook voorkomen dat het tegenovergestelde zal gebeuren, namelijk dat de bijbelse boodschap van zonde en genade vervalst raakt door aanpassing aan algemeen menselijke ervaring. Iets wat zou plaatsvinden wanneer bijvoorbeeld aan de mens wilsvrijheid werd toegekend om het evangelie in eigen kracht te aanvaarden. Dat zou immers de Heilige Geest krenken en onteren. Het is toch het specifieke werk van die Geest om het evangelie bij ons binnen te brengen. En de Geest doet dat niet door aan te knopen of aan te sluiten, maar door via het Woord diametraal heilzaam in te werken op de door de zonde verdorven invalspoorten van de mens. Hier ligt daarom ook de basis van elk bijbels apologetisch denken en van iedere zendings- en evangelisatieactiviteit.
De boodschap en de kloof
Bovendien ligt hier de bijbelse wortel van iedere bezinning over het probleem van 'de boodschap en de kloof. Dus de vraagstelling hoe door het evangelie de kloof van ons misverstaan van dat evangelie is te overbruggen.
Om deze vraagstelling goed in het vizier te krijgen, is nodig te onderkennen dat het niet enkel gaat om de kloof die er bij elk mens van nature is, inzake het verstaan van het evangelie. Dus de kwestie dat het evangelie voor de natuurlijke mens een skandalon, een schandaal is. Neen, het gaat hier met name om de kloof die samenhangt met de tijd waarin we leven, de nachristelijke tijd dus. De tijd die gekenmerkt wordt door de nawerking van het loslaten van het evangelie. En dat is een tijd waarvan de Bijbel ons leert dat we nooit neutraal het evangelie kunnen loslaten. Want dit loslaten zet een stempel op onze ziel. We krijgen er eelt van op de ziel. We worden dus minder vatbaar voor het evangelie en lopen zelfs het risico van het oordeel der verharding. Dat betekent dat we allereerst geroepen worden ernstig te waarschuwen tegen het loslaten van God en zijn Woord, door onder andere te wijzen op de heilloze consequenties. Het betekent ver-volgens dat het noodzaak is te buigen onder het oordeel van God dat hieraan verbonden is. En dat in tweeërlei opzicht. Ten eerste door te erkennen dat wij als kerk en kerkmensen mede schuld (kunnen) hebben aan kerkverlating en Godsverzaking. Ten tweede door te buigen onder het rechtvaardig oordeel van God, dat hierin voltrokken wordt. Dit buigen onder het oordeel zal ons ervoor bewaren dat we verkrampt activistisch worden. Tegelijk zal dit buigen onder Gods oordeel ons ervoor bewaren dat we ter verbreiding van het evangelie methoden met onbijbelse capriolen gaan gebruiken. Methoden die niet passen bij de ernst en de waardigheid van het evangelie en die daarom het evangelie meer afbreuk doen dan voordeel bezorgen.
Vervolgens zal het ons vooral brengen tot een intens gebedsleven. We gaan zonden bewenen en God om genade smeken. We gaan ook bidden om wegen waarin de Heilige Geest ons wil leiden om middel te mogen zijn, waardoor harten van vele mensen geopend worden voor het evangelie. Immers, enkel een biddend en een vastend leven doet het geslacht van de boze geesten der ontker-stening van ons wijken en zal het eelt op de ziel van velen doen verdwijnen. Dan zal ook het oordeel der verharding van ons worden afgenomen en zullen de vonken van het evangelie weer sprankelend over allerlei kloven heenspringen.
Ten slotte zal grondige studie van en prediking uit de oudtestamentische profeten ons hier goede diensten kunnen bewijzen.
Prioriteit voor Gods vraag aan ons
Laten we echter in alle gevallen ook nuchter zijn. Immers, aan de ene kant moeten we ook weer niet denken dat de huidige mens door de ontkerstening totaal anders is dan bijvoorbeeld in de tijd van de Reformatie. Het eelt op zijn ziel nu is niet zo dik dat er voor God geen doorkomen aan zou zijn. Aan de andere kant moeten we ons er niet toe laten verleiden om overmatig veel energie te steken in het benaderen van de moderne mens. Immers, daar kan ook een rationele verkramping achter zitten waarin we te veel in eigen hand willen houden. Beter is dat we zelf zozeer van harte leven uit het verzoenende lijden en sterven van Christus dat de liefde van Christus ons dringt om het verlorene te zoeken. Deze liefde zal ons ook een stuk spontane vindingrijkheid verschaffen om de moderne mens, die toch ook altijd nog gewoon oude mens blijft, te benaderen. In ieder geval zullen we ons wachten voor de verleiding om zozeer in te gaan op allerlei moderne vragen van moderne mensen naar God en naar het geloof toe, dat we de vraag die God ons te stellen heeft verwaarlozen. De eerste vraag die huizenhoog aan de orde dient te komen, is toch altijd weer de vraag van onze zonde en schuld jegens onze Schepper. H. Jonker heeft dat glas-helder en indrukwekkend aan de orde gesteld. Wij kunnen namelijk zozeer verstrikt geraken in onze eigen vragen dat we een heilzame schok nodig hebben om uit de dodelijke cirkelgang van onze eigen vraagstellingen uitgestoten te worden. Zodat we oog gaan krijgen voor Gods vraag aan ons. We moeten ons niet verbeelden dat God ons nodig heeft, omdat we zo gewichtig zijn met al onze vragen. Het is andersom, namelijk dat wij God nodig hebben. En het is een levensles van de hoogste orde om dat te ontdekken, want van huis uit zijn we daar blind voor. Vandaar allereerst Gods vraag aan ons. Daar hangt ook mee samen dat het in de evangelieverkondiging niet allereerst zaak is dat wij ons verkrampt gaan afvragen hoe wij de kloof kunnen overbruggen. Het is anders. We mogen met blijde zekerheid vertrouwen dat het Gods zaak is om de brug over die kloof te slaan, want Hij zorgt door zijn Geest voor het toepassende werk. Iets wat weer samenhangt met de grote troost der uitverkiezing, namelijk dat alles gaat 'naar Gods gemaakt bestek'. Want de Geest past toe en maakt krachtig datgene wat in de uitverkiezing vastligt.
Verbondsgemeente
Bovendien is er nog iets. De kwestie van de vraagstelling rond de boodschap en de kloof staat vooral in het kader van evangelisatiearbeid, hoe de hedendaagse rand- en buitenkerkelijke mens te bereiken is met het evangelie. Daar is niets mis mee. Dat hangt samen met de opdracht tot verkondiging van het evangelie. Toch is er iets wat we goed in het oog die-nen te houden, namelijk de bestaande christelijke gemeente die niet rand- of buitenkerkelijk is. Het is fout om zozeer gefocust te zijn op rand- en. buitenkerkelijken dat de eigen verbondsgemeente vergeten wordt. Zeker, het is waar, ook in die eigen gemeente, op het terrein van Gods genadeverbond dus, komen vaak dezelfde problemen voor rond boodschap en kloof. Maar toch is er verschil. In ieder geval hebben we binnen de verbondsgemeente veel meer kansen om op te voeden vanuit de Schrift en de confessie. Er kan een dermate bijbelse bodem gelegd worden dat onder de zegen des Heeren er geen of nauwelijks kloofproblemen zijn. Althans veel minder. Laten we wat dat betreft zeer zuinig zijn op onze verbondsgemeenten en onze verbondsjeugd. Vooral door hen met grote ernst en inzet te onderwijzen vanuit Schrift en belijdenis. De Bijbel zegt immers: 'Mijn volk gaat verloren omdat het geen kennis heeft 1 . Dat mag ons tot het uiterste aansporen om getrouw te zijn en met grote ijver te arbeiden in Gods wijngaard.
Dat mag ons ook aansporen om op onze hoede te zijn voor zoveel aandacht voor rand- en buitenkerkelijken dat het schade toe-brengt aan de bestaande verbondsgemeente. Het zou een ramp van de eerste orde zijn wanneer we zozeer ingesponnen raakten in de vraag-stellingen van moderne mensen 'die nergens aan doen', dat we dat gingen projecteren op de bestaande verbondsgemeenten. Want dan zouden we gaan meewerken aan geloofsuitholling van binnenuit.
De apostolaatstheologie in de Hervormde Kerk van na 1951 kan ons hierin tot een huiveringwekkend waarschuwend voorbeeld zijn. Want het is inspelen op het vrijzinnige denken, dat de wereld en allerlei vormen van natuurlijke theologie wil binnenhalen in de kerk. Waar we ook maar voor een millimeter het heilrijke tegenover van de Schrift gaan verdunnen, komen we in gevaarlijk theologisch vaarwater terecht.
Bovendien hebben we binnen de verbondsgemeente de belofte van God dat Hij in zijn verbondstrouw wil doorwerken van geslacht tot geslacht. Dat mag ons hoop geven voor onze verbondsjeugd, want 'Gods trouw rust zelfs op 't late nageslacht dat Zijn verbond niet trouweloos wil schenden' (Psalm 103 : 9)-
Laten we er daarom op gebrand blijven om de bestaande verbonds-gemeente via onderwijs uit de Schrift en de confessie, met name de Heidelbergse Catechismus, op te voeden in de vreze des- Heeren. Laten onze gezinnen daar gebrand op zijn en laat de catechese dat wezen, ook door uit het hoofd te laten leren van catechismusvragen en - antwoorden. Met name echter ligt hier een hoofdtaak voor de prediking.
R. H. Kieskamp, Lienden
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 maart 2004
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 maart 2004
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's