De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De Drentse Landschapskerk

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Drentse Landschapskerk

Gebed voor een provincie [7]

7 minuten leestijd

GEBED VOOR EEN PROVINCIE [7]

Het omgekeerde etensbord

Een vreemd kopje, om mee te beginnen. Maar dat heeft een reden. Onze kinderen leren op school dat Drenthe de vorm heeft van een omgekeerd etensbord: hoog in het midden en laag aan de rand. In het midden van de provincie vinden we de hoge zandgronden en aan de randen ervan de veengebieden. Wie oude kaarten van onze provincie bekijkt, ziet aan de randen ervan uitgestrekte moerassen, vooral in het oosten en zuidoosten. Deze natuurlijke barrières zijn inmiddels verdwenen.

Grote verschillen in bodemgesteldheid dus. Verschillen die zich ook doorvertalen naar de geloofsbeleving: op de zandgronden vinden we de van oorsprong vrijzinnige gemeenten, in de veengebieden vindt men de meer rechtzinnige gemeenten. Dat kan te maken hebben met het feit dat men in die veengebieden een hardere strijd om het bestaan moest voeren en daarom zich meer afhankelijk voelde van God. Deze tweedeling is tot op de dag van vandaag te zien.

Kerkgeschiedenis in hoofdlijnen

De kerkgeschiedenis van De Landschap Drenthe is nauw verbonden met die van noorder- en oosterbuur Groningen. In 1594 verovert prins Maurits de stad Groningen op de Spanjaarden en komen Stad en Lande onder staatsbestuur. Dat heeft ook gevolgen voor Drenthe. In 1596 krijgt de Friese stadhouder Willem Lodewijk het ook hier voor het zeggen. Tot zijn ongenoegen blijken enkele jaren later in de provincie overal nog pastoors werkzaam te zijn. Op zijn bevel komen op 12 augustus van het jaar 1598 in Rolde 21 rooms-katholieke geestelijken bij elkaar. De stadhouder heeft hiervoor overleg gevoerd met ds. Menso Alting. De aanwezige pastoors wordt gevraagd of zij zich willen onderwerpen aan een examen volgens de Gereformeerde Kerkorde. Een aantal van hen wil dat wel, onder wie bijvoorbeeld de pastoor van Norg. Wie dat niet wil, kan zijn biezen pakken. De Reformatie is in Drenthe op een rigoureuze manier van hogerhand ingevoerd. Dat is te merken tot op de dag van vandaag. De hervormde Drent is wars van dogmatiek en zeker wars van dogmatische haarkloverijen.

Aan het eind van de i8 e eeuw en in de eerste helft van de i9 e eeuw doen zich ook in Drenthe allerlei ontwikkelingen voor in de kerk. In de Landschapskerk - toen de naam van de Ned. Herv. Kerk in Drenthe - komt de eenheid steeds meer onder spanning te staan.

Onze provincie kent al eeuwenlang het verschijnsel van hoofd- en bijdorpen of: buitendorpen. Met name in de buitendorpen gaan de mensen reeds lang voor 1834 - het jaar van de Afscheiding - niet meer naar de kerk in het hoofddorp. De reden hiervan is de uitgestrektheid van de gemeenten en de geringe bevolkingsdichtheid. Daardoor kan geen intensieve bearbeiding door de predikant, die in het hoofddorp woont, plaatsvinden. Bovendien zijn de wegen 's winters veelal onbegaanbaar.

In de buitendorpen zijn catechiseermeesters en rondreizende oefenaars die de Schrift trouw blijven, actief De predikanten in de hoofddorpen daarentegen zijn vaak besmet met de geest der eeuw en de moderne cultuur die zich baseert op de autonomie van de mens. Aan het eind van de achttiende eeuw is er een sterke toename van het aantal oefenaars. Deze preken tijdens officiële kerkdiensten thuis bij particulieren. Zij gebruiken geschriften van de Nadere Reformatie en boeien daarmee het gewone volk.

In 1834 vindt in Ulrum de Afscheiding van Hendrik de Cock plaats, een gebeuren dat ook in Drenthe diepe sporen trekt, mede door het feit dat De Cock na zijn afzetting in Smilde is gaan wonen. Ook hebben de mannelijke lidmaten in de gemeenten waar de Afscheiding weerklank vindt, geen invloed op het beroepingswerk. Dit is in handen van verlichte (vrijzinnige) collatoren. Daarnaast geven in kerkloze buurtschappen niet de predikant maar anderen zoals bijvoorbeeld een schoolmeester, geestelijk leiding. Juist in die kerkloze buurtschappen (de buitendorpen) ontstaan al vroeg afgescheiden kerken. In Een bijvoorbeeld wordt een afgescheiden kerk gesticht.

Stichting van de evangelisaties

Om meer inzicht in de kerkelijke omstandigheden te krijgen, besteden wij aandacht aan het colportagewerk van de 'De Vereeniging tot Colportage en Evangelisatie inzonderheid in de Drie Noordelijke Provinciën' aan het eind van de negentiende eeuw. Deze vereniging richt- haar activiteiten vooral op Drenthe. Daar komt in de negentiende eeuw in de veenkoloniën een bevolking te wonen, die ver van de kerk leeft. Er zijn daar ook veel vrijzinnige gemeenten. Colporteren is er hard nodig.

Dat blijkt onder meer uit het volgende feit: In een bepaald dorp is de pastorie verhuurd aan de dokter. De colporteur verbaast zich daarover. 'Wij hebben toch veel meer aan een dokter dan aan een dominee? ', is het antwoord van de dorpelingen op zijn verbaasde vraag. In de jaren voor de oprichting van de bovengenoemde colportagevereniging in 1888 brengt onder andere L. R. J. A. Roosmale Nepveu, een gepensioneerde kolonel die op middelbare leeftijd tot bekering is gekomen, het evangelie aan de arme Drentse bevolking. Deze voortrekker regelt het werk van de colporteurs van de colportagevereniging en staat hen 'als een vriend terzijde'.

De evangelisten Meeuwenberg en Wesseldijk brengen eveneens in de jaren 1883 en 1884 het evangelie aan de boeren- en veenbevolking van Drenthe in keukens en schuren. Door hun ervaringen rijpt bij hen de gedachte om het evange-lie door bijbelcolportage in geheel Drenthe te laten brengen. Heel Drenthe wordt daarna door deze colporteurs bearbeid.

De eerste colporteur van de vereniging is Jan Kanon, een straatventer, die door de leden van de Commissie voor Colpor-tage te Meppel tijdens een vergadering in 1888 vanwege zijn formidabele stemgeluid letterlijk van de straat werd gehaald voor dit werk. Deze Jan Kanon is met zijn bijbeltas heel Drenthe doorgetrokken.

Bovengenoemde colporteurs hebben het evangelie verkondigd in een kamer, schuur of werkplaats. Het werk onder de jeugd had eveneens hun belangstelling. Zij stichtten zondagsscholen, jongelings- en meisjesverenigingen en veel evangelisaties. Verreweg de meeste van deze evangelisaties zijn in de 20e eeuw opgegaan in de Hervormde Kerk of opgeheven wegens gebrek aan bezoekers. De meest vitale hebben dit proces overleefd en zijn bijna allemaal via een kerkenraadscommissie geïntegreerd in de plaatselijke hervormde gemeente.

Het heden

Door Gods genade zijn er in Drenthe mensen die de Bijbel lezen en verstaan als het geopenbaarde Woord van God. In de gemeenten waar dit het geval is,

komt iedere zondag meestal twee keer een (soms kleine) schare bijeen, die heel trouw is. Er is het gevoel van 'we hebben elkaar hard nodig'. Sommigen reizen enkele tientallen kilometers om de diensten op zondag en de andere activiteiten doordeweeks bij te wonen. Ouders zetten autodiensten op om de jeugd naar de catechisaties en de clubs te brengen. In de doorgaans kleine gemeenten van rechtzinnige signatuur doen we onze uiterste best om de jeugd erbij te houden via prediking, pastoraat, catechese en clubwerk. In sommige gemeenten hanteert men 'mengvormen' van bijv. zondagsschool en club Het erbij houden van de 16-plus-jeugd is wel eens een probleem. In Tiendeveen organiseert men sinds kort een keer per maand een regionale jongerenavond, gebaseerd op het patroon waarop landelijk deze avonden functioneren. Er

is over het algemeen toch dankbaarheid voor de bloei van met name het club- en jongerenwerk. Het erbij houden van de jongeren is zeker een gebedspunt. Wilt u dit facet van het gemeentewerk in onze provincie vooral in uw gebeden betrekken? En bidden om moed en volharding om gemeente te kunnen zijn? Drenthe telt veel kleine gemeenten, waar men alle zeilen moet bijzetten om te kunnen voortbestaan. Dat laatste geldt trouwens voor alle (kleine) - ook de gefedereerde - gemeenten in de hele breedte van de toekomstige Protestantse Kerk. Ook dit is een gebedspunt. Dat alle gemeenten kunnen blijven functioneren. Een hervormd mens heeft immers oog voor heel de kerk en heel het volk? Ook het Drentse volk moet leren te buigen voor de Koning der koningen!

J. M. VAN WIJK, EEN

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 maart 2004

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

De Drentse Landschapskerk

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 maart 2004

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's