De kerk na de Stille Week
Oproep tot zachtmoedige wijsheid
Aan de vooravond van de Stille Week werd bekend dat ook de laatste handreiking uan de synode aan bezwaarde hervormden is afgewezen. Dat Jeit staat niet los van die tijdsaanduiding. Helaas is ook de afgelopen week gebruikt uoor heel wat gemeenteauonden ouer de kerkelijke problematiek - een slechter tijdstip kon niet gekozen worden. Waar uele jongeren in het midden uan de gemeente beleden hun Heiland te willen uolgen - een teken dat God doorgaat met Zijn werk - , waar we persoonlijk en als gemeente ons hebben te concentreren op het bitter lijden en steruen uan Christus, moeten discussies ouer erkennen en respecteren, ouer convenant en uerklaring maar euen verstommen. Stilte, vanwege het kruis.
Toch is er nog een ander, een inhoudelijk argument om te stellen dat de Stille Week niet losstaat van onze bezinning op de kerkorde en de grondslag van de kerk. Juist waar we zien dat ons leven en dat van de kerk geheel ligt in het enige en volmaakte offer van de Zoon van God, ontdekken we wat het fundament is. Dat fundament leggen wij niet: want de hemel heeft zich tot de aarde gewend, toen Christus' werk aanvaard is, toen Hij zijn werk volbracht, toen het voorhangsel van de tempel in tweeën scheurde, van boven naar beneden.
En is het geen leiding van de Heilige Geest dat de brief aan Korinthe, die nadrukkelijk ingaat op de verdeeldheid én de zedeloosheid in de gemeente, het werk van Christus op deze wijze benoemt? 'Want niemand kan een ander fundament leggen dan hetgeen gelegd is, hetwelk is Jezus Christus'. Hij is de uiterste Hoeksteen - en waar die hoeksteen uit het gebouw getrokken wordt, zakt het ineen. Jezus Christus en Dien gekruisigd, we belijden dat het ons daarom gaat, maar dan moet dat ook in onze kerkelijke visie gevolgen hebben. 'De leer van de godzaligheid die toegang geeft tot de geheimen van Gods Vaderhart. Dat zijn de vierkante meters heilig land waarop het bouwwerk van de gemeente rust', zei ds. C. den Boer ooit in zijn radiolezing over deze brief.
In enigheid van het ware geloof
Zo ook spreken de oud-christelijke en gereformeerde belijdenissen over het werk van de drie-enige God, op grond waarvan wij ons blijvend hebben in te zetten voor het functioneren van die belijdenis in het leven van de gemeente. Hier is op kruispunten in de geschiedenis van onze kerk immers het werk van God bezongen en is tegelijk de dwaalleer afgewezen. Dat laatste is altijd weer nodig. 'Niemand bedriege zichzelf, schrijft Paulus ook in 1 Korinthe 3. Laten we niet wijs worden boven wat Gods Woord ons leert en wat door de kerk der eeuwen beleden is. In dit kader kunnen en mogen we niet heen om het gegeven dat die belijdenis van de Vroege kerk en die belijdenis van de Reformatie ongeschonden meegaan na 1 mei. Want waar Christus en Zijn werk het enige fundament is, door God Zelf gelegd, is die belijdenis wel zeker van waarde als het om de geschiedenis en de identiteit van onze kerk gaat. We belijden de Heere immers in de enigheid van het ware geloof. En hierover gaat nu voor hervormd-gereformeerden het gesprek binnen onze Hervormde Kerk al jarenlang, waar de kerk zich niet nadrukkelijk wil binden aan haar eigen belijdenis. En hierover zal ook de komende jaren - soms denk je: tot de tijd dat het dogma dat wij in de gebrokenheid bezingen overgaat in een nieuw gezang dat voor de troon zal klinken (Openb. 14 : 4) - het geding binnen de Protestantse Kerk moeten gaan. Want Christus heeft recht op heel Zijn kerk, op heel Zijn schepping.
In aarden vaten
Waar de kerkorde de toets van de gereformeerde kritiek niet kan doorstaan, blijft onze roeping om het Evangelie binnen de kerk te verkondigen. Dat Woord van God is een schat, die we in aarden vaten omdragen. Wij zijn kwetsbaar en klein, in onszelf weerloos ten opzichte van de bedreigingen van buitenaf die er voor de gemeenten zijn; wij zijn zwak als we zien dat ook binnen de kerk, in de gemeenten, afval van het Woord en ontrouw aan de belijdenis gevonden worden. Maar toch, juist dan is het Woord van de Meester het enige medicijn en staat of valt er zoveel met het vasthouden danwel loslaten van het gezag van de Heilige Schrift.
Bij die principiële positie van de gemeente, wier houvast ligt in het vaste fundament Gods, hoort ook een passende houding, een waardig taalgebruik. Dat wil niet zeggen dat er in liefde tot de gemeenten niet eens scherpe woorden gesproken moeten worden, maar dat wil wel zeggen dat bitterheid en hardheid zich niet verdragen met het werk van de Heilige Geest. Ik wil wel bekennen dat hier een punt aangeroerd wordt dat ondergetekende in de huidige situatie nog het meest terneer kan drukken. Want iemands woorden maken iemand toch openbaar? Ik wijs op het feit dat in deze periode in de kerk velen zich aanmelden als lid van de Gereformeerde Bond - van belang om samen in de kerk de waarheid van Gods Woord te belijden, voor de belijdenis op te komen en de gemeenten zo toe te rusten -, maar dat tegelijk ook velen voor onze vereniging bedanken.
Hardheid en bitterheid
Dat bedanken vinden we jammer - dat is logisch. Het meest vinden we dit jammer vanwege de wijze waarop dit gebeurt: in veelal hard geformuleerde bewoordingen, soms dwars over een acceptgirokaart geschreven felle uitspraken, in brieven die zonder groet eindigen, door middel van voortijdig beëindigde telefoongesprekken. Rode draad in deze reacties is dat mensen de Gereformeerde Bond zien als een actiegroep die zich ten opzichte van de synode veel scherper moet of had moeten profileren. We melden dat hier, om te laten weten dat we dit niet zijn, nooit geweest zijn en niet zullen zijn. In verbondenheid met de erfenis van het voorgeslacht gaat het ons blijvend om het gebed voor de kerk en het getuigenis in de kerk, waarbij we begeren de gemeenten overeenkomstig Schrift en belijdenis toe te rusten en de gehele kerk bij dat belijden te bewaren. Tegelijk ervaren we de vele blijken van liefde voor onze arbeid - met name ook van onze emeriti predikanten - als een concrete zegen.
Bovenstaande is een spiegel voor het
geheel van de hervormd-gereformeerde beweging, om te leren hoe we het geloofsgoed van de Reformatie en de Nadete Reformatie, van het Réveil en uit ons eigen bijna honderdjarig bestaan vruchtbaar overdragen naar de volgende generatie en in het geheel van de kerk. Ds. Kamphuis schreef anderhalfjaar geleden al in de eerste aflevering van de reeks Licht op de kerk: 'Er is bitterheid onder ons. Bitterheid over de weg van de kerk. Bitterheid over besluiten die genomen worden. Maar bitterheid staat het gebed in de weg, blokkeert de weg naar de Heere'. Dan denken we aan de woorden uit Jakobus 3, waar de apostel schrijft over hét gebruik van de tong: 'Wie is wijs en verstandig onder u? Die bewijze uit zijn goede wandel zijn werken in zachtmoedige wijsheid'. In die spiegel moeten we elke morgen even kijken.
Commissies van zorg
Als we dat doen, verschrompelen onze principiële bezwaren niet, maar verwachten we meer van het gebed en het getuigenis dan van onze avonden, advertenties en acties. En blijven we de synode zien als degene door wie God het behaagt ons te regeren. Blijven we de informatie ook doorgeven overeenkomstig de werkelijke feiten. Dan blijven we de plaatselijke kerkenraad ook zien als degene die de gemeente leidt. In de hervormd-gereformeerde beweging moet het dan toch onbestaanbaar zijn dat predikanten zonder overleg met of tegen het uitdrukkelijke verzoek van die kerkenraad in voorlichting geven oyer de kerkelijke situatie. Het komt helaas met de week veelvuldigervoor. ,
Ik wil in dit? verband nog iets opmerken over de commissies van zorg, die in Ingezonden stukken of op bijeenkomsten in een negatief daglicht gezet worden, zelfs vergeleken zijn met de Inquisitie. Er zijn kerkenraden die deze commissies niet willen ontvangen - en dat lijkt ons slechts schadelijk voor de gemeente.
Waar de Hervormde Kerk besloot zich te verenigen^geeft de synode door middel van de commissies van zorg uiting aan haar zorg voor de bezwaarden. Er wordt dus niet gezegd: 'Gaat u maar, legt u uw ambt maar nëert Nee, de commissie heeft als eerste taak het voorkomen van breuken en scheuren, een taak die in deze weken de meeste prioriteit heeft. In gesprek met bezwaarden wordt geluisterd, wordt overlegd en wordt naar de motivatie gevraagd, om vervolgens samen te zoeken hoe een breuk voorkomen kan worden. Wie deze commissie niet ontvangt, weigert mee te denken over een weg die breuken kan voorkomen. Dat is niet goed.
In de tweede plaats heeft de commissie van zorg verantwoordelijkheid voor de hervormde gemeente die zich laat meenemen naar de Protestantse Kerk. Er wordt nagedacht over hoe de gemeente kan voortbestaan, als een deel van de kerkenraad het ambt neerlegt, als de financiën ontoereikend worden om de predikantsplaats te handhaven. In de derde plaats ziet de commissie om naar dat deel van de gemeente dat zich niet mee wil laten nemen en moet eventueel een voorziening getroffen worden over de bezittingen, het ledenregister enz. Voor alles gaat het er nu echter om dat de orde in de kerk bewaard blijft, dat voorkomen wordt dat er op 2 mei een strijd rondom de kansel ontstaat, dat de kerk waardig met al haar leden omgaat.
Erkennen en respecteren
Vorige week drukten we op deze plaats een verklaring van het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond af, nadat het Comité helaas ook de handreiking van de synode afwees, waarin het 'ten volle aan de gereformeerde belijdenissen gebonden kon zijn' en daarmee - zoals de Dordtse Leerregels stellen - alle dwalingen verwerpt. Het was met het oog op de gemeenten aangrijpend van deze afwijzing te vernemen, temeer daar de onderbouwing tekortschiet. We zijn namelijk niet gebonden aan het geheel van het belijden en de kerkelijke regelgeving van de Protestantse Kerk. De synode schreef in mei 2003 al aan de kerkenraden dat de ordinantie over erkennen en respecteren 'allerminst wil zeggen dat men al wat men ziet als dwaling of ontsporing in de kerk moet erkennen en respecteren, evenmin dat met alle bepalingen van dek^rkorde instemming moet worden betuigd'. En, het moderamen heeft, geschrèv^n het convenant van de classis Alblasserdam positief te duiden, terwijl in dit convenant toch gesteld wordt dat de Barmer Thesen en de Konkordie van Leuenberg verworpen worden.
In het Reformatorisch Dagblad kreeg de reactie van dr. P. Vermeer uit Epe aandacht, die onder zijn gemeenteberichten schreef dat de basis waarop gemeenten hierdoor kunnen staan wel eens steviger zou blijken te zijn dan die van de kerkorde 1951. 'Een gereformeerde belijder kan zich er voluit in vinden'. Ds. Vermeer wijst hierbij terecht op de gebeden vanwege de nood van de kerk. Waar dit zo beleefd wordt, mogen we daarom ook God danken, als hierdoor middellijkerwijze gemeenten zich binden aan Schrift en belijdenis en zo de breuk binnen de kerk verkleind wordt.
Komende zaterdag hopen we samen te komen in Dordrecht, in de Augustijnenkerk (zie bijgaand kader), waar ooit de Canones van Dordt zijn voorgelezen. Op die historische bodem mogen we ons verbonden weten met het geloofsgoed van de Reformatie, bovenal met God, Die door de geschiedenis heen Zijn kerk leidt en bewaart. Vandaar het thema van deze ambtsdragersbijeenkomst, Geeft de Heere de hand. We bidden om Zijn aanwezigheid en Zijn zegen, deze morgen.
P. J. Vergunst
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 april 2004
De Waarheidsvriend | 17 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 april 2004
De Waarheidsvriend | 17 Pagina's