De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Een leer der engelen?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een leer der engelen?

Toonbeelden van kracht, liefde, schoonheid

7 minuten leestijd

TOONBEELDEN VAN KRACHT, LIEFDE, SCHOONHEID

'Wij begonnen ons onderzoek met de verwachting dat een leer der engelen in de hedendaagse kerk en theologie geïntegreerd kan worden. Aan het slot van onze studie moeten wij tot de conclusie komen, dat door de uitwerking van de Verlichting dit niet meer mogelijk is. Een duidelijk voorbeeld van de invloed die de Verlichting op kerk en theologie heeft uitgeoefend, is het feit dat het geloof in engelen geen rol meer speelt in de gereformeerde traditie. Dat is opmerkelijk gezien het feit dat de gereformeerde traditie zich op het Sola Scriptura beroept. (...) Kerk en theologie kunnen zich niet meer onttrekken aan het moderne denken dat slechts de ratio als leidraad erkent. De Verlichting heeft de wereld onttoverd.'

Een stevige conclusie in het slothoofdstuk van De verdwijning der engelen in kerk en theologie. Op dinsdag 6 januari promoveerde dr. L. F. de Graaff aan de Vrije Universiteit op dit boek als proefschrift. Zijn promoter was dr. A. van de Beek. De hervormde predikant van Ophemert en Zennewijnen heeft zijn proefschrift opgedragen aan zijn overleden vader, de predikant en cultuurfilosoof dr. F. A. de Graaff. In een interview met het Nederlands Dagblad zei hij: 'Ik gebruik zijn gedachtegoed wel. Ik ben ook dankbaar voor wat hij op mij heeft overgedragen. Maar mijn studie is niet een uitwerking van zijn visie op engelen die als onzichtbare cultuurmachten de geschiedenis beïnvloeden.'

Graag wil ik dr. De Graaff van harte feliciteren met deze afronding van zijn engelen-onderzoek. Het is moedig om het in de huidige kerk- en theologiecultuur op te nemen voor engelen als reële, bestaande, persoonlijke wezens. Aan alle kanten botst dit tegen de onwil en het ongeloof om aan engelen hun bijbelse positie terug te geven. Ik heb dit boek gelezen met de spannende vraag of de schrijver na de verdwijning van het oude wereldbeeld, ons een alternatief zou aanreiken met nieuwe ruimte voor de duizenden engelen uit de Bijbel. Wanneer de hemel niet meer boven het sterrendak kan zijn, waar is de hemel als vaste woonplaats voor Gods engelen dan wel? Zolang die vraag geen nieuw antwoord vindt, gaat de onttovering door, is te vrezen.

Bijbelse engelenvoorstellingen

In hoofdstuk i wordt het ambivalente denken over engelen in de tijd na de Verlichting beschreven. De wereld is door het rationalisme vlak geworden. Maar ook weer niet helemaal vlak. Er is de laatste tijd een groeiende belangstelling voor getuigenissen van bijnadood-ervaringen en moderne engelenontmoetingen of wat daarvoor door moet gaan (53V).

Hoofdstuk 2 geeft een uitvoerig en helder overzicht van de bijbelse engelenvoorstellingen. Dat dè hoogste taak van engelen de vergroting van Gods eer is, wordt sterk benadrukt. Ook hun 'buitendienst' komt uitvoerig aan de orde: engelen als beschermers, tolk, voorspraak, uitvoerders van straf, bemiddelaars van heil, redders in nood, getuigen van de christelijke eredienst.

Hoofdstuk 3 beschrijft de klassieke ontwerpen van een christelijke engelenleer. Besproken worden de opvattingen van Augustinus, van Pseudo- Dionysius de Areopagiet en zijn uitvoerige hemelse hiërarchie, van Bonaventura en van de reformatoren. Dat bij Luther en Calvijn de vroegchristelijke en middeleeuwse engelenleren een sterke afslanking hebben ondergaan, was te verwachten. Dr. De Graaff betreurt het daarbij dat zij weinig oog gehad hebben voor de bemiddelende functie van engelen (igóv).

Herstelpoging

Het voorlaatste hoofdstuk is een spannende zoektocht naar een plaats voor engelen in de hedendaagse kerk en theologie. Dat blijkt niet mee te vallen. Toen het wereldbeeld van voor de Verlichting als paradigma kon gelden, was er al geen eenduidige opvatting over de leer der engelen. Dat het er daarna niet beter op geworden is, laat zich verstaan voor ieder die gelovend en denkend geen twee-mens worden wil. 'We moeten (...) ons afvragen of inderdaad niet het hele gebouw van de metafysica is verdwenen, samen met wie daar vertoefden. Dat geldt niet alleen voor de referenties, maar zelfs voor de taal die daarvoor gebruikelijk was' (200V).

Het rationalistische denken van en na de Verlichting heeft de wereld onttoverd en de hemel leeggeroofd. Het idee van Schleiermacher om de engelen te 'redden' door ze te plaatsen op andere planeten, klinkt zelfs nog door bij Berkhof (29). Maar dat zal nu niemand meer kunnen meemaken. Binnen de klassiek gereformeerde traditie hebben Bavinck en Kuyper nog een herstelpoging gedaan. Maar ook zij veronderstellen dat we geen engelenverschijningen meer te verwachten hebben, want met de komst van Christus is, volgens hen, aan die buitengewone dienst een einde gekomen. Na hen is het alleen maar minder geworden met de aandacht voor engelen. Allerlei spiritualiserende pogingen om ze niet helemaal kwijt te raken zetten ook niet veel zoden aan de dijk. De transcendente hemel en de bewoners ervan zijn weggeraakt en aan vergeestelijkte engelen heeft een mens niet veel. 'We moeten constateren dat de bijbelse idee van engelen grotendeels alleen nog in orthodox protestantse en in evangelicale kringen van betekenis is'(2o8). Dat is ongetwijfeld waar, getuige de verkoopcijfers van Frank Peretti en Randy Alcorn. Maar om dit willen vasthouden krampachtig te noemen, lijkt me wat erg boud gesproken: 'Binnen de rechtervleugel van de gereformeerde traditie tracht men op krampachtige wijze het erfgoed vast te houden. Ook in deze traditie veronderstelt men zonder meer het bestaan van engelen, zonder dat de engelen een rol spelen in het geloofsleven van mensen. Dit betekent dat de gereformeerde traditie zodanig door de idee van de Verlichting beïnvloed is, dat de voorstelling van engelen ook binnen deze traditie geen existentiële betekenis meer heeft'(208). Dat hierdoor het besef van Gods verhevenheid en heilige aanwezigheid in deze wereld onder druk staat, is verdrietig en waar (228).

Nieuwe openheid

In het laatste hoofdstuk (Conclusies) komt de schrijver nog even terug op de vele getuigenissen van postmoderne engelen-ontmoetingen en bijna-doodervaringen. Hij is daar overwegend kritisch over. 'Niettemin vinden wij de postmoderne engelenervaringen in bepaalde opzichten positief. Het is be-; moedigend dat in een wereld waarin het natuurwetenschappelijk-technische denken dat van geen andere realiteiten dan de empirisch-materiële uitgaat, mensen nog ervaringen hebben van transcendente wezens die in deze wereld verschijnen. Wij veronderstellen dat er onder de hedendaagse engelenervaringen en onder de bijna-doodervaringen, in een aantal gevallen mogelijk sprake is van de hemelse dienaren van God' (230).

De Graaff hoopt dat deze nieuwe openheid een bres kan schieten in de dikke muren van het gesloten moderne wereldbeeld. Misschien is dat zo. Maar ik denk dat moderne en niet-moderne mensen nog meer geholpen zijn met een nieuw wereldbeeld, waarbinnen weer royale ruimte voor de hemel is. Jammer dat dr. De Graaff daar niet aan toe gekomen is in zijn studie. Zolang die spannende vraag niet beantwoord is, zal de verlegenheid (en mogelijk ook de krampachtigheid) blijven.

Hemel

Vasthouden aan de hemel en haar bewoners als daar geen plaats meer voor kan worden aangewezen, is niet eenvoudig. Sinds het 'boven de sterren' leeg geworden is, groeit de vraag naar een nieuw model (paradigma), waarbinnen we weer aan een plaats voor de hemel kunnen denken, zonder ons natuurwetenschappelijke geweten geweld aan te doen. Voor mij is die vraag heel helpend beantwoord door het denkwerk van L. J. van den Brom in zijn dissertatie God alomtegenwoordig. Hij beschrijft de hemel als de grote, of liever grootste, meerdimensionale ruimte die onze driedimensionale ruimte van alle kanten omringt en doordringt.

Dezelfde gedachten worden heel toegankelijk verwoord door A. Vos in zijn boek Het is de Heer! (hoofdstuk VI en VII). Hartelijk aanbevolen om dit samen met deze nieuwe studie over engelen te lezen! Om zo na onze verlegenheid weer nieuwe gelegenheid te vinden de grote Schepper van alle dingen te loven en te prijzen

vanwege Zijn rijkdom en creativiteit. Want voor wie met de ogen van de Bijbel en een gerustgesteld wetenschappelijk geweten naar de engelen kijkt, worden ze steeds mooier: toonbeelden van Zijn kracht en hulp en liefde en schoonheid. Daar kun je van genieten. En al genietend geniet je nog meer van Hem. Wie zou dat willen missen?

W. MARKUS, BERGSCHENHOEK

N.a.v. dr. L. E de Graaff De verdwijning der engelen uit kerk en theologie. Oude voorstellingen en nieuwe ervaringen. Uitg. Boekencentrum, Zoetermeer; 252 blz., € 22, 50.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 maart 2004

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Een leer der engelen?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 maart 2004

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's