Het reddingstouw vastgrijpen
Belijdenis en aanvechting
In de komende weken zullen in veel gemeenten weer diensten worden gehouden waarin leden van de gemeente hun geloof belijden. Hartverwarmend om te zien hoe voornamelijk jonge mensen hun leven willen wijden aan Christus. Nieuwe lidmaten zijn levende bewijzen van Christus' trouw in het vergaderen van Zijn gemeente. Laten we echter niet vergeten dat nieuwe lidmaten soms pas na veel strijd en door innerlijke crises heen komen tot het belijden van de drie-enige God. En zou je in hun hart kunnen kijken, dan zou je zien dat de strijd nog lang niet is uitgewoed.
BELIJDENIS EN AANVECHTING
Het startschot
Misschien geldt het ook wel van jou die dit leest. Ook jij hoopt binnenkort belijdenis van het geloof af te leggen. Ik hoop datje fijne en leerzame avonden hebt gehad op de belijdeniscatechisatie. Mogelijk zijn er vragen van jou beantwoord en allerlei aarzelingen weggenomen. Je bent er het afgelopen jaar echt naar toegegroeid. Maar nu de belijdenisdatum dichterbij komt, knaagt vanbinnen toch de twijfel. Ben ik er wel echt aan toe om die grote woorden te beamen: mijn Heiland volgen in leven en sterven? Kan ik dat wel zeggen? Spoort mijn leven wel met het jawoord dat ik zal uitspreken? Ik vermoed dat de meeste belijdeniscatechisanten met deze vragen worstelen. Laat ik dit voorop stellen: wie in het openbaar zijn of haar geloof belijdt, spreekt daarmee niet uit dat alle twijfels nu overwonnen zijn. De belijdenisplaat die je na de kerkdienst krijgt uitgereikt, is geen kerkelijk diploma, eerder een entreebewijs voor de geestelijke atletiekwedstrijd waaraan je gaat deelnemen, de wedloop van het geloof (1 Kor. 9 : 24). Op het moment datje belijdenis doet, passeer je niet de finishstreep, maar hoor je het startschot.
Ieder kind van God kent momenten van aanvechting. Sla je bijbeltje er maar op na. Het geldt zelfs van Abraham. Hij wordt de vader van de gelovigen genoemd en wordt vaak als modelgelovige voorgesteld. Maar als de vervulling van Gods belofte uitblijft dat hij een zoon zou krijgen, wordt hij door twijfel overvallen.
Hij neemt Hagar tot vrouw om via haar een kind te verwekken. In het Nieuwe Testament komen we Johannes de Doper tegen, Hij wees eerst de Heere Jezus aan als het Lam van God. Maar als hij in de gevangenis zit, laat hij zijn discipelen aan Jezus vragen: Bent U het wel die komen zou of moeten we iemand anders verwachten? Denk ook aan Gideon, aan Elia, aan Thomas en niet te vergeten de vele psalmen waarin diepe aanvechtingen worden vertolkt.
Onvoorwaardelijke roeping
Het is mogelijk te onderscheiden tussen allerlei soorten twijfel. De een worstelt bij tijden met de vraag of God wel bestaat. Waar kom je Hem tegen in deze wereld? En in je eigen leven? Waarom laat Hij al het lijden in deze wereld toe? Een ander zit meer met vragen rond de toe-eigening van het heil. Zijn Gods beloften wel voor mij? Mag ik me wel een kind van God noemen? Weer een ander heeft moeite met wat de Bijbel leert over de hel of over de uitverkiezing.
Welke vragen leven er zoal bij aanstaande nieuwe lidmaten? Uit de reacties die ik krijg van oudere catechisanten en belijdeniscatechisanten, valt mij op dat die vragen niet zozeer liggen bij de inhoud van het christelijk geloof of bij de historische waarheid van wat in de Bijbel staat. De vragen betreffen meer de persoonlijke loyaliteit aan Christus: Is mijn geloof wel echt? Is mijn liefde wel sterk genoeg? Moet er in mijn leven niet eerst veel veranderen?
Ik denk dat het goed is datje dergelijke vragen stelt. Daaruit blijkt datje er serieus mee bezig bent. Maar ik zou je toch willen vragen: Moet de Heere wachten tot jij je geloofsleven op orde hebt? Ik denk aan de nodiging tot het Heilig Avondmaal. Daar zegt de Heere Jezus niet: Kom, wanneer jij gereed bent, maar: Kom, want alle dingen zijn gereed.
Zo mag je ook belijdenis doen. De Heere Jezus roept mensen zoals ze zijn. Petrus en Andreas toen ze aan het vissen waren, Levi toen hij in zijn tolhuis zijn administratie zat bij te werken. Onvoorwaardelijk werden ze door Jezus geroepen, onvoorwaardelijk volgden ze Hem. De Heere roept je zoals je bent. Hij kan en wil je leven veranderen. Wanneer je in Zijn handen bent, gebeuren er wonderen.
De tweede belijdenisvraag uit het formulier is een lange volzin. Als je die doorleest, kun je gemakkelijk denken: vertil ik me hier niet aan? Tegen de zonde en de duivel strijden - mijn Heiland volgen in leven en sterven - Hem belijden voor de mensen - met blijdschap arbeiden in Zijn Koninkrijk.
Zeker, dat is nogal wat. Maar ik wil je er wel op wijzen dat de tweede belijdenisvraag niet begint met de woorden: Acht u uzelf ertoe in staat, maar: Aanvaardt u de roeping. Weetje je door de Heere geroepen en leeft in je hart het verlangen om aan die roeping gehoor te geven?
Het is de Heere om jouw hart te doen. Hij zegt: 'Mijn zoon, Mijn dochter, geef Mij je hart!' Ook al mankeert er van jouw kant nog zoveel aan, de Heere ziet je hart aan. Leeft daar het verlangen om Hem te volgen, om Hem steeds beter te leren kennen, naar Gods wil te leven en tegen de zonde strijden?
Groeistuipen
Aanvechtingen zijn verweven met het leven van het geloof. Een van mijn belijdeniscatechisanten merkte onlangs op: Satan trekt aan iedereen die dicht bij de Heiland komt. Ik denk dat dat waar is. De duivel hanteert dezelfde werkwijze als vroeger piraten op zee. Alleen schepen die diep in het water lagen, vielen ze aan. Daar viel voor hen wat te halen. Zo heeft ook de duivel op een leeg schip niets te zoeken. Maar als jouw leven diepgang heeft gekregen, wordt dat anders. Wanneer jouw hart is opengegaan voor de Heere Jezus en je verlangt om God te dienen, dan laat de duivel je niet met rust. Het is daarom niet vreemd dat je juist wanneer je de Naam van de Heere Jezus wilt belijden vanbinnen de aanvechting voelt. Juist nu zit de duivel niet stil!
Ik wil nog iets noemen. Hierboven schreef ik dat aanvechtingen van de duivel komen, die je bij Christus vandaan wil trekken. Het wonderlijke is dat God het kwaad van een duivelse aanvechting ten goede kan keren in het leven van Zijn kinderen. Dan wordt een duivelse verzoeking een Goddelijke beproeving. Dwars door allerlei aanvechtingen heen wil de Heere het geloof van Zijn kinderen versterken. Zo kunnen twijfels en aanvechtingen een functie hebben in het geloofsleven. Misschien mag je sommige perioden van twijfel wel 'groeistuipen' in het geloofsleven noemen. Achteraf merkje datje geloof juist door de aanvechtingen heen gegroeid is. Iemand zei eens: Wie nooit heeft getwijfeld, heeft ook nooit geloofd. Luther noemde het geloof zelfs: 'getrooste vertwijfeling'. Hij schreef eens dat je een christen wordt door gebed (oratio), door de overdenking van Gods Woord (meditatio) en door de beproeving (temptatio).
Het reddingstouw
Weet je wat geloof ten diepste is? Het is het reddingstouw vastgrijpen dat God heeft uitgeworpen, je vastklampen aan de beloften van het Evangelie. Geloven betekent niet datje boordevol zekerheden zit, maar dat je je vastklampt aan Hem Die zeker is en oneindig trouw. Onze Heidelbergse Cater chismus leert in Zondag 7 dat het geloof een stellig weten is en een vast vertrouwen. Niet de gelovige is stellig en vast. In het hart van de gelovige is geloof met twijfel vermengd. Maar in het geloof is geen twijfel, omdat het geloof zich niet naar binnen richt, maar naar buiten... op Christus.
De middelen
Ik hoop dat het je bij lezing van het bovenstaande duidelijk is geworden: Niet al je twijfels hoeven overwonnen te zijn, niet al je raadsels opgelost, niet al je vragen beantwoord, om een waar discipel van de Heere Jezus te zijn. Dat neemt niet weg dat twijfel niet gekoesterd, maar bestreden moet worden.
Gelukkig reikt de Heere ons daarvoor heel wat middelen aan. Het is zaak om die trouw te gebruiken. Neem de tijd om Gods Woord te onderzoeken, in het gebed je hart voor God open te leggen. Houd regelmatig 'functioneringsgesprekken' met de Heere. Ook het Heilig Avondmaal is een versterkend middel dat God juist zwakke en beginnende gelovigen aanreikt. Een vader slaat in zijn gezin bij de maaltijd de kleinste kinderen toch niet over? Vergeet ook de omgang met medechristenen niet. De Heere heeft ons aan elkaar gegeven om elkaar te versterken, te bemoedigen en waar nodig elkaar terecht te wijzen. En - als ik nog één ding mag noemen - vergeet nooit dat je gedoopt bent. Al ben je met zoveel dingen omvergevallen, met je plannen, je voornemens, je belijdenis, je geloof, op Gods in de Doop verzegelde beloften kun je altijd terugvallen.
Houd bovenal het oog op Hem gericht Die is voorgegaan, de Heere Jezus Christus. Gods Woord zegt van Hem dat Hij in alle dingen aan ons gelijk geworden is. Hij werd volledig mens, naar lichaam en ziel. Hij kent van binnenuit alle bestrijding en aanvechting waar Zijn volgelingen dikwijls mee te kampen hebben. Hij schrijft je in je twijfels niet af. Hij wil je er juist in te hulp komen. In jezelf blijf je zwak, elk moment in staat te struikelen en te vallen, maar in Hem ben je machtig.
Door Hem ben je zelfs meer dan overwinnaar. Je hebt de overwinning (van Christus) in de rug. Daarom is het geloof een goede strijd. In die strijd wil ik je nu al van harte welkom heten.
H. Russcher, Barneveld
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 april 2004
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 april 2004
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's