De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Het geloof tussen dogma en hart

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het geloof tussen dogma en hart

Nieuwe deeltjes in reeks Geref. Belijden

9 minuten leestijd

NIEUWE DEELTJES IN REEKS GEREF. BELIJDEN

Onlangs verschenen twee nieuwe delen (het derde en het vierde) in de serie Gereformeerd Belijden. Van de hand van drs. J. H. Schrijver zag Woorden schieten tekort. Het christelijk geloof tussen dogma's en dogmatiek het licht. Als vierde deel verscheen Het geloof in ons hart. Kenmerken uan persoonlijk vertrouwen. Het werd geschreven door drs. W. Chr. Hovius.

Geloof en dogma

Het lijkt me uiterst belangwekkend wanneer drs. Schrijver, hervormd predikant te Woerden, zich begeeft op het

terrein van geloof en dogma. Wanneer hij op

grondige en diepgaande wijze verslag doet van zijn verkenningen, kan het duidelijk zijn dat hij ons het een en ander te bieden heeft. Het behoeft geen betoog dat de papieren van het dogma en de dogmatiek vandaag niet zo hoog genoteerd staan. Wanneer dan opgekomen wordt voor het belang van dogma en dogmatiek, geeft dat blijk van een zekere moed.

'Dogmatiek is de denkende verwerking van de Heilige Schrift, en het dogma is het doordachte antwoord van de kerk op de openbaring van God.' Veelzeggend is de titel van het eerste hoofdstuk: 'Het dogma, dankbare waardering, geen verabsolutering'. Levend geloof is geloof in God, niet in het dogma of in een dogmatiek. In dit hoofdstuk trof mij een citaat van prof. A. A. van Ruler: 'Je zult je met het dogma bevindelijk verwant moeten voelen, wil je het de plaats en functie toekennen waarop het aanspraak maakt' (blz. 10).

Daarnaast kwamen juist in dit hoofdstuk een aantal vragen bij me boven. De voornaamste is deze: hoe zit het met de verhouding tussen het bijbelse en het gereformeerde? Op blz. 16 lezen we: 'Het gaat er ten diepste om dat zij (...) God Ieren kennen en Zijn Zoon die Hij gezonden heeft. Dat kan op de wijze van de gereformeerde religie, maar het kan ook anders. Wanneer de Bijbel maar de bron en norm is'. Op blz. 15: 'De bedoeling is goed, maar wanneer bijvoorbeeld gezegd wordt dat de gereformeerde prediking op het zendingsterrein gebracht dient te worden, is dat op z'n minst een verspreking'. Beducht zijn voor verabsolutering is op zijn plaats. Ik ken er de gevaren van. Oog hebben voor het katholieke is geboden. Toch bleef ik hier en daar wat zitten met de vraag hoe nu precies het bijbelse en gereformeerde zich verhouden tot elkaar.

Dogma en confessie

De naam van Bavinck kwam me in gedachten. Van hem is bekend hoezeer het katholieke hem ter harte ging en bezighield als mens en theoloog, maar intussen was hij een beslist en overtuigd gereformeerd mens. Het is waar dat bepaalde vragen niet gemakkelijk zijn. Hoeveel waarde kennen wij bijv. in het gesprek met baptisten toe aan de kinderdoop? Als gesteld wordt dat de gereformeerde confessie een kritische benadering vanuit de Schrift vergt (blz. 17), kan al gauw de vraag rijzen op welke concrete punten de belijdenis gecorrigeerd moet worden.

Relativeren kent in ieder geval toch ook zijn gevaren? Het kan wat afgezaagd klinken, maar soms dacht ik in dit verband onwillekeurig aan de Gedachtenunsseling van ds. Boer en prof. Berkhof. Vinden we daarin niet van de kant van eerstgenoemde een juist evenwicht tussen onbezonnen verabsoluteren en eindeloos relativeren? Ook rees de vraag bij me of er geen onderscheid is tussen het dogma en de confessie van de kerk, in ieder geval tussen een bepaalde dogmatiek en de belijdenis. Ze worden meerdere keren in één adem genoemd.

Lofprijzing

In hoofdstuk 2 wordt nader ingegaan op het belang en de betrekkelijkheid van dogmatisch geloven. Het geloof is gericht op God en Zijn openbaring. Te midden van alle golven van postmodernisme zal dit voortdurend bedacht moeten worden. Bij het verliezen van dogma en confessie zien we 'het christelijk geloof inzakken en verwateren. Op den duur wordt het inhoudsloos en zouteloos'. Wat we overhouden, zijn alleen gevoelens, intuïtie en godsdienstigheid. Anderzijds is er het gevaar dat alleen dogmatisch geloven uitmondt in leerstelligheid en een rationaliseren van het geloof. 'Dogmatisch geloven is waardevol, maar het is niet het één en al. Het is betrekkelijk'. Belangwekkende dingen worden gezegd over de contextualiteit en ontwikkeling van het dogma en over wijsgerige invloeden bij de dogmavorming. Ds. Schrijver stelt twee concrete punten aan de orde: allereerst de scholastiek en de Zondagen 5 en 6 van de Heidelbergse Catechismus. Nadat eerst is gewezen op het zoeken van aansluiting bij het middeleeuwse denken, lezen we toch vervolgens: 'Het heeft er veel van weg dat de Heidelbergse Catechismus vanaf Zondag 5 de methode van de scholastiek hanteert, maar dit is slechts schijn' (blz. 43). Vervolgens besteedt hij aandacht aan Descartes en de Nadere Reformatie. Overeenkomsten en verschillen in werkwijze komen aan de dag. Het principiële verschil tussen bevindelijke theologie en ervaringstheologie wordt aangetoond. Ik moet me beperken bij het citeren van uitspraken die tot nadenken aanzetten. Toch maar een kleine greep uit hoofdstuk 4 (over rede, dogma, taal en communicatie): 'Een rede die nog niet met Jezus Christus meegekruisigd is, doet de christelijke kerk zeer veel kwaad'. 'Dogmatiek is eigenlijk lofprijzing van deze God'. En als het gaat j

over de boodschap die de kerk heeft te brengen: 'Op veel vragen hebben wij als kerk geen antwoord, maar wel op de vragen die er echt toe doen'.

Dogmatische grondlijnen

Het laatste hoofdstuk geeft een aantal dogmatische grondlijnen voor het heden. Wanneer de auteur spreekt over het beperkte van het duiden van de grondlijnen van de Schrift bij Luther, Calvijn en onze Catechismus, prikkelt dat tot het stellen van vragen. De auteur ondeent aan de beweging van de calvinistische wijsbegeerte de vierslag schepping, zondeval, verlossing en herschepping. Hij pleit voor een apologetische aanpak en houdt ons met het oog op de prediking voor: 'Prediking dient fundamenteel te zijn. Dat was altijd nodig, maar nu zeker. Zij biedt mensen in een tijd waarin de relativeringsgedachte hoge ogen gooit, en de waarheidsvraag ook in de kerk amper meer serieus wordt genomen, vaste grond onder de voeten'.

Drs. Schrijver stelt belangwekkende dingen aan de orde en reikt zijn lezers bij een nauwkeurig voortgaan in zijn boek - je vliegt er niet doorheen, wat een compliment is - heel veel aan!

Christelijk geloof

Drs. Hovius gaat in het vierde deel op exegetisch-pastorale wijze te werk, wanneer hij in

een twintigtal hoofdstukjes kenmerken van het christelijk geloof be-

spreekt. In het eerste deel van zijn werkje komen aspecten van het geloof in verschillende bijbelgedeelten naar voren, achtereenvolgens in het Oude Testament en in verschillende gedeelten van het Nieuwe, terwijl in het tweede deel de samenhang van geloof en andere kernwoorden uit de Schrift naar voren gehaald wordt. We lezen dan bijvoorbeeld over geloof en wedergeboorte, geloof en kerk, geloof en bevinding.

Bij wat het Oude Testament ons over het geloof leert, komen al een paar lijnen naar voren die we telkens in de Schrift en ook in onze Catechismus zien terugkeren: voor waarachtig hou-den (waar laten zijn) en vertrouwen. Wanneer het gaat over de blik van het geloof, die niet alleen gericht wordt op wat God gedaan heeft, maar ook op wat Hij doen zal (blz. 15 en 16), zou wellicht wat naar voren gebracht kunnen worden over de verhouding van geloof en hoop. De verschillen en - meer nog - de overeenkomsten tussen deze moeder en dochter leren ons veel over de levende omgang met de God der hoop.

Het zou me verder niet verbazen wanneer de lezers het zeer op prijs stellen dat zij iets onder ogen krijgen van een periode die onder ons in het algemeen nogal onbekend is, de tijd tussen de geschriften van het Oude en die van het Nieuwe Testament (de intertestamentaire periode). Ook voor het verstaan van de Evangeliën is het van belang om bepaalde ontwikkelingen uit die tijd in het oog te krijgen. Kernachtig is de typering van deze periode door ds. Hovius: 'Meer zelf aan de gang dan God Zijn gang laten gaan'. Intussen raken we dan wel een actueel thema, om maar niet te zeggen 'een oud liedje'.

Bijbelschrijvers

Uitvoerige aandacht krijgen de nieuwtestamentische bijbelboeken vanwege hun rijke nuanceringen in wat ze over het geloof naar voren brengen. Zonder de verschillende bijbelschrijvers tegen elkaar uit te spelen, slaagt de schrijver erin om het eigene van hun werken te typeren. Zo schittert in de verschillende accenten de eenheid en de rijkdom van de Schrift. Bij het lezen van 'Het geloof bij Jakobus' bleef ik wat zitten met een bekende vraag: wat bedoelt Jakobus in hoofdstuk 2 met zijn uitspraken over het geloof en hoe verhouden deze woorden zich tot die van Paulus? Het is nogal wat: over Abraham en Rachab die gerechtvaardigd worden uit de werken en over rechtvaardiging niet alleen door het geloof...! Jawel, het zal waar zijn dat Jakobus laat zien dat het geloof een functie heeft en dat het ertoe doet, maar is dat het enige wat hij hier naar voren brengt?

Op de wijze die hem zo eigen is, behandelt de emeritus predikant uit Apeldoorn de samenhang van het geloof en andere belangrijke bijbelse begrippen. Ik bedoel daarmee onder andere dat hij het pastorale facet zijn volle pond geeft. Ook uit dit werk van zijn hand blijkt dat hij de gave heeft om punten uit de geloofsleer op een heldere manier te verbinden met vragen uit de praktijk van het persoonlijk leven. Het lezen van zijn boek maakt nog weer eens temeer duidelijk dat de eeuwen door de vragen die samenhangen met de geloofsleer en met het geloofsvertrouwen springlevend blijven. Het biddend onderzoek van de Schriften kan hier nooit afgerond worden.

Bovendien komt naar voren dat de kerk de dure roeping heeft om te midden van deze vragen op heldere wijze haar onderwijs te geven. Dat het gereformeerde belijden daarbij nog altijd van de grootste betekenis is, komt ook in Het geloof in ons hart aan de dag.

Ik ben er de beide schrijvers dankbaar voor dat ze mij, elk op hun eigen manier, wilden plaatsen voor bepaalde thema's en vragen die te maken hebben met het allerheiligst geloof.

M. GOUDRIAAN, LUNTEREN

N.a.v. Drs. J. H. Schrijver Woorden schieten tekort. Het christelijk geloof tussen dogma's en dogmatiek. Drs. W. Chr. Hovius Het geloof in ons hart. Kenmerken van persoonlijk vertrouwen. Serie Gereformeerd Belijden, deel 3 en 4. Uitg. Kok, Kampen i.s.m. Gereformeerde Bond; 76 resp. 86 blz.; € 8, 95 per deel.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 maart 2004

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Het geloof tussen dogma en hart

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 maart 2004

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's