De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Het alleenrecht van Christus

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het alleenrecht van Christus

Ambtsdragersvergadering in Dordt [2]

15 minuten leestijd

AMBTSDRAGERSVERGADERING IN DORDT [2]

Dé grote vraag waarvoor wij ons gesteld weten, op weg naar i mei, de datum van de definitieve vereniging van Hervormde Kerk, Gereformeerde Kerken en Evangelisch-Lutherse Kerk, is niet óf wij ons laten meenemen naar de Protestantse Kerk in Nederland, maar hóe wij ons laten meenemen naar die kerk. Daartoe zijn wij vandaag bijeen, in Dordrecht.

Waartoe bijeen?

Wat brengt ons hier samen? Waartoe zijn we als ambtsdragers bijeengekomen, uit zoveel delen van ons land? Na de ambtsdragersvergadering van 1992 in Putten, waar we met Psalm 74 ons houvast zochten in de God van het verbond en waar de toen voorliggende concept-kerkorde is afgewezen. Na de ambtsdragersvergadering van 1996 in Amersfoort, waar in de voortgaande ontwikkelingen inzake Samen op Weg is uitgesproken dat wij ons blijven inzetten voor een gereformeerde kerkorde en dat we tegelijk onze post niet zullen verlaten, omdat we dat niet mogen.

En nu, bijna acht jaar later, zijn we hier.

Teleurgesteld? Dat ondanks onze bezwaren en protesten, onze gebeden en laatste appèls het proces op deze wijze is voltooid?

Verward? Omdat we de weg die we moeten gaan, zo moeilijk voor ogen kregen, haar alleen ontdekken als we dieper zien dan wat voor ogen is? Verdrietig? Omdat gehoorzamen aan onze roeping in de kerk te blijven, veelal niet gemeentebreed gedragen wordt?

Waartoe zijn wij als ambtsdragers bijeen? Waartegen verheffen we onze stem, waar ligt tussen 12 december 2003 en 1 mei 2004 het front? Want belijden is toch opkomen voor de waarheid, waar zij het meest bedreigd

wordt en waar ze met lijden gepaard kan gaan? Zijn we hier gekomen om ons te profileren ten opzichte van de synode, tegenover het geheel van de Protestantse Kerk? Nee, want verhevigde onlustgevoelens ten opzichte van de kerk richten haar niet op en brengen óns niet verder. Bovendien gaan ze voorbij aan de bijbelse notie dat het onze ontrouw en onze ongehoorzaamheid zijn die onze kerk deden afwijken van de geboden des Heeren. Het volk Israël bleef maar onderweg in de woestijn, omdat ze niet gehoorzaamde aan God. En deze kerkelijke vereniging had nooit zo lang geduurd, als wij allen de geboden die Hij gebiedt, hadden waargenomen, om die te doen, zoals Deuteronomium 8 het zegt. Israël gaat een weg, waarin de Heere beproeft, om het hart te onderzoeken, om te weten of Zijn geboden gehouden worden, of niet. Dat is de vraag, niet of we voor zijn, of tegen; niet of we bezwaard zijn of ons kinderen van het verbond weten. Maar of we de Heere de hand geven, die hand die Hij aanreikt en die we in het geloof vastklemmen.

Waar de waarheid van het Woord geweld wordt aangedaan, komt de eenheid van de kerk op het spel te staan. Dat hebben we gezien en daar waren wij bij. Daarom vandaag geen grote woorden. Geen fier program. Geen stevige positie. Maar buigen voor God. Opzien naar Hem. Bidden om Zijn Geest. Hopen op Zijn trouw. Het erkennen van onze schuld, omdat de kerk, omdat wij, niet getuigden van Gods liefde en niet vreesden voor Zijn Naam, bindt ons samen met het volk dat de wet niet kent, met allen die op Gods ontferming zijn aangewezen. Zijn we, de naderende breuk in de kerk en onze hervormd-gereformeerde beweging ziende, dan bijeen om ons te profileren ten opzichte van hen die

met de kerk breken? Nee, hoewel we ervan overtuigd zijn dat afscheiden zonde is, waar het geen plicht is en we de weg die deze broeders gaan op grond van de Schriften van Oude en Nieuwe Testament ten zeerste afwijzen, omdat ze de kerk van Christus niet geneest en heelt, maar verder verscheurt. En de pijn daarvan voelen we allen, omdat dit zo dichtbij komt, waar 'onze' gemeenten niet heel blijven, omdat we al weken en maanden van spanning beleven.

Maar als we de vraag stellen waartoe we bijeen zijn, zeggen we als ambtsdragers die zich rekenen tot de hervormd-gereformeerde beweging dat we allereerst en allermeest ergens vóór zijn. Voor het verbreiden van de Waarheid, die in Christus ons bestaan binnengekomen is. Voor de gehoorzaamheid aan Hem in kerk en gemeenten, in classis en synode. Dan leven we bij het diepe besef dat de toorn van de God van de hemel geopenbaard wordt over alle goddeloosheid en ongerechtigheid der mensen, die de waarheid in ongerechtigheid ten onder houden, en dan schamen wij ons het Evangelie van Christus niet, van Hem die krachtig bewezen is te zijn de Zoon van God, uit de opstanding der doden, onze Heere. Dan weten we als ambtsdragers een opdracht ontvangen te hebben tot de gehoorzaamheid des geloofs, om Zijn Naam bekend te maken.

Protestant

Die roeping hadden we in de Nederlandse Hervormde Kerk, die roeping blijft waar deze kerk zich voortzet in het bredere verband van de Protestantse Kerk in Nederland. Daarbij beseffen we misschien nog nauwelijks in welke kerk we kómen. De Protestantse Kerk. Is haar naam een program? In november 2002 werd door het moderamen van de triosynode verwoord dat door geloof en belijden ernstig te nemen de naam protestant haar oorspronkelijke betekenis terug zal krijgen. Protestant moet duidelijk maken dat de kerken in de christelijke traditie staan en werfkracht hebben, dat ze zowel belijdend zijn als open naar de samenleving. Het moge duidelijk zijn dat we wat dit laatste betreft niet zonder zorg zijn. Immers, waar de kerk in haar belijden en haar spreken de grens met de wereld die God niet dient, niet duidelijk trekt, is het verval binnen een enkele generatie zichtbaar.

De bekende en gezaghebbende discussie dr. Berkhof versus ds. Boer heeft ons geleerd dat het uitgangspunt nooit genomen mag worden in een bepaalde cultuurfase, maar altijd weer in de verhouding van God tegenover de mens. Daarom is betrokkenheid op dé samenleving in de wetenschap dat allen die God niet kennen, zonder hoop in de wereld leven, principieel iets anders dan openheid naar de samenleving. In elke tijd staan we met de woorden van God, met wat het belijden van de kerk der eeuwen ons van Christus leert, de Middelaar, waarachtig God, waarachtig Mens. Protestari, is plechtig betuigen, staan voor de zaak. Dat hebben we in deze tijd nodig, als de naam en het werk van Christus in het geding zijn. En daarom is het niet dé vraag of maar hóe wij ons laten meenemen naar de Protestantse Kerk.

McGrath

Het elan waarmee de naamgeving ter synode omgeven was, staat haaks op de kritische woorden die de Engelse theoloog McGrath een jaar later aan het protestantisme wijdde. Voor het protestantisme zag hij in de westerse ereld geen plaats meer, te midden an katholieken, evangelicalen en orthodoxen. Het mag duidelijk zijn dat hij hierbij met name doelde op die protestanten die hun geloof aanpasten an de eisen van de tijd, waarbij het art van het Evangelie uit het lichaam an de gemeente gesneden is, nameijk de verzoening door het offer van hristus. Hier klopt het hart van Gods erk van alle tijden. De uitzondering aakte McGrath voor die protestanten die het leven met God kennen en daar orm aan geven in de dagelijkse praktijk.

Als we zijn woorden overwegen, dan luisteren we niet naar een theologisch

debat, naar een analyse van onze kerkelijke situatie, maar vernemen we waar het in de kerk op aan zal komen. Dan gaat het over ons! Niet de kerk, de synode, het moderamen of wie ook, het gaat om het belijden en beleven wie God is in Zijn majesteit en heiligheid, wie Christus is als de volkomen Middelaar - en daarmee altijd verbonden wie wij zijn, mensen die onder het oordeel leven, schuldig voor Zijn hoog gericht.

De verwarde kerkelijke situatie plaatst ons niet tegenover de synode, maar stelt ons ambtsdragers, gemeenteleden voor Zijn heilig aangezicht, de God van het verbond, de Barmhartige en de Heilige. Hem hebben we te gehoorzamen, Hem hebben we te geloven met een volkomen hart, waarbij alle dubbele moraal uit ons leven verdwenen is.

De belijdenis beleefd

Daarbij doet de gereformeerde belijdenis van harte mee, zowel in de hooggestemde verwoording van al de werken van God als in het richtsnoer dat zij voor ons leven wil zijn. Hoe nodig hebben we het dat de belijdenis beleefd wordt. Waar jarenlang onder ons vooral in kerkordelijke termen over de belijdenis gesproken is, moeten we leren, opnieuw leren haar te bezingen, omdat ze hoog opgeeft van God, haar te zien als die noodzakelijke beschermende gordel om het Woord van God. Zorgen en stimuleren dat de gemeenten, in de aanvechting van het geloof, in de aanvechting vanwege de godloosheid van deze wereld en de raadselachtigheid van het bestaan, leeft uit haar belijdenis - dat is onze taak als ambtsdrager.

Zo houden we leer en leven bij elkaar. Prof. Graafland verwacht, zo zei hij onlangs op een studiedag van het blad Kontekstueel, dat de leer steeds minder de grenzen van de kerk aangeeft, dat leer en belijdenis en kerkorde voor de kerk minder bepalend zijn, maar dat het erom gaat dat de kerk ware gelovigen huisvest, die uitstralen wat hen bezièlt. Zo wordt er echter een onjuiste eri ook onnodige tegenstelling gemaaikt tussen het christenleven en de geloofsleer, die immers stoelt op de omgang met God. Waar het geloof in Christus immers geen verstandelijke overtuiging is, maar geloofservaring inzake de heilsgeheimen van God, mag ons staan op de belijdenis van de kerk der eeuwen betekenen dat de inhoud daarvan functioneert in ons leven, omdat die belijdenis betrokken is op het concrete leven van het geloof nu én op de toekomst.

Alleenrecht

De vraag dringt zich op hoe wij aan dit beleefde geloof gestalte geven in een tijd van kerkelijke neergang, waarin het kerkbezoek afneemt, drastische saneringsoperaties de gemeenten in de steden bezighouden en de waarheidsvraag onder invloed van relativerende tendensen minder gesteld en van belang geacht wordt. Zullen we in de komende jaren de geloofskracht bezitten om in de kerk te getuigen voor het alleenrecht uan Christus. Dat is de vraag.

In alle kerkordelijk overleg van de voorbije jaren is dit een cruciale vraag geweest, waarbij de woorden erkennen en respecteren veel gebruikt zijn. Waar de kerk de waarheid mag belijden, nadat ze de afwijkingen van de waarheid aanvaard heeft of moet gedogen, tast ze het fundament waarop zij staat aan. Waar u als ambtsdragers in de ambtelijke vergaderingen van de kerk niet verder komt dan de constatering dat er diepgaand verschil van visie is over fundamentele thema's van het christelijk geloof en het leven van de gemeente, schiet u tekort. Want daar heeft u in de eerste plaats te betuigen dat het voor God niet kan bestaan dat in Zijn gemeente verschillende stromingen geduld worden, dat verschillende overtuigingen rechtskracht ontvangen, omdat ze samen hebben te groeien in het geloof.

Als we dat onder ogen zien, beseffen we dat er meer geloof nodig is om binnen de Protestantse Kerk te blijven dan om met de kerk te breken. Waar we onze verantwoordelijkheid voor heel de kudde beseffen, zullen we niettemin bij haar blijven, om haar de stem van de Goede Herder te doen horen. Dat geloof klemt zich vast aan wat God Zelf ons geboden heeft om Zijn kudde te weiden, hoevelen de schaapskooi ook bedreigen. Maar waar God die geboden ons gaf, belooft Hij tegelijk ons niet over te laten aan onszelf, aan de omstandigheden. Die het beloofd heeft, is getrouw en zal het zelf ook doen. Als het daarmee niet kan, kan het nergens mee.

Evenredige vertegenwoordiging

Heeft u in minderheidssituaties binnen onze Hervormde Kerk ooit het alleenrecht van Christus losgelaten, in centraal overleg, als evangelisatiebestuur? We raken hier aan een thematiek die volop met de twintigste-eeuwse hervormde geschiedenis verbonden is. De Arnhemse predikant ds. Herman Otto Roscam Abbing publiceerde in 1921 de brochure Het beginsel der euenredige vertegenwoordiging door God geoordeeld. Het gaat daarbij om een wettige plaats voor gereformeerde belijders, die daarmee erkennen dat vrijzinnigen evenzeer een wettige plaats binnen onze kerk hebben. Hij refereert hierbij aan de zonde van Jerobeam, die tegen het volk zei dat het voor hen te veel was naar Jeruzalem op te gaan, zodat hij de kalverendienst toeliet in Dan en in Bethel. 'Hij wilde dat de Israëlieten de ware God door deze beelden zouden dienen en eren', zeggen de kanttekeningen hierbij. Jerobeam wilde God dienen op zijn wijze. Het was zijn zonde dat hij hiermee inging tegen de geopenbaarde wil van de Heere. En dan klinkt uit de mond van ds. Roscam Abbing terecht het scherpe woord dat de zonde van Jerobeam gelijk is aan de zonde van hen die evenredige vertegenwoordiging binnen de Hervormde Kerk voorstaan. Het is niet om het even hoe wij over God spreken.

Het is niet om het even hoe het werk van Christus aan de orde gesteld wordt. Als in een reactie aan het ANP namens onze beweging de pijn benoemd wordt van het feit dat de remonstrantse predikant ds. Hudig de uitvaartdienst van prinses Juliana leidt, gaat het hier om: om het alleenrecht van Christus, op volk en vorst. We willen zo graag dat ons gehele volk op een dag van nationale betekenis hoort van wet en evangelie, van de opstandingskracht van Christus. Wat uit zulk een pleidooi - het is een illustratie - aan reacties echter loskomt, toont ons het klimaat in onze samenleving en ook in onze kerk, waar gesteld wordt dat menselijk godsbesef boven dogma's gaat, waar het benoemen van de schat van de kerk het koesteren van heilige huisjes geacht wordt.

De tijd is ons voorzegd dat de gezonde woorden van de bijbelse leer tot gevolg hebben dat mensen zelf hun leraars verkiezen, naar eigen begeerlijkheid.

Daarbij dan maar niet te lang stilgestaan, daarover ons niet al te zeer te verbazen. Het is wel een appèl om in de kerk het alleenrecht van Christus, van Hem die een volkómen Zaligmaker is, in niets tekort te doen.

Heilige onverdraagzaamheid

Want wie Hem niet geeft wat Hem toebehoort, doet deze Heiland tekort en doet zichzelf tekort. Onder de naam van verdraagzaamheid en grenzeloos respect mogen we niet afwijken van God, die gezegd heeft dat geen van Zijn woorden ter aarde zal vallen. Jerobeam stak de vinger uit naar de man Gods die hem terechtwees (i Kon. 13, 4a), waarbij de gezindheid van zijn hart aan het licht kwam. Deze man Gods, deze profeet, moest lijden vanwege de waarheid. Broeders, we voelen toch samen wel aan dat het hier om zo heel andere dingen gaat dan om onze kerkordelijke nederlagen, al ons overleg, hoe nodig ook om het gereformeerde karakter van de kerk te bewaren.

Hij is de Heilige, die evenzeer waarheid spreekt in Zijn beloften als in Zijn waarschuwingen!

Die heilige onverdraagzaamheid als het recht van Christus op heel de kerk in het geding is, moet bij ons blijven, ook na 1 mei. Want met de belijdenissen uit de gereformeerde traditie we-

ten we ons verbonden met het godvrezende voorgeslacht, met hen die getuigend en belijdend stonden te midden van de aanvechtingen van hun dagen. Die belijdenis is nooit afgeschaft, is door geen hervormde synode ooit ge- . wijzigd. Meer dan ooit hebben we de afgelopen jaren geleerd dat de kerkorde het leven in de kerk niet brengt, maar het Woord, en daarom heeft onze kerk leesbare brieven nodig, die doorgeven welke kracht dit Woord heeft en doet.

Des Heeren tijd

De Naam van de Christus der Schriften is de eeuwen door in onze kerk beleden, aldus ds. J. J. Knap in 1930 in een preek, nadat de synode de reorganisatievoorstellen had verworpen. 'Maar zij is niet steeds door onze kerk beleden. Haar organisatie was van dien aard dat er voor andersdenkenden eveneens plaats ingeruimd werd'. En nu is dit voorstel om het belijden van de kerk weer de volle ruimte tegeven, afgestemd. Wat preekt ds. Knap? Dit 'Onze tijd is niet altoos des Heeren tijd. Wij komen dan ook niet in op-

stand en spreken geen bittere woorden tegen hen die zich tegen het voorstel verzet hebben'. Zijn dat geen woorden die voor ons gesproken zoudefi zijn, wetende dat Gods Raad zal bestaan en Hij, naar het woord van de profeet, al Zijn welbehagen zal doen? 'En als plaatselijke kerk leggen wij de plechtige belofte af dat wij in 's Heeren Naam en in zijn kracht voort zullen gaan voor de waarheid Gods, óók in de kerkregering, te ijveren'. Het houvast wordt gezocht en gevonden in de dragende trouw van God, die ons vermaant en oproept voor die Naam op te komen.

Het zijn steeds weer de woorden van het Oude Testament die ons die trouw ten opzichte van Zijn volk tonen. Dat vraagt van ons, heel eenvoudig, gehoorzaamheid, toewijding, vertrouwen in de leiding en de werking van de Heilige Geest. Zo heeft het gereformeerde toekomst, zo is er voor hervormde gemeenten binnen de Protestantse Kerk in Nederland perspectief, omdat de gebondenheid aan Gods Woord haar eerste kenmerk is. En die bron droogt nooit op.

Gezag van het Woord

Wij leren van de geschiedenis van onze kerk, een geschiedenis van scheuren en van verval. Maar de geschiedenis is niet onze norm. Het synodale beleid is nog minder onze norm, hoezeer we de ambtelijke vergaderingen ook achten. Die norm blijft het Woord van onze Heere. En het richtsnoer blijft onze gereformeerde belijdenis, die nooit over dat Woord wil heersen, maar juist de inhoud van en het gezag van dat Woord voor de kerk belijdt. En daarom ging ons jarenlange geding om de grondslag van de kerk ten diepste over het gezag van dat Woord. Als de kerk ontzinkt aan de inhoud van de belijdenis, kan zij geestelijk niet meer functioneren. Daarvoor hebben wij ons ingezet. En met dat Woord en met die belijdenis mogen we de toekomst in, niet in eigen sterkte, maar in het geloof dat God niet loslaat wat Hij begonnen is.

Zo mogen wij altijd goede moed hebben.

P. J. VERgunst

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 april 2004

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Het alleenrecht van Christus

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 april 2004

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's