Boekbespreking
Kees Fens Dat rade Europa. Nieuwe keuze uit de maandagstukken. Uitg. Queridu, Amsterdam; 260 blz; € 21.95
Ki^es Fei^jixa^pUs al verjaren een van ae pj^Mggteftte onderde lit? |m^eritici enfcwwBten vS^^NedeM. lanpe literatuur. Vanaf1968 schree^jQ^ dragen voor het dagblad De Volkskrant over poëzie en literatuur. De zogenaamde 'maandagstukken' hadden een groot bereik wat betreft thematiek en onderwerpkeuze: theologie, kunst, geschiedenis, poëzie en proza. In 1994 verscheen de eerste bundeling van 'maandagstukken' onder de titel Leermeesters. En nu dan een 'nieuwe keuze'. Voor de universiteit van Amsterdam reden een eredoctoraat aan hem te verlenen 'vanwege zijn grote invloed op de Nederlandse letteren'. Op 8 januari 2004 is hem deze eer te beurt gevallen. 'Zijn maandagochtendrubriek in De Volkskrant was tientallen jaren lang de standaard voor de Nederlandse literaire kritiek. Hij heeft vele schrijvers onder de aandacht van het grote publiek gebracht', aldus de universiteit in haar motivering. In de titel van deze nieuwe bundeling wil Fens aangeven waar zijn brede belangstelling ligt. 'Mijn wereld is die tussen Ierland en Konstantinopel', liet hij zich onlangs in een interview ontvallen. Fens is in zijn jonge jaren cultureel gevormd door zijn opvoeding in de Rooms-Katholieke Kerk. Niet zozeer in het leerstellige van de kerk als wel in wat ze cultureel te bieden heeft. Lyrisch raakt hij als hij beschrijft wat hem overkomt als hij de kathedraal van Chartres weer eens bezoekt. In een gesprek met de Provinciale Zeeuwse Courant zei hij onlangs: 'Ik ken geen kunstwerk dat het goddelijke indringender verbeeldt dan deze kerk. Alles wat er menselijkerwijs over God te zeggen valt, wordt hier gezegd'. Tegelijk kent Fens weemoed over wat er zich in onze tijd voltrekt. 'Het aantal toeristen groeit, het aantal gelovigen daalt. Wie weet er over honderd jaar nog wat al die beelden betekenen, welke wereld ze vertegenwoordigen. De christelijke cultuur zal verdwijnen. Onherroepelijk. Kerken worden als Romeinse tempels: echo's van een ver, nauwelijks nog gekend verleden. Voor het eerst groeit er nu een generatie op die niets meer weet van het christendom. Er hangt daar in Chartres een kruis, een prachtig crucifix. Ik kijk er altijd naar, maar elke keer lijkt de Christusfiguur meer verlaten. Hoe eenzaam zal Hij zijn, aan het eind der tijden. Ik vraag het me steeds meer af, aldus Fens onlangs in een boeiend gesprek met de PZC. Wel, aan hem zal het niet liggen. Dat wordt duidelijk voor wie deze nieuwe bundeling ter hand neemt. Wat en wie komen er aan de orde? Om te beginnen veel theologie maar dan wel op de manier zoals Fens dat pleegt te doen: vanuit de cultuur van die dagen, kritisch in de positieve zin van het woord, mild en zeer geïnteresseerd in wat er esthetisch te melden valt. Het christelijkhumanistische erfgoed in de Europese cultuur: Petrarca, de Renaissance, Abelardus en Heloise. Opvallend is zijn aandacht voor ontstaan en betekenis van het kloosterwezen, maar dan geplaatst binnen veranderingen en verschuivingen in de cultuur. Christendom, jodendom en de Grieks-Romeinse cultuur, daar schrijft hij vooral over, al staan er in deze bundel ook stukken over dichters als Der Mouw, Bertus Aafjes en Lucebert, over schrijvers als Nescio en Carmiggelt. Mij trof een bijdrage over het ontstaan van het christelijk kloosterleven in de woestijn van Egypte. Hij zet er dan boven: Het paradijs van de christelijke wildernis. 'Woestijn', aldus Fens, is een veelduidig begrip in de bijbelse traditie. Ze zal naar Jesaja's woord gaan bloeien als een roos. De hemel zegent met water en een nieuwe aarde, waar de demonen uit zijn verdreven, want de woestijn was hun woonplaats. De woestijn is het oord van de afzondering en van de voorbereiding. Antonius, het prototype van de kluizenaars, is een duivelbestrijder bij uitstek geworden. Hij vecht met de demonen, zoekt ze op in de woestijn en verdrijft ze uit die woestijn door een ascetisch leven en maakt zo de wildernis tot heilige grond. Fens is er een meester in om met zo'n metafoor lijnen verder te trekken. Het ascetisme, dat het dualisme van lichaam en geest als grondslag heeft, erfden de christenen van de Grieken. Maar ze vervolledigden het naar hun handboek, de bijbel. In het ascetisme van de kluizenaars gaat het erom de demonen te verdrijven. Zo wordt de woestijn tot bloeien gebracht. De woestijn wordt later beeld van het ascetische kloosterleven. Woestijn: ascese, verlatenheid, vooral geestelijke verlatenheid, de donkere nacht van de mystici.
Het blijft verleidelijk steeds weer en meer te citeren uit de soms meeslepend geschreven stukken. Fens schreef deze beschouwingen naar aanleiding van boeken die hij zelf eerst kocht. Eigenlijk vormen zijn stukken geen recensies, maar eerder essays. Boeken zetten hem op een spoor van denken en overwegen.
Dat oude Europa is niet zonder reden de titel van dit boek. Vanuit Amerika is deze benaming een schimpscheut geworden. Om de trots op die wereld, die de mijne is, heb ik dit boek deze titel gegeven, aldus Fens in een epiloog. Hij stoort zich aan de onkunde van politici voor wie de Europese eenwording synoniem is aan euro en economie. Men heeft geen notie meer van wat Europa gevormd heeft. Hoe kun je over eenheid praten zonder iets te weten van die geweldige culturele traditie. Een mooi boek voor de liefhebber. Je moet aan de stijl van schrijven wennen. Fens schrijft eigenlijk literatuur, juist als hij schrijft over literatuur en cultuur.
J. Maasland
Rinse Reeling Brouwer De handzame Calvijn. Uitg. Van Gennep, Amsterdam; 340 blz.; € 22, 50.
De naam van de reformator Johannes Calvijn in één adem noemen met het woord 'handzaam' ligt niet voor de hand. Het heeft er veel van weg dat de woorden 'Calvijn' en 'calvinisme' alleen nog misprijzend gebruikt kunnen worden. Een erfenis waar we mee belast zijn en een klimaat van starheid, soberheid en verantwoordelijkheidsbesef, dat tot in onze tijd zijn invloed doet gelden, terwijl datgene wat Calvijn echt gezegd en geleerd heeft onder een dikke laag stof is terechtgekomen. Reeds tijdens zijn leven is Calvijn van alles beschuldigd, behalve dat hij handzaam zou zijn; d.w.z. handelbaar, volgzaam en niet eigenzinnig. Handzaam is ook niet het eerste waaraan men denkt bij de stugge en zeer letterlijke vertaling van de Institutie door dr. A. Sizoo of de oude vertalingen van de commentaren en bijbellezingen die ongewijzigd in een nieuw jasje zijn gestoken.
Rinse Reeling Brouwer, universitair docent dogmengeschiedenis aan de Theologische Universiteit Kampen (Oudestraat), komt lof toe dat hij de lezer een handzame Calvijn weet te bieden in het eerste deel van een nieuwe serie 'Denkers over religie'. IA deze serie zullen teksten van hoofdfiguren uit de geschiedenis van de theologie toegankelijk gemaakt worden voor een publiek dat breder is dan degenen die zich op deze theologen beroepen. 'Een geloofstraditie die haar voortrekkers minacht moet niet alleen voor ruggengraatsloos, maar ook voor ergerniswekkend lui gehouden worden.' Dit eerste deel smaakt naar meer en we zijn benieuwd welke andere theologen op deze wijze voor het voetlicht gehaald zullen worden.
De bundel opent met de brief aan koning Frans I van Frankrijk, die Calvijn in 1536 aan de eerste uitgave van zijn'Institutie voorafliet gaan. Vervolgens wordt een vertaling geboden van de belangwekkende artikelen aangaande de organisatie van de kerk en de eredienst te Genève, de Catechismus van 1537, de brief aan kardinaal Jacopo Sadoleto, enkele passages uit de Institutie van 1539, de inleidingen op vier bijbelcommentaren (waaronder de bekende 'Inleiding op de Psalmen', waarin Calvijn zelf schrijft over zijn plotselinge bekering en hoe God zijn verstokte hart met harde hand ontvankelijk voor Zijn leer gemaakt heeft), de vorm der gebeden en kerkelijke gezangen, een gedeelte uit het kleine avondmaalstraktaat, een viertal brieven en ten slotte het verslag van de afscheidsrede voor de leden van de Kleine Raad en de afscheidsrede voor de dienaren des Woord enkele weken voor zijn sterven op 27 mei 1564. Aüe teksten zijn voorzien van een inleiding, waardoor de gekozen teksten en fragmenten in hun historische context geplaatst kunnen worden.
In de inleiding merkt Reeling Brouwer op: 'Van de opname van preken is afgezien'. En dat terwijl onderwijzing in de christelijke leer, uitleg van de Bijbel in de collegezaal en commentaren, het wekelijkse samenzijn van de predikanten op vrijdagmorgen rondom een bepaald schriftgedeelte, allemaal gericht is op de verkondiging van het Evangelie in het midden van de gemeente. Daarom had in deze mooie bundel m.i. op zijn minst één preek opgenomen moeten worden. Gedacht kan worden aan de preek over de wederkomst van Christus (n.a.v. 2 Thess. 1: 8-10). Verder val ik Reeling Brouwer bij dat elke keuze voor discussie vatbaar is.
De teksten die oorspronkelijk in het Latijn waren geschreven, zijn vertaald door Hein van Dolen en de Franse teksten door
Hannie Vermeer-Pardoen. Met toenemend respect heb ik hun vertalingen gelezen en ervan genoten. Het is geen geringe opgave om van de vaak lange en gecompliceerde zinnen die Calvijn geschreven heeft, handzaam Nederlands re maken. Telkens weer is de vertaler genoodzaakt keuzes te maken. Door deze bloemlezing hoeft de taal (of vertaling) niet langer een blokkade te zijn die de toegang tot Calvijn verspert. Wel zal de lezer die zich rekent tot de 'duidelijk lokaliseerbare subcultuur' die de geschriften van deze reformator nog leest, moeten wennen aan de vertaling 'Sint Paulus' en 'Sint Augustinus' in plaats van de heilige Paulus en de heilige Augustinus. Calvijn in een handzaam formaat vraagt erom ter hand te worden genomen. Niet om datgene wat de reformator van Genève 450 jaar geleden geschreven heeft klakkeloos na te spreken, maar wel om ook in onze tijd te ontdekken wat hem bewoog om te schrijven en te spreken zoals hij gedaan heeft. Dan komen we in de gekozen fragmenten steeds weer terecht bij de eer van God en het heil van de mensen. Calvijns vi- . sie op zingen is hiervan een mooie illustratie.
Vele jaren heeft Calvijn zich beziggehouden met het zingen van de gemeente. De samenzang in de erediensten rekende hij tot de gebeden!
'Wat betreft de gezamenlijke gebeden, daarvan zijn er twee soorten. Het ene soort gebed wordt alleen gesproken, het andere wordt gezongen.' In het geschrift De vorm der gebeden en kerkelijke gaangen gaat hij uitvoerig in op de vraag welke teksten in aanmerking komen om in de erediensten gezongen te worden:
'Wij moeten niet alleen zorgen voor passende liederen, maar het moeten ook heilige liederen zijn: liederen die voor ons als het ware een prikkel zijn, waardoor wij worden aangespoord om God te bidden en te loven, Zijn werken te overdenken, teneinde Hem lief te hebben, te vrezen, te eren en groot te maken. Welnu, wat Sint Augustinus zegt is waar, namelijk dat niemand iets kan zingen wat God waardig is, tenzij hij dat van God zelf heeft ontvangen: daarom, als wij overal goed hebben rondgekeken en hier en daar hebben gezocht, dan zullen we geen betere liederen vinden, of die meer geschikt zijn voor dat doel, dan de psalmen van David, want de Heilige Geest heeft ze hem gedicteerd en ze voor hem gemaakt. En daarom zijn wij, als wij die zingen, er zeker van dat God ons de woorden in de mond legt, alsof Hijzelf in ons zingt om Zijn glorie te verheerlijken. Daarom spoort Chrysostomus zowel mannen als vrouwen en kleine kinderen zo aan om regelmatig te zingen, opdat dit als het ware een meditatie is die hen verbindt met de gemeenschap der engelen.' Wie dit citaat isoleert en vervolgens uitvergroot, doet geen recht aan de liturgische traditie van de kerk der eeuwen, die ons een schat aan liederen en gezangen heeft overgeleverd. Anderzijds reikt Calvijn ons een toetssteen aan voor alles wat in de gemeente binnen en buiten de erediensten gezongen wordt, die nog altijd zijn waarde heeft. Een prachtige bundel teksten, die afsluit met een algemene chronologie en een chronologie van Calvijn. In alle opzichten handzaam!
W. H. Th. Moehn, Oldebroe
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 april 2004
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 april 2004
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's