Voor geloofsogen glashelder
Gedachten rond het aanknopingspunt [10 en slot]
GEDACHTEN ROND HET AANKNOPINGSPUNT [10 EN SLOT]
De beste beeldcultuur
Daarom is het zaak dat het onze grote worsteling zal zijn om in betoning van Geest en kracht de boodschap van het evangelie te mogen brengen. Meer dan ooit hebben we dat namelijk in de huidige tijd van beeldcultuur nodig. Voor we het beseffen, zitten we anders op het spoor van het zichtbare beeld. We hebben daarentegen andere beeldvorming nodig dan die van het zichtbare, namelijk beeldvorming van de Heilige Geest door het Woord, dat de Geest Christus Zelf en de volheid van zijn genade present stelt in het Woord van de prediking. Zodat de prediking een gebeuren wordt waarin Christus Zelf tegenwoordig is in de kracht van de Geest.
De levende Christus wordt ons voor ogen geschilderd als honderd procent bekwaam en bereid om zelfs de grootste van de zondaren zalig te maken. We 'voelen' de wind van de Geest waaien en ervaren de gemeenschap der heiligen als gemeenschap met Christus en met elkaar. En de Geest draagt deze, in de prediking beeldgeworden Christus, ons hart en leven binnen, zodat Christus gestalte in ons begint aan te nemen.
Brood des levens
Dat hiermee alle problemen rond de kwestie van boodschap en kloof opgelost zijn, willen we zeker niet beweren. Ook willen we niet beweren dat er via studie niet gezocht moet worden om binnen te kunnen dringen binnen de leefwereld van de moderne mens. Hoofdpunt is echter wel dat we het in de tijd van de huidige beeldcultuur dienen te zoeken in de juiste beeldvorming, namelijk die van de Heilige Geest. Voor biologische ogen onzichtbaar maar voor geloofsogen glashelder, wordt de geestelijke werkelijkheid van de genade van Christus beeldend uitgebeeld in de prediking. En daarin wordt het tevens uitgedeeld als brood voor het hart van naar genade hongerende zielen. Een honger waarin de Heere Zelf voor voeding en verzadiging zal zorgen door Christus als het brood des levens weg te schenken. En dan, vanuit die geloofsvereniging met Christus, schrompelen ook allerlei moderne levensvragen ineen tot juiste proporties. Vele vragen verdwijnen dan zelfs omdat ze niet meer als vragen ervaren worden. We kunnen die vragen met een gerust hart parkeren tot voor later, omdat de grootste vraag in ons leven is opgelost namelijk, 'hoe word ik met God verzoend'. En voorzover we dan gaan werken aan allerlei vragen die ons nog bezig-houden, doen we dat vanuit de rust die we bij Christus vinden. Neen, we moffelen geen vragen onder tafel, want God wil geen docetisme bij ons bevorderen. Het evangelie moet immers ingaan in alle verbanden van ons leven. Doch we weten wel maat te houden.
Armmakende genade
Ondertussen zal duidelijk zijn dat deze noodzaak van 'beeldcultuur als werk van de Heilige Geest', van de prediker veel geloofsoefeningen vraagt. Opdat we gelouterd en geheiligd door de Geest van Christus, steeds meer alles van onze oude mens uitzuiveren. Opdat we ook steeds meer bereid zijn dit louterende en heiligende werk van de Geest aan onszelf te laten voltrekken.
Immers, met name toch predikanten en alle anderen die geroepen worden het evangelie te brengen, zijn mikpunt van satan. Satan wil hen maar al te graag op een voetstuk plaatsen, zodat hoogmoed gaat tieren. Dat mag van satan best een rechtzinnig godsdienstig voetstuk zijn. Als het hem maar lukt om ons te voeden in hoogmoedige eigengerechtigheid. Want dan heeft hij ons te pakken, omdat we steriel geworden zijn, onvruchtbaar voor het koninkrijk van God. We verharden en verzuren, terwijl we denken dat we het goed doen. Ondertussen wordt onze prediking echter zoutloos en smaakloos. We vergeten dat de Heere Zich doet overblijven een arm en ellendig volk dat op Hem zal hopen. We vergeten ook dat de Heere zegt dat Hij op deze zal zien die van een arme en verslagen geest is en die voor zijn Woord beeft. We vergeten ten slotte de aangrijpende waarschuwing dat wie denkt rijk en verrijkt te zijn en geen ding gebrek te hebben, niet beseft armelijk te zijn en jammerlijk en blind en naakt. .Daarom hebben alle predikers meer dan ooit nodig wat wel genoemd wordt 'armmakende genade'. Niet om met die armoe te pronken en zeker ook niet om in die armoe te blijven hangen. Maar anders, namelijk om vanuit die armoe als door de nood gedreven, gelovig te vluchten naar onze Heiland. Hij toch is schatrijk en wil armen met goederen vervullen. We zullen evangeliedienaar zijn met lege handen, zodat de Heilige Geest met ons aan de gang kan gaan door ons te brengen tot vervulling met die Geest. Want meer dan ooit hebben we dat vandaag nodig. We hebben brood- en broodnodig vele dienaren van het woord Gods die vanuit de nood van hun armoe gedreven en gedrongen, voortdurend verlangen naar (meer) vervulling met de Heilige Geest. Opdat we in de tijd van onze huidige beeldcultuur een andere beeldcul-tuur zullen bevorderen, namelijk die van de Heilige Geest.
De koninklijke weg
Nogmaals, dat lost alle problemen rond de kwestie van de boodschap en de kloof niet in een handomdraai op.
Het legt echter wel een heilzame basis waar veel zegen op is te verwachten. In ieder geval redden we het niet met allerlei vormen van kunst- en vliegwerk. En dat kan kunst- en vliegwerk zijn van links in de kerk, waar getracht wordt via allerlei vormen van aanknopingspunten in actualiteiten of activiteiten die alles leuker moeten maken, het evangelie 'aan de man/vrouw te brengen'. Het kan ook kunst en vliegwerk zijn van rechts in de kerk, waar problemen gewoonweg weggemoffeld worden of waar men de toevlucht zoekt in gevoelige gemoedelijkheid die door moet gaan voor de kracht van de Geest.
Wat we nodig hebben, is de koninklijke middenweg, dat wil zeggen de weg van de Schrift. En dat is de weg waarvan Jezus Zelf zegt dat 'wie zijn leven zal willen verliezen, dat die het zal vinden'. Het is de weg van Paulus als Hij zegt machtig te zijn wanneer hij zwak is, want Gods kracht wordt in onze zwakheid volbracht. Het is ook de weg van Elia bij de Horeb, die moest leren dat de Heere niet aanwezig was in het kraak- en breekwerk van storm, vuur en aardbeving, maar in het zachte suizen van een stille wind. En elders zegt de Schrift ons dat het er in Gods koninkrijk als volgt toegaat namelijk: 'Niet door kracht noch geweld, maar door mijn Geest zal het geschieden, zegt de Heere'.
Moge op deze wijze de Heilige Geest vaardig over ons worden, met name over alle dienaren van het Woord. Dan zal God ons maximaal kunnen en willen gebruiken om de boodschap over alle mogelijke kloven heen te brengen, zodat het met graagte wordt ontvangen en aanvaard. Dan ook zal de Heilige Geest Zelf ons willen gebruiken om menselijke invalspoorten te herscheppen tot 'aanknopingspunten'. Maar dan wel aanknopingspunten van een bepaald soort, het goede soort. Want van Gods eigen makelei.
We blijven het dus eens met Barth als hij in zijn krachtige 'Nein' elk aanknopingspunt voor Gods genade in de mens afwijst. Het is immers onopgeefbaar om het genadekarakter van Gods genade te bewaken en te bewaren. En Barth heeft dat terecht beoogd.
Afronding
Wel vragen we ons af wat er allemaal aan vastzit dat Barth ondanks deze goede start, in veel andere gevallen theologisch eerder verwoestend heeft gewerkt dan bij-bels opbouwend. Maar dat zou een aparte en indrukwekkende studie vergen. We bidden of God mensen met intellect en vreze des Heeren begaafd, wil gebruiken om in het labyrint van veel hedendaagse onbijbelse theologie, zowel van Barth als ook van anderen, de weg te wijzen.
Zodat alle leugenmond gestopt wordt en het hoogverheven Woord des Heeren koninklijk zal zegevieren en functioneren. Calvijn mocht daartoe in zijn tijd door God gebruikt worden. Moge God ons ook vandaag voorzien van zulke mensen Gods. Opdat het Woord des Heeren zijn loop hebbe. En opdat de Heilige Geest ruimte krijgt via het •Zelf scheppen van 'aanknopingspunten', heilbrengend binnen te dringen bij vele zondaren in en buiten de kerk. De kwestie van het aanknopingspunt en de relatie tot het probleem van 'de boodschap en de kloof, doen ondertussen een krachtig appèl op ons om meer dan ooit de huidige tijdgeest te
peilen op haar onbijbelse gehalte. Dan zullen we de geesten beproeven of ze uit God zijn en geen enkele geest uit de afgrond in de kaart spelen. Juist andersom zullen we dan gebruikt mogen worden om de Geest van God de wind in de zeilen te geven.
Immers, om die Geest en om het werk van die Geest gaat het. Door die Geest toch wil God in het midden van de christelijke gemeente aanwezig zijn. Hij wil er wonen, zoals Hij in de oudtestamentische situatie te midden van Israël woonde in de wolk op het verzoendeksel van de ark.
Dat betekent ook dat we in geen enkele preek blijven steken in de actualiteit van het dagelijks leven. Alsof we er in de preek arbeid zouden zijn, wanneer onze preken maar overkomen in de leefwereld van medemensen. Het moet enkele spaden dieper. Onze preken moeten landen in de leefwereld die er van huis uit niet is. En dat zijn harten die zacht en teer geworden zijn door de liefde van God en die daarom klein zijn voor de Heere in besef van eigen schuld, omdat ze hebben leren buigen onder het heilig recht van onze heilige God. Daartoe is ondertussen elk aanknopingspunt volkomen ongeschikt. Doch verre van ongeschikt is onze Heere God, in Christus onze Heiland, door zijn Heilige Geest en het Woord van de bijbel. Want aan Hem is alle macht in hemel en op aarde, ook in het zaligmaken van zondaren. Glorie dus aan de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.
R. H. Kieskamp, Lienden
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 maart 2004
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 maart 2004
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's