De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Geeft de HEERE de hand

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Geeft de HEERE de hand

Ambtsdragersvergadering in Dordt [i]

19 minuten leestijd

AMBTSDRAGERSVERGADERING IN DORDT [1]

'Onder de zeer vele vertroostingen, die onze Heere en Zaligmaker Jezus Christus aan Zijn strijdende Kerk in deze ellendige pelgrimage gegeven heeft, wordt deze met recht de voornaamste geacht, die Hij haar heeft nagelaten...: 'Ik ben met u al de dagen tot aan de voleinding der wereld'. Met deze ontroerende belijdenis opent de Voorrede van de Dordtse Leerregels. En, zo vervolgen onze vaders: 'De waarheid van deze vriendelijke belofte is blijkelijk (wordt zichtbaar, red.) in de Kerk van alle tijden. Maar geprezen zij in der eeuwigheid de Heere, Die, nadat Hij Zijn aanschijn een ogenblik tijds van ons (die op menigerlei wijze zijn toorn en gramschap hadden verwekt) verborgen had, voor de ganse wereld heeft bewezen, dat Hij Zijn verbond niet vergeet en het zuchten der Zijnen niet veracht.' Alsof het voor vandaag geschreven is. En dat is het ook!

Voor drie kostbare momenten vraag ik uw aandacht:

1. De troost van onze Heere en Meester waarmee Hij ons vertroost: 'Ik ben met u aj de dagen tot aan de voleinding der wereld'. 2. Wij hebben op menigerlei manier Gods toorn en gramschap verwekt. 3. De Heere bewijst dat Hij Zijn verbond niet vergeet en het zuchten van de Zijnen niet veracht. In de loop van deze inleiding zullen deze momenten terugkomen.

Vertrekpunt

Deze belijdenis werd geboren in zorgelijke tijden. In spanningsvolle tijden heeft de Heere Zijn Kerk gezegend met een heldere en krachtige belijdenis! Daar waren ook de buitenlandse kerken bij betrokken. Zij spraken mee. Meer dan ooit bloeiden in die fase Gods beloften open. De Kerk komt niet op uit én rust niet in activiteiten van mensen. Gods verkiezende liefde en ontferming gaat voor alles uit. Het is het hart van de Kerk dat de genade komt uit én ankert in Gods hart. Alleen daar, bij de Heere, kunnen we beginnen om op bijbelse en verantwoorde wijze over de Kerk te spreken. Hij, Die gedurig bewijst dat Hij Zijn verbond niet vergeet, het zuchten van de Zijnen niet veracht.

Onze vaders kozen voor een ootmoedige inzet. Niet de remonstranten, de anderen, maar wij, als kerk in haar geheel, wij en onze vaders, hebben Gods toorn verwekt. Ze kozen ook een diep gelovige inzet. Zij vertrokken niet bij de belijdenis. Zij namen hun vertrekpunt in het hoofd van de Kerk, onze Heere en Zaligmaker, en in Zijn beloften. En binnen dat kader kwam de zuiverheid van de leer aan de orde. Die overigens alles te maken had met de dienst van de prediking. Zij begonnen bij de Heere!

Daarmee is de préambule van de belijdenis van Dordt volledig in overeenstemming met heel de belijdenis. Uitgangspunt voor heel de theologie, dus ook voor de leer van de kerk, ligt niet in ons, niet in onze belijdenis, maar in het geheim van Gods verkiezende liefde. De Kerk is een heilige vergadering. Zij werd en zij wordt vergaderd. Wie over de kerk spreekt, moet over de Heere spreken. En alleen wie over Zijn vergaderend werk spreekt en daar zijn vertrekpunt neemt, kan vruchtbaar en zinvol over de kerk spreken. Zo worden wij boven de huidige problematiek uitgetild en wordt ons de weg gewezen.

Aan de ene kant de fusie op basis van de voorliggende kerkorde, die wij onaanvaardbaar hebben genoemd als grondslag voor een gereformeerde kerk. Dat doen we nog. Daarom zijn we in de nood verbonden. Aan de andere kant broeders die de kerk verlaten, die een nieuw kerkverband vormen. Gemeenten die scheuren, kerkenraadsleden die elkaar los laten, avondmaalstafels die uit elkaar gerukt worden. Daarom zijn we in de nood verbonden.

De voorrede van Dordt zet ons op een juiste, bijbelse, verantwoorde hoogte. Ze vertroost ons. Ze wijst ons in roerige tijden op het wezen van Christus' gemeente. Dat ligt in Hem, ons Hoofd! Meer dan eens ging de kerk door spannende tijden, meer dan eens werd Christus' gemeente bedreigd. Of het nu door ernstige dwaling was of door een geest van tweespalt en scheuring. De geschiedenis door heeft de Heere bewezen dat Hij Zijn verbond niet vergeet, het gebed van de Zijnen niet veracht.

De fusie raakt ons diep, de scheuring raakt ons diep. Hoger en dieper ligt onze grondslag, ons fundament. Het ligt in de kruisdood van onze Heere. Het ligt in Zijn opstanding. Daar getuigen we van en daarmee vertroosten we elkaar en daarmee gaan we de gemeente voor. Broeders, geeft de Heere de hand. Want Hij is het Die Zijn hand de ganse dag uitstrekt naar een hardnekkig volk.

Hizkia

Daar hebben we een prachtig en diep bijbels teken van. Ik denk aan de reformatie onder koning Hizkia. Het koninkrijk van David, 'de Wijnstok' door de Heere geplant, is in diep verval, is verdord. We lazen daarvoor 2 Kronieken 30 : 1- 8. Een paar facetten: 1. Er is sprake van een ernstige tjveespalt: Juda en Israël. De wegen zijn uit elkaar gegaan. 2. Er is sprake van diep geestelijk verval onder het volk: ontrouw, haar God verlaten, Zijn geboden gebroken, Zijn verbond geschonden, 3. Gods instellingen werden verwaarloosd, het Pascha werd niet meer gevierd.

4. Koning Achaz, de voorganger, de vader van Hizkia, was volstrekt goddeloos. Zonen Iaat hij door het vuur gaan, een offer voor de afgoden.

Duisternis ligt als een zware en donkere deken over het volk. Wat met Gods heiligheid en trouw van doen heeft, is ontzaggelijk geschonden. Dan roept de Heere Hizkia. Diep en heilig schittert Gods trouw. Hij begint een reformatie. Het is Gods réveil. Hizkia herstelt de eredienst. Waar al de belijdenissen van Israël met voeten zijn getreden, waar alles in de dood schijnt stuk te lopen, daar begint Hij. Trouw aan Zijn heilig verbond. Soeverein.

Hier stuiten we op twee motieven die ik onder uw aandacht breng. In de eerste plaats: waar alles dreigde stuk te lopen op ongehoorzaamheid en goddeloosheid, bleef God Zijn werk getrouw. Dat maakt ons ootmoedig en bescheiden. Juist als de nood het diepst is en er niets anders meer over blijft, rest ons het ootmoedig gebed dat pleit op de beloften van Gods verbond. Wij moeten de grenzen niet willen vaststellen. Wij moeten niet afschrijven. Ook in onze visie op de kerk, ons staan in de kerk, ligt hier een diepe grondlijn, waarop we terugvallen in de huidige gebrokenheid. Is er dan na 1 mei niets meer om te hopen? In ootmoed, in vreze en beven, doen wij een beroep op de trouw van de Heere. Wie durft af te schrijven waar de tekenen van de trouw des Heeren zijn in de prediking van de ver-

Deze en volgende week plaatsen we de lezingen die tijdens de ambtsdragersvergadering van afgelopen zaterdag in Dordrecht werden uitgesproken. Met opzet wijken we daarbij af van de volgorde die daar werd aangehouden. Het is immers mogelijk dat er voorgangers zijn die de overgang van de NHK naar de PKN in hun prediking willen markeren, en met de gemeente willen spreken over hoe wij de nieuwe situatie hebben in te gaan. Woorden als die uit 2 Kron. 30 ('Geef de Heere de hand'), zouden dan een goed uitgangspunt kunnen bieden voorde prediking, en de wijze waarop ds. Kamphuis deze tekst vertolkt heeft, zou voor deze en gene een hulp kunnen zijn bij de overdenking van wat deze tekst ons juist in het huidige tijdsgewricht te zeggen heeft. Wij bevelen in elk geval graag in de overweging aan, ze dezer dagen op de een of andere wijze door te vertalen naar de gemeenten, opdat deze ook vanuit het Woord richting gewezen zullen krijgen nu de overgang naar de PKN daadwerkelijk gemaakt moet worden.

Red. de Waarheidsvriend

zoening? In de bediening van de sacramenten, in de voortgang van de gebeden, in de voortgang van het leven met de Heere? Wie kan en mag het kerkelijk léven afschrijven waar de Heere Zijn heilig Evangelie laat? De dragende grond lag en ligt altijd weer in Gods verkiezende liefde, in de trouw van Hem; De kerk is daar waar het Woord van God is. Wie dat doordenkt en doorleeft, kan onmogelijk afscheid nemen van de kerk en al helemaal niet van de plaatselijke gemeente, die deel uit maakt van de kerk.

In "de tweede plaats stuiten we in deze geschiedenis op dat wonderlijke moment.'Die goddeloze vader... en dan die godvrezende zoon. Hier flonkert Gods soevereiniteit. Altijd weer vol van verrassingen. God, Die de doden tot leven wekt. De geschiedenis van de kerk inpons land geeft daar heerlijke tekenen van. Denkt u aan de Reformatie, dénkt u aan de synode in Dordrecht in 1618/1619. Denkt u aan delen van ons land: de Alblasserwaard, de Krimpenerwaard, de Lopikerwaard: lang en zwaar hebben ze geleden onder harde vrijzinnigheid. Maar de Heere heeft er leven gewekt, wekte gemeenten uit de dood. In het geloof, in de hoop op Gods vrijmacht, ziende op de trouw van Zijn verbond, zo vinden we in de kerkelijke weg van nu rust midden in de stormen.

Verootmoediging

Er is nog een ander aspect in deze geschiedenis. Hizkia stuurt boden rond, wekt het volk op Pascha te vieren. De boodschap is niet onduidelijk. Eén facet is: bekeert u en verhardt u niet. Hier gaat het om ootmoed, om het belijden van schuld. Vanmorgen zeggen we: ook om kerkelijke schuld gaat het hier. Wij hebben op 'menigerlei manier Gods toorn en gramschap verwekt', beleden onze vaders in 1619. Dat is vandaag niet anders. En de Heere is in Zijn soevereine gang vrij de kerk een weg te doen gaan die wij niet verlangd hebben. Ligt de oorzaak van de huidige problematiek bij de synode? Ja. Wij hebben een confessioneel geding met de kerk, met de weg die de kerk gaat. Wij hebben haar gesmeekt deze weg niet te gaan. Decennia lang hebben we verzet aangetekend tegen de ontwikkeling, tegen de kerkorde, tegen het grondslagartikel, tegen Leu-

enberg en Barmen, tegen verschillende ordinanties, met als dieptepunt ordinantie 5.4. Maar de synode besloot door te gaan, stap voor stap. Ligt de oorzaak niet evenzeer en nog meer bij ons? Stonden en staan wij geestelijk, ootmoedig, belijdend, trouw en getuigend in de kerk? Hoe zelfverzekerd waren we. Wij dachten trouw te zijn, maar lieten vaak de kerk over aan anderen. De Heere neemt ons die hoogmoed af. Hij rukt uit wat Hij plantte. Stralen wij de liefde van Christus uit? Liefde van Hem voor een kerk in verval, in gebrokenheid. Klinkt onder ons de toon van de ootmoed, de schuldbelijdenis: 'Wij, niet zij, maar wij hebben God op 't hoogst misdaan'? We stellen ons vaak hoog en bitter tegenover de kerk op. En evenzeer tegenover elkaar, waardoor gemeenten uit elkaar scheuren. Deze kerkelijke bitterheid en verdeeldheid wijst niet op de stille ootmoed voor God.

Hier gaat het om profilering, meer dan om het buigen voor de levende God, en het wachten op Hem. Dan wordt er bitter gestreden. In persoonlijke verootmoediging voor de Heere zien we eigen schuld, tegenover de Heere, tegenover elkaar, tegenover de kerk. Dan kunnen we elkaar, maar evenzeer de kerk niet loslaten. Dan blijft Gods roeping om in ootmoed in de kerk, voor het volk, te getuigen van het heilig Evangelie, van de kracht van Christus' kruis. Het enige medicijn dat redding biedt aan een kerk in verval. Wij spoelen volkomen weg, als we leven in voortdurende onbekeerlijkheid, hoe zuiver de grondslag van de kerk ook is. De krachtige waarschuwing van Christus moeten we ter harte nemen dat Hij - zo wij ons niet bekeren - de kandelaar van zijn plaats wegneemt. Uw en mijn roeping is: dicht bij God te leven, te zijn en te blijven. Leven uit het geheim van de rechtvaardiging van de goddeloze. Dat vernedert mij: een goddeloze. Maar dat geeft mij ook een ontzaggelijke verwachting voor heel de kerk. Het geeft mij ook de geestelijke vrijheid, de geestelijke moed om het confessioneel geding, om het ethisch geding met de kerk te voeren. De Verklaring - aangereikt door de synode - waarmee wij ons binden aan het gereformeerd belijden, en waarmee we de pluraliteit afwijzen, het Convenant - aangereikt door de classis Alblasserdam - waarmee we ons evenzeer binden aan het gereformeerd belijden, en waarmee we nog eens nadrukkelijk afstand nemen van Leuenberg en Barmen, zijn er de zichtbare tekenen van. Beide getuigen ervan dat we in ootmoed en in alle beslistheid beseffen dat Christus recht heeft op heel Zijn kerk.

Broeders, denk kerkelijk, handel kerkelijk, zodat we niet alleen onze eigen hervormd-gereformeerde beweging dienen, maar heel de kerk dienen. In de hoop en in het gebed dat het voor heel de Kerk tot zegen zal zijn. Vervul uw dienst in de kracht van Christus' Naam. In het eenvoudige en naakte geloof waarin wij ons voor God verootmoedigen! Waarin wij onze bekeren tot de levende God met ons gehele hart. 'Heere, alzo blijve het dan, Gij zult ons leiden door Uw raad en wij zullen U door de bekwaammaking des Geestes gewillig volgen door bezaaide en onbezaaide velden' (ds. E. van Meer).

Heelheid

Wij herinneren ons de ernstige verdeeldheid van de tien en de twee stammen. We weten van ernstige afgoderij. Maar, noch de tien, noch de twee stammen worden hier afgeschreven of ter zijde gesteld. Hier gaat het om de heelheid van heel Gods verbondsvolk. Dat heilig verlangen, noem het die heilige droom, die het Oude Testament doortrekt. Elia is daar een teken van. Hoewel hij voluit bekend was met de oordelende en de richtende God, handhaaft hij de eenheid van Israël in het verbond. Hij heelt het gebroken altaar. Hij gebruikt niet twee of tien stenen, maar twaalf: de twaalf geslachten van Israël. En Hizkia laat de boden gaan door Juda en Israël. Het kan niet zijn dat Gods volk uiteen gedreven blijft. Het kan niet zijn dat Christus' gemeente scheurt. Dat Zijn lichaam weer wordt gebroken. Daarvoor komt een diepe huiver over onze ziel. Daarom roepen we nog één keer met klem al de broeders en zusters die zich met het Comité tot behoud van de Nederlandse Hervormde Kerk verbonden weten, op: Breek met de weg van de kerk der vaderen niet. Vorm geen andere verbanden, zolang de volkomen leer van de zaligheid naar de Schriften niet in het geding is. Zolang de vrijheid van de bediening van de verzoening volledig is gewaarborgd. De Kerk heeft u nodig. Ze heeft uw getuigenis nodig. Ze heeft nodig dat u uw geloof in haar midden belijdt. Uw Zaligmaker in haar midden verkondigt. Getuig en preek van het kruis en van de levende Heere. Blijf trouw, volledig trouw aan de Heere en sta zo in de kerk. De remedie voor het kerkelijk leven, voor de kerkelijke crisis, ligt hier dat we samen worden geroepen: de Heere de hand te geven! Wij vertrouwen in de situatie van nu onze dienst toe aan de Heere, de God van het verbond! Blijf in het geloof met het Woord van God op uw post. Oefen uw geloof, broeders, op de puinhopen van het kerkelijk en geestelijk leven. Veel verworvenheden moeten we loslaten. Maar we hopen op de God van het verbond. Voor heel de kerk. De Heere gaf ons een machtig zwaard, een voortreffelijk medicijn: Zijn eigen Woord. Wie de Heere de hand geeft, reikt de broederhand evenzeer aan hen die met ons een even dierbaar geloof hebben. Zo verlangen we elkaar binnen de kerk volledig vast te houden.

Geeft de Heere de hand

De boden van Hizkia gaan rond. Overal worden de brieven van de koning voorgelezen. Dan klinken de woorden: 'Geeft de Heere de hand en komt tot Zijn heiligdom'. Hier gaat het maar om één ding: dat de tien en de twee stammen de Heere oprecht zijn toegedaan. Dat ze zich oprecht aan de Heere en aan Zijn dienst wijden. Een volk tot Gods lof en dienst bereid. Het ge-

ven van de hand aan de Heere is een moment van een nieuwe verbondenheid met Hem. Zich opnieuw, zich weer aan de God van het verbond verbinden. Onze hand, ons hart, ons leven, onze dienst, onze ambtelijke dienst, Heere, is voor U. Aan U, mijn God en mijn Koning, ben ik verbonden.

Laten wij ons vanmorgen aan de vooravond van de ie mei opnieuw aan de Heere verbinden. U bent door Hem in dienst genomen. Door de gemeente en mitsdien door de Heere geroepen. Geroepen in het midden van de kerk. Bij sommigen van ons is het kort geleden, bij anderen al veel langer. Mogen we ons op deze plaats opnieuw aan Hem verbinden? Deze plaats, de Augustijnenkerk in Dordrecht, die ons getuigt van de strijd om de waarheid. Die ons getuigt van de overwinning van de waarheid over de dwaling. Die ons getuigt van Christus Die Zijn Kerk standvastig en vurig bemint, Die de waarheid doet overwinnen over de kracht van de dwaling. Die ons herinnert aan Gods heilig en soeverein handelen. Laten wij ons opnieuw aan de Heere verbinden om zo te dienen. In ootmoed, in kleinheid, in zwakheid. In uw zwakheid wordt Gods kracht volbracht. Geeft uw hand aan de trouwe God van het verbond. Het is een daad van geloofsovergave, ook een daad van geloofsgehoorzaamheid. Een daad van verbondsbelofte en heilige verplichting aan de Heere, waardoor ons staan in de kerk aan de Heere wordt opgedragen. Staan en dienen in de kerk, ook in de toekomst kan alleen als u zich in diep vertrouwen aan de Heere toevertrouwt. Wij moeten samen dieper dan alle§ wat op papier staan. Hier gaat het over uw Godsvertrouwen. Over de religie van de belijdenis. Onze wandel met de Heere, onze wandel voor Zijn Aangezicht. Onze beloften om voor Zijn Aangezicht te staan en te dienen in het midden van Zijn gemeente, in het midden van een kerk die diep vervallen is. Wij achten de kerkorde van waarde, wij achten haar echter op vele terreinen ernstig onder de maat van de Heilige Schrift. We stellen haar zeer onder kritiek. Maar, we zien hoger. We zien de uitgestrekte hand des Heeren. We zien en horen het woord des Heeren.

Heilige Schrift

Daarom leggen wij ook nu de Heilige Schrift over de kerkorde! Dit is ons een teken van trouw aan Hem. Een teken dat wij Zijn woorden zullen gehoorzamen. Een teken dat hier het wezen van de kerk ligt. Niet in de kerkorde ligt de bron van ons geloven! Hier ligt ons diep houvast! Hier ligt onze enige hoop. In de Schriften, in Gods eigen beloften. Ooit is hier in Dordt beleden dat de verkiezende liefde van God in Christus het fundament van de Kerk is. Daar vinden we rust. We betuigen in ootmoed en ontzag dat we verlangen God te dienen naar Zijn Woord, naar Zijn geboden. En alles wat naar onze vaste overtuiging daarmee in strijd is, wijzen we af. Zo staan we in de kerk. Geef ons één vierkante meter grond met in onze hand de Heilige Schrift en we zullen de grote daden van onze God verkondigen. Het kruis van Christus voor zondaren. Dat kruisigt al onze eigengerechtigheid, ook al onze kerkelijke eigengerechtigheid en zelfverzekerdheid. Nee, niet wij bewaren de kerk en zetten haar voort. Ze leeft van het heilig Woord van onze God.

Over de kerkorde leggen wij de Schrift. Boven de kerkorde tornt de Schrift uit. Zij is de 'enige bron en norm van de kerkelijke verkondiging en dienst'. Daarom zeggen wij ook nu in de kerk: 'Alzo spreekt de Heere'. We hebben dan zelfs de kerkorde aan onze kant. En zelfs, als we dat niet hadden, dan nog... Want, we stellen 'geen geschriften van mensen' (daar vallen kerkorden ook onder) 'hoe heilig zij geweest zijn, gelijk met de Goddelijke Schriften' (NGB art. 7).

Ik mag hier herinneren aan de eed die de vaderen van Dordt aflegden aan het begin van de synode: 'In het oordeel over de geloofsgeschillen generlei menselijke schriften, maar Gods Woord alleen, voor een zekere en onfeilbare regel des geloofs te zullen gebruiken, en in deze ganse handel niet dan Gods eer, de rust der kerk, en bovenal de behoudenis van de zuiverheid der leer te zullen voor ogen hebben.' Zo dienen wij Christus' Kerk. Gods Kerk staat of valt ten diepste niet met haar kerkorde. Ze staat of valt met het Woord van God Zelf. Ze staat of valt met de levende bediening van de verzoening, de rechtvaardiging van de goddeloze, met de trouw van de Heere.

Geeft de Heere de hand. Dat is het eenvoudige, en het diepe 'ja' van het geloof. Wij hebben geen behoefte aan onheilig vuur. We hebben genoeg tegenover elkaar gestaan. We zijn genoeg verdeeld geraakt. Moeten we nog dieper onder de gerichten van bittere verdeeldheid doorgaan? We verlangen naar en we bidden om het vuur van de Heilige Geest. We hebben geen behoefte aan kwesties, aan eindeloze strijd tegen elkaar of tegen de kerk, kwesties die ons alleen geestelijk uithollen, polemieken die niets opleveren, maar we hebben behoefte aan de vreze des Heeren. Aan broeders die de Heere de hand geven. Die wandelen met Hem. Die met hart en ziel in Zijn dienst staan. Die schuilen bij Hem in alle kerkelijke nood. Die op de Heere hopen, en met vreze en beven, maar toch vertrouwend hun plaats blijven innemen in de kerk. En die zo ook elkaar de broederhand geven! Die in alle getrouwheid hun werk doen in de gemeente en voor heel de kerk. Want de liefde van Christus dringt ons! Sluiten wij het verbond met de Heere. Geven wij onze hand aan Hem. Beloven wij

voor Zijn Aangezicht trouw aan Hem! 'U, onze God, U verlangen wij te dienen. U alleen'. Een belofte gedragen door gebed. Een belofte gedragen door Zijn belofte: Ik ben met u.

Amen

Ten slotte, we staan op de drempel van de ie mei. 'Nu is het in mijn hart een verbond te maken met de Heere, de God van Israël, opdat de hitte van Zijn toorn van ons afkere' (2 Kronieken 29 : 10) Broeders, laten wij ons opnieuw aan Hem en aan Zijn dienst verbinden. Laat ons dat samen doen. Laat ons in ootmoed en kleinheid opnieuw ons 'amen' laten horen op Zijn roepstem. Wie met mij zich opnieuw verbindt aan de dienst van de Heere, vyie met mij verlangt de Heere opnieuw de hand te geven, die zegge (stil of hardop) het Amen nu met mij mee: Amen.

'Mijn zonen, weest nu niet traag; want de Heere heeft u verkoren, dat gij voor Zijn aangezicht staan zou, om Hem te dienen...' (2 Kronieken 29 : 11). Amen.

G. D. Kamphuis

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 april 2004

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Geeft de HEERE de hand

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 april 2004

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's