De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Schipbreuk

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Schipbreuk

Ingezonden

4 minuten leestijd

INGEZONDEN

...'en alzo is het geschied, dat zij allen behouden aan het land gekomen zijn' (Hand 27 : 44b). Paulus is op weg naar Rome. Ingescheept met 276 man: soldaten, gevangenen en de bemanning van het schip. Samengepakt. Samen op weg naar Rome. Tegen het advies van Paulus in vertrekt het schip vanaf Kreta. Had de bemanning toch gehoor gegeven aan de waarschuwing van Paulus! De schipbreuk had voorkomen kunnen worden...

Er steekt een geweldige storm op. Ze doen er van alles aan om het schip op koers te houden, maar ze worden door de storm weggerukt (vers 15). Ten slotte strijken ze het zeil en wordt het schip een speelbal van de golven. Heen en weer geslingerd. Dan naar links, vervolgens weer naar rechts. Op de-derde dag werpen zij het scheepsgereedschap uit. Alle hoop op behouden te morden uierd hun benomen (vers 20). De moed zinkt hun in de schoenen. Het wordt niks met dit schip. Wat een donkere toekomst voor alle mensen die zich op dit schip bevinden.

Gaan ze een gewisse dood tegemoet? Is dit hun ondergang? Nee. Er is een dienstknecht van God aan boord. Paulus krijgt een boodschap van Boven: een engel staat bij hem en belooft hem dat hij voor de keizer zal verschijnen en dat allen die met hem zijn, hem geschonken worden (vers 24): allen zullen behouden aan land komen.

De belofte is gegeven. Te midden van de storm. Zonder uitzicht. De orkaan raast door. De veertiende nacht gaat in (vers 27). Het dieplood wordt geworpen en men merkt dicht bij land te zijn. Ankers worden uitgeworpen. Men wacht om bij daglicht te zien wat ze doen kunnen.

En dan gebeurt het: de bemanning wil er met de sloep vandoor. Dat was in hun ogen de enige weg tot behoud. Want het schip kraakt vervaarlijk. Voordat ze tot deze actie overgaan, is alles goed doorgesproken. Ze mogen geen argwaan wekken. Ze moeten vooral doen alsof ze alles in het werk stellen het schip te behouden. Zij zijn tenslotte de mannen met kennis en ervaring. En onder de schijn dat ze ankers van het voor-schip willen uitwerpen, maken ze de reddingsboot los. Om vrij te worden van het schip, wat in hun ogen ten ondergang gedoemd is.

Ze kunnen hun vertrek best motiveren. En het klinkt alleszins redelijk. Voor allen is er immers geen plaats in de reddingsboot. En Paulus is toch geen zeeman? Wat weet hij van deze dingen? En wat zal er van zijn woorden terechtkomen? Vergist hij zich niet? Zij zien geen verwachting voor het schip in zijn geheel. Dan maar hun eigen weg gegaan. Ondertussen zijn ze blijkbaar niet geheel gerust in hun geweten. Ze doen het onder de schijn de ankers van het voorschip te laten zakken (vers 30). Ze werken met een dubbele agenda.

Paulus krijgt er op een of andere manier lucht van. Hij waarschuwt de hoofdman (vers 31): indien deze in het schip niet bljjuen, gij kunt niet behouden worden. Dan wordt de reddingsboot losgesneden en drijft leeg weg. De bemanning moet op het schip blijven. En ze schikken zich erin. Mogelijk met enig gemopper. Misschien met een beklemd gevoel. Want de situatie op het schip wordt ondertussen met de minuut slechter. Paulus spreekt hun moed in. Hij raadt ze aan wat te eten. Er zal nog heel wat van hen gevergd worden. Nieuwe krachten zijn nodig! En terwijl de golven over het dek spoelen en boven het geraas van de storm uit klinkt op het heen en weer slingerend schip een gebed: Paulus dankt God in aller tegenwoordigheid (vers 35).

Want Paulus weet dat de Heere Zijn belofte houdt. En mogelijk dankt hij ook dat allen in het schip gebleven zijn. Ze horen Paulus danken en zien hem eten en vatten moed (vers 36).

Er is hoop. Op dit schip. Terwijl het kraakt te midden van de baren. Terwijl het koren in zee wordt gegooid. Geen enkel houvast dan alleen de gegeven belofte van behoud! De ankers worden opgehaald en het schip wordt aan de zee overgegeven. Een speelbal van de golven? Nee, allen zijn in de hand des Heeren. Hij regeert over dit schip. Ook als het even later rotsvast komt te zitten op een klip. En er geen beweging meer in te krijgen is. En het schip ten slotte in tweeën breekt (vers 41).

Nee, geen verwachting van het schip. Geen verwachting van de bemanning en de andere opvarenden. Verwachting alleen van Gods beloften. En die blijven in Jezus Christus ja en amen. Ook op een zinkend schip.

En de één zwemmend, de ander op een plank: en alzo zijn ze allen behouden aan land gekomen. Door de breuk heen, houdt God Zijn beloften in stand. En daar kunnen we van op aan.

W. C. Meeuse, Bilthoven

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 april 2004

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Schipbreuk

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 april 2004

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's